Raadsnotulen

Documentdatum 10-01-2006
Bestuursorgaan Gemeenteraad
Documentsoort Raadsnotulen
Samenvatting

NOTULEN

EERSTE

vergadering van de gemeenteraad van Helmond, gehouden op dinsdag 10 januari

2006 om 19.30 uur.

Bij aanvang van de vergadering zijn aanwezig de leden: J.F. Boetzkes, L. den Breejen, C.H.M.

van der Burgt, W.M.H. Dams, H.M.J.M. van Dijk, S. Ferwerda, J.L. Henraat, EAH. van Kilsdonk, GTH.

Klaus, W. Klerkx, J.H.J. Kuijpers, J.F.J. Kuypers, mevrouw M.M. de Leeuw-Jongejans, mevrouw MAJ.

Mattheij-van Woensel, mevrouw A Meinardi, T.J. van Mullekom, G.B. Praasterink, M.P.J. Rieter,

J.H.J.M. Roefs, L.M.M. Smits, mevrouw J.M.G. Spierings-van Deursen, A Spruijt, P.H.C. Streeder,

TJ.W. van de Ven, J.G.M. Verbakei, C.J.M. Vereijken, mevrouw E.P.W. (je Voogd-van Dortmont, J.M.C.

van Wetering, AF.H. Wijnen en mevrouw JAM. Witteveen-van den Berg.

Afwezig zijn de leden: S. Mokadim, M. Naoum, L.JA Ristenpatt, AJ.G. Sauvé, MA Tijani en

S.H. Yeyden.

Later ter vergadering komt het lid: L.T.J. Fransen.

Voorts zijn aanwezig de wethouders: C.J. Bethlehem, RAC. van Heugten, J.B.C.W. van den

Heuvel, mevrouw B.M. Houthooft-Stockx en P.G.M. Tielemans.

VOORZITTER: drs. AAM. Jacobs, burgemeester,

GRIFFIER: mr. J.PTM. Jaspers.

De VOORZITTER opent de vergadering.

Hierna spreekt hij als volgt:

Dames en heren! Bericht van verhindering is ingekomen van de heren Mokadim, Naoum,

Ristenpatt, Sauvé, Tijani en Yeyden.

Verder meld ik dat vandaag een inspreker het woord zal voeren, namelijk de heer Senders. Hij

zal voor agendapunt 3 het woord voeren over agendapunt 15 (Visie op de Markt, Herinrichting en

Warenmarkt).

1. Aanwiizinq van een lid als bedoeld in artikel 16 van het reqlement van orde 2002.

De VOORZITTER trekt nummer 26, zodat eventuele hoofdelijke stemmingen zullen aanvangen

bij mevrouw De Voogd-van Dortmont.

2. Vaststellen van de ontwerpaqenda.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik deel u mede dat agendapunt 10 (voorstel voor het

beschikbaar stellen van een krediet voor de realisatie van station Brandevoort), dat als hamerstuk is

vermeld, alsnog een bespreekstuk wordt. Dit is namelijk vastgesteld nadat wij de agenda hadden

opgesteld.

De heer SMITS (HB): Mijnheer de voorzitter! Ik wil in deze vergadering graag terugkomen op

het als hamerstuk vermelde agendapunt 22 (begrotingswijziging 62; krediet voor de instroom en

financiering in verband met uitzettingen uit AZC en VC Te Apel).

De heer PRAASTERINK (SDOH): Voorzitter! Ik wil graag enige woorden zeggen over het als

agendapunt 14 geagendeerde hamerstuk (voorstel tot deelname aan het initiatief tot realisatie van

breedband in Helmond).

De heer VAN KILSDONK (HH): Mijnheer de voorzitter! Zoals wij vooraf al hebben aangeko-

ndigd, heeft onze fractie een motie opgesteld met betrekking tot een tweede instantie voor insprekers.

De motie, die ik bij dezen namens mijn fractie indien, luidt:

-2-

10 januari 2006.

"Motie.

De gemeenteraad van Helmond bijeen op 10 januari 2006 gehoord de beraadslaging

overwegend dat:

1. Burgers meer bij de politiek betrokken moeten worden.

2. Insprekers ook recht zouden moeten hebben op een tweede instantie.

3. De inbreng van insprekers meer waarde en kracht zou moeten krijgen.

4. De wethouders nieralleen de raad moeten beantwoorden maar indirect ook de inspre-

ker.

Besluit dat:

1. Na de beantwoording van de wethouder, van de vragen uit de eerste instantie, inspre-

kers aanspraak mogen maken op een tweede instantie voor de duur van 5 minuten.

2. De raad na deze inspraak ook nog kort vragen mag stellen aan de inspreker.

3. Na het stellen van korte aanvullende vragen, door de raad, men overgaat tot de

tweede instantie.

En gaat over tot de orde van de dag."

Ik verzoek om deze motie te behandelen aan het einde van de vergadering, na de afhandeling

van de agenda.

De VOORZITTER: Die motie zullen wij als laatste punt toevoegen aan de agenda. Verder stel ik

vast dat de als hamerstukken geagendeerde agendapunten 10, 14 en 22 zullen worden besproken.

De ontwerpagenda wordt, met inachtneming van de toegevoegde motie, zonder stemming

vastgesteld.

De VOORZITTER: Dames en heren! Dan geef ik nu, zoals ik al aangekondigd heb, het woord

aan de heer Senders.

De heer SENDERS: Mijnheer de voorzitter! Ik spreek hier namens alle horecabedrijven die

gevestigd zijn aan de Markt.

Ongeveer twee weken geleden heb ik al ingesproken in de commissievergadering. In de tus-

senliggende periode zijn er echter zoveel onduidelijkheden gerezen met betrekking tot de herinrichting

van de Markt en de warenmarkt en is de nood voor ons zo hoog geworden, dat wij nog een aantal

keren om de tafel hebben gezeten, ook met raadsleden, om onze situatie nog eens duidelijk toe te

lichten.

Het is niet zo dat de horecabedrijven aan de Markt proberen om alle plannen van de gemeente

voor de Markt te dwarsbomen. Nee, wij juichen juist de plannen die gemaakt zijn om de Markt

aantrekkelijker te maken, enorm toe. Eén punt daarvan is voor ons heel erg belangrijk, en dat is het

niet meer mogen plaatsen van terrasstoelen tegen de gevels. Op alle andere punten hebben wij

eigenlijk al concessies gedaan. Wij zijn zeer bereid om over de betrokken zaken mee te denken en om

daarin te investeren, alleen het punt van de terrassen is voor ons van levensbelang.

Naar aanleiding van de vergadering die wij afgelopen donderdag hebben gehad met een aantat

raadsleden en waarin wij onze punten uiteen hebben gezet, hebben wij een brief ontvangen van de

betrokken wethouder. Daarin stelt zij dat zij niet aan onze vraag tegemoet wil komen. De wethouder

gebruikt daarbij als argument het succes van de herinrichting van de Veestraat en de Ameidestraat. Zij

trekt een vergelijking tussen die straten en de situatie op de Markt, terwijl daar eigenlijk een geheel

andere situatie bestaat, en wel omdat die straten vele malen smaller zijn dan de Markt en veel drukker

bezocht zijn, zeker omdat daar enorm veel winkels gevestigd zijn en maar een heel klein deel van de

zaken uit horecabedrijven bestaat. In die straten zijn namelijk slechts vijf horecabedrijven gevestigd

plus een ander bedrijf dat een terras exploiteert. Aan de Markt ligt het aantal horecabedrijven een heel

stuk hoger. Om de straten aantrekkelijker te maken, was het aanbrengen van een goede bestrating en

sfeerelementen voldoende, maar op de Markt moet veel meer gebeuren. Dat is immers een grote,

open ruimte die heel moeilijk gezellig te maken is, zeker ook omdat die ruimte vrijgehouden moet

worden voor een aantal evenementen.

Aan de Markt zijn elf horecabedrijven gevestigd, met name aan de oostzijde van de Markt. Het

percentage horecabedrijven is daar veel hoger dan in de straten die beschreven zijn. Aan de Markt

zijn tussen de horecabedrijven maar heel weinig winkels gelegen. De Markt is, als je het intekent, bijna

één groot terras, met slechts een beperkt aantal winkelljes daartussen. Wanneer ik de situatie bekijk

vanuit mijn zaak, 't Cabaret, tot en met Den Plezantenhof, dan constateer ik dat daar slechts een

-3-

10 januari 2006.

beperkt aantal zaken tussen gelegen is, dus het flaneren langs winkels is daar veel minder van

toepassing. Daarbij komt dat in het bestemmingsplan vermeld staat dat de oostzijde van de Markt

geheel voor horeca bestemd is, zeker op termijn, zodat daar naar alle waarschijnlijkheid de winkels

zullen gaan verdwijnen. Wanneer die winkels besluiten om te gaan verkassen, zal daarvoor horeca in

de plek komen.

Buiten het feit dat de genoemde straten niet te vergelijken zijn met de Markt, hebben wij nog

'een aantal andere argumenten waarom wij het noodzakelijk vinden dat de terrassen tegen de gevels

-geplaatst worden:

- Zoals wij ook de vorige keer hebben aangegeven, zijn de terrassen mede sfeerbepalend voor een

bedrijf.

- Mensen willen een stukje geborgenheid hebben; ze willen gewoon tegen een gevel aan zitten. Dat

komt iedere keer tot uitdrukking wanneer je met gasten praat over de situatie en over de verande-

ringen die plaats gaan vinden op de Markt. Ook zij vinden het onbegrijpelijk dat zij straks midden

op de Markt moeten gaan zitten. Het risico dat zij dan een andere plek in Helmond gaan zoeken, is

voor ons gewoon aanwezig.

- Gasten die op een terras gaan zitten, kiezen voor een bepaald bedrijf vanwege de sfeer, de

. medewerkers, de gezelligheid en een stukje herkenbaarheid van de identiteit (ze willen ergens bij

horen). Op het moment dat er één groot terras midden op de Markt wordt geplaatst, is dat niet

meer aanwezig. -

- Tijdens het terrasseizoen willen wij de kwaliteit van onze dienstverlening heel erg hoog houden. De

mensen die op het terras willen eten of drinken, willen wij kunnen garanderen dat zij een goed

bakje koffie, een lekkere kop cappuccino of een warme maaltijd krijgen, maar wij moeten straks

vanachter uit de keuken meters lopen om het terras te bereiken.

- Wanneer bezoekers van de Markt direct langs de panden aldaar moeten lopen, ontstaat er kans op

botsingen. Wanneer wij met een dienblad vol drank of met onze handen vol met borden naar

buiten lopen, zien wij niet het publiek dat voorbijloopt.

- Winterterrassen, zoals in de plannen vermeld, zijn volgens ons alleen te realiseren aan de gevels.

Hierbij moet namelijk gedacht worden aan verwarming, verlichting en het personeel dat volgens de

huidige plannen de Markt op moet om de mensen te bedienen. Dit is allemaal vele malen beter en

gemakkelijker te realiseren wanneer het tegen een pand aan kan plaatsvinden.

Hiermee heb ik de voor ons belangrijkste argumenten genoemd om terrassen tegen de gevels

aan te realiseren. Daarbij willen wij nog aangeven dat wij het erg vreemd vinden, eigenlijk onbegrijpe-

lijk, dat in het hele proces van totstandkoming van de plannen die er nu zijn, er helemaal geen

gebruikgemaakt is van onze expertise. Het gaat om onze dagelijkse werkzaamheden. Ik meen dat wij

daarom aardig kunnen inschatten hoe wij een stukje sfeer op de Markt kunnen creëren en hoe wij de

gasten goed kunnen bedienen. Tot op heden is er, afgezien van de vergaderingen waar wij op eigen

initiatief naartoe zijn gegaan, eigenlijk nooit met ons gesproken over de veranderingen die op de Markt

gaan plaatsvinden.

Ik heb voor de raadsleden een samenvatting gemaakt van onze argumentatie. De punten die ik

eventueel overgeslagen heb, staan daarin vermeld. Ik zal de samenvatting aan de griffier geven.

(De heer Fransen komt, te 19.40 uur, ter

vergadering.) -

De VOORZITTER: Dames en heren! Het is gebruikelijk - dat is een mooie traditie - dat in de

eerste vergadering van het nieuwe jaar de voorzitter de raad toespreekt. Dat zal ook bij deze

gelegenheid gebeuren. De heer Praasterink zal daar vervolgens, als plaatsvervangend voorzitter van

de raad, nog het een en ander aan toevoegen. Vorig jaar was mijn toespraak wat kort; ik zal deze keer

wat uitgebreider bij het nieuwe jaar stilstaan. Ik wil dit jaar iets meer zeggen dan de plaatsvervangend

voorzitter.

3. Nieuwiaarstoespraak door de voorzitter F. Jacobs.

De VOORZITTER: Dames en heren, leden van de raad en aanwezigen op de publieke tribune.

Laat ik beginnen met u alle goeds, veel succes en een goede gezondheid toe te wensen voor dit nog

zo prille jaar. Een gelukkig, gezond en voorspoedig nieuwjaar voor u allen.

Zoals gezegd: traditioneel is het zo dat aan het begin van elk jaar stilgestaan wordt bij het oude

jaar en dat we vooruit blikken naar het jaar waaraan we zojuist zijn begonnen. Hierbij kunnen we een

nationale of internationale bril op zetten. Ik wil niet aan deze traditie tornen. Alhoewel, ik wil een meer

lokale bril opzetten en met u terugblikken op de huidige raadsperiode. Niet dat de nationale en

-4-

10 januari 2006.

internationale gebeurtenissen niet belangrijk zouden zijn, integendeel zelfs. Denkt u bijvoorbeeld eens

terug aan de natuurrampen die talloze mensen hebben getroffen, bijvoorbeeld in Pakistan. Hieraan

hebben we ons medeleven kunnen tonen door deel te nemen aan inzamelacties.

Verder, heb ik vorig jaar in mijn nieuwjaarspeech een dringend beroep gedaan op de toenmalige

minister om het voorstel van de gekozen burgemeester in te trekken en met een beter doordacht

voorstel terug te komen om in 2010 deze fundamentele wijziging met draagvlak in te voeren. Ik weet

niet of het door mij komt (ik denk het niet; de minister wilde niet luisteren), maar het voorstel voor de

gekozen burgemeester heeft uiteindelijk de eindstreep niet gehaald.

Ik wil met u op hoofdlijnen terugblikken op deze raadsperiode omdat Helmond zich in een

razendsnel tempo ten positieve heeft ontwikkeld. Aan deze ontwikkeling heeft u als raad een volle

bijdrage geleverd. Ik moet wel op hoofdlijnen terugblikken omdat er zoveel gebeurd is dat we daar een

hele raadsvergadering aan zouden kunnen wijden. Voordat ik hieraan begin, zou ik toch iets willen

zeggen over de invoering van het dualisme in het Helmond.

We gaan even terug naar het voorjaar van 2002. Gelijktijdig met de gemeenteraadsverkie-

zingen van 2002 is de bestuurlijk politieke deken in Nederland eens flink opgeschud met de invoering

van de het dualisme. Vanaf die tijd bepaalt u als raad op hoofdlijnen aan welk programma er gewerkt

moet worden en voert het college het programma uit. In principe een heel comfortabele positie.

Vervolgens controleert u op gezette tijden het college en stuurt u daar waar nodig bij of geeft u nieuwe

kaders aan waaraan gewerkt moet worden. Naast deze twee rollen van de gemeenteraad, de

zogenaamde kaderstellende "en controlerende rol, is er ook nog een andere rol, de volksvertegen-

woordigende rol. Met de invulling van deze rol wordt nog volop geworsteld. Dit geldt overigens niet

alleen voor uw raad maar voor de meeste gemeenteraden in ons land. In Helmond proberen we op

verschillende manieren vorm te geven aan de volksvertegenwoordigende rol: klankbordgroepen en

wijkraden, chatsessies, forumdiscussies via de computer met politici, wijkbezoeken en inspreekmoge-

lijkheden in raadscommissies en in raadsvergaderingen etc. Naast die mogelijkheden heeft u begin

november het initiatief genomen om de Dag van de Gemeenteraad te organiseren. Doel van de dag

was om de raad dichter bij de burgers te brengen of de burger dichter bij de raad door het organiseren

van verschillende activiteiten. Gezien de interesse van de inwoners van onze stad voor deze dag, kan

gezegd worden dat de doelstelling geslaagd is. Of dit werkelijk ook op langere termijn van invloed is,

zou kunnen blijken tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van maart aanstaande. Echter, ik heb niet

de pretentie om te denken dat de opkomst bij verkiezingen hierdoor wordt bevorderd. De opkomst

wordt mede bepaald door het gedrag en de handelwijze van de politieke partijen. Dat geworsteld

wordt met de volksvertegenwoordigende rol, is overigens begrijpelijk. De raad is een samenstel van

partijen die van elkaar willen verschillen. De raad als instituut is een moeilijk te definiëren geheel.

Daarbij komt dat het tot de taak van een partij mag worden gerekend om te weten wat de achterban

beweegt en daarop politiek te bedrijven. Het voeling houden met de achterban dient de gehele

raadsperiode te bestrijken en niet alleen enkele maanden voorafgaande aan de verkiezingen.

Maar gaat het nu goed met het dualisme in Helmond? Kijkend naar de conclusies en aanbeve-

lingen van de nationale commissie-Leemhuis, de eigen evaluatie en de genomen initiatieven dit jaar,

kom ik tot de conclusie dat we in Helmond op de goede weg zijn. Dat wil niet zeggen dat we er al zijn

en dat er geen verdere verbeteringen kunnen worden uitgevoerd. Natuurlijk is dat wel het geval. De

komende raadsperiode dienen we te gebruiken om verder te gaan op de ingeslagen weg. Dat de weg

nog lang zal zijn, en dat er nog enkele raadsperiodes overheen zullen gaan, is niet erg. De structuur-

verandering is in gang gezet. Het gaat nu ook om de verandering van de cultuur, zowel bij de raad en

het college als bij de ambtelijke organisatie. In de komende tijd zal daar ook aan gewerkt worden,

alsook aan de voorlichting vanuit de raad. Bij die cultuur hoort ook de inzet van de raad als geheel.

Deze is de afgelopen periode zeer oplossend gericht geweest. Deze instelling, veroorloof ik mij te

zeggen, is veel belangrijker dan vergaderstructuren. Ik hoop dat de raad er in slaagt deze instelling

ook naar de toekomst toe te behouden. Overigens lijkt het wel of het dualisme een soort vrijbrief is om

van partij naar partij te hoppen, gezien het aantal wijzigingen in fracties en het ontstaan van nieuwe

fracties in de huidige raadsperiode. In totaal hebben zich bij 6 raadsleden veranderingen voorgedaan

wat betreft politieke partijen en zijn 14 raadsleden van raadscommissie veranderd. Onder burger-

commissieleden hebben zich ook 14 veranderingen voltrokken. Je kunt je afvragen of de kiezer zich

hierin herkent en of de verkiezingsuitslag voldoende wordt gerespecteerd. Een verandering van de

Kieswet op dit punt zou geen overbodige luxe zijn. Verder zou ik er op willen wijzen dat in het

afgelopen jaar in het vragenuurtje acht vragen zijn gesteld, waarvan zes afkomstig van dezelfde partij.

Eerder heb ik al gezegd dat Helmond de afgelopen jaren zich razendsnel ten goede heeft ont-

wikkeld. Deze ontwikkeling wordt bevestigd door de ons omringende gemeenten maar ook in Den

Haag. Geachte raad: Helmond staat op de kaart. Ik wil dat graag illustreren aan de hand van enkele

highlights (om maar eens een echt Nederlands woord te gebruiken!) van geboekte resultaten.

-s-

10 januari 2006.

Veiliqheid.

Inburgering en integratie is een beleidsopgave van de hoogste orde. Daaraan is gewerkt in de

afgelopen jaren, zeer hard gewerkt. Naar de toekomst toe zal dit nog veel energie vergen. Dat moet

ook op basis van wederkerigheid gebeuren. Zij die hier willen en mogen blijven, zullen zich in moeten

zetten om Nederlander met de Nederlanders te worden, of Helmonder met de Helmonders. Wij, de

Nederlandse maatschappij, overheid en burgers, zullen hun ook kansen moeten bieden om deel-

genoot te worden van de samenleving. Dat betekent kansen bieden in het onderwijs, 'op de arbeids-

markt en in het maatschappelijk verkeer, bij instellingen en verenigingen. Dat vraagt om extra

inspanningen, om een open mind. Het ingestelde gemeentelijk overlegplatform moslims-overheid

probeert onder andere die brug te slaan.

De afgelopen jaren heeft ook de keerzijde van de medaille getoond met de kans die wij lopen

op radicalisering in de samenleving en terrorismedreiging. Angst is daarbij de slechtste raadgever. De

overheid treedt daartegen op, maar daarmee alleen zijn we er niet. Ook de dialoog moet gezocht

worden. Het is een opgave voor onszelf om te bedenken wat we daar zelf aan kunnen doen, bijvoor-

beeld het aanbieden van stageplaatsen aan minderheden in onze organisatie. Als lokale overheid

hebben we tenslotte ook een voorbeeldfunctie. Als gemeente in BS-verband hebben we hierover

afspraken gemaakt met elkaar. Dat hebben we ook tot uiting willen brengen in het promoten van de

Helmregels, die zijn opgesteld in overleg met een groot aantal mensen uit onze stad. Door het

organiseren van bijvoorbeeld een rapbattle is een grote groep jongeren bereikt. Als gemeente hebben

we ons hiervoor met onze partners ten volle ingezet. Ik heb daar veel waardering voor.

Verder zijn er in deze raadsperiode veel maatregelen genomen om het veiligheidsgevoel van de

burgers te verhogen. Uit de inwonersenquête blijkt dat we resultaten boeken.

Ik wil nog even ingaan op de cijfers met betrekking tot de veiligheid in Helmond. In het afgelo-

pen jaar hebben we te maken gehad met een duidelijke trendbreuk. Het aantal misdrijven is sterk

afgenomen, namelijk met 17%. Het lijkt er op dat de aanmerkelijke financiële inspanningen in de

preventieve sfeer, die deze raad in de afgelopen bestuursperiode zich heeft getroost, langzamerhand

hun vruchten gaan afwerpen. Met recht zou je kunnen zeggen dat het loont meer preventief dan

repressief te investeren. In dat licht is de oproep van de korpschef van de regionale politie om meer

politie op zijn minst discutabel. Ik wil niet zeggen dat het niet nuttig is om meer politie te krijgen, maar

dat is niet de belangrijkste factor om de veiligheid in de stad te verbeteren. Meer investeren in

preventie en samenwerking blijkt een hoger rendement op te leveren dan meer inzetten op repressie.

In dat licht verdient deze raad een compliment voor zijn inzet op het terrein van veiligheid en handha-

ving.

Sociale infrastructuur.

In deze raadsperiode zijn we als gemeente geconfronteerd met een grote bezuiniging op dit ter-

rein. De rijksoverheid heeft structureel ruim ¿ 10 miljoen minder per jaar beschikbaar gesteld voor onze

gemeente. Vanuit het motto gedeelde verantwoordelijkheid hebben we als gemeente ons sociale gezicht

laten zien en hebben we binnen de mogelijkheden oplossingen gevonden. Dat dit hier en daar wat pijn

doet, lijkt mij duidelijk. Al met al kunnen we stellen dat we ook de kaders voor de wat langere termijn op

diverse terreinen hebben uitgezet. Te noemen zijn lokaal sociaal beleid, ouderen beleid, gezondheids-

beleid, uitbreiding van kinderopvang, beleidsnotitie sport, etc. Verder is Wijkhuis-Brede School en het

multifunctioneel centrum Stiphout opgeleverd. Tot slot is er een flinke aanzet gegeven tot de invoering

van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Onvermeld wil ik niet laten dat in het laatste deel van deze raadsperiode het bestaan van de

Voedselbank in Helmond in de schijnwerper van publieke belangstelling is komen te staan. Het bestaan

van de Voedselbank toont de contrasten in onze samenleving aan. Hiervoor moeten we ook oog hebben

en ons daadwerkelijk inzetten om de kloof in de samenleving te blijven dichten. Een ander onderwerp in

dat kader is het AZC, dat per 1 juli 200S is gesloten Dat wil niet zeggen dat er een goede en voort-

varende oplossing gevonden is voor mensen die op een beslissing wachten op hun aanvrage voor een

verblijfsvergunning of die niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst. Procedures duren en

duren; ze duren veel te lang. Binnen deze kaders moeten we oplossingen vinden voor mensen die om

hulp vragen.

Economie.

Deze raadsperiode is gestart met een economische tegenwind. Ook de inwoners van Helmond

hebben dit gemerkt en velen hebben de broekriem aan moeten trekken. De economische recessie

heeft haar uitwerking gehad in Helmond met op de top een werkeloosheidspercentage van bijna 16%,

terwijl we juist op de goede weg waren om dit percentage terug te brengen tot het landelijk gemid-

delde. Nu het met de economie weer iets beter lijkt te gaan, daalt ook direct het werkeloosheids-

percentage (dat ligt nu rond de 14%). Om dit percentage verder terug te dringen hebben we, in

samenwerking met het bedrijfsleven, een aantal initiatieven genomen. Of de initiatieven toereikend

-6-

10 januari 2006.

zijn, zal nog moeten blijken. In elk geval moeten we continu de vinger aan de pols houden. Tot slot

mag niet onvermeld gelaten worden dat door de inspanningen van het ambtelijk apparaat de regio

Zuidoost-Brabant als economische hot-spot is aangemerkt. De eerste uitwerking is er al met de komst

van DDVS, TNO-automotive en Stork Aerospace naar onze regio. Ook het behoud en de nieuwe

vestiging van Kappa van Dam mogen niet onvermeld blijven. Verder zijn natuurlijk de projecten Direct

Werk en Helmond Actief te noemen, die landelijk door het Kenniscentrum Grotestedenbeleid als best-

practices genoemd zijn en geruime tijd in de toptien hebben gestaan. Desondanks zullen we er

rekening mee moeten houden dat niet iedereen meer in deze zich sterk vernieuwende economie een

baan zal kunnen vinden.

Stedelijke ontwikkelinq.

Helmond is een stad van en voor mensen. Daarvoor doen we het. Het ontwikkelen van nieuwe

wijken zoals Brandevoort en sinds zeer recent Suytkade, maar ook de renovatie van de Binnenstad,

zijn daarbij belangrijke onderwerpen. Zorgen voor een woonomgeving waar de mensen zich thuis

voelen. Bewondering heb ik voor de prestaties die zijn en worden gerealiseerd in met name de

Binnenstad. Eind november is Wijkhuis-Brede School De Fonkel geopend. Aan de Heistraat en in het

Zonnekwartier zijn duidelijk de contouren te zien van de vernieuwende binnenstad. Niet dat het

allemaal zo gemakkelijk gaat, want dat bewijst ook de moeizame uitplaatsing van een aantal bewo-

ners uit de voormalige Sassenbuurt. Ook dat raakt ons werk. Positief was dat bij alle publiciteit veel

buurtbewoners opkwamen voor onze gezamenlijke inspanningen. Als dat gebeurt, dan denk ik dat het

goed is.

Diezelfde positieve reacties hoor ik ook over de plannen voor de herinrichting van het centrum.

Dat proces krijgt nu ook handen en voeten. De fraaie herinrichting van de Ameidestraat en de

VeestraatlOude Aa en de publiekelijke waardering daarvoor bevestigen dat. Vandaag staan de

plannen voor de herinrichting van de Markt bij uw raad op de agenda. We kunnen daarna aan de slag.

Er is veel te doen. Dit voorjaar starten we ook de bouw van de nieuwe bibliotheek op het Speelhuis-

plein. Aan de Kromme Steenweg wordt hard gewerkt aan het gereedkomen medio dit jaar van het

Bavariahouse en het KCH. Zo zijn er nog meer projecten en werkzaamheden te noemen waarbij veel

van u gevraagd wordt, zowel in de harde als in de zachte sector.

Financiën.

In onze gemeente worden sluitende begrotingen opgesteld. Dit is geen eenvoudige zaak omdat

er in de laatste vier jaar ingrijpende bezuinigingen moesten worden doorgevoerd. Maar het meest

belangrijke is wel dat onze speerpunten onverminderd van kracht zijn gebleven én dat voorzieningen

zijn getroffen om ze ten uitvoer te brengen. Ook dit is een prachtig resultaat.

Met de vaststelling van de programmabegroting voor 2006 heeft u toestemming gegeven voor

de uitvoering van de beleidsvoornemens. Het is te hopen dat de economie de komende jaren verder

blijft aantrekken en dat de bijdragen die wij uit het gemeentefonds ontvangen dienovereenkomstig

zullen stijgen. Mocht de groei achterwege blijven, dan is niet uit te sluiten dat er opnieuw pijnlijke

ingrepen gedaan moeten worden.

Laat ik tot slot nog drie onderwerpen bij de kop pakken: de dienstverlening aan de burger, de-

regulering en samenwerking.

Dienstverlening aan burgers is iets waar wij als bestuur op worden aangesproken. In het Bur-

gerjaarverslag dient daar elk jaar weer melding van gemaakt te worden. Dat betekent dat werkproces-

sen geoptimaliseerd, vaak ook verder geautomatiseerd dienen te worden, zodat de burgers tevreden

kunnen zijn. Als klant mag de burger daar ons ook op aanspreken. Dat houdt ons bij de les, zeker als

blijkt dat het, in vergelijking met andere gemeenten, nog steeds beter kan.

Deregulering is een onderwerp dat de nodige aandacht verdient omdat de burgers aangeven

dat de regeldruk veel te hoog is. Hierbij hebben we aansluiting gezocht bij het programma "Andere

Overheid" dat het kabinet-Balkenende heeft gestart. Nieuw beleid veroorzaakt ook weer nieuwe

regels. Tenminste als we daar niet kien op zijn. We moeten ons dan ook telkens de volgende vraag

stellen: Hoe kunnen we het gewenste beleid zo gemakkelijk mogelijk voor burgers en bedrijfsleven

realiseren? Aan de voorkant moeten we in elk geval kritisch zijn met de invoering van nieuwe regels.

Er zijn ook andere beleidsinstrumenten, zoals bijvoorbeeld communicatie of subsidievertrekking,

denkbaar om het gedrag van burgers en instellingen te sturen. Inmiddels is er her en der al wat dor

hout gekapt door de intrekking van 52 overbodige verordeningen. Dit jaar gaan we verder aan de slag

met deregulering.

Het mag duidelijk zijn dat wij onze resultaten niet alleen hebben kunnen realiseren. Wij boeken

alleen resultaat als de samenwerking of wellicht het samenspel tussen college en raad optimaal is.

Bestuur gebaseerd op het fundament van een sterk ambtelijk apparaat, leidt tot de grootste succes-

sen. Resultaten zijn ook geboekt in samenwerking met onze partners in het veld. Ik wil vanaf deze

-7-

10 januari 2006.

plaats dan ook iedereen hartelijk danken die zich heeft ingezet voor het realiseren van onze doelen,

waarmee de welvaart en het welzijn van de inwoners van onze stad verbeterd zijn.

Ik sluit af, maar niet voordat ik nog even stilsta bij een gebeurtenis die ook voor u van enorm

belang is dit voorjaar. Op 7 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen. In Helmond nemen 12 partijen

deel aan de strijd om de gunsten van de kiezer. Ik hoop dat het een faire verkiezingscampagne wordt

en dat we op basis van de verkiezingsuitslag ook in de komende periode de successen kunnen

boeken die we'de afgelopen raadsperiode geboekt hebben.

Nogmaals wens ik u alle goeds, veel succes en een goede gezondheid toe voor 2006.

(Applaus. )

4. Nieuwiaarstoespraak door de waarnemend voorzitter de heer G. Praasterink.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Dames en heren leden van de raad, geacht college, griffier

en belangstellenden op de tribune! Allereerst wens ik u allemaal veel heil en zegen toe in het

komende jaar of, zoals men in mijn jongensjaren zei: een zalig nieuwjaar.

Ieder jaar begint voor mij als nestor van de raad weer met moeilijke beslissingen daar waar het

gaat over mijn antwoord op de speech van de burgemeester. Spreekt de burgemeester namens

zichzelf - en daar is hij goed in! - of mede namens het college? Spreek ik namens alle raadsleden of

spreek ik op persoonlijke titel? Beperk ik mij tot een eenvoudige reactie of mag ik soms ook een eigen

visie geven? Beperk ik mij tot het minimaal benodigde aantal clichés of gebruik iK net zoveel woorden

als de voorzitter van de raad (ik doe dat laatste niet; wees gerust)? Moeten onze speeches al dan niet

publiciteitswaarde hebben, hetgeen vorig jaar kennelijk niet het geval is geweest?

Anders dan een burgemeester, die wordt aangesteld, wordt een waarnemend voorzitter van de

raad gekozen. Allereerst zal hij dit jaar in de raad moeten worden gekozen; en vervolgens kiezen de

raadsleden weer een waarnemend voorzitter. En voorzover ik die ambitie voor die (mogelijk papieren)

functie nog zou hebben, moet ik dus vandaag scherp naar de hier aanwezige kiezers kijken. Immers:

"Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkende woord wekt de toorn

op" (aldus Spreuken).

Kortom het jaar begint voor mij altijd met dilemma's.

Evenals de burgemeester kan ik er niet omheen verder terug te kijken dan alleen het afgelopen

jaar (ik behoef mij daarvoor niet te verdiepen in datgene wat de burgemeester wel of niet namens het

college heeft gezegd), want u weet het: afgelopen jaar was het oogstjaar voor dit college. En dat

betekent dat je terug mag blikken op datgene wat is afgerond of op het punt staat afgerond te worden.

En dan hoop ik dat ik mede namens de raad een aantal zaken aan de orde mag stellen.

Allereerst de veiligheid. Dat is een groot goed. Het is terecht dat de burgemeester daar

verschrikkelijk veel aandacht aan heeft gegeven in zijn betoog. Dat ontslaat mij van de verplichting om

alles te dupliceren.

Waar de voorzitter van de raad spreekt van "partij hoppen", ben ik het met hem hartgrondig

eens dat zulks weinig te maken heeft met de principes die we stellen bij het opstellen van verkiezings-

programma's. Evenmin denk ik dat zulks bijdraagt aan het vertrouwen dat de burger in de integriteit

van raadsleden heeft. Veelmeer zal de gedachte postvatten dat het om gewoon eigenbelang of eigen

importantie gaat. Helaas lijden dan de goeden onder de kwaden mee. Lijden, omdat ook zij door

buitenstaanders als zodanig kunnen worden aangemerkt. Evenmin levert deze versnippering een

bijdrage aan de bestuurbaarheid. En daar waar er - naar het zeggen van de burgemeester - dit jaar 12

partijen meedoen aan de verkiezingen, kun je je evenzeer de vraag stellen in hoeverre dat bij zal

dragen aan die bestuurbaarheid. Immers, compromissen met veel partijen zullen de besluitvaardigheid

niet bevorderen. Aanpassing van de Kieswet - waar ook de burgemeester in zijn betoog voor pleit-

kan noodzakelijk worden daar waar de bestuurbaarheid door versplintering en eigenbelang in gevaar

zou komen. Het verminderen van het aantal raadszetels per inwonertal en derhalve het verhogen van

de kiesdrempel, zou een stap kunnen zijn die landelijke politici in dat kader zouden kunnen nemen. De

huidige drempel maakt voorkeursacties lucratief, waardoor partijen, besturen en leden steeds weer

voor het dilemma komen te staan: veel stemmentrekkers op de lijst maar daardoor wel de kans op

kwaliteitsverlies. Democratie is een groot goed en dat zullen we in stand moeten houden. Maar we

zullen ook landelijk en gemeentelijk kritisch moeten zijn op kwaliteitsbewaking.

Het dualisme had overigens de pretentie de deskundigheid van het bestuur te bevorderen door

dit op een grotere afstand van de raad te zetten. Dat betekent dat fracties los van wethouders - dus

ook van de eigen wethouder - standpunten zouden moeten kunnen bepalen. Waar nodig, zouden ter

verduidelijking collegeleden in de verschillende fracties toelichtingen kunnen geven, maar dan zonder

de besluitvorming binnen die fractie te willen beïnvloeden. Dat betekent overigens ook dat wethouders

-8-

10 januari 2006.

niet noodzakelijkerwijze op een politieke verkiezingslijst hoeven te staan. Dat klemt temeer daar waar

zij uitsluitend als wethouder willen terugkomen, ook al zouden zij als raadslid worden gekozen.

Helmond is de afgelopen periode gezegend geweest met een capabel en daadkrachtig college.

Er is hard gewerkt en veel bereikt. Veel bereikt ondanks bezuinigingsoperaties opgelegd door de

rijksoverheid. In goede harmonie heeft de raad de kaders gesteld waarbinnen het college naar de

bezuinigingen mocht gaan zoeken. Dat daarbij nuanceverschillen tussen partijen speelden, is logisch.

Maar het resultaat was een sluitende begroting en, wat meer is, een sluitende meerjarenbegroting.

Hulde, hulde, hulde! Ook daarnaast - als raadslid sprekende - zijn we in de uitwerking van het

dualisme op de goede weg. De kaderstellende rol alsmede het concreet toezicht houden op gemaakte

afspraken is duidelijk aan het verbeteren. We zijn er nog niet maar (ook de burgemeester doelde

daarop) we komen er wel. Dat heeft best tot meningsverschillen tussen raad en het college geleid.

Maar al vallende en opstaande zijn we op de goede weg. Een nieuwe raad kan op basis van de

opgedane ervaring en vastgestelde raadsbesluiten rustig verder bouwen aan een evenwichtige taak-

en werkverdeling tussen college en raad. Daarbij zal grote aandacht moeten worden gegeven aan het

Duitse spreekwoord dat stelt: In der Beschrankung zeigt sich erst der Meister. In de hoeveelheid

papier - die wij als raadsleden ontvangen - is die Beschrankung niet het sterkste onderdeel van het

college geweest. Zulks gevoegd bij de vele presentaties die als opiniërend werden aangekondigd en

achteraf vaak besluitvormend bleken te zijn. Ook de raad heeft m.L het recht om na te mogen denken.

Dit alles maakt dat de volksvertegenwoordigende rol van de raad - ook de burgemeester sprak

daarover - onder druk komt te staan. -

Goede logo's zijn schaars. We zouden kunnen zeggen: onderzoek alle dingen maar behoud het

goede. En dat is dan ook gebeurd. Mede daardoor vraag ik mij af of er wel zoveel onderzocht moet

worden. Nemen we niet te veel hooi op de vork? Dat geldt voor ons wegennet, waar het soms zoeken

was het afgelopen jaar, maar evenzeer voor nota's en presentaties. De kalenders, niet alleen van

raadsleden maar ook van burgers, zijn al overvol. Besluiten die - om allerlei redenen - snel moeten

worden genomen, blijken in de praktijk niet zo snel te worden uitgevoerd (bijvoorbeeld het kruispunt

Hortsedijk). En dat alles stemt niet altijd tot tevredenheid. Wellicht dat communiceren over voor-

nemens en plannen en de praktische invulling daarvan in een eerdere fase dient plaats te vinden, en

dan niet op basis van presentaties alleen. Wellicht ook dat belanghebbenden aan die discussies

moeten kunnen deelnemen, zodat er onafhankelijker besluitvorming kan plaatsvinden. Ook de

regering is met betrekking tot Afghanistan niet verder willen gaan dan voornemens. En ieder jaar

begint met voornemens. .

Helmond is geen eiland. Helmond ligt in De Peel en in Zuidoost-Brabant. Dat betekent dat we

rekening moeten houden met grotere samenwerkingsverbanden. Maar we zullen moeten waken dat er

te veel macht wegvloeit naar minder democratisch te controleren organen. Moeten voorkomen dat te

veel processen buiten ons om zullen komen te lopen. Niet alleen in Helmond zelf maar evenzeer in dit

soort organen zal deregulering krachtig moeten worden ingevoerd. Huidige besluitvormingsprocessen

kosten te veel tijd en verzwakken mede daardoor onze concurrentiepositie. Dat heeft ook alles te

maken met de werkgelegenheid. Daar waar de raad hiervoor extra middelen ter beschikking heeft

gesteld, zullen we ons voortdurend moeten afvragen hoe die het beste kunnen worden aangewend.

Mijnheer de voorzitter, het is ons goed gegaan het afgelopen jaar. Er is bestuurlijk en ambtelijk

hard gewerkt. Er zijn mooie resultaten bereikt en zichtbaar geworden; u heeft daar uitvoerig aandacht

aan besteed. In dat kader wil ik ook aandacht besteden aan ons jaarverslag en het college compli-

menteren voor de presentatie en samenstelling. Maar, om met Spreuken te besluiten: "Wijzen

bewaren de kennis". Het vervolg van dat vers is zeker zo interessant:

"De bezitting van de rijken is hun sterke stad, het onheil van de behoeftige is hun ar-

moede" (Spreuken 10: 15).

Een sterk college en een sterke stad. Maar niet alleen met zelfgenoegzaamheid terugkijken

naar de zaken die we hebben geregeld. Vanuit die ook Christelijke visie zullen we naar de toekomst

van de stad moeten kijken. Dat vraagt om evenwicht naar de toekomst toe. Immers, ook aan de

armoede zullen we aandacht moeten besteden. Ook de burgemeester doelde daarop toen hij sprak

over de Voedselbank. De armoede begint soms een gezicht te krijgen.

Het zou mij thans te ver gaan om aan het einde van mijn betoog alle partijen veel stemmenwinst

toe te wensen! Maar wel wens ik u college, raadsleden, griffier, ambtelijk apparaat en overige

aanwezigen een gezond en vooral gezegend 2006 toe. En op mijn kist anno 1707 blijft staan: "An

Gottes Segen is alles gelegen". (Applaus.)

De VOORZITTER: Ik dank u, mijnheer Praasterink, voor deze toespraak. Om geen misverstand

te laten bestaan over de vraag of ik heb gesproken namens het college of namens mijzelf (want ik zag

zojuist een aantal collegeleden de wenkbrauwen fronsen), merk ik op dat ik heb gesproken op

-9-

10 januari 2006.

persoonlijke titel. Ik weet zeker dat wanneer ik namens het college zou hebben besproken, een enkele

passage geschrapt zou zijn of wellicht zou zijn toegevoegd. Ik zal daar niet nader op ingaan!

De heer PRAASTERINK (SDOH): Ik ook niet.

5. Vaststellen notulen van de openbare verqaderinq van 10 november 2005.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik wijs op de tekstuele correcties die de heer Wijnen heeft'

aangeleverd, De heer Bethlehem wil naar aanleiding daarvan een toelichting geven.

De heer BETHLEHEM (wethouder): Dat klopt, voorzitter. Ik wil mededelen dat na de vaststelling

van het welzijnsprogramma in de definitieve uitwerking daarvan een paar storende fouten zijn

geslopen in de getallenopstellingen. De totaalbedragen kloppen wel, maar hier en daar staan er in de

opstellingen enkele bedragen die niet kloppen. Op dit moment zijn wij bezig met een goede uitwer-

king. Wij hadden de errata daarvoor snel willen maken, maar dat is wegens ziekte helaas niet gelukt.

Ik hoop nu de errata alsnog zo snel mogelijk te doen toekomen aan de raad, want dan zijn de

storende fouten gecorrigeerd. Weliswaar gaat het daarbij niet om verschrikkelijk grote bedragen, maar"

ik kan mij voorstellen dat het voor sommige instellingen vervelend is wanneer straks de beschikking er

anders uitziet dan wat in de uitwerking van het welzijnsprogramma staat. Wij zullen ervoor zorgen dat

het erratum in ieder geval de volgende week de raad bereikt.

De heer VAN KILSDONK (HH): Voorzitter! Het kan natuurlijk altijd gebeuren dat er een foutje

sluipt in getallenopstellingen. Mijn vraag is nu of de betrokken instellingen daarop kunnen reageren of

er iets mee kunnen doen. Tenslotte hebben wij het welzijnsprogramma al vastgesteld, dus ook wat

daarin heeft gestaan. Krijgen de instellingen nu de juiste getallen te horen en moeten zij het daar

vervolgens in principe mee doen? Hoe moet ik dit zien?

De heer BETHLEHEM (wethouder): De fouten zitten in de uitwerking. Daarin zit het probleem,

niet in datgene wat definitief doorgesproken is.

De heer WIJNEN (SDOH): Voorzitter! Ik kan tegen de heer Van Kilsdonk zeggen dat ik al

tijdens de commissievergadering melding heb gemaakt van de fouten waar de wethouder zojuist op

doelde. Die zouden gecorrigeerd worden, maar door omstandigheden zijn de correcties niet terecht-

gekomen in het definitieve boekwerk. De fouten waren echter wel bekend.

De notulen worden daarop, met inachtneming van de door de heer Wijnen aangeleverde

correcties, zonder stemming vastgesteld.

6. Behandelinq inqekomen stukken en mededelinqen zoals vermeld op de bij de aqenda behorende lijst.

Met betrekking tot de ingekomen stukken en mededelingen wordt zonder stemming besloten

overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld.

Hierna worden eerst afgehandeld de volgende punten van de agenda, waarover door geen der

leden het woord wordt verlangd:

7. Voorstel tot het vaststellen van de wiiziqinqen verordeninq voorzieninqen qehandicapten Helmond

2005 (bijlaqe 7).

8. Voorstel tot het vaststellen van de verordeninq ouderenvervoer Helmond 2006 (bijlaqe 8).

Zonder stemming wordt overeenkomstig deze voorstellen van burgemeester en wethouders be-

sloten.

De leden van de SP-fractie krijgen op hun verzoek aantekening in de notulen, dat zij ten aan-

zien van de onderwerpen van deze voorstellen op 1 november 2005 hebben tegengestemd (behande-

ling van het voorstel tot het vaststellen van wijzigingen ten aanzien van het CW voor WVG-gerechtig-

den en ouderen; bijlage 188).

-10-

10 januari 2006.

9. Voorstel tot het vaststellen van de nota Maatschappelijke opvanq, vrouwenopvanq en verslavinqs-

beleid 2005-2009 (biilaqe 10).

11. Voorstel tot het nemen van een voorbereidinqsbesluit voor het qebied Brandevoort 11 (biilaqe 13).

12. Voorstel tot het vaststellen van de dienstverleninqsovereenkomst MDRE (biilaqe 1 ).

13. Voorstel tot het vaststellen van het verdeelbesluit Stedelijke Vernieuwinq 2006 (biilaqe 2).

Zonder stemming wordt overeenkomstig deze voorstellen van burgemeester en wethouders

besloten.

10. Voorstel voor het beschikbaar stellen van een krediet voor de realisatie van station Brandevoort

(biilaqe 4).

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Mijnheer de voorzitter! In de commissie ruim-

telijk fysiek heeft de PvdA-fractie al gesteld dat de bijdragen van 'rijk en provincie een mooi resultaat

zijn. Het feit dat wij hier vanwege de beeldkwaliteit zoveel extra moeten investeren, blijven wij echter

moeilijk vinden, ook dat er daardoor jaarlijks ¿ 90.000,-- geraamd wordt voor beheerslasten. Dit is een

enorme ongelijkheid met onze andere stations, nog afgezien van het feit dat wij voor een dergelijk

structureel bedrag heel wat meer voor mensen zouden kunnen betekenen, in plaats van voor stenen.

Wij vragen het college dan ook of er al onderhandelingen met Prorail zijn geweest en, zo ja, of die al

iets hebben opgeleverd in de zin van verlaging. Zo niet, dan pleiten wij ervoor dat dit alsnog gebeurt

en dat mogelijk andere stations meegenomen worden in een gelijksoortig onderhoud of beheer, want

ook bij andere stations zullen reizigers op een gelijke wijze moeten worden benaderd.

Mevrouw MEINARDI (GL/D66): Mijnheer de voorzitter! Ik wil graag een opmerking maken naar

aanleiding van de OV-fiets, die in korte tijd een groot succes is geworden en al op vele stations

beschikbaar is. Ik wil vragen of de OV-fiets alvast aangekaart kan worden voor het station Brande-

voort, zodat daarvoor meteen bij de bouw al de nodige voorzieningen worden getroffen.

De heer VERBAKEL (SP): Mijnheer de voorzitter! Ik wil graag onze positie ten aanzien van de

realisatie van het station Brandevoort duidelijk maken. Aan de ene kant zijn wij heel erg voor het

station Brandevoort, want openbaar vervoer vinden wij een prima zaak. Wij willen de realisatie van het

station dan ook niet tegenhouden. Aan de andere kant hebben wij al vaker gezegd (en dat betreft

dezelfde bezwaren als de PvdA-fractie zojuist noemde) dat het de nodigde miljoenen extra kost om te

voldoen aan het exclusieve beeld dat voor Brandevoort gewenst wordt. Daarbij spelen twee proble-

men mee:

1. De vergelijking met andere stations in Helmond, waar bij mijn weten nog nooit een haan naar

gekraaid heeft.

2. Het meer algemene probleem dat wij als gemeente schaarste aan middelen hebben en dat er

bijvoorbeeld op sportverenigingen wordt bezuinigd.

Om deze redenen hebben wij bezwaar tegen het beschikbaar stellen van extra geld voor het

station Brandevoort. Daar zijn wij tegen. Als klap op de vuurpijl komt er nog bij dat door de keuze voor

een exclusief station het beheer duurder wordt, waardoor wij er een jaarlijkse post in de begroting

bovenop krijgen. Dus het werkt nog dubbelop ook.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik merk dat de liefde voor het

openbaar vervoer bij sommige linkse partijen toch maar zeer beperkt is! Daar waar...

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Nee! Ik bestrijd dat ten enenmale, wethouder.

Ons standpunt over het voorstel heeft niets te maken met de liefde voor het openbaar vervoer, dat

weet u donders goed. H~t heeft te maken met de hoge uitgave omdat men aan de beeldkwaliteit in

Brandevoort wil voldoen.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Ik zal u nogmaals uitleggen, mevrouw Witteveen, dat het

niet alleen gaat om de beeldkwaliteit. Het gaat ook om de functionele kwaliteit, maar om dat in te zien,

moet je je eerst verdiepen in het openbaar vervoer. Ik heb u daartoe ook uitgenodigd. Nogmaals: het

gaat nu tevens om een functionele kwaliteitsverbetering, die wij bovendien passend vinden in de

omgeving van Brandevoort. Wij stellen ten behoeve van de beeldkwaliteit ook hoge eisen aan

-11-

10 januari 2006.

projectontwikkelaars en anderen die daar investeren. Dan is het not done om diezelfde beeldkwali-

teitseisen niet op te leggen aan de rijksoverheid wanneer die een station bouwt, dan wel aan de

gemeente zelf wanneer die mede investeert. Wat dit betreft, meen ik dat er sprake moet zijn van

gelijke monniken, gelijke kappen. Bovendien betreft de investering, zoals ik zei, ook functionele

kwaliteit. Wij weten dat het openbaar vervoer aan kwaliteit en aantrekkelijkheid wint wanneer de

opstappunten/knooppunten meer zijn dan een tochtig, lelijk gat. Om deze twee redenen - de

beeldkwaliteit die wij ook aán anderen opleggen plus de functionele comfortverbetering en de

uitstraling die deze met zich meebrengt en waarmee de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer

verbetert - hebben wij voor de voorgestelde optie gekozen.

Voorzitter! Ik wijs erop dat wij de extra investering in de kwaliteit van het station Brandevoort

vooral gesubsidieerd krijgen. Het is een uitdrukkelijke wens van de raad om niet alles alleen met eigen

middelen van de gemeente te doen, maar om vooral op basis van cofinanciering te werken. Welnu,

een belangrijk deel van de extra functies wordt door middel van cofinanciering gerealiseerd. Die

kosten ons dus in feite niets. Het enige dat daarbij behoort, is dat de extra functies extra beheerslas-

ten met zich meebrengen. Daarbij moet men denken aan glazen wassen, onderhoud en reparaties.

Daarvoor heeft Prorail een heel simpele vergelijking gemaakt met de kosten van basisstations en de

ervaringscijfers daarmee. Op basis daarvan is een inschatting gemaakt van de kosten voor het station

Brandevoort. Die kosten hebben wij gepresenteerd. Wanneer die kosten in de loop van de tijd mee

blijken te vallen, dan wordt de post daarvoor omlaag gebracht, blijken ze tegen te vallen, dan zal de

post naar boven bijgesteld moeten worden. Op dit moment zijn wij, op basis van realistische verge-

lijkingen met andere stations, gehouden om extra beheerslasten mee te nemen.

Ik vind het een heel slechte investering in openbaar vervoer om te zeggen: Andere stations zijn

pover, dus moet ook het station Brandevoort maar pover worden uitgevoerd. Daarop was dan ook mijn

uitspraak gebaseerd dat de liefde voor het openbaar vervoer wat mij betreft wel ietsje verder mag

gaan en dat de voorliggende investering wel degelijk gerechtvaardigd is.

Mevrouw Meinardi deed de suggestie om ook de OV-fiets mee te nemen bij het ontwerp voor

het station Brandevoort. Die suggestie wil ik heel serieus ter harte nemen. Ik meen dat het goed is om

daarmee aan de slag te gaan bij het ontwerp van het station. Wij zullen de suggestie van mevrouw

Meinardi meenemen in het projectteam, om te bekijken of wij daar op dit moment al mee uit de voeten

kunnen.

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! Mijn behoefte om in de tweede termijn het woord te

voeren, is vooral ingegeven door de wens om tegen te spreken wat de heer Van Heugten zojuist zei.

Ik ben het niet eens met zijn voorstelling van zaken.

Het is nu eenmaal een werkelijkheid dat wij te maken hebben met een schaarste aan gemeen-

telijke middelen en dat wij daarom verstandig moeten omspringen met die middelen. Volgens het

voorstel worden echter de nodige miljoenen extra gemeenschapsgeld uitgegeven aan het station

Brandevoort. Volgens ons had het best een tandje minder gekund en zou er ook dan een heel

redelijke voorziening kunnen komen.

De redenering van de wethouder is voorts dat wanneer je het luxe maakt, je meer mensen naar

het openbaar vervoer lokt. Bij deze redenering ga je bijna denken dat de wethouder van mening is dat

de stations Brouwhuis en 't Hout geOpgraded moeten worden. Ik meen dat het verband niet zo simpel

is te leggen als de wethouder deed. En ik denk dat met minder geld ook een heel redelijke voorziening

getroffen kan worden in Brandevoort.

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Voorzitter! Uiteraard kan ook ik het niet laten

om te reageren op datgene wat de wethouder in de eerste instantie heeft gezegd. U weet dat de

PvdA-fractie altijd pleit voor openbaar vervoer. De wethouder wil kennelijk in Brandevoort geen

tochtig, lelijk gat, maar 't Hout en Brouwhuis mogen kennelijk wel een tochtig, lelijk gat als station

hebben. Dat is een vergelijking die ik ook gemaakt heb, maar waaraan de wethouder voorbijgaat. Ik

denk dan: Waarom heeft bewoner X meer privileges dan bewoner Y? Ik wil die altijd graag gelijk-

trekken. Nog afgezien daarvan, moet er volgens het voorstel gewoon verschrikkelijk veel geld

geïnvesteerd worden in het station Brandevoort. Dan behoeft de wethouder niet te wijzen op de sub-

sidiëring, want ik begon mijn bijdrage met te zeggen dat ik het een prestatie van formaat vind (ik wil

het nu nog wel wat aandikken ook!) dat er zoveel subsidie is binnengekomen, maar het blijft een grote

uitgave voor onze gemeente.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Voorzitter! Ik ben blij dat destijds de PvdA-gedeputeerde

een andere opstelling had dan mevrouw Witteveen, want de gedeputeerde vond het wel gerechtvaar-

digd om onder andere met provincie- en rijksmiddelen de extra investering in het station Brandevoort

-12-

10 januari 2006.

te doen. Ik benadruk nogmaals dat het daarbij niet gaat om een extra gemeentelijke investering. Het

enige dat de gemeente voor haar rekening moet nemen, zijn de extra beheerslasten, maar daar krijgt

de gemeente ook extra comfort voor terug. Wat mevrouw Witteveen zei, blijf ik dan ook een rare

vergelijking vinden. Zij zei dat wanneer het station Brandevoort zo wordt gerealiseerd als nu voor-

gesteld wordt, dan ook de stations 't Hout en Brouwhuis opgeknapt moeten worden. Als wij vandaag

een nieuw station Brouwhuis zouden bouwen, dan zouden wij daarvoor wellicht dezelfde filosofie

volgen als voor het station Brandevoort en ook daar...

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): U begon toch zelf met die vergelijking? U gaf

aan: Wilt u dan een tochtig, lelijk gat in Brandevoort? Nee. Maar Brouwhuis en 't Hout hebben wel een

tochtig, lelijk gat. Waarom mag dat daar dan wel?

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Ik zeg alleen dat wanneer je vandaag de dag een station

wilt bouwen - want anno 2006 bouwen wij een nieuw station in Brandevoort, dus niet in Brouwhuis en

't Hout - je moet proberen daar een aantrekkelijk station van te maken. De rijksoverheid legt niet meer

neer dan twee betonnen platen met een bushalte erop. Wij proberen daar iets meer van te maken. Dat

is ons wonder boven wonder gelukt. Ik vind het een volstrekt rare gedachte wanneer men zegt: Wij

hebben het ergens anders slecht, dus wij moeten het in Brandevoort ook maar slecht doen. Dat zullen

uw socialistische ideeën wel zijn, maar dat zijn de mijne niet! Wat dit betreft, denk ik dat wij elkaar niet

meer zullen vinden vanavond. Ik ben van mening dat de investering in het station Brandevoort een

goede investering is.

Ik meen dat ik ook de opmerking van de SP-fractie heb weerlegd dat deze investering weg-

gegooid geld is omdat die een luxeproduct betreft. Het is niet alleen een luxeproduct. Nee, het is een

product dat kwaliteit heeft. Kwaliteit kost geld, maar kwaliteit levert ook geld op.

De heer DEN BREEJEN (PvdA): Voorzitter! Ik begrijp dat de wethouder erkent dat de situatie

op de stations Brouwhuis en 't Hout te typeren is als slecht. Dat heb ik hem zojuist horen zeggen, en

daar heeft hij gelijk in. Blijkbaar trekt hij zich die situatie niet aan, want het gaat in het beleid niet alleen

maar om investeren in iets nieuws, het gaat ook om onderhoud en beheer. Dan moeten ook de

andere stations verbeterd worden, maar dat heeft blijkbaar geen prioriteit voor de wethouder.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Mijnheer Den Breejen! Ik heb nooit een vergelijking

gemaakt met de stations Brouwhuis of 't Hout. Dat heeft u zelf gedaan.

De heer DEN BREEJEN (PvdA): Nee.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Ik heb gereageerd op datgene wat mevrouw Witteveen

zei. Daarover heb ik gezegd: Ik kijk nu niet naar hoe de andere stations zijn. Ik heb alleen maar

geconstateerd dat wij vandaag de dag een nieuw station bouwen en ik heb bekeken: Hoe kunnen wij

daar een goed functionerend en aantrekkelijk openbaarvervoerpunt van maken? U bent zelf begonnen

met de vergelijking met andere stations, dus u moet mij geen dingen in de mond leggen, mijnheer Den

Breejen.

De heer DEN BREEJEN (PvdA): (Zonder microfoon.)

De VOORZITTER: Ik vrees dat wij op dit punt niet direct nader tot elkaar zullen komen.

Niettemin zullen wij daarover een besluit moeten nemen.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders beslo-

ten.

14. Voorstel tot deelname aan het initiatief tot realisatie van breedband in Helmond (biilaqe 9).

De heer PRAASTERINK (SDOH): Mijnheer de voorzitter! Tijdens de behandeling van dit punt in

de commissie middelen, ondersteuning en economie heeft de SDOH-fractie zich positief over dit

voorstel uitgesproken, Iaat daar geen misverstand over bestaan. Gezien het belang van het thans

voorliggende voorstel, willen we daar toch nog even een paar kanttekeningen bij plaatsen.

Volgens het voorstel moeten we onderscheid maken tussen bedrijven en particulieren. Anders

gezegd "fiber to the home" en "fiber to the business". De SDOH-fractie is de mening toegedaan dat

daarbij verschillende snelheden gewenst kunnen zijn. Immers, particulieren moeten nog kiezen, en dat

-13-

10 januari 2006.

betekent voor ons gevoel dat hiervoor meer tijd nodig zal zijn dan de geplande twee jaar. Bovendien

zullen de concurrenten reageren met steeds scherpere aanbiedingen, hetgeen de twijfel bij particulie-

ren zal doen toenemen. Overigens zijn wij uitermate gelukkig met het krantenverslag waaruit bleek dat

circa 75% van de aansluitingen in Nuenen het abonnement wil continueren. Dat klinkt uiterst hoopvol

voor Helmond. Er rest nog een vraag, namelijk in hoeverre de zogenaamde triple ook tot substantiële

besparingen voor de consument leidt. Immers, het bellen via de kabel kan volgens onze informatie

uitsluitend met andere op de kabel aangeslotenen. Dat betekent dat het bellen met niet-aangeslote-

nen nog steeds kosten met zich mee zal brengen.

Daarnaast heeft het bedrijfsleven volgens de SDOH-fractie behoefte aan dergelijke snelle ver-

bindingen en kan de aanleg van breedband naar de toekomst toe het vestigingsklimaat voor onze

bedrijventerreinen versterken. Maar dan zal er wel duidelijkheid moeten zijn over prijzen en voorwaar-

den. Immers, ondernemers beslissen op basis van opbrengsten en kosten. Vergelijkbare onderzoeken

in Eindhoven en Veldhoven hebben concrete rekenmodellen opgeleverd, die als voorbeeld zouden

kunnen dienen. Het wiel behoeven wij niet iedere keer opnieuw uit te vinden.

Onderhandelingen met KPN zijn afgebroken, zoals wordt vermeld. Dat neemt overigens niet

weg dat KPN - die immers haar omzet ziet teruglopen - juridische stappen kan nemen, die tot ernstige

vertragingen kunnen leiden. Navraag bij de gemeentes Amsterdam, Deventer of Appingedam zouden

daarin inzicht kunnen verstrekken.

Bij deelname van de gemeente vraagt de SDOH-fractie zich af in hoeverre er te zijner tijd een

openbare aanbestedingsprocedure nodig is met betrekking tot wie in de toekomst mag gaan huren. In

de bijlage wordt gesteld (en ik citeer bladzijde 2):

"BBned heeft aangegeven de volledige actieve laag te willen financieren in ruil voor een

tijdelijke exclusiviteit als operator."

Wij vragen ons af of dat formeel mogelijk is.

De aanleg en het onderhoud worden gefinancierd vanuit eenmalige bijdragen en een maande-

lijks vast recht. Ook providers betalen een fee om hun diensten via het openbare netwerk aan te

bieden aan hun klanten. Er zijn gemeentes die met name deze bijdragen van providers ter beschik-

king stellen voor parkmanagement. We zouden bij de verdere uitwerking van de plannen dit ook graag

als mogelijkheid uitgewerkt willen zien. Immers, naast de positieve werking van verglazing op het

bedrijfsklimaat voor nieuwe en bestaande bedrijven op onze bedrijventerreinen, is een extra financiële

impuls voor parkmanagement een positief sein naar ondernemers. Wij verzoeken het college dringend

hier bij de verdere uitwerking aandacht aan te besteden.

Tot slot. De SDOH-fractie verzoekt het college de verglazing van bedrijventerreinen los te kop-

pelen - desnoods ook bestuurlijk - van de breedbandvoorzieningen voor particulieren. De huidige

koppeling mag in het kader van de werkgelegenheid nooit tot vertragingen voor het bedrijfsleven

leiden.

Met inachtneming van onze opmerkingen gaat de SDOH-fractie uiteraard akkoord met het voor-

liggende voorstel.

De heer BETHLEHEM (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik zal slechts kort reageren op de

zorgen die de heer Praasterink zojuist heeft uitgesproken. Wij hebben het daar in de commissie

uitgebreid over gehad.

Wat betreft de breedbandplannen, is er wel degelijk sprake van een scheiding tussen bedrijven

en particulieren. De discussie hierover loopt al langer. In het verleden hebben wij de koppeling in

principe ook bestuurlijk al losgelaten. Om het maar simpel te zeggen: In principe trok ik het traject voor

de hele stad, en wethouder Houthooft trok, naar aanleiding van een gesprek dat wij met de diverse

ondernemersverenigingen gehad hebben, het aparte traject voor de bedrijventerreinen.

Nogmaals: wat betreft de realisatie van breedband, is in principe de scheiding gemaakt waar de

heer Praasterink over sprak. Wij hebben echter wel - en dat heeft het bedrijfsleven zelf aangegeven -

in de gaten gehouden dat de twee trajecten parallel lopen. Waarom? Omdat, zoals men weet, niet alle

bedrijven in Helmond op de bedrijventerreinen gevestigd zijn, want er zijn ook bedrijven in de stad

gevestigd. En er zijn bedrijven die vestigingen in de stad hebben en daar personeel actief hebben

waar zij graag verbindingen mee willen hebben. Wat dit betreft, is het ook voor het bedrijfsleven heel

interessant om de zekerheid te hebben dat wij het net in de hele stad uitrollen. Bovendien werken

beide business cases op elkaar. Wanneer de bedrijfsterreinen en de stad gelijktijdig aangesloten

kunnen worden op het glasvezelnet, dan heb je een grotere dichtheid - een grotere penetratiegraad,

zoals dat genoemd wordt. Dat levert ook meer geld op. Er zijn overigens al berekeningen gemaakt

terzake en alle bedrijven hebben inmiddels een aanbieding gehad. Kortom, dat is al aan de orde

geweest.

De heer Praasterink heeft zich ook zorgen gemaakt over de aanbestedingsprocedure en het

-14-

10 januari 2006.

opereren van BBned daarin. Wij hebben dit onderdeel zelfs extern juridisch laten toetsen. Niet alleen

wij hadden het idee dat het op de aangegeven manier kan (omdat die manier ook elders toegepast is),

maar ook volgens de externe toetsing kan de aanbestedingsprocedure op die manier. Ik hoop dat ik

hiermee de zorg hierover bij de heer Praasterink heb weggehaald.

Verder pleitte de heer Praasterink ervoor om te bekijken of geld voor een extra impuls in park-

management vrijgemaakt kan worden via de onderhandelingen met de providers over de definitieve

prijs en de aanbiedingen. Dit idee zal ik meenemen. Zoals men zal begrijpen, zitten wij met verschil-

lende partijen aan tafel en zullen alle partijen hun bijdrage leveren om een zo goed mogelijk sluitende

business case te krijgen. De prijs die wij genoemd hebben, is een richtprijs, maar die zal nu definitief

vastgesteld en uitonderhandeld moeten worden. Wij hopen dat de komende maanden te doen.

Kort en goed: er zijn met betrekking tot de realisatie van breedband in Helmond twee trajecten.

Het gaat daarbij om trajecten voor bedrijven en particulieren die parallel lopen. De trajecten lopen op

dit moment nog steeds gelijk op, omdat wij daar voordeel van zien. Wij hopen zo snel mogelijk de

volgende stap te zetten, zodat wij kunnen beginnen met de uitrol.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Voorzitter! Na het voorbehoud dat onze fractie in de commis-

sie heeft gemaakt, kan ik nu zeggen dat de fractie meegaat met het voorstel. .

ten.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders beslo-

15. Voorstel tot het vaststellen van de notitie: "Visie OP de Markt. Herinrichtinq en Waren markt" (biilaqe

11}.

De heer FERWERDA (GL/D66): Mijnheer de voorzitter! Helmond is met de kwaliteitsimpuis voor

het bestaande centrum op de goede weg. De kwaliteitsverbeteringen die gerealiseerd zijn in de

Veestraat, de Oude Aa en de Ameidestraat doen aangenaam aan. Complimenten daarvoor. Met deze

herinrichting heb je het idee dat je voor deze straten de goede formule te pakken hebt, een model

hanteert dat ook voor de komende jaren nog zal staan als een huis. En nu wacht ons de grootste

operatie, de herinrichting van de Markt. Daartoe is op verzoek van het college het rapport "Visie op de

Markt, Herinrichting en Warenmarkt" uitgebracht, dat het antwoord zou moeten zijn op onze vragen

hoe de Markt een aantrekkelijker uitstraling te geven.

Wij constateren, mede op grond van de gemeentelijke reacties op de inspraak en op grond van

in het verleden opgedane eigen ervaringen, dat hier niet alleen een visie wordt gepresenteerd, maar

ook een definitief ontwerp. Wie nog iets aan het plan substantieel veranderen wil, zal van goeden

huize moeten komen, zo is onze stellige overtuiging. En de vraag is of deze bestuurlijke houding het

beste resultaat voor de Markt oplevert. Laat ons duidelijk zijn: wij zijn geen voorstander van het

opnieuw bestuderen van dossiers, maar evenmin zijn wij in deze fase voorstander van dicht-

getimmerde plannen.

We zijn het met elkaar eens dat de huidige inrichting van de Markt niet uitnodigt om er langer

aanwezig te zijn dan strikt noodzakelijk is. Wil je dat dit wel gebeurt, en daar zijn best argumenten

voor aan te voeren, zeker in het licht van de plannen van Busquets, dan moet je maatregelen nemen.

Meer gezellig terraswerk zou de kans op een langer verblijf kunnen bevorderen. Maar dan moet je

vanaf dat terras ook wat te kijken hebben. Wie wat te zien wil hebben, kan zich gezelliger plekken in

de stad op loopafstand van de Markt voorstellen.

De opzet van de warenmarkt zoals gepresenteerd in het rapport, komt bij ons goed over. Wij

zouden voorstander zijn van een dagmarkt voor de non-foodsector, gesitueerd op de Markt zelf. Want

ook in de huidige situatie is de Markt op zaterdag nauwelijks bruikbaar voor andere zaken dan de

zaterdagmarkt.

Maar of de nieuwe opstelling van de Markt nu rechtvaardigt dat alle leibeuken gekapt moeten

worden, daar zetten wij toch wel grote vraagtekens bij. Het college zal ons van de noodzaak van die

kap nog stevig moeten overtuigen vanavond. Het argument dat door het verwijderen van de bomen de

bedrijfspanden beter in het zicht komen, overtuigt ons niet. Als dat al een argument zou zijn, moeten

stante pede alle leibeuken van de Steenweg en Kromme Steenweg gerooid worden. Een eerder

genoemd argument dat door de verwijdering er weer zicht komt op de mooie gevelljes, vinden we een

gotspe. De lelijke of, aardiger gezegd, oninteressante gevels domineren aanmerkelijk meer de Markt

dan de door het college ontwaarde pareltjes. Toon ons aan dat kap meerwaarde heeft en noodzakelijk

is om die meerwaarde voor de Markt te verkrijgen.

De plannen voor de Brink en een podium voor muziekuitvoering - maar het kan natuurlijk ook

iets anders zijn - onderschrijven we, net zoals de mogelijkheid van compartimentering wordt toe-

-15-

10 januari 2006.

gejuicht. We wachten de plannen voor een poortgebouw wel af. Wat ons niet zou aanstaan, is een

zodanige visuele afsluiting dat de Markt figuurlijk wordt dichtgemetseld.

De meeste woorden in de bijlage worden gewijd aan het punt: fietsen op de Markt. Het college

blijft bij zijn standpunt dat fietsen op de Markt uit den boze is. Het college noemt argumenten als: het

sterk veranderende karakter van de Markt, de toename van het aantal evenementen en daardoor de

toename van het aantal bezoekers, een fietsroute in de lengterichting die het lineaire karakter van de

Markt weer zal versterken, veiligheidsproblemen gezien het toenemende aantaloversteekbewegingen

etc. Het college creëert een beeld als zou' de nieuwe inrichting van de Markt ten minste het tien-

voudige aan voetgangersverkeer gaan opleveren. En voetgangers en fietsers, die verdragen elkaar nu

eenmaal slecht, zo is de visie van het college.

Helmond ligt niet geïsoleerd in Nederland. Wij kunnen vele plekken aanwijzen waarin zich in

aanmerkelijk meer gecompliceerde situaties dan een rechte weg van minder dan 900 m, een goede

synergie ontwikkeld heeft tussen voetganger en fietser. Het college doet het voorkomen als zouden er

zich honderden fietsers per dag werpen op de Markt. Wie niets te zoeken heeft in het winkelcentrum,

zo is onze stelling, fietst de Markt niet op, want hij komt niet verder dan de kop van de Markt. Die fietst

toch over de Koninginnewal? Waarover praten we eigenlijk? We praten over mensen die fietsen naar

de stad en zo dicht mogelijk bij de winkels willen komen. Lijkt me niet slecht voor de winkeliers.

Natuurlijk is fietsen op de Markt niet mogelijk bij grote evenementen of als de weekmarkt er gehouden

wordt. En natuurlijk zijn brommers uit den boze. Maar kan de Markt op dinsdagmorgen vijftig fietsende

moeders met kleine kinderen voorop niet aan? Wordt de Markt levensgevaarlijk voor 25 voetgangers

als 10 ouderen op de fiets op donderdagochtend de VW trachten te bereiken? Het college gelooft het

toch zeker zelf niet. Kortom, college, geef de fietser een kans op de Markt en overwin uw scepsis. Om

dit kracht bij te zetten dienen wij de volgende motie in:

"Motie.

Motie voor meer beweging en dynamiek op de Markt.

De Raad van de gemeente Helmond, in vergadering bijeen op 10 januari 2006,

Overwegende dat:

- Helmond het fietsen wil stimuleren om diverse goede redenen

- Het stadscentrum op ideale fietsafstand ligt van alle woonwijken

- Goede fietsvoorzieningen meer bezoekers in de stad brengen

- Uit een handtekeningenactie in 2003 gebleken is dat er groot draagvlak is zowel bij

bezoekers van het centrum als bij belanghebbende ondernemers om fietsers blijvend

een plek op de Markt te geven .

- De gemeente, gesteund door de Raad, bij de prijsvraag voor de Markt in 2003 als een

van de spelregels meegaf een oplossing te bieden voor de fiets op de Markt

- Gezien de gangbare praktijk het fietsen over de Markt erg comfortabel is voor veel

mensen, met name ouderen, mensen met fysieke beperkingen, ouders met kinderen

- De fietsers de omzet aanzienlijk kunnen stimuleren, levendigheid, sociale controle, be-

weging en dynamiek brengen in het straatbeeld op de Markt

- Winkels, horeca en andere zaken hiermee hun voordeel kunnen doen

- De breedte van de Markt voldoende ruimte biedt voor een menging van fietsers en

voetgangers: recent landelijk onderzoek toont dit aan en de praktijk bewijst dit .

- Menging van voetgangers en fietsers geen problemen oplevert als hiermee in het ont-

werp rekening gehouden is

- Fietsen op de Markt tot aan de kop van de Markt wordt toegestaan, behalve tijdens

weekmarkt, kermis en festiviteiten

Besluit:

- Het college opdracht te geven te komen tot een herinrichtingsplan voor de Markt, uit-

gaande van de menging van fietsverkeer en voetgangersverkeer

- Dat een jaar na oplevering en gebruik de ervaringen worden geëvalueerd.

En gaat over tot de orde van de dag."

Deze motie is ondertekend door mevrouw Meinardi en mijzelf.

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! Ik wil de heer Ferwerda een toelichting vragen. Stel dat

men halverwege in de Veestraat moet zijn. Moet ik zijn voorstel zo begrijpen, dat men daar dan tot de

kop van de Markt kan fietsen en dat men vervolgens een stukje moet lopen?

De heer FERWERDA (GL/D66): Yes.

-16-

10 januari 2006.

De heer BOETZKES (PvdA): Mijnheer de voorzitter! De fractie van de PvdA heeft een voor-

behoud gemaakt in de commissie ruimtelijk fysiek met betrekking tot het onderwerp dat nu aan de

orde is. In de notitie "Visie op de Markt, Herinrichting en Warenmarkt" misten wij de problemen en

knelpunten waar deze notitie juist de oplossing voor zou moeten bieden. Hiervan is onder andere het

wel of niet laten plaatsvinden van de weekmarkt en kermis onderdeel. Daarbij hebben wij geconsta-

teerd dát een principiële discussie over deze knelpunten in relatie met het heden niet gevoerd is,

althans ik heb deze nergens kunnen vinden.

De notitie "Visie op de Markt, Herinrichting en Warenmarkt" gaat uit van een besluit van vijf jaar

oud. De vragen hierbij zijn:

- Is de notitie wel actueel?

- Is er niets veranderd in de afgelopen vijf jaar?

- Zo ja, wat dan?

- Wat willen wij met de Markt?

Ik vind dat de Markt als huiskamer van Helmond geëtaleerd moet worden. Daarvoor moeten wij

opnieuw onze focus leggen op de belangen van de Markt voor de stad in het algemeen. Dus: een

actuele discussie over de toekomst van de Markt is op haar plaats, en dat liefst met betrokkenheid van

de burgers, zoals dat bijvoorbeeld bij het Bestuurscentrum Boscotondo ook het geval is geweest.

Geen dichtgetimmerde plannen, zo zei de heer Ferwerda. Dat is de red~n waarom de PvdA-fractie

een motie aan de raad wil voorleggen, om de burgers van Helmond een mogelijkheid te bieden hun

mening te geven over zaken die hun aangaan. Het gaat hier tenslotte over het primaat van de politiek.

Het siert een goed bestuur om de geluiden van de Helmondse burger eerst te horen, voordat het

besluit wellicht te snel genomen gaat worden. Onze motie hierover, die ik bij dezen indien, luidt:

"Motie.

Actualiseren 'Visie op de Markt'.

De Raad van de gemeente Helmond, in vergadering bijeen op 10 januari 2006;

overwegende:

- dat de Raad in 2001 de 'Integrale Structuurvisie Centrum plan Helmond' heeft vast-

gesteld;

- dat deze structuurvisie 5 jaar oud is en inmiddels meer informatie beschikbaar is over

de concrete ontwikkelingen in het centrum;

- dat het College nu aan de Raad verzoekt de 'Visie op de markt, Herinrichting en

Warenmarkt' vast te stellen;

- dat de 3 aandachtspunten in de structuurvisie onvoldoende houvast bieden voor een

juiste probleemstelling;

- dat er de komende jaren nog ingrijpende veranderingen in het centrum rondom de

Markt gaan plaats vinden;

- dat deze veranderingen nog onvoldoende zijn uitgekristalliseerd om een verantwoord

besluit te nemen over de herinrichting van de Markt;

besluit: .

- dat er voor het vaststellen van een visie voor de aanpak van de Markt een hernieuwde

en meer uitgebreide discussie in de Raad plaatsvindt over de probleemstelling waar-

voor de visie op de Markt een oplossing moet bieden;

- dat het onderwerp nu niet in de vergadering van de gemeenteraad van 10 januari

2006 verder wordt besproken;

- dat het college de opdracht krijgt de voorliggende visie aan te passen, waarbij in ieder

geval de volgende elementen worden betrokken:

een uitgewerkt alternatief voor kermis en markt, waarbij aandacht is voor de logis-

tieke problemen en alternatieve tijden;

een gevel plan van de Markt, als aanvulling op de gedeeltelijke handhaving van de

haagbeuken;

een inzicht in de aansluiting van de gekozen oplossingen op het masterplan cen-

trum;

meerdere oplossingen voor de langgerektheid van de Markt;

een visie op de Helmondse profilering van het aanbod op de markt;

het fietsen op de Markt;

dat het onderwerp vervolgens wordt geagendeerd voor een vergadering van de

commissie RF en raad

en gaat over tot de orde van de dag."

-17-

10 januari 2006.

Deze motie is ondertekend door mijzelf.

De VOORZITTER: Ik constateer, mijnheer Boetzkes, dat het tweede punt van het dictum van

uw motie luidt:

"dat het onderwerp nu niet in de vergadering van de gemeenteraad van 10 januari 2006

verder wordt besproken;"

Dit is een ordevoorstel, want hierin vraagt u om het debat nu stop te zetten. Dat zal moeilijk zijn.

De heer VEREIJKEN (HB): Voorzitter! Ik neem aan dat hetgeen de PvdA-fractie nu voorstelt,

ook in de commissie is besproken. De PvdA-fractie vraagt m.L nu in feite: Stel de discussie over het

voorstel maar uit en kom er over een halfjaar nog een keer op terug. Dat is in de commissie toch al

besproken? Het verbaast mij dat de PvdA-fractie deze motie heeft ingediend.

De VOORZITTER: Wij zijn nu nog niet bezig met de standpuntbepaling. Het enige waar ik mee

zit, is dat de motie-Boetzkes tot uitdrukking brengt dat nu gestopt moet worden met het debat over de

Markt. Dat is een ordevoorstel. Het heeft natuurlijk weinig zin om vanavond drie uur te debatteren,

vervolgens de motie aan te nemen en daarna te stoppen met het debat. Dat lijkt mij zinloos. Daarom

vraag ik de heer Boetzkes...

De heer BOETZKES (PvdA): ...om die zin te schrappen. Akkoord, ik schrap de tweede zin uit

het dictum van de door mij ingediende motie.

De VOORZITTER: Dames en heren! Dan stel ik vast dat de motie-Boetzkes gewijzigd is, zodat

het debat vanavond normaal kan plaatsvinden.

De heer KLERKX (HSP): Mijnheer de voorzitter! De motie-Boetzkes vind ik zeer vreemd, gelet

op het feit dat de HSP-fractie tijdens de begrotingsbehandeling aan alle fracties heeft gevraagd om

mee te gaan met het voorstel tot uitstel van de discussie over de Markt. Wij bleven toen echter alleen

staan; ik kreeg zelfs bijna geen antwoord van het college, maar goed. De PvdA-fractie komt nu met

dat verzoek, terwijl wij dat allang gedaan hadden. Ik snap dat niet.

De herinrichting van de Markt is tweemaal opiniërend in de commissie ruimtelijk fysiek aan de

orde geweest, en eenmaal hebben wij dit onderwerp uitvoerig besproken, namelijk op 13 december jl.

Daarna hebben wij een nieuwe visie gekregen. Ik ben van mening dat men toch eens moet letten op

de nauwkeurigheid; ik vind het heel erg dat dat niet gebeurd is (ik zeg het toch!). Eerst kregen wij een

notitie "Visie op de Markt, Herinrichting en Warenmarkt". Vervolgens kregen wij een nieuwe versie van

de notitie, maar de buitenkant en de datum waren precies hetzelfde. De ene versie had een inlegvel,

de andere had geen inlegvel. Verder was de tekst op sommige plaatsen gewijzigd. Ik snap niet dat dit

voorkomt bij zo'n belangrijk stuk. Ik vind dat heel vervelend. Op 2 januari jl. kregen wij een brief over

dit onderwerp en op 6 januari kregen wij daarover nog eens een brief. Ik vind dit een zeer vreemde

gang van zaken, gelet op het feit dat ik tijdens de begrotingsbehandeling te horen had gekregen: De

notitie is zo ver klaar, dat ze tot besluitvorming kan leiden.

Wij hebben wat helderheid gekregen over de vragen die wij in de commissie hadden gesteld

over de notitie. Wij zijn bijvoorbeeld zeer content dat er nu duidelijkheid is over de taxi's. Niettemin zijn

een paar vragen blijven liggen:

- Wij waren akkoord met de marktopstelling, maar wij zitten nog steeds met die vervelende kermis.

Het is voor ons zeer onduidelijk wat daaromtrent de bedoeling is. Er is heel duidelijk gesteld dat er

toch nog plaats is voor een grote attractie op de Markt, en wel bij de Brink. Wij snappen dat niet;

graag een verduidelijking.

- Overigens werd in één van de brieven opeens gesproken over twee Brinken. Ik snap daar niets

van. Wij hadden toch één Brink, de "Dries"? Kennelijk is er opeens één bijgekomen. Dit zijn zo van

die zaken waarvan ik vind dat ze niet moeten kunnen wanneer een notitie rijp is voor besluit-

vorming.

- In de brief van 6 januari jl. zegt het college met betrekking tot de bespreekpunten van de horeca:

Wij blijven op het standpunt staan dat er 3 m ruimte moet zijn tussen terras en gevel, want wij

willen geen onderbreking in de looproutes. Vanavond heb ik geluisterd naar de inspreker, de heer

Senders, die kennelijk hoge nood had! Daarbij zei hij ook: Het punt van de terrassen is voor ons

van levensbelang. Dat snap ik niet. Er zijn in Nederland, op heel aardig pleinen in prachtige steden,

situaties gecreëerd - en met succes; ik denk aan Maastricht - waarin er echt afstand is tussen de

puien en terrassen. Maar goed, laten wij ons daar geen hoofdbrekens over maken. Wel wacht ik

-18-

10 januari 2006.

het antwoord van de wethouder op dit punt af.

- De openingstijd van de weekmarkt is voor ons nog zeer onduidelijk.

- Ook onduidelijk is wat er moet gebeuren met de fietsers op de Markt. Het college stelt voor om na

winkelsluitingstijd fietsers op de Markt toe te laten. Het college geeft daarbij echter niet aan of

daarvoor dan een fietspad aangelegd moet worden, of de fietsers zich kriskras over de markt

kunnen bewegen etc. etc.

Voor ons zijn dit onduidelijke zaken, waarover wij vanavond graag meer duidelijkheid krijgen als

dat kan. .

Conclusie: wij hebben een paar vragen met betrekking tot de notitie, maar over het algemeen

juichen wij toe wat er momenteel gebeurt in het centrum. Wij vinden het alleen jammer dat het invullen

van zo'n grote plek als de Markt, met horten en stoten gebeurt. Ik had liever een gedegen plan voor

mij gehad. Wanneer men zegt dat de notitie een visie behelst die niet open te breken is, dan is dat niet

waar. Er zijn namelijk wel degelijk veranderingen in aangebracht. Tegen de wethouder zeg ik nu:

graag wat meer duidelijkheid over de door mij gestelde vragen.

Mevrouw SPIERINGS-VAN DEURSEN (HB): Mijnheer de voorzitter! Bij vorige gelegenheden,

zelfs nog in de vorige raadsperiode, hebben wij als Helmondse Belangen altijd gepleit voor het

behoud van de markt met de kleine m op de Markt met de grote M. Vandaar dat wij loyaal kunnen zijn

aan de voorliggende visie. Wij mogen absoluut tevreden zijn.

. Ook in de vorige raadsperiode hebben wij als Helmondse Belangen gepleit voor het behoud van

het rondje kermis. Daar wordt nu weer een onderzoek naar gedaan, dus ook daaraan kunnen wij

loyaal zijn.

Maar voorzitter, in de uitwerking van de visie zitten enkele addertjes onder het gras c.q.

straatstenen. Natuurlijk eerst de lei-/haagbeuken. Wij als HB-fractie houden het college aan de

uitspraak die wij kunnen lezen in de raadsbijlage: "dat circa 50 van de huidige 67 haagbeuken

verplaatsbaar en verhandelbaar zijn". Wij weten inmiddels dat er al een kapvergunning is verleend,

maar dat neemt niet weg dat wij het college aan deze uitspraak willen houden. Wij willen graag op de

hoogte gehouden worden omtrent de verhandelbaarheid en verplaatsbaarheid.

Verder merken wij dat ondanks het positieve advies van de Marktadviescommissie, er toch nog

enige wrijving is omtrent de verlengde markttijden. Met name de foodsector heeft ernstige bezwaren

om de hele dag op de weekmarkt aanwezig te moeten zijn. Dit vraagt absoluut maatwerk, want er

zullen marktkooplieden zijn die de oude tijden absoluut willen aanhouden, met als gevolg dat ze

mogelijk gaan afhaken, en dat zou een slechte zaak zijn, zeker in deze tijd, waarin sommige markt-

kooplieden toch al afhaken. Daarom vragen wij het college om met de branche goede afspraken te

maken, maatwerk.

Ook Horeca Nederland kroop nog in de pen. Enkele van onze mensen waren aanwezig bij de

bijeenkomst vorige week donderdag, en wij hebben kennisgenomen van de antwoorden van het

college. Wat onze fractie betreft, stellen de meeste antwoorden ons tevreden, alleen zou bij de

verdere ontwikkeling en uitwerking deze cluster van horecaondernemers moeten aanschuiven bij het

team dat de uitvoering verzorgt. Zeker gehoord de inspraakreactie van de heer Senders omtrent de

discussie over de terrassen, stel ik dat deze zaak goed bekeken moet worden en dat wij als gemeente

moeten proberen om voor de horecabedrijven richting maatwerk te gaan.

- Om af te ronden nog twee zaken:

1. Het mag duidelijk zijn dat bij de uitvoering er voor de ondernemers, maar ook voor de

centrumbezoekers, enige overlast zal ontstaan. De winkel zal open moeten blijven en de omzet zal

zoveel mogelijk intact moeten blijven. Gezien de ervaringen in de Ameidestraat en de Veestraat,

moet dat geen problemen opleveren, alleen is de herinrichting van de Markt in uitvoeringstijd vele

malen langer en dus ook veel complexer. Graag de nodige aandacht hiervoor en voor de afstem-

ming met de ondernemers.

2. Tot slot willen wij nog aandacht vragen voor het reliëf in de bestrating bij de ingang van de

Elzaspassage. In dit reliëf c.q. kunstwerk is het gemeentewapen van Helmond verwerkt. Wij heb-

ben vernomen dat dit reliëf straks zal worden aangebracht in één van de verhoogde brinken.

Hierbij de vraag, c.q. de bevestiging, of dit reliëf inderdaad straks terugkomt.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Mijnheer de voorzitter! Wat de uitslag van dit debat vanavond

ook zal zijn (en waarna er begonnen kan worden aan de herinrichting van de Markt), er zullen altijd

voorstander blijven die zeggen: Het is geweldig wat de raad vanavond besloten heeft. Er zullen echter

ook altijd tegenstanders zijn. Voortschrijdend inzicht zal, ook nadat de raad vanavond een besluit

heeft genomen, straks aantonen dat het toch weer fout is gegaan met de Markt. Zo is dat nu eenmaal.

Ik ga nu in op hetgeen de inspreker, de heer Senders, vanavond zei. Wanneer de regelgeving

-19-

10 januari 2006.

zozeer wordt volgehouden tegenover de wensen van de horecaondernemers op de Markt (die talrijk

zijn), dan heeft de HA-fractie weinig begrip voor die regelgeving. Ik ben van mening dat men hals-

starrig vasthoudt aan de regels voor het onderwerp waar de heer Senders over sprak. Hij is een man

die sprak namens de ondernemers, en hij heeft zicht op de zaak. Het is juist dat wanneer de terras-

stoeien enkele meters van de deuropening af geplaatst moeten worden, de horecabedrijven geen

direct contact meer hebben met het terras. En wanneer de ober buiten de deur komt terwijl er mensen

langslopen, dan zou die weleens omvergelopen kunnen worden. Dat geldt zeker wanneer het een

heel knappe serveerster is die druk in de weer is om de kranten te bedienen! Het college als bestuur

moet aanvoelen dat de terrassen wel degelijk deel uitmaken van het café of het restaurant. De

terrassen behoren zo geplaatst te worden als de heer Senders aangaf, want hij sprak op grond van de

praktijk. Wij moeten terzake niet alles beter willen weten, want de horecaondernemers zijn de mensen

die het aanvoelen en die overal zien hoe het gaat.

Wij zijn van mening dat er na 19.00 uur wel auto's op de Markt geparkeerd mogen worden, want

ook dat is van belang voor de ondernemers. Waarom niet, zou ik zeggen.

Wij zijn er niet voor om de fietsers overdag over de Markt te laten rijden, dat mag men best we-

ten. Als de Veestraat, de Kerkstraat en weet ik veel wat allemaal worden afgesloten voor fietsers, dan

moet het ook niet mogelijk zijn om op de Markt te fietsen. .

Wij als HA-fractie willen wel dat er een poortgebouw komt, of in ieder geval dat er ter hoogte

van 't Speelhuis ergens een breking komt op de lengteas van de Markt (dit heb ik in een eerdere

instantie reeds gezegd, en vandaar ons voorbehoud). Over de leibomen/haagbeuken zijn al vaak

toestanden geweest. Het volgende heb ik al heel vaak gezegd. Wanneer ik nu bij St. Lambert voor de

deur sta en naar de Markt kijk en wanneer ik dan het beeld vergelijk met het beeld dat ik daar 30 jaar

geleden kon zien, dan denk ik bij mezelf: Wat is de Markt verschrikkelijk geruïneerd. Bijvoorbeeld de

ingang van de passage ziet er gewoon niet uit (ga maar kijken ter plaatse). Wanneer de gevels

aangepakt worden, mogen van mij de leibomen weg wanneer die goed verkocht kunnen worden. Er

moet dan echter wel een andere inrichting komen waardoor de Markt fysiek, haaks op de lengterich-

ting, gebroken wordt. De HA-fractie is creatief, dat weet men toch?! Wij denken echt mee.

Wij kunnen discussiëren over de Markt tot sint-juttemis, maar wij moeten er vanavond uitkomen.

Ik herhaal dat er straks een heleboel mensen tevreden zullen zijn, maar dat er ook heel veel mensen

ontevreden zullen zijn. Ik hoop dat wij met ons allen een beslissing nemen die waarborgt dat wij straks

op grond van voortschrijdend inzicht de Markt niet voor de vierde keer moeten gaan vertimmeren voor

heel veel geld, maar dat het nu echt afgelopen is daarmee en dat wij er iets heel moois van maken.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Mijnheer de voorzitter! Wij kunnen er niet omheen: wij moe-

ten nog even praten over de Markt. In de commissie zijn wij er voorstander van geweest om knopen

door te hakken. Wij zullen nu een besluit over de Markt moeten nemen. Immers, er is vier jaar studie

naar verricht, terwijl daaraan voorafgaande het BVR actief is geweest in Helmond. Misschien is de

heer Boetzkes het vergeten, maar onder leiding van mevrouw Bakker zijn wij in de voorafgaande jaren

niet verder gekomen dan wij nu zijn. Daarom meen ik dat men onderhand van de raad mag verwach-

ten dat hij een besluit neemt. En dat mag men zeker van het college van B. en W. verwachten.

Op verzoek van de SDOH-fractie is expliciet in het voorliggende ontwerpbesluit opgenomen dat

de weekmarkt en de kermis in het centrum gehandhaafd blijven. Daar kan men voor zijn en daar kan

men tegen zijn, maar de raad zal zich daar vandaag over uit moeten spreken. Ja zeggen betekent dat

de mogelijkheden van de marktinrichting beperk worden, en dat realiseren we ons. Anderzijds worden

de belangen van ondernemers - zowel middenstand als horeca - ernstig geschaad indien de kermis

en weekmarkt uit het centrum zouden verdwijnen.

Wij hebben van het begin af aan gepleit (mijnheer Van Mullekom) voor een fysieke afsluiting

van de Markt. Wij hadden die afsluiting gaarne ter hoogte van het Ketseganske gehad, maar in de

praktijk zal die aan het einde van de Markt komen. Ons is toegezegd dat hier bij de verdere realisering

van de centrumplannen een poortgebouw komt. Maar dan willen we wel massa. Het ware schoon als

het oude poortgebouw dat destijds bij de voetbrug stond, daar terug zou komen. Maar ook een

uitgebreide Arc de Triomphe, met daarop de namen van gekozen Helmonders, zou wellicht bij kunnen

dragen aan verlevendiging van de Markt! Daar gaat het per saldo om, om levendigheid op de Markt.

Of dat op deze wijze lukt, weet ik niet; de toekomst zal het uitwijzen. Maar de SDOH-fractie wenst in

elk geval de beslissing niet over de verkiezingen heen te tillen. We zullen nu knopen (of bomen)

moeten doorhakken.

Te elfder ure bereikte ons een uitnodiging van Horeca Nederland, die de belangen van de hore-

caondernemers op de Markt behartigt. De problemen zoals die werden gesignaleerd, hebben wij nog

dezelfde avond met de verantwoordelijke portefeuillehouder doorgesproken. De volgende morgen is

zij zo attent geweest niet alleen ons, maar de hele raad antwoord te geven. De antwoorden hadden

-20-

10 januari 2006.

mede betrekking op de terrasvorming zoals die was aangegeven. Ik concludeer dat ze niet erg positief

waren voor de horecaondernemers, maar daar kan ik inkomen, omdat het kiezen van een ander

stramien voor de Markt dan voor de Veestraat, wellicht tot precedentwerking zou leiden, hetgeen wij

niet willen voor de Veestraat en de Ameidestraat. Wat thans goed is, moet zo blijven.

Voorzover we in de korte periode die ons ten dienste stond konden nagaan, is de communicatie

tussen de horecaondernemers en de gemeente niet altijd vlekkeloos verlopen. Dat kan te maken

hebben met de vele wisselingen die hebben plaatsgevonden binnen de horecasector, maar evenzeer

met de wijze waarop de gemeente zich heeft gepresenteerd. Ik wens daar verder geen oordeel over

uit te spreken. Anderzijds heeft ook Horeca Nederland de zaak lang op haar beloop gelaten. Kortom,

er zijn nog wat onduidelijkheden ten aanzien van de uitvoering en de uitwerkingen. We willen een

toezegging dat de gemeente in goed overleg de rimpels en plooien die er nu nog zijn, glad gaat

strijken met de ondernemers, met name de horecaondernemers.

Een fietspad - dit is tevens ons antwoord op de motie die is ingediend door de fractie van

GUD66 - over de Markt lijkt ons, zoals we al in de commissie hebben vastgesteld, minder gewenst.

Dat kan aanleiding geven tot ongelukken, vooral met kleinere kinderen. Wel hebben we gepleit - en

hiermee sluit ik mij aan bij een opmerking van de heer Van Mullekom - voor parkeren van auto's na de

winkelsluitingen op een deel van de Markt. Ook dat zou de Markt kunnen verlevendigen. We herhalen

ons verzoek om in de uitwerking royaal aandacht te besteden aan de parkeerfaciliteiten.

Wij verzochten om taxi's de mogelijkheid te bieden op de Markt passagiers te brengen en te

halen. Die wens is gehonoreerd. -

In het ontwerpbesluit staat dat er sprake is van een voorlopig ontwerp. Dat geeft ondernemers,

maar tevens de gemeente, de mogelijkheid om na een jaar een evaluatie te plegen en op basis

daarvan wellicht tot aanpassingen te komen. Dit onderdeel van de motie-Ferwerda kunnen wij dus

onderschrijven. Ook hierover wel gaarne een toezegging.

De heer KLERKX (HSP): Voorzitter! De heer Praasterink wil vanavond knopen doorhakken met

betrekking tot de Markt. Daarbij zei hij tegen de wethouder: Ga de zaak in goed overleg met Horeca

Nederland oplossen. Wil de heer Praasterink nu zelf knopen doorhakken, of Iaat hij dat weer aan het

college over?

De heer PRAASTERINK (SDOH): Ik heb gesproken over het gladstrijken van de rimpels en

plooien die er nog zijn. De hoofd plooi is het punt van de terrassen, zij het dat ik dat geen plooi meer

vind, want daarover is een duidelijk standpunt. Echter, de aanmerkingen die de horecaondernemers

hadden, bieden wellicht nog mogelijkheden of aanleiding voor redelijke wijzigingen.

De heer KLERKX (HSP): Hoe denkt u over de afstand van 3 m tussen de gevels en de terras-

sen? Wat is uw standpunt daarover?

De heer PRAASTERINK (SDOH): Die afstand blijft.

De heer VERBAKEL (SP): Mijnheer de voorzitter! Ik heb het idee dat het een ingewikkelde puz-

zel gaat worden! Aan alle problemen wil ik er nog vijf toevoegen, althans vijf punten:

1. Vorige week is er een soort spoedoverleg geweest met de horecaondernemers. Wat mij in dat

overleg het meeste is opgevallen en wat mij daarvan het meeste is bijgebleven, is dat er eigenlijk

geen serieus overleg is gevoerd. Dat vond ik heel verbazingwekkend. Het gaat er mij niet om dat

de gemeente vooraf met iedereen overeenstemming heeft en dat men het met elkaar eens moet

zijn, maar wat mij heeft verbaasd, is dat men niet gewoon om de tafel heeft gezeten met de hore-

caondernemers. Dit om praktische zaken - want het gaat volgens mij om heel veel praktische

zaken - door te spreken. Los van de vraag of men het wel of niet met elkaar eens is/wordt, het

gaat erom dat de praktische zaken gewoon doorgesproken worden. Het heeft mij heel erg ver-

baasd dat dat niet is gebeurd met de horecabedrijven.

2. Mijn tweede opmerking betreft het probleem dat op de Markt speelt rond de horeca, namelijk de

afstand tussen de terrasjes en de gevels. Ik ben geen deskundige, maar stel wel vast dat de ho-

recabedrijven hun argumenten hebben om te zeggen: Datgene wat de gemeente wil, namelijk 3 m

afstand tussen de terrassen en de gevels, gaat niet werken. Het compromisvoorstel dat de horeca-

bedrijven hebben gedaan, is: een rij stoelen langs de gevels en op afstand daarvan een terrasje.

Uit de reactie van de wethouder heb ik begrepen dat zij vasthoudt aan de richtlijn dat er 3 m af-

stand moet zijn tussen de gevels en de terrassen en dat dat opgelegd moet worden. Daar hebben

wij toch wel een probleem mee. Nogmaals, ik kan niet overzien wie er gelijk heeft op dit punt, maar

als de raad dit gaat opleggen en besluit om daarvoor voorzieningen te laten aanbrengen (bestra-

-21-

10 januari 2006.

ting en weet ik wat), dan is het mogelijk - wie zal het zeggen? - dat over een jaar of anderhalf jaar

blijkt dat de horecabedrijven toch gelijk hebben met hun bezwaren. Dat is voor ons een probleem,

een dilemma. Is het wijsheid om de afstand tussen de gevels en de terrassen nu vast te leggen? Ik

krijg hierop graag een reactie van de wethouder. Natuurlijk spelen er allerlei belangen, maar ik wijs

erop dat de horecaondernemers ook ervaringsdeskundigen zijn. Ik ben dan ook geneigd om hun

bezwaren op z'n minst serieus te nemen

3. De bomen. Moeten ze weg of moeten ze niet weg? Daar horen wij heel wisselende verhalen over,

want de één zegt: "Doe ze maar weg", terwijl de ander stelt: "Doe dat maar niet". Ook van de

(horeca)ondernemers aan de Markt horen wij die wisselende verhalen. Het is mogelijk om een

redenering op te bouwen - en in de notitie gebeurt dat ook - die leidt tot het standpunt dat de

bomen verwijderd moeten worden. Het is echter ook mogelijk om een redenering op te bouwen die

tot een geheel andere conclusie leidt. Onze conclusie is: voor ons hoeven ze niet weg. Op die

manier hebben wij de knoop doorgehakt.

4. Voorgesteld is om de openingstijd van de weekmarkt te verlengen van 13.30 uur tot 17.00 uur.

Afgelopen zondagavond heb ik een e-mailije gekregen van de Marktadviescommissie, waarin

aangegeven wordt dat er een enquête is gehouden onder de marktkooplieden. Ik maak daaruit op

dat de overgrote meerderheid van de marktkooplieden de verlenging van de openingstijd afwijst.

Een kleine minderheid is voor verlenging, maar dan hooguit tot 14.00 uur. Het aantal kooplieden

dat zegt dat de markt tot 17.00 uur open kan blijven, is op de vingers van één hand te tellen. In de

notitie staat hierover: Voor dit voorstel is draagvlak nodig onder de kooplieden, want anders heeft

het geen zin om de maatregel te nemen. Mijn vraag aan de wethouder is nu of ik, gezien de uitslag

van de enquête, de conclusie mag trekken dat er kennelijk geen draagvlak is voor de verlenging

van de openingstijd en dat de verlenging daarom niet doorgaat. Mag ik dit zo zien, of vergis ik mij

nu?

5. Het fietsen op de Markt. Dit is voor ons geen dramatische principekwestie, maar wij denken dat

wanneer je van de Markt een wandelgebied wilt maken, het niet handig is om fietsen daar toe te

staan.

Tot slot onze reactie op de motie-Boetzkes. Het belangrijkste onderdeel daarvan is dat de

PvdA-fractie de warenmarkt en de kermis van de Markt en misschien zelfs uit het centrum wil hebben.

Zo begrijp ik de motie tenminste.

De heer BOETZKES (PvdA): Dat is absoluut niet waar. Het gaat ons puur om een discussie, om

consensus binnen de raad te krijgen over de vraag of de weekmarkt of de kermis wel of niet op de

Markt moet plaatsvinden. Verder gaat het ons om helemaal niks.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Maar dit punt staat wel in het ontwerpbesluit. Wij hebben dit

expliciet in het ontwerpbesluit laten opnemen, en daartoe beslissen wij vanavond.

De heer VERBAKEL (SP): Het voorstel van de PvdA-fractie begrijp ik als volgt: er moet een

hele discussie plaatsvinden over de kermis en de warenmarkt, maar in de ogen van de PvdA-fractie is

het heel goed mogelijk dat de conclusie daaruit wordt dat de situatie blijft zoals die is.

De heer BOETZKES (PvdA): Ja.

De heer KLAUS (SP): Dan hoef je er geen motie over in te dienen.

De heer VERBAKEL (SP): Inderdaad. Ik vind dat een beetje ingewikkeld, maar wij zijn van me-

ning dat de kermis en de weekmarkt moeten plaatsvinden op de plek waar ze nu plaatsvinden. Op dit

punt zijn wij het eens met de notitie.

De heer RIETER (HH): Mijnheer de voorzitter! Het moet mij van het hart dat deze vergadering

wel een commissievergadering lijkt, niet zozeer omdat de commissievergadering overgedaan wordt,

als wel omdat er nog een heleboel vragen bij de verschillende fracties leven. Overigens was onze

fractie helaas niet vertegenwoordigd in de vergadering van de commissie ruimtelijk fysiek, dus voor

ons had dit bij wijze van spreken een commissievergadering kunnen zijn, ware het niet dat ik mijn

bijdrage heel kort kan houden.

De situatie op de Markt is in het algemeen omkeerbaar. Dit wil niet zeggen dat ik blij ben wan-

neer wij over tien jaar weer een discussie zouden hebben over het opnieuw veranderen van de Markt.

Wel merk ik op dat het daar gaat om een situatie die bij voortschrijdend inzicht de mogelijkheid biedt

om op termijn dingen aan te passen, bij te sturen of wat dies meer zij. Het is overigens nadrukkelijk

-22-

10 januari 2006.

geen suggestie onzerzijds om dat te doen.

Ik wil inhaken op het voorbeeld Maastricht dat de heer Klerkx noemde, het Vrijthof. Als ik naar

Maastricht ga (ik kom daar regelmatig) dan ga ik altijd naar In den Ouden Vogelstruys, het oudste café

van Nederland volgens mij. Daar zit het terras toch echt aan het café vast. Volgens mij geldt dat voor

alle cafés aan het Vrijthof.

De heer KLERKX (HSP): Niet overal, mijnheer Rieter.

De heer RIETER (HH): Maar het is wel een typerend iets voor de cafés en de identiteit daarvan.

Voorzitter! Dan kom ik nu toe aan de reden waarom ik mijn bijdrage over de notitie kort wil hou-

den. Als je door de stad loopt en daarover spreekt met mensen in het algemeen en met ondernemers,

dan blijkt - en dat vind ik het aardige - dat er in principe een brede consensus bestaat. Die wordt met

name gedragen door een aantal jaren van overleg. Er werd bij wijze van spreken tegen mij gezegd:

Mijnheer Rieter, hopelijk gaat u niet dwarsliggen, want er ligt een leuk verhaal over de Markt. Dat was

ik ook helemaal niet van plan.

Wel moet mij wat van het hart naar aanleiding van het horecaoverleg dat vorige week plotseling

heeft plaatsgevonden. Helaas was ik ook daarvoor verhinderd, maar gelukkig hebben wij over dat

overleg een brief gehad van de wethouder (ik ben trouwens benieuwd wat vanavond de reactie van de

wethouder is; tenslotte hebben wij niet voor niets de inspraak van de heer Senders gehad). Ik zet in

die zin een vraa"gteken bij de brief van de wethouder, dat daarin, in ieder geval voor wat betreft het

horecaverhaal, niet het consensusgevoel aanwezig is dat ik had en dat de mensen in de stad hadden.

Hierbij had ik het kunnen laten, als de heer Ferwerda mij niet op het idee had gebracht (en dat

vond ik wel een aardig idee) dat de voorliggende notitie geen dichtgetimmerd plan is en dat er op

termijn links en rechts misschien nog wat aangepast mag en kan worden. Daarom wil ik nu nog een

paar opmerkingen maken en suggesties doen:

- De eerste suggestie betreft het verhaal van de bomen (onze fractie heeft daarover al een brief

geschreven). Zoals u, voorzitter, in uw bestuurlijke rol van burgemeester vaak in een spagaat bezit,

zit ook ik nu in een spagaat vanuit mijn persoonlijke positie en vanwege de cultuurhistorische

aspecten, die ook zijn opgenomen in de visie van Helder Helmond. Wanneer de huidige bomen

verwijderd worden, dan worden daarmee - en de heer Ferwerda sprak in verband daarmee helaas

van een gotspe - de oude gevels weer zichtbaar. Ik vind dat een aanwinst, en in die zin zit ik in

een spagaat voor wat betreft het wegvallen van de bomen aan de oostzijde van de Markt. Over het

algemeen staan daar juist heel fraaie gevels. De vraag is voorts in hoeverre er daarbij sprake is

van kapitaalvernietiging. Het college stelt dat er op de Markt 50 verplaatstbare bomen staan die te

gelde gemaakt kunnen worden. Het is alleen de vraag hoeveel ze waard zijn. Zijn ze inderdaad

¿ 10.000,-- per boom waard? Zo ja, dan heb je een aardig bedrag waarmee de investering goed-

gemaakt kan worden, althans terugverdiend kan worden, en er geld overgehouden kan worden

voor allerlei activiteiten.

- De HH-fractie had gevraagd om een proefopstelling voor de weekmarkt. Wij hadden die aardig

gevonden, want dan hadden wij kunnen zien hoe de markt eruit zou kunnen zien. Weliswaar heb-

ben wij een stuk gekregen met beelden die aangeven hoe de markt eruit kan zien, maar in het echt

ziet het er natuurlijk wel aardig uit. Overigens heeft dit onderwerp gisteren een vraag opgeleverd in

onze fractie betreffende de brede boulevard die in het midden ontstaat: Komen daar aanhang-

wagens te staan, of blijft die vrij? Dit is natuurlijk wezenlijk; dit is meer een vraag om aandacht

daarvoor.

- Ten aanzien van de openingstijden van de markt refereer ik aan hetgeen de heer Verbakei

daarover heeft gezegd. Overigens hebben wij het idee dat niet alle betrokkenen geïnterviewd zijn

ten behoeve van de enquête waarover hij sprak. Wij vragen ons af of bijvoorbeeld niet de onder-

nemers geïnterviewd hadden moeten worden, om na te gaan of zij wel of niet blij zijn met ver-

lenging van de openingstijd van de zaterdagmarkt.

- Vervolgens nog een pleidooi voor iets dat wij van veel ondernemers gehoord hebben. Dat is dat

het fijn zou zijn dat wanneer de markt om 13.30 uur is afgelopen, het gebied schoongemaakt is

rond 14.00-14.30 uur. Dan is er in ieder geval vanaf dat tijdstip een schone Markt.

Tot slot ga ik in op de motie-Boetzkes. Zoals men weet, ben ik een fervent voorstander van

discussie in deze raad. Echter, wij stellen vast dat er over de Markt al heel veel gepraat is en dat

daarvoor een redelijk goed plan ligt. Aansluitend op hetgeen de heer Ferwerda gezegd heeft, zeggen

wij tegen het college: Als er nog wat dingen bijgesteld kunnen worden, ga dan uw gang. Voor het

overige wachten wij de antwoorden op de diverse vragen af.

-23-

10 januari 2006.

De heer FRANSEN (WD): Mijnheer de voorzitter! De WD-fractie heeft in de commissie een

duidelijk standpunt ingenomen over de notitie. Wij hebben daar een positief advies uitgebracht over de

visie. Daar willen wij vandaag niet aan tornen. Wij vinden het ontzettend belangrijk dat de kwaliteits-

impuis gewoon doorgang vindt in het centrum. De heer Ferwerda begon zojuist zijn betoog ontzettend

goed door te zeggen dat wij op de goede weg zijn in het centrum. Wij hebben nu de herinrichting van

de Ameidestraat en de Veestraat achter de rug, evenals de herinrichting van de Oude Aa. Tot nu toe

zijn eigenlijk vriend en vijand tevreden, content en trots vanwege hetgeen aaar gebeurd is.

Wat is er op de Markt anders? De Markt is in zoverre anders, dat daar op dit moment andere

functies zijn, met name de warenmarkt en de kermis. Dat zijn volgens mij de twee belangrijkste andere

functies, die daar ook moeten blijven. Wij hebben namelijk volstrekt geen behoefte aan een nieuwe

discussie, zoals de PvdA-fractie heeft voorgesteld, over de locatie van de warenmarkt en de kermis.

Wat ons betreft, horen die op de Markt. Uit de voorbereiding van de plannen die er tot nu toe zijn, blijkt

dat beide een plek kunnen krijgen op de Markt, zij het dat er hier en daar natuurlijk wel wat aangepast

moet worden. Dat geldt vooral voor de kermis, zodat wij misschien weer een rondje kermis krijgen.

Overigens gaat het daarbij o.i. een beetje om dingen in de marge. De hoofdzaak is dat de kermis en

de warenmarkt o.i. hun plek op de Markt moeten behouden.

Vervolgens de vraag of er nu sprake is van een dichtgetimmerd plan voor de Markt. Ik ben van

mening dat er nu voor de Markt een plan ligt dat net zo dichtgetimmerd of niet dichtgetimmerd is als

de plannen die er hebben gelegen voor de Ameidestraat en de Veestraat. Tijdens het proces van

uitvoering in deze straten is er nog heel wat gesproken en gedaan. Dat weten wij niet allemaal en dat

behoeven wij ook niet allemaal te weten, belangrijk is dat het heeft geleid tot resultaat.

Zeer belangrijke inrichtingsprincipes zijn de looproutes en de verblijfskwaliteit in het centrum.

Gelet op de voorbeelden die wij hebben, meen ik dat de daarvoor gevolgde handelswijze goed werkt

en dat de mensen daar tevreden over zijn. Wij zullen moeten accepteren dat wij het niet iedereen voor

honderd procent naar de zin kunnen maken. Ik meen wel dat wij de hoofdlijn kunnen vaststellen

waarmee bereikt wordt dat op de Markt dezelfde principes worden toegepast als toegepast zijn bij de

voorgaande impulsen.

In de commissie hebben wij over het toestaan van fietsen op de Markt gezegd: Daar zijn wij

eigenlijk helemaal niet zo op tegen, als dat mogelijk is. Wij hebben echter ook gezegd dat wij de

argumenten van het college om het fietsen op de Markt niet toe te staan, onderkennen en valide

achten. Nu is een motie ingediend over dit onderwerp. Wij moeten nu eerst maar horen wat de

wethouder daarvan vindt.

Verder ben ook ik van mening, net als de heer Praasterink, dat wij als raad vanavond de knoop

moeten doorhakken met betrekking tot de visie op de Markt. Wat mij betreft, moet de impuls voor het

centrum gewoon doorgaan. Wanneer wij nu een stop zouden krijgen in de voortgang van de activitei-

ten, dan zou ik niet weten wie wij daarmee een dienst bewijzen. Volgens mij niemand.

De heer VAN WETERING (CDA): Mijnheer de voorzitter! Afgelopen zondagmiddag ben ik,

samen met mijn vrouw, speciaal met het oog op dit agendapunt eens gaan wandelen op de Markt.

Allereerst konden wij onze auto nog net op één van de parkeerplaatsen kwijt op het Ameideplein.

Omdat ik van elk pand aan de Markt een foto wilde maken, hebben we een halfuur over een rondje

Markt gedaan. Het was enkele graden boven nul en de zon scheen. Ook was het relatief rustig op de

Markt. Dat wil zeggen: in totaal kwamen we een 15-tal mensen tegen, waarvan 2 fietsers en 3

bromfietsers die met gezwinde spoed de Veestraat inreden. Eén van de wandelaars was vergezeld

van een aangelijnde hond. Ter hoogte van het Chinees restaurant stond 1 auto geparkeerd op de

Markt en afgaande op mijn neus, was de kok bezig met het bereiden van gerechten. Ter hoogte van 't

Cabaret kwam muziek ons tegemoet. Kortom, een gewone zondagmiddag op de Helmondse Markt.

Gek eigenlijk dat in deze tijd van het jaar geen ijsbaan is te vinden op de Markt waar de jeugd kan

schaatsen. Gemert, Deurne en Eindhoven hebben wat dat betreft toch wel meer te bieden.

Terug naar de Helmondse Markt. Omdat in beide rijen haagbeuken vrijwel geen bladeren meer

te bekennen waren, is mij via een redelijk zicht op de gevels duidelijk geworden waarom twintig jaar

geleden is beslist om de gevels aan de Markt enigszins te camoufleren met leibomen. Kwaliteits-

impuis! Om een dynamischer Markt te bevorderen, is een nieuwe kwaliteitsimpuis echter zeker op zijn

plaats. Een betere regulering en handhaving van verkeer op de Markt lijken ook op hun plaats te zijn.

De CDA-fractie staat in grote lijnen achter het voorlopig ontwerp van de Markt waarbij meer

compartimentering van de Markt wordt gerealiseerd en waarbij een meer uitgesproken zuidelijke

begrenzing (de Brink) en noordelijke begrenzing (een poortgebouw) worden bereikt. Meer mogelijk-

heden voor terrassen op de Markt ondersteunen wij. Niettemin plaatsen we een viertal kantteke-

ningen:

1. De CDA-fractie vindt dat het college het niet toestaan van terrasjes tegen de gevels van horeca-

-24-

10 januari 2006.

zaken aan de Markt zou moeten heroverwegen. (Overigens was ons niets bekend van een

spoedoverleg met de horeca.) In de commissie ruimtelijk fysiek werd duidelijk dat sommige hore-

caondernemers graag een rijtje met tafels en stoelen tegen de gevel willen. Zij verwachten dat dit

gedurende de zomer makkelijker klanten aantrekt.

2. Voor de CDA-fractie zijn initiatieven om te komen tot fietsen op de Markt bespreekbaar mits de

veiligheid van de voetgangers niet in het geding komt.

3. De CDA-fractie is er verder voórstander van dat het noordelijk compartiment van de Markt

(namelijk vanaf de Wolkenjagerbririk tot richting het poortgebouw) aan de oostelijke zijde ingericht

zou kunnen worden met parkeerplaatsen voor auto's. Wij constateren nu (ook persoonlijk con-

stateerde ik dat) dat er al een behoefte is aan parkeerplaatsen en dat, totdat een extra parkeer-

garage is gerealiseerd conform deelplan 1 van het Masterplan Centrum, de behoefte aan extra

parkeerplaatsen wellicht nog groter zal worden.

4. De CDA-fractie is voorstander van het beter zichtbaar maken van mooie gevels. Wel vragen we

ons af hoeveel en welke gevels daarvoor in aanmerking komen en hoeveel jaren restaureerwerk

aan diverse gevels Helmond tegemoet kan zien. Ook wil ik hier niet onvermeld laten dat een enkel

fractielid het verwijderen van de twee rijen haagbeuken betreurt.

Verder hebben we een aantal aanvullende vragen over de op 2 januari van dit jaar door de wet-

houder verzonden extra achtergrondinformatie over de situering van de warenmarkt en kermis.

Overigens dank voor deze extra informatie. Het collegebesluit van 6 maart 2002 om de zaterdagse

weekmarkten tijdens de kermis te schrappen is - als we het goed begrepen hebben - opgeschort om .

twee redenen, namelijk het onderzoek naar alternatieve locaties was niet afgewacht en de belangen

van de marktondernemers waren niet voldoende afgewogen. In 2003 zijn vijf locaties weliswaar

bekeken maar niet verder bestudeerd wegens onvoldoende draagvlak. We nemen aan dat het hier

gaat om onvoldoende draagvlak bij de marktondernemers. Graag een reactie hierop van het college.

De grote vraag is natuurlijk of de initiële aanleiding om de zaterdagse weekmarkten te schrap-

pen tijdens de kermis, is weggenomen. In de vergadering van de commissie ABA van 28 januari 2002

heeft het toenmalige college melding gemaakt van het feit dat de aanrijtijden van brandweer en

ambulance niet meer pasten binnen de normtijden; het probleem werd veroorzaakt door verplaatsing

van de zaterdagse weekmarkt naar de Kanaaldijk Noordoost en een gedeelte van de haaks daarop

staande Torenstraat tijdens de kermis. Graag een reactie van het college of het probleem uit 2002 met

aan rijtijden van brandweer en ambulance op zaterdagen tijdens de kermis is opgelost, nog in

onderzoek is of nog onderzocht moet gaan worden.

Ten slotte een vraag over het draagvlak bij de marktondernemers voor de plannen van de kwa-

liteitsimpuls. Uit de ingekomen brief nummer 18 - die voor vanavond bij de ingekomen stukken

geagendeerd is - blijkt dat ongeveer een SO-tal ambulante handelaren de bij de kwaliteitsimpuis

beoqgde nieuwe opstelling en indeling van de weekmarkt niet zo ziet zitten. Wij hebben hier enige

zorg over. Graag zouden we van de wethouder het antwoord krijgen op de vraag of voldoende

draagvlak bij de marktondernemers aanwezig wordt geacht voor de beoogde kwaliteitsimpuis, opdat

het besluit dat we vanavond gaan nemen later ook daadwerkelijk stand blijft houden.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik ben verbaasd over de hoeveelheid vragen die u heeft

gesteld met betrekking tot het voorstel. In het begin heb ik geprobeerd ze bij te houden...

De heer BOETZKES (PvdA): Dat is ook de reden waarom wij onze motie hebben ingediend!

De VOORZITTER: Ik vraag mij af wat dan de functie is van de commissievergadering. Maar

goed, Iaat mij niet hardop denken. Het woord is aan de wethouder, mevrouw Houthooft.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Het aantal vragen dat

vanavond is gesteld over de notitie, is inderdaad behoorlijk groot. Gelet daarop, kunnen wij ervan

uitgaan dat het belang van de Markt voor iedereen speelt. Dat geldt niet alleen in de raad, maar

natuurlijk ook bij de bevolking van Helmond. Wij zijn niet voor niets al lang bezig met de Markt en wij

zijn niet voor niets allang bezig met de kwaliteitsimpuis voor het centrum.

De belangen bij de Markt zijn heel gevarieerd:

1. Op de eerste plaats zijn er de ondernemers die hun bedrijf aan de Markt hebben. Men moet het

belang hiervan niet onderschatten, want het gaat daarbij om 28 detailhandelaren, 11 horecaonder-

nemers en 6 uitzendbureaus.

2. Verder wordt de Markt gebruikt door de ambulante handel, die daar toch al jarenlang rechten heeft

opgebouwd, uiteindelijk misschien wel eeuwenlang.

3. Voorts wordt de Markt gebruikt voor de kermis.

-25-

10 januari 2006.

Al deze zaken maken dat het complex is om de kwaliteitsimpuis - die met zoveel plezier en re-

sultaat is uitgevoerd in de Veestraat, de Ameidestraat en de Oude Aa - door te zetten op de Markt,

want dat is natuurlijk het uitgangspunt. Wij willen dezelfde kwaliteit die in de rest van het centrum is

gerealiseerd, ook doorzetten op de Markt, echter zonder de functies die daar thuishoren, tekort te

doen. .

Dit laatste is één van de redenen waarom wij hebben voorgesteld om op de Markt een loop-

gáng van 3 m direct langs de gevels aan te houden (veel woordvoerders zijn daarop ingegaan). Dit

houdt in dat de terrassen van de horecabedrijven op 3 m afstand van die bedrijven moeten liggen. Ik

zeg daar echter bij: slechts 3 m. Immers, 3 m is uiteindelijk slechts drie passen. Het basisprincipe van

de hele kwaliteitsimpuis voor het centrum is dat de gevels vrijgehouden worden. De bedoeling

daarvan is niet alleen dat de mensen daardoor langs de winkels en de gevels kunnen lopen. Nee, dit

is destijds vooral besloten omdat alle winkeliers en horecaondernemers de ruimte die direct grenst

aan de gevels, volzetten met rekken, bijvoorbeeld schoenenrekken, en reclame-uitingen. Het beeld

dat dit opleverde, vond de raad niet direct een kwalitatief goed beeld. Dat heeft geleid tot het

uitgangspunt dat langs de gevels een ruimte van 3 m vrijgehouden moeten worden. Dit uitgangs-

punt/principe wordt in het hele centrum gehanteerd, zodat daar overal een vrije doorlooproute is.

Wanneer een zaak een terras van 1,5 m tegen de gevel zou mogen plaatsen, waarom zou dan de

volgende winkelier zijn schoenenrek niet buiten kunnen zetten? Kortom, dan zouden wij weer dezelfde

situatie krijgen als voorheen bestond.

Verder speelt mee het op de Markt handhaven van de terrassen tijdens de zaterdag markt. Het

is immers niet mogelijk om tegen een horecaondernemer te zeggen: U moet op de Markt een mooi

terras maken, maar op zaterdag, de drukste dag, dan mag het terras niet bezet zijn. Kortom, daarvoor

is meer ruimte nodig. En er is meer ruimte nodig voor de Brink. In dit verband zeg ik tegen de heer

Klerkx dat de tweede Brink waar hij op doelde, een woordspeling is. Ze worden straks uitgevoerd met

leisteen. De tweede Brink, de kleine, is gewoon een onderbreking die aangebracht wordt om een extra

onderbreking te hebben ter hoogte van het Ketsegangske.

Zoals ik zojuist in relatie tot de ambulante handel zei, is er meer ruimte nodig. Vandaar de op-

stelling die nu voorgesteld wordt. Die houdt in dat er twee dubbele rijen met kramen komen, zodanig

dat de kramen twee aan twee met de ruggen tegen elkaar aan staan en zodanig dat de voorzijde van

de kramen gericht is naar de winkels en de horecabedrijven. In de middengang die ontstaat, kijken,

zeg maar, de kramen naar elkaar. Om deze opstelling te realiseren, is extra ruimte nodig.

Dit laatste is één van de redenen waarom de lei beuken verplaatst moeten worden. Dat noemen

wij kappen van de leibeuken, en dan vragen wij een kapvergunning aan, maar de bedoeling is dat ze

verplaatst en verkocht worden. Overigens durf ik de waarde van de leibeuken zo niet te zeggen. Een

tweede reden om de rijen leibeuken weg te halen, heeft te maken met de lengtewerking die daarvan

uitgaat (maar men heeft de redenen kunnen lezen).

Ik herhaal dat bij de herinrichting van de Markt het belangrijkste is het handhaven van het ba-

sisprincipe dat gehanteerd is voor de kwaliteitsimpuis in het centrum. Vanwege dit principe moet

ervoor gezorgd worden dat er ruimte is op de Markt en dat de obstakels daar verdwijnen. Overigens

moet men niet onderschatten dat wanneer de terrassen iets meer richting het midden van de Markt

verplaatst worden - ze komen niet echt in het midden - dat de levendigheid verhoogt. Ik kan mij

voorstellen dat de heer Van Wetering zei: Toen ik afgelopen zondag over de Markt liep, was het er

rustig. Een uitgangspunt is natuurlijk ook dat de Markt levendiger wordt. Daarvoor zijn wij op dit

moment met de Markt bezig, daarvoor wordt een podium ontwikkeld en daarom komen er meer

terrassen en worden de terrassen op een andere manier geplaatst.

Ik meen dat ik inmiddels duidelijk heb gemaakt waarom de afstand tussen de terrassen en de

gevels 3 m moet zijn op de Markt. Ik heb dat ook aan de horecaondernemers duidelijk gemaakt. In dit

verband wil ik ingaan op de communicatie. Op 13 oktober 2005 (als ik mij niet vergis) is er overleg

geweest met de horecabedrijven en winkeliers die aan de Markt gevestigd zijn en met de bewoners.

Ook voorheen zijn er diverse overleggen geweest. Daarvoor zijn uitnodigingen verstuurd en er is een

aparte presentatie geweest, na de presentatie aan de raad, voor horecaondernemers, winkeliers en

de ambulante handel (en waarbij de mensen van de ambulante handel in groten getale aanwezig

waren).

De heer Ferwerda is van mening dat de visie op de Markt een definitief ontwerp is. Het is zoals

de heer Fransen het aangaf, namelijk dat hetgeen in de visie staat, het uitgangspunt is. Bij het

uitwerken van de visie wordt individueel onderhandeld en gesproken met alle betrokkenen. Zo hebben

wij gewerkt in de Veestraat en de Ameidestraat, en dat zal ook voor de Markt nodig zijn, zeker als het

gaat om de horeca en de detailhandel. Maar de basisprincipes zoals ze er liggen, moeten wel

gehandhaafd blijven. Dat is nodig om het totaalconcept te kunnen realiseren. Wij hebben een

totaalconcept nodig om de diverse functies op de Markt te kunnen handhaven. Daarbij moeten wij

-26-

10 januari 2006.

natuurlijk diverse belangen meewegen, en er zijn in dit geval heel veel belangen aanwezig.

Mevrouw MEINARDI (GL/D66): Voorzitter! Mevrouw Houthooft zei dat overal dezelfde basis-

principes toegepast moeten worden. Ik constateer echter dat de Veestraat en de Ameidestraat een

stuk smaller en meer besloten zijn dan de Markt. Bovendien is er in die straten eigenlijk maar één

soort ondernemingen gevestigd. Daarom denk ik dat de basisprincipes daar een heel andere

uitwerking kunnen hebben dan op de Markt, die zo breed en lang is. Daarom acht ik het doortrekken

van de basisprincipes maar matig, want er blijft midden op de Markt een heleboel ruimte wanneer

alles vlak langs de gevels geprojecteerd wordt.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Er komen bomen op de Markt. De Markt wordt

namelijk ingevuld met bomen, banken, een podium en twee plateaus die de mogelijkheid bieden om

er terrassen op te plaatsen. Ik heb het nu eventjes niet over de ruimte van 3 m tussen de gevels en de

terrassen. Ik heb zojuist uitgelegd waar die ruimte voor nodig is.

Voorzitter! Wij hebben met de Marktadviescommissie diverse onderhouden gehad over de

dagmarkt die gerealiseerd zou kunnen worden en de non-foodsector. Alle mensen van de ambulante

handel zijn opgeroepen om over tien dagen hier in deze raadzaal hun visie op onze plannen te geven.

Totnogtoe is er overlegd met de ambulante handel, Nederlandse vertegenwoordigers van de

ambulante handel en de Marktadviescommissie, om te bekijken hoe de plannen daar vallen. Daar is

wel draagvlak verkregen. De volgende stap is die naar de individuele ambulante handelaar.

Ik hoop dat ik de heer Ferwerda heb kunnen overtuigen wat betreft het van de Markt verwijde-

ren van de leibeuken. Overigens zijn misschien niet alleen de gevels de moeite waard om op te

knappen, maar ook de doorgang langs de gevels.

De heer Boetzkes vroeg naar de betrokkenheid van de burgers bij de Markt. Twee jaar geleden

hebben wij een wedstrijd uitgeschreven over de inrichting van de Markt, om de betrokkenheid van de

inwoners te toetsen. Daar zijn erg veel reacties op gekomen. Onderdelen daarvan zijn meegenomen

in de uitwerking van de plannen. Verder meen ik dat vaak aangegeven is, in enquêtes e.d., dat de

inwoners van Helmond de Markt een kale en saaie vlakte vinden. Wat dit betreft, ben ik van mening

dat de burgers van Helmond er redelijk bij betrokken zijn.

De heer Klerkx sprak over de twee brieven die ik verstuurd heb met betrekking tot het voorstel.

De ene brief had ik toegezegd in de commissie ruimtelijk fysiek, de andere brief was (ook de heer

Praasterink gaf dit zojuist aan) een reactie op vragen die de heer Praasterink gesteld had naar

aanleiding van het spoedoverleg dat de horeca heeft gehad met diverse raadsleden. Dat overleg was

de heer Van Wetering niet bekend. Ook mij was dat niet bekend, maar daarom heb ik ook snel

gereageerd, overigens naar de hele raad en niet alleen naar de heer Praasterink.

Verder vroeg de heer Klerkx naar de grote kermisattractie op de Markt. Daar hebben wij het in

de commissievergadering al over gehad. Daarbij gaat het niet direct om het plaatsen van een grote

attractie op de Brink, want dat kan daar gewoon niet, dus die moet dan komen in de omgeving van de

Brink (volgens mij staat dit ook zo in de notitie). Overigens wordt de situering van de kermis nog goed

bekeken, om na te gaan waar iets kan staan of niet kan staan (daar komt het dan ook niet terecht).

De heer KLERKX (HSP): Ons uitgangspunt is heel duidelijk, wethouder. Wij willen niet dat de

inrichting van de Markt zo afhankelijk is van anderhalve week kermis per jaar.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Dat klopt. Dat kan ik ook toezeggen, want het is

juist omgekeerd. Wij gaan met de kwaliteitsimpuis van start op de Markt, en de warenmarkt/de

ambulante handel (alhoewel die zeer belangrijk is) en de kermis zijn daaraan ondergeschikt. De

kwaliteitsimpuis is leidend. Aan de andere kant zullen wij wel rekening moeten houden met datgene

wat er verder nog op de Markt moet kunnen komen.

Voorts zeg ik tegen de heer Klerkx dat in de vorige versie van de notitie een tekening ontbrak.

Die tekening is toegevoegd aan de laatste versie van de notitie, althans die is daar vast in opgenomen

(en niet los, zoals de vorige keer).

De heer KLERKX (HSP): Er zijn nog wel meer wijzigingen, wethouder.

Mevrouw HOUTHOOFT -STOCKX (wethouder): Voorzitter! Het fietsen op de Markt is een heel

belangrijk item voor veel fracties. Wij hebben daar lang over gesproken en hebben deze zaak op

allerlei manieren bekeken, omdat wij beseffen dat fietsen op de Markt een bepaalde toegevoegde

waarde zou kunnen hebben. Echter, naar onze mening hoort de fietser niet thuis op de Markt, gelet op

de plannen zoals die er nu liggen met betrekking tot de herinrichting, de invulling van het totaalcon-

-27-

10 januari 2006.

cept van de Markt, de kwaliteit die wij daar willen brengen met kunst en de activiteiten die wij willen

ontwikkelen op de Markt, met name op de Brink en het podium, waarbij bedacht moet worden dat daar

samen met de horeca en de overige ondernemers allerlei activiteiten georganiseerd kunnen worden,

ook door de week. Daarbij komt dat wanneer een fietser van noord naar zuid wil rijden, die een

makkelijke omrijroute heeft, namelijk via de Koninginnewal.

Mevrouw MEINARDI (GL/D66): Dat is toch niet van noord naar zuid? De Koninginriewal is zeker

geen doorgaande route. Ik vind het jammer dat dit idee steeds weer terugkomt. Dat is helemaal niet

de bedoeling.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Ik zei: Als een fietser een doorlopende route wil

nemen, die dan in ieder geval via de Koninginnewal kan gaan en dat naar ons idee fietsen op de

Markt in feite niet nodig is. Overigens zal ik aanstonds terugkomen op de motie die hierover is

ingediend.

Wat ik zojuist wilde aangeven, is dat het college echt de motivatie had om te kijken naar het

fietsen op de Markt. Uiteindelijk hebben wij aangegeven dat het veel prettiger is wanneer ook de Markt

behoort tot het voetgangersdomein. Het huidige voetgangersdomein is niet groot, want dat bestaat

alleen maar uit de Ameidestraat en de Veestraat. Inclusief de Markt is het voetgangersdomein nog

niet één hectare groot. Laat dat dan aan de voetgangers. De meningen kunnen daar natuurlijk over

verschillen.

De heer FERWERDA (GL/D66): Even voor mijn helderheid vraag ik of u de door mij ingediende

motie ontraadt.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Als college hebben wij eigenlijk geen behoefte

aan die motie.

De heer FERWERDA (GL/D66): Dat is helder. U ontraadt de motie dus.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Ja. Wij hebben geen behoefte aan die motie.

Wanneer de raad ons desondanks de opdracht geeft om op de Markt een menging van fietsverkeer

en voetgangersverkeer te laten plaatsvinden en om dat na een jaar te evalueren, dan is dat natuurlijk

iets anders.

Voorzitter! Als antwoord op de vraag van mevrouw Spierings over het reliëf dat nu bij de ingang

van de Elzaspassage ligt, kan ik zeggen dat het de bedoeling is dat dit terugkomt bij de Brink. Verder

hebben wij in Helmond natuurlijk altijd aandacht voor overlast als gevolg van werkzaamheden. Wij

zullen die aandacht extra toespitsen.

Voorts sprak mevrouw Spierings over de verlengde markttijd. Daarover wordt nog steeds

onderhandeld met de ambulante handel. Het is wenselijk, zeker wanneer de waren markt overeen-

komstig de planning op de Markt komt, dat de openingstijd verlengd wordt tot 16.30 uur of 17.00 uur.

Dit om de overlast die het aan- en afvoeren met zich meebrengt, terug te dringen.

De heer Van Mullekom sprak over het parkeren op de Markt na 19.00 uur (overigens deden ook

de heren Praasterink en Van Wetering dat). Dat blijft een moeilijke optie. Wanneer er diverse

invullingen gegeven worden (planten, plantenbakken, banken e.d.) bij de herinrichting van de Markt,

dan is het moeilijk om daar ook nog auto's tussen te laten zetten. Dat lijkt mij een heel lastige.

Het is leuk dat vanavond is ingegaan op het poortgebouw, dat al ingetekend is in het Centrum-

plan. Wij hopen dat het poortgebouw binnen niet al te lange termijn de Markt afsluit, zodat het een

aangenaam aanzicht biedt. Of wij dat dan Arc de Triomphe zullen noemen, is natuurlijk een andere

vraag. Het is in ieder geval een goed idee om te overleggen over de vraag of het gebouw een naam

zou moeten krijgen.

Tot slot meld ik dat wat opgemerkt is over de taxi's op de Markt, ik al toegezegd heb tijdens de

commissievergadering.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik vind het altijd wat jammer wanneer er misverstanden

ontstaan door vergelijkingen te maken met andere steden, zoals in dit geval Maastricht. Dat gebeurt

dan waarschijnlijk door mensen die Maastricht niet kennen. Ik kan melden dat er op het Vrijthof in

Maastricht voor de cafés langs een passage is. Overigens staan daar alleen maar cafés; er zijn geen

andere functies tussen. De passage wordt afgeschermd door een rijbaan waarop autoverkeer is. Daar

kan men niet zomaar overheen vanwege dat verkeer. Voorts wijs ik op het Onze Lieve Vrouweplein,

dat ik altijd het gezelligste pleintje van Nederland noem. Daar moet het bedienend personeel zelfs

-28-

10 januari 2006.

over een weg heen om uit te serveren (voor een belangrijk deel gaat het daarbij om eten). Ik zou

zeggen: Laten wij ons beperken tot Helmond en laten wij niet teveel vergelijkingen maken. Anders zou

ik voorbeelden kunnen noemen van Parijs, om maar eens een andere gezellige stad te noemen!

Iedere gemeente neemt zelf haar verantwoordelijkheid voor de inrichting.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Een studiereis is natuurlijk nooit weg!

De VOORZITTER: Ik neem die suggestie mee!

De heer PRAASTERINK (SDOH): De heer Van Mullekom gaat dan niet mee, maar de rest

waarschijnlijk wel!

De heer VAN MULLEKOM (HA): Voorzitter! Kennelijk heb ik heel goed gescoord met mijn

vragen over de reisjes!

De VOORZITTER: Die hebben u in ieder geval naamsbekendheid opgeleverd.

De heer BOETZKES (PvdA): Mijnheer de voorzitter! De visie op de Markt betreft een ingewik-

kelde zaak; dat heb ik meer gehoord en dat mag blijken. Het feit dat daarover veel vragen zijn gesteld

vanavond, zegt natuurlijk ook iets over het voorstel.

Als antwoord op hetgeen wij hebben opgemerkt over de betrokkenheid van de burgers,

verwees de wethouder naar de prijsvraag die uitgeschreven is met betrekking tot de Markt. Ik wil

graag weten welke essentiële zaken uit die prijsvraag meegenomen zijn. Verder merk ik hierbij op dat

de burgers niet betrokken zijn bij de principiële keuze ten aanzien van de weekmarkt en de kermis.

Daarom staan wij nog steeds achter de door mij ingediende motie; wij persisteren daarin.

De heer KLERKX (HSP): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de duidelijke wijze waarop zij de

voorgestelde afstand tussen gevels en terrassen op de Markt verdedigd heeft. Zij heeft ons daarmee

overtuigd.

Verder krijg ik graag nog een reactie van de wethouder - want daar is zij niet op ingegaan - op

de vraag hoe zij denkt het fietsen op de Markt te regelen na winkelsluitingstijd. Ze heeft wel duidelijk

gezegd dat de Markt het voetgangersdomein moet zijn (ook wij hebben dat gesteld), maar zij is niet

ingegaan op de vraag hoe het zit na sluitingstijd. Als wij hier een goed antwoord op krijgen, dan denk

ik dat wij blij zijn wanneer komend voorjaar begonnen kan worden met de herinrichting van de Markt.

De heer SMITS (HB): Voorzitter! Wij hebben nog niet gereageerd op de motie-Boetzkes. Dat wil

ik bij dezen doen. Wij constateren dat de discussies over de Markt, zeker in de raad en de commis-

sies, gevoerd zijn zoals ze gevoerd zijn en dat de informatie op diverse niveaus is uitgewisseld. De

betrokkenen hebben naar mijn gevoel zowel direct als indirect hun inspraakmogelijkheid gehad.

Kortom, wat er nu ligt als uitvoeringsvoorstel, is het eindproduct van een lang voorbereidend proces;

dit is in feite het slotakkoord. Om nu de discussie nog eens over te doen, vinden wij als HB-fractie

geheel overbodig en zelfs een beetje ongepast. Als (met de nadruk op "als") wij al zouden besluiten

tot een heroverweging, dan zouden wij daarmee een stuk teruggaan in de tijd, en dan zou zelfs onze

geloofwaardigheid als gemeentebestuur in het geding komen. Dat is volgens mij een ongewenste

situatie. Voortvarendheid in deze periode is geboden, juist omdat een geupgraded centrum - en dan

bedoel ik het oude gebied - de drager zal moeten zijn wanneer wij grootschalig aan de slag gaan met

het Masterplan Centrum Helmond. Dat is nodig om dan het centrum nog een beetje aanzicht te geven

en om de aantrekkingskracht van het oude gedeelte van het centrum intact te houden wanneer wij

volop bezig zijn in de rest van de stad. Vandaar de kwaliteitsimpuis.

Natuurlijk zijn er nog veel vragen over de herinrichting van de Markt. Dat is een moeilijk proces,

want de Markt is de huiskamer van onze stad, Iaat ons wel wezen, en daar komen heel veel mensen,

zoals de wethouder aangaf. Toch zijn er nog wat plooitjes, en die moeten tijdens het proces glad-

gestreken worden.

Het verhaal van de terrassen is hier nogal als een halszaak naar voren gebracht. Ik zeg daar-

over, ook tegen mijn fractie: wij hebben het daarbij over 3 m, naar mijn gevoel vier passen. Ik ken

genoeg terrasjes in den lande (gisteravond in de fractie heb ik ze ook genoemd) waar hetzelfde

principe wordt gehanteerd als nu voorgesteld is. Dat gaat goed, want met een mooie afzetting is het

daar mooi zitten. Maar goed, daar kan verschillend over gedacht worden. Overigens wil ik nog een

opmerking maken in deze discussie. Zoals de wethouder heeft aangegeven, is de afstand tussen de

gevels en de terrassen voorgesteld vanuit een bepaalde filosofie, namelijk de filosofie die is toegepast

-29-

10 januari 2006.

in de Veestraat, de Ameidestraat en de Oude Aa. Stel dat wij vanavond zouden besluiten dat op de

Markt de terrasjes tegen de gevels aan geplaatst kunnen worden. Ik kan mij indenken dat dan

winkeliers, zeker in de Ameidestraat en de Veestraat en misschien wel de Oude Aa, terug willen vallen

op dat procédé en dat zij zullen zeggen: Wij willen de ruimte voor de gevels terug. En dat terwijl nu al

bewezen is dat de huidige filosofie goed werkt in de Veestraat en de Ameidestraat. Immers, de Hema

staat midden in de Veestraat en de vishandel staat midden in de Ameidestraat, net als de poelier, en

volgens mij loápt dat gewoon goed. Het gaat hierbij wellicht om koudwatervrees bij de horeca.

Overigens maaKt onze fractie geen halszaak van dit punt.

Tot slot het verhaal van het fietsen over de Markt. Ook de HB-fractie wil in dit gebied prioriteit

geven aan de voetgangers. Alstublieft op de Markt geen beleid dat afwijkt van het beleid voor de

Veestraat, de Ameidestraat en de Oude Aa. Na de winkelsluitingstijden mag er wat ons betreft zoveel

gefietst worden als men zelf wil.

De heer FERWERDA (GL/D66): Voorzitter! Ik handhaaf de motie die ik heb ingediend; ik wil

daar graag stemming over.

Verder heb ik - ik heb dat nog nooit gevraagd - behoefte aan schorsing voor intern beraad, om

ons uiteindelijke standpunt te kunnen bepalen over de notitie. Er staan namelijk wat punten in die ons

niet lekker zitten. Weliswaar is er antwoord gegeven op een aantal vragen, maar niettemin heb ik

behoefte aan enig intern beraad.

De VOORZITTER: Ik zal vóór de besluitvorming de vergadering schorsen.

De heer FERWERDA (GL/D66): Akkoord.

De heer FRANSEN (WD): Mijnheer de voorzitter! Ik kan een heel eind meegaan met het ver-

haal dat de heer Smits zojuist verteld heeft; ik sluit mij daar in grote lijnen bij aan. Dit betekent dat ook

wij geen behoefte hebben aan de motie-Boetzkes en dat wij de motie-Ferwerda niet zullen steunen.

De heer RIETER (HH): Mijnheer de voorzitter! De wethouder zei het al: Het feit dat veel vragen

zijn gesteld over het voorstel, toont de betrokkenheid aan van ons als politiek en daarmee, omdat wij

volksvertegenwoordigers zijn, van de burgers. Niet omdat het om een weerbarstig dossier zou gaan,

maar meer het feit dat de herinrichting van de Markt een onderwerp is waar wij met ons allen heel erg

graag (en terecht, denk ik) bij betrokken willen zijn, is volgens mij de reden waarom wij zoveel vragen

hadden.

Verder wil ik tegen de heer Van Wetering zeggen - maar goed, smaken kunnen verschillen -

dat de oostelijke wand van de Markt grotendeels op de gemeentelijke monumentenlijst staat, met

uitzondering van een enkel pand. De panden daar zijn dus monumentaal en beeldbepalend. Die

zullen door het weghalen van de bomen meer in het zicht komen (hierop had de spagaat betrekking

die ik noemde).

In de eerste termijn ben ik vergeten de geweldige slag te noemen die wij hebben gemaakt in de

Veestraat, de Ameidestraat en de Oude Aa. Die insteek wordt nu doorgezet naar de Markt. Zoals

vorige sprekers al gezegd hebben, moeten wij nadrukkelijk voorkomen (dat is voor mij één van de

drijfveren om raadslid te zijn) dat wij meten met twee maten. De wethouder heeft onze fractie ervan

overtuigd dat het voorstel gehandhaafd kan blijven om de afstand tussen de gevels en de terrasjes op

de Markt 3 m te laten zijn.

Tot slot merk ik op dat ik geen antwoord heb gehad op hetgeen ik had opgemerkt over de

proefopstelling van de markt. Ik kan mij voorstellen dat de wethouder daar geen behoefte aan heeft,

omdat die opstelling misschien leidt tot een verandering van het aantal kramen. En ik heb het

antwoord gemist op mijn vraag over de brede strook die er ontstaat. Blijkens de presentatie die wij

gehad hebben, ontstaat daar namelijk een brede, m.L aantrekkelijke boulevardachtige strook waar

mensen kunnen flaneren die de markt niet bezoeken. Mijn vraag was of daar aanhangers (dus vuil)

komen te staan. Of moeten die ergens anders heen?

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! Ik vraag de wethouder om nog eens in te gaan op de

kwestie van de terrasjes. De wethouder heeft de motivering van de gemeente uitgelegd waarom de

terrasjes geplaatst moeten worden zoals ze volgens de stukken geplaatst moeten worden. Ik ben - en

dat geldt volgens mij voor de meeste raadsleden - geen deskundige. Het punt is dat de reactie van

Horeca Nederland tegenover het standpunt van de gemeente staat. Ik kan niet uitmaken wie gelijk

heeft, maar stel dat zich een vervelend scenario voordoet en dat over een jaar of anderhalf jaar blijkt

-30-

10 januari 2006.

dat de zaken gewoon niet lopen voor de horecaondernemers en dat zij wel een punt hebben. Hoe

gaan wij daar dan mee om? Is er dan flexibiliteit, de bereidheid om te Ieren uit de praktijk?

Verder heb ik nog een opmerking over de openingstijd van de weekmarkt. Zoals ik in de eerste

instantie heb verteld, kreeg ik afgelopen zondag een e-mailtje van de marktkooplieden. Daarin stond

dat de overgrote meerderheid van de marktkooplieden de voorgestelde openingstijd/verlenging naar

17.00 afwijst (zo interpreteer ik het tenminste). In mijn ogen is er daarom geen draagvlak voor dit

voorstel. Ik ben van mening dat hier niet een echt goede reactie op gekomen is.

Over het weghalen van de huidige bomen op de Markt verschillen wij gewoon van mening. En

wat betreft het toestaan van fietsen op de Markt, blijven wij op het standpunt staan dat ons dat niet

handig lijkt.

Mevrouw MEINARDI (GL/D66): Het zou wel eens handig kunnen zijn!

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! Tot slot meld ik dat wij geen behoefte hebben aan de mo-

tie-Boetzkes.

De heer VAN WETERING (CDA): Mijnheer de voorzitter! De twee kernwoorden op dit moment

zijn naar mijn mening:

1. De flexibiliteit, die volgens de plannen nog mogelijk is. Een voorbeeld daarvan is aangegeven door

de heer Verbakei, namelijk met betrekking- tot de terrasjes, maar het geldt ook met betrekking tot

het fietsen op de Markt. In hoeverre hebben wij nu te maken met een dichtgetimmerd plan dat

eigenlijk geen ruimte meer Iaat voor inspraakmogelijkheden en de kennis van de ondernemers die

rond de Markt hun brood moeten verdienen? Ook de CDA-fractie heeft aanstonds behoefte aan

intern beraad, maar ik heb begrepen dat daarvoor gelegenheid zal worden gegeven. Over een

paar zaken kan ik ons standpunt nu al geven. De motie-Ferwerda ondersteunen wij. Wij menen dat

het nuttig is dat binnen de plannen de flexibiliteit mogelijk is om het experiment met het fietsen op

de Markt voor een jaar aan te gaan en om daarna te evalueren.

2. Draagvlak. Op de vragen die ik daarover heb gesteld, heb ik eigenlijk geen antwoord gekregen.

Onze zorg hierover is met name gewekt door de ingekomen brief van de heer Kester uit Aarle-

Rixtel (nr. 18 op de lijst van ingekomen stukken voor deze vergadering), die 50 handtekeningen

van (mede) ambulante handelaren heeft ingeleverd. Zij zien de andere opstelling van de markt-

kramen eigenlijk niet zo zitten. Ik meen daarom dat ook hierover nader overleg noodzakelijk zal zijn

en mogelijk moet kunnen blijven op basis van de inrichtingsplannen die er liggen. Ook hierin zal

flexibiliteit aangebracht moeten worden.

Het is misschien een vraag in de marge, maar ik wil graag weten of het in de toekomst mogelijk

is om in het centrum van Helmond - hetzij op de Markt, hetzij op een andere plaats - een ijsbaan te

realiseren.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Mijnheer de voorzitter! Ik wil graag twee toezeggingen krijgen

van het college:

1. Ik wil graag een evaluatie na een jaar; daar had ik om gevraagd.

2. Verder heb ik in de eerste termijn gevraagd om de rimpels en plooien in een nader onderhoud met

de diverse ondernemers glad te strijken. Daar moet ruimte voor zijn.

Tot slot vraag ik het college om het parkeren op de Markt te betrekken bij de evaluatie wanneer

dat nu niet bij de herinrichting wordt meegenomen.

De heer FRANSEN (WD): Mijnheer Praasterink! Betekent dit dat er een evaluatie gemaakt

moet worden van de bestaande kwaliteitsimpuis?

De heer PRAASTERINK (SDOH): Er mag wat mij betreft een totale evaluatie komen, maar daar

gaat het mij nu niet om. Waar het mij op dit moment om gaat, is dat de dingen die nu voorgesteld

worden, over een jaar geëvalueerd worden. Bij die evaluatie moet dan ook een stukje levendigheid

betrokken worden in de vorm van parkeren op de Markt.

De heer KLERKX (HSP): Mijnheer Praasterink! Het gaat nu om de herinrichting. Wilt u dat de

herinrichting geëvalueerd wordt?

De heer PRAASTERINK (SDOH): Nee, maar ik denk dat er genoeg zaken zijn die geëvalueerd

moeten worden. Het effect is namelijk heel simpel. U wilt levendigheid op de Markt. Na een jaar kan

beoordeeld worden of de herinrichting geslaagd of niet geslaagd is op dit punt.

-31-

10 januari 2006.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Mijnheer de voorzitter! De wethouder volhardt in haar stand-

punt dat er op de Markt 3 m afstand moet zijn tussen de gevels en de terrassen, op grond van de

filosofie dat de situatie daar hetzelfde moet zijn als in de Veestraat en de Ameidestraat. Die vergelij-

king gaat in de visie van de HA-fractie mank. Volgens ons zijn namelijk aan de Markt andersoortige

ondernemingen gevestigd dan in de Ameidestraat en de Veestraat. Aan de Markt is een lange rij

ondernemers gevestigd die hetzelfde doen, namelijk een goed glas bier tappen voor hun cliënten. Dat'

is iets totaal anders dan een visstickje serveren misschien, of weet ik veel...

De heer FRANSEN (WO): Mijnheer Van Mullekom! Er zijn aan de Markt meer restaurants dan

gewone cafés gevestigd, hoor.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Ja, ook die.

Ik ben zelf ondernemer geweest, mijnheer de voorzitter. Ik weet wat je ervoor moet doen om

een goede boterham te verdienen. De ondernemers aan de Markt vechten daarvoor. Waarom deze

halsstarrigheid in de regelgeving van ons als raad? Wie zijn wij? Wij zijn leken op dat gebied. Wie van

de raadsleden is ondernemer geweest op het gebied van de horeca? Niettemin houdt men halsstarrig

vast aan de regelgeving en zegt men: Zo moet het, en niet anders. Ik vind dat toch een beetje ver

gaan.

HetZelfde geldt voor de auto's op de Markt. Op dit punt ben ik het helemaal eens met de heren

Praasterink en Van Wetering. Waarom mag de auto na 19.00 uur niet op de Markt om te parkeren?

Daarmee breng je toch gezelligheid op de Markt, maar wat wordt er gezegd? Nee, het mag niet. Ik zou

zeggen: Evalueer maar eens goed en kijk maar eens goed om je heen om te zien wat er elders

gebeurt.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Mijnheer de voorzitter! De heren Van Wetering,

Praasterink en Verba kei hebben gevraagd om een evaluatie van de zaken waar wij nu over spreken.

Ik vind het eigenlijk normaal dat wanneer iets uitgevoerd wordt, na een jaar of anderhalf jaar bekeken

wordt of het naar tevredenheid is en om dan eventuele rimpels en plooien glad te strijken.

Wat de bestaande rimpels en plooien aangaat, kan ik melden dat direct nadat de raad een be-

sluit genomen heeft over het voorstel- want dat is natuurlijk noodzakelijk -wij verder in gesprek gaan

met de horecaondernemers, de ambulante handel en de overige ondernemers en detailhandelszaken

aan de Markt.

Dat de ambulante handel een brief heeft gestuurd over de herinrichting van de Markt, is logisch.

Die heeft namelijk ontdekt dat wanneer de horecaondernemers een brief sturen naar de raad, dat

effect heeft. Ik ken de ambulante handel al lang en ik heb daar veel overleg mee. In oktober jl. heb ik

daar drie keer in vier weken tijd overleg mee gehad. Op grond daarvan kan ik zeggen dat de ambu-

lante handel het wel eens is met de kwaliteitsimpuis, maar men wil met 50 mensen een andere soort

invulling, want de ene plek is gewoon beter dan de andere. De discussie daarover gaan wij helemaal

aan. Overigens is dat geen eenvoudige discussie.

De heer VAN WETERING (CDA): Waar het om gaat, wethouder, is of de kramen richting de

winkels worden gericht of naar elkaar toe worden gericht. Daar ging de discussie destijds over.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Inderdaad. Een deel van de ambulante hande-

laren vindt dat prettig, een ander gedeelte heeft een carréopstelling ingebracht (maar ook die kan met

kramen met de ruggen tegen elkaar). Wij zijn daar gewoon mee in onderhandeling. Laat de onderhan-

delingen gewoon plaatsvinden zoals ik heb aangegeven. Overigens kunnen wij het niet voor iedereen

voor honderd procent goed doen, zoals eerder vanavond al is aangegeven.

De heer VAN WETERING (CDA): Mijn zorg over de ambulante handel is ingegeven door het feit

dat in 2002 het vorige college de beslissing had genomen om op de twee zaterdagen tijdens de

kermis geen waren markt te organiseren. Dat besluit is toen eigenlijk teruggeschroefd vanwege gebrek

aan draagvlak en het onvoldoende afwegen van de belangen van de ambulante handelaren. Wanneer

wij nu een besluit nemen met betrekking tot de ambulante handel, dan moeten wij wel redelijk zeker

zijn van het draagvlak.

De heer FRANSEN (WO): Wanneer het vertegenwoordigend orgaan van de ambulante handel,

namelijk de Marktadviescommissies, en de landelijke marktclub die adviseert, op een redelijke manier

met het college tot zaken hebben kunnen komen, dan moeten wij m.L het college nu een steun in de

-32-

10 januari 2006.

rug geven door duidelijk te zijn en ons uit te spreken. Wij nemen een besluit over heel veel zaken waar

wij zelf misschien niet alle verstand van hebben. Wij moeten dan de stukken lezen en de afweging

maken: Is dat een goede weg of is dat geen goede weg? Dat moet je doen als raadslid, anders zit je

hier niet op je plek.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Voorzitter! De heer Klerkx vroeg in de tweede

termijn hoe het zit met het fietsen op de Markt na winkelsluitingstijd. Zoals in de raadsbijlage is

verwoord, mag er op de Markt gefietst worden buiten de winkelopeningstijden. Letterlijk staat hierover

in de bijlage: "Gedurende de winkelopeningstijden is fietsen over de Markt niet mogelijk", en: "De

Markt blijft buiten de winkelopeningstijden toegankelijk voor fietsers".

De heer KLERKX (HSP): Dat heb ik ook gelezen. Mijn vraag is hoe het college dat gaat regelen.

Wordt het mogelijk om gewoon vrij over de Markt te fietsen, wordt er een bepaalde rijrichting ingesteld

of weet ik wat?

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Rechts van de weg, neem ik aan!

De heer KLERKX (HSP): Er is geen weg.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Rechts van de weg.

De heer KLERKX (HSP): Wij zien het wel.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Wij zullen in de uitvoering bekijken hoe dat 's

avonds gaat.

De heer KLERKX (HSP): Waar er terrasjes zijn op de Markt, wordt het toch een wirwar?

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Voorzitter! Tegen de heer Rieter kan ik zeggen

dat er geen aanhangers komen te staan op het midden van de Markt.

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! De wethouder gaat nu weer niet in op de enquête die ik

heb genoemd met betrekking tot de ambulante handel. Ik heb begrepen dat er door de Marktadvies-

commissie een enquête is gehouden onder de kooplieden. Die enquête ging over de tijd van de markt,

de verlenging van 12.30 uur tot 17.00 uur. De uitslag was: 51 kooplieden willen niets veranderen, 53

kooplieden zijn voor verlenging tot hooguit 14.00 uur en 7 zijn voor verlenging tot 17.00 uur.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Ik heb u zojuist gezegd dat ik overleg heb met

de individuele ambulante handelaren, hier in de raadzaal, naar aanleiding van de enquête. De

Marktadviescommissie is destijds in overleg gegaan met de gemeente en met degenen die de

plannen voor de kwaliteitsimpuis realiseren. Naar aanleiding van de overleggen die plaats hebben

gevonden, is besloten om een enquête te houden onder de individuele ambulante handelaren. Naar

aanleiding van de uitslag van de enquête hebben wij een bespreking met de ambulante handelaren.

De heer FERWERDA (GL/D66): Voor de helderheid: Is de uitkomst van de enquête dan leidend

voor uw beleid, of niet? Ik heb het idee dat de uitkomst dan niet leidend is. U gaat gewoon door.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): De visie zoals die wordt vastgesteld, gaat ge-

woon door, alleen verwachten wij...

De heer FERWERDA (GL/D66): Waarom houdt u dan een enquête en voert u een gesprek?

Dat gesprek is er dan alleen maar om de ambulante handel te overtuigen van uw goede voornemens

en...

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Nee.

De heer FERWERDA (GL/D66): ...redenen om het te doen zoals u het wilt doen.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Nee. De visie ligt er. De uitvoering moet nu ter

hand genomen worden. Als dan bijvoorbeeld blijkt dat er geen draagvlak is bij de vishandelaren (die

-33-

10 januari 2006.

straks eventueel op het Ameideplein komen) om hun moverende redenen, dan kan ik mij best

voorstellen dat zij om 12.00 uur of 13.00 uur vertrekken. Dat verschil moet er gewoon kunnen zijn.

De heer KLAUS (SP): U wilt gewoon tot 17.00 uur de markt houden. De vraag is nu of u dat

door gaat zetten, ja of nee? Daar moet u niet zo moeilijk over doen, want de ambulante handel zegt

nee.

Mevrouw HOUTHOOFT":STOCKX (wethouder): Een gedeelte van de ambulante handel zegt

nee, en een gedeelte van de ambulante handel zegt ja.

De heer KLAUS (SP): 7 van de 105 zeggen ja. Dat is de uitslag.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): U heeft de uitslag van de enquête, ik heb die

uitslag nog niet.

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! Ik heb de uitslag van de enquête onder de mensen van

de ambulante handel zojuist voorgelezen. Ik heb een paar keer verteld dat ik afgelopen zondag de

uitslag van de enquête gë-e-maild heb gekregen, en ik niet alleen.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Ik heb u aan het begin gezegd dat voor de"her-

inrichting van de Markt niet alleen de ambulante handel leidend is, niet alleen de kermis leidend is,

niet alleen de ondernemers leidend zijn en niet alleen de horeca...

De heer KLAUS (SP): Laat ik de vraag dan anders stellen. Stel u Iaat de markt doorgaan tot

17.00 uur en de ambulante handel ruimt om 12.30 uur op. Gooit u ze dan allemaal van de Markt af en

gaat u dan nieuwe marktkooplieden zoeken?

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Als wij een marktverordening hebben, kan dat

niet.

De heer KLAUS (SP): Dus u zegt: Als de ambulante handelaren niet tot 17.00 uur op de markt

blijven staan, dan moeten ze vertrekken.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Ik heb gezegd dat wij daarover in onderhande-

ling zijn en dat de ambulante handel niet leidend is voor de kwaliteitsimpuis voor de Markt.

De heer RIETER (HH): Voorzitter! In de eerste instantie heb ik gevraagd of het college ook de

ondernemers aan de Markt bij de enquête zou willen betrekken. De uitslagen van de enquête die nu

gehouden is onder de ambulante handelaren, spreken volgens mij boekdelen, maar los daarvan

hebben wij op de Markt met meerdere participanten te maken. Dat vond ik juist - en dat heb ik ook

nadrukkelijk gesteld - de charme van het hele verhaal, dat er consensus zou zijn met allen. Wanneer

een enquête wordt gehouden onder de ambulante handel, dan moeten m.L ook de andere belang-

hebbenden daarbij betrokken worden.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Zoals in de raadsbijlage staat aangegeven, is er

nader overleg met alle belanghebbenden.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik begrijp dat alle antwoorden in de tweede termijn nu zijn

gegeven. Daarbij heb ik gemerkt dat heel veel van de mensen die in de raadzaal aanwezig zijn, niet

fietsen. Dat zou u toch nog eens moeten doen, waarbij ik opmerk dat dan de meest simpele verkeers-

regels in acht moeten worden genomen!

Hierna schorst de VOORZITTER de vergadering.

Na hervatting der vergadering spreekt de VOORZITTER als volgt:

Dames en heren! Ik vraag de indieners of hun moties gehandhaafd blijven.

De heer FERWERDA (GL/D66): Wij handhaven onze prachtige motie.

-34-

10 januari 2006.

De heer BOETZKES (PvdA): Ook wij handhaven onze motie. Wij willen een duidelijk sein

afgeven, ook al zien wij wel degelijk in dat wij een minderheid vormen in dezen.

De gewijzigde motie-Boetzkes wordt daarop bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter

constateert dat de aanwezige leden van de PvdA-fractie hebben voorgestemd.

(Tijdens deze stemming waren mevrouw Mattheij-van Woensel en de heer Roefs niet in

de raadzaal aanwezig.)

De motie-Ferwerda wordt bij handopsteken verworpen, waarbij de voorzitter constateert dat de

aanwezige leden van de fracties van GL/D66 en het CDA, alsmede de heer Den Breejen, hebben

voorgestemd.

Hierna geeft de VOORZITTER gelegenheid tot stemverklaring over het voorstel.

De heer FERWERDA (GL/D66): Voorzitter! Groenlinks en D66 zijn democratische partijen. Wij

vinden het ongelooflijk jammer dat onze motie zojuist verworpen is, maar wij moeten dat los zien van

de rest van het voorstel/plan. Met betrekking tot de rest van het plan begrijpen wij langzaam maar

zeker waarom de leibeuken moeten sneuvelen. Wij constateren dat daarvoor wel een ruime compen-

satie terugkomt. .

De wethouder heeft op een nogal groot aantal vragen (vind ik) vraagtekens laten zitten en heeft

daarop geantwoord: Nader overleg met partijen is daarvoor noodzakelijk. Ik hoop dat dat een vorm

van overleg is die niet alleen maar uitmondt in: zo is het en zo moet het worden.

Uiteindelijk, alles bij elkaar nemend, zeggen wij: de visie die er nu ligt, leidt tot een Markt die

beter is dan de Markt op dit moment is. Wij geven die visie the benefit of the doubt. Wij zijn het eens

met - en wij ondersteunen zeer - het verzoek van de heer Praasterink om evaluatie na een jaar. Wij

zullen uiteindelijk voor het voorstel stemmen.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Voorzitter! Ook wij willen een evaluatie na een jaar.

De VOORZITTER: Die is toegezegd.

De heer VAN WETERING (CDA): Voorzitter! Wat de herinrichting van de Markt aangaat, is het

van belang om vanavond de knoop door te hakken. De evaluatie na een jaar is toegezegd. Verder

wordt een en ander meegenomen, namelijk flexibiliteit en het gladstrijken van plooien. Wij gaan niet

vragen om een evaluatie na 20 jaar, want dat zou iets te ver voeren. Wij gaan ervan uit dat wij met het

voorstel op de goede weg zijn gekomen. De zaken op de Markt zo laten als ze nu zijn, is voor ons

geen optie, zoals wij al in de commissievergadering hebben aangegeven.

De heer BOETZKES (PvdA): Voorzitter! Wij zijn zeker niet tegen een aantal van de zaken die in

de voorliggende visie zijn opgenomen. Integendeel. Maar gezien de principiële discussie waar ik het

over gehad heb, zien wij ons gedwongen om tegen te stemmen.

Het voorstel wordt daarop in stemming gebracht en aangenomen met 25 tegen 6 stemmen.

Voor stemmen de leden: mevrouw De Voogd-van Dortmont, Klerkx, mevrouw Spierings-van

Deursen, Kuijpers van de HB-fractie, Smits, Vereijken, Van Mullekom, Van Kilsdonk, Rieter, mevrouw

Mattheij-van Woensel, Fransen, Dams, Ferwerda, mevrouw Meinardi, Van der Burgt, Streed er,

mevrouw De Leeuw-Jongejans, Roefs, Van Wetering, Van de Ven, Van Dijk, Wijnen, Praasterink,

Kuypers van de SDOH-fractie en Henraat.

Tegen stemmen de leden: Spruijt, Klaus, Verbakei, Den Breejen, mevrouw Witteveen-van den

Berg en Boetzkes.

16. Voorstel tot het vaststellen van de notitie "Werk maken van detailhandel - kadernotitie detailhandel" en

de notitie: "reacties en commentaar' (biilaqe 14).

De heer PRAASTERINK (SDOH): Mijnheer de voorzitter! Wij zijn in principe bij de behandeling

van deze notitie in de commissie akkoord gegaan. Akkoord, maar met inachtneming van de door ons

gemaakte opmerkingen. Van die opmerkingen vinden we weinig terug in de bijlagen.

-35-

10 januari 2006.

De SDOH-fractie vroeg wel om een marketingplan en daarop kregen we geen antwoord. Dat is

ons probleem niet direct. We vroegen om Medevoort open te houden, zodat koopkracht niet afvloeit

naar andere gemeenten. Het antwoord van het college - omkleed met redenen en argumenten - was

negatief. We komen hier bij gelegenheid nog op terug. We waarschuwden voor de toename van

internetverkopen en vroegen ons af of dat in een marketingplan meegenomen zou kunnen worden.

Onze kritische opmerkingen zijn positief bedoeld; waar het ons om gaat, is koopkracht naar de

Helmondse detailhandel te krijgen.

Een artikel in Trouw d.d. 5 januari jl. gaat zelfs ver in de toekomstvisie door te stellen dat:

"alle winkels die geen bijdrage leveren aan de beleving van de binnenstad daaruit moe-

ten verdwijnen en zonodig uitwijken naar wijkcentra."

Dat betekent dat we ons een mening moeten vormen over de beleving van het centrum. Aan

die beleving zullen wij moeten gaan werken (wij hebben het daar zojuist uitvoerig over gehad).

Overigens is de beleving uitermate verbeterd, gezien de situatie in de Veestraat en de Ameidestraat

en, naar wij hopen, de Markt.

In de wijkwinkelcentra kan de consument voor zijn dagelijkse behoeften terecht. Dat betekent

dat er voor ons gevoel in de toekomst meer verschuivingen richting wijkwinkelcentra zullen ontstaan.

Dat spaart benzine en vermindert de luchtvervuiling. Dat betekent eveneens dat we een flexibel beleid

moeten voeren. Waar we derhalve van mening over verschillen, is de invulling van de wijkwinkel-

centra. Ook de ondernemers daar moeten gewoon hun brood kunnen verdienen. Dat betekent dat er

reële uitbreidingsmogelijkheden moeten zijn. In de aanvullende bijdrage van de gemeente wordt

gesteld:

"dat in de huidige bestemmingsplannen voor buurt- en wijkcentra gemiddeld nog uitbrei-

dingsruimte aanwezig is tot 10%."

De SDOH-fractie is wat dit betreft op haar wenken bediend door deze aanvulling, die het college

ons 3 januari jl. naar aanleiding van onze vragen in de commissie heeft toegezonden. Wij verzoeken

dit besluit met de nodige flexibiliteit toe te passen. Graag hierover een toezegging. Hetzelfde geldt

overigens voor het te voeren assortiment. Ook hier geen rigide beleidsvoering.

Voorts komen we op de perifere detailhandelsactiviteiten. De consument van vandaag heeft niet

meer zo'n behoefte aan vakspecialisten en branches. Die is op zoek naar een plek waar hij of zij alles

kan vinden rond een bepaald thema. In de commissie konden wij ons in hoofdlijnen vinden in het

geformuleerde beleid. Wel maakten wij de opmerking dat de concentratie van deze handel rond de

Engelseweg actief ter hand zal moeten worden genomen. En we zouden dit beleid graag bevestigd

zien door de wethouder. De thans nog verspreide grootschalige detailhandel zal naar het concentra-

tiegebied rond de Engelseweg moeten verhuizen. Wel gaat het daarbij om concentratie van thema-

winkels. Artikelen of branches die buiten de thema's vallen, zullen kritisch moeten worden benaderd

middels een actief handhavingsbeleid. Daar waar zulks niet gebeurt, zou dat het centrum kunnen

leegzuigen. De SDOH-fractie is derhalve de mening toegedaan dat de wildgroei in steeds grotere

branchevreemde artikelen in de perifere detailhandelszaken moet worden ingeperkt. We willen ons

dan ook evenzeer kritisch opstellen met betrekking tot het nevenassortiment. Dit zou gelimiteerd

moeten worden in onze visie tot een percentage van bijvoorbeeld de vloeroppervlakte. Wellicht kan dit

bij de uitwerking worden meegenomen. Maar waar we dan voor pleiten, is een krachtig handhavings-

beleid met relevante sancties.

De heer VERBAKEL (SP): Mijnheer de voorzitter! Wij stemmen in met de notitie, maar wij willen

van één punt heel duidelijk aangeven dat wij het er niet mee eens zijn. Dat is het beleid dat neerkomt

op (zo vat ik het maar samen): alles voor het centrum en de rem erop voor de wijken. Weliswaar is er

voor de wijken nog de 10% ruimte die de heer Praasterink zojuist noemde, maar ik vat het toch zo

samen. Wij zijn het daar niet mee eens.

De heer ROEFS (CDA): Voorzitter! Fractieberaad heeft ertoe geleid dat de CDA-fractie akkoord

gaat met het voorliggende voorstel. Maatwerk en flexibiliteit binnen grenzen voor wat betreft de wijken,

en daarnaast toevoeging van detailhandel, met name in Brandevoort en het centrum.

De heer VEREIJKEN (HB): Mijnheer de voorzitter! In de commissie middelen, ondersteuning en

economie is uitgebreid stilgestaan bij de voorliggende notitie. Een notitie die, wat onze fractie betreft,

voldoende aanknopingspunten geeft tot verbetering. De omgeving van de Engelseweg wordt er

specifiek uitgelicht.

Wat de nodige aandacht trok in de discussie, waren de branchering en de uitbreidingsmogelijk-

heden van de wijkwinkelcentra (daar is zojuist al over gesproken). Inmiddels hebben wij een aanvul-

lend schrijven ontvangen waarin de uitbreidingsmogelijkheden nog eens onder elkaar worden gezet.

-36-

10 januari 2006.

Alleen, waar wij naar vroegen, staat er naar onze mening niet in. De uitbreidingsmogelijkheden voor

de wijkwinkelcentra staan volgens het schrijven opgenomen en bepaald in diverse bestemmingsplan-

nen. Wat ons betreft, is de cirkel hiermee rond: geen of onvoldoende inzicht in de beleidsmatige

uitbreidingsruimte.

Volgens onze fractie zit de notitie best goed in elkaar, maar op het vlak van de winkelcentra blijft

bij ons de schoen wringen. Vanwege dit laatste kunnen wij niet instemmen met het voorstel.

Mevrouw HOUTHOOFT-STOCKX (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Zoals in de notitie ver-

woord staat, is er voor de wijkwinkelcentra via het bestemmingsplan een mogelijkheid tot een

maximale uitbreiding van 10%. Ik kan mij voorstellen dat de visies daarop verschillen, maar het is wel

zo dat in Helmond bewezen is dat de bewinkeling in de wijken en in de hele stad veel ruimer is dan in

andere steden en dat dat jarenlang ten koste is gegaan van ons winkelcentrum in de binnenstad. De

wijkwinkelcentra zijn bedoeld voor het doen van dagelijkse aankopen.

De heer Praasterink vroeg met betrekking tot de perifere detailhandelszaken om actieve hand-

having. Daar zijn wij zoveel mogelijk mee bezig. Dat is heel lastig, want het assortiment van de pdv-

bedrijven varieert; het gebeurt vaak naar aanleiding van signalen en advertenties. Overigens zijn wij

met de Kamer van Koophandel en via het SRE bezig om dit gezamenlijk aan te pakken.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Voorzitter! Wij gaan akkoord met de notitie.

De heer SMITS (HB): Voorzitter! Ik wil de wethouder in de tweede instantie nog een vraag stel-

len. Wat betreft de uitbreidingsmogelijkheden voor de wijkwinkelcentra, wringen volgens ons de

bestemmingsplannen een beetje. De wethouder zei gladjes: Er is gewoon 10% uitbreiding mogelijk

(overigens zie ik dat wethouder Van Heugten nu nee schudt). Zo simpel is het niet. Sommige

wijkwinkelcentra zitten gewoon vol. Daar is geen uitbreiding meer mogelijk. Het ligt niet zo simpel dat

men even kan zeggen dat de wijkwinkelcentra 10% kunnen uitbreiden.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Voorzitter! Wij hebben geschreven - en daarop doelde

de heer Praasterink - dat er op dit moment in de bestaande situaties van de wijkwinkelcentra

doorgaans een uitbreidingsruimte is van ongeveer 10%. Soms kan men daarvoor binnen de be-

staande bouwblokken schuiven met vierkante meters, soms kan het gaan om een beperkte uitbreiding

van bouwblokken. Daar behoren dan echter ook bij: uitbreiding van parkeerplaatsen en uitbreiding van

bevoorradingsroutes. Kortom, voor een aantal gevallen heeft de heer Smits gelijk, want in die gevallen

kan uitbreiding met 10% tot problemen leiden en is die mogelijkheid Oberhaupt niet aanwezig. In een

aantal gevallen, waarin die mogelijkheid wel aanwezig is en wanneer daar een beroep op gedaan

wordt, zal een uitbreidingsmogelijkheid conform het bestemmingsplan toegewezen kunnen worden.

Het is zuiver een constatering dat op dit moment doorgaans zo'n 10% uitbreidingsruimte in de diverse

bestemmingsplannen voor wijkwinkelcentra is opgenomen.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Ik vraag uitsluitend om dat flexibel toe te passen.

De heer SMITS (HB): Bestemmingsplannen zijn flexibel. Dat weten wij inderdaad! Echter, de

HB-fractie heeft de flexibiliteit niet zo duidelijk in beeld wat betreft de uitbreidingsmogelijkheden voor

wijkwinkelcentra. Wij kennen winkelcentra waarvoor op dit moment geldt: stop, niks uitbreiding. De

notitie die nu voorligt, vinden wij heel mooi, maar vanwege dit punt kunnen wij daar niet mee instem-

men, zoals de heer Vereijken al zei.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders beslo-

ten.

De leden van de HB-fractie krijgen op hun verzoek aantekening in de notulen, dat zij zich met

de genomen beslissing niet hebben verenigd.

17. Voorstel tot het vaststellen van het bestemminQsplan Tuincentrum AkkerweQ (biilaqe 3).

Mevrouw DE VOOGD-VAN DORTMONT (HSP): Mijnheer de voorzitter! De HSP-fractie kan kort

zijn in dezen. Ook wij hebben in de commissie ruimtelijk fysiek een voorbehoud gemaakt. Ook wij

wilden een garantie dat magazijnen in de toekomst niet als verkoopruimte mogen worden gebruikt. In

het ontwerpbesluit is nu opgenomen dat maximaal 90% van de bebouwingsoppervlakte mag worden

gebruikt voor detailhandel. Ook het verminderen, wat toegezegd is, van de buurtoverlast draagt ertoe

-37-

10 januari 2006.

bij dat wij nu akkoord kunnen gaan met het voorstel.

De heer SMITS (HB): Mijnheer de voorzitter! Het tuincentrum Coppelmans heeft de laatste jaren

nogal wat tongen in beweging gebracht en doen roeren. De zaak loopt al vele jaren, en uiteindelijk ligt

er nu een nieuw bestemmingsplan. Bezwaarmakers van het eerste uur zien heel veel terug in dit

nieuwe voorliggende bestemmingsplan, maar er zijn nu direct omwonenden die hun twijfels hebben.

Kortom, naar ons gevoel is er enige tweespalt bntstaan inzake de bewonersbelangen.

Ook wij als HB-fractie hebben onze twijfels over de grootschaligheid van het tuincentrum. Im-

mers, de verkeersbewegingen zullen, zeker bij zondagopenstellingen, weer immens zijn. Handhaving

en begeleiding zullen zeer belangrijk blijven. Vandaar onze oproep om met de bewoners en het

tuincentrum goed te blijven communiceren. Dit omdat de wijk Akkers zoveel mogelijk moet worden

ontzien. Dat zal moeilijk zijn, maar het voorliggende plan biedt een verbetering ten opzichte van de

oude situatie. Daarom wil de HB-fractie best instemmen met het bestemmingsplan.

De heer VAN DER BURGT (WO): Mijnheer de voorzitter! Wij waren kritisch tijdens de behan-

deling van het bestemmingsplan voor het tuincentrum Coppelmans in de commissie ruimtelijk fysiek.

In het bestemmingsplan waren toen geen beperkingen opgenomen ten aanzien van het gebruik van

het vloeroppervlak voor detailhandel. Wij hebben toen gevraagd om alsnog een bepaling hierover in

de planvoorschriften op te nemen. Wij zien dat nu in het voorstel wel bepalingen hierover zijn

opgenomen en dat het verkoopvloeroppervlak zelfs met 10% is afgenomen. Daarom gaan wij akkoord

met het voorstel.

De heer ROEFS (CDA): Mijnheer de voorzitter! Wij vinden het noodzakelijk om nu door middel

van aanpassing van het bestemmingsplan te komen tot een planologische regulering en inkadering

van het tuincentrum Coppelmans. Dit is een bedrijf dat feitelijk uit zijn jasje gegroeid is. Daarom is de

afgelopen maanden intensief gezocht naar een haalbaar alternatief, en dat is jammer genoeg niet

gelukt. Daarom is het zaak om het nu goed te regelen. Door de omwonenden wordt overlast ervaren

op het gebied van parkeren, geluid en aan- en afvoer van goederen. Door extra parkeerplaatsen, het

verlengen van een inrit en een stuk overkapping wordt o.i. een flink gedeelte van de overlast onder-

vangen. De planvoorschriften worden verder aangescherpt, waarbij maximaal 90% van het be-

bouwingsoppervlak mag worden gebruikt voor detailhandel. De omwonenden hebben nog niet alle

vertrouwen in de toekomst. Handhaving is daarom zonder meer geboden. Overigens meen ik dat hier

ook een taak ligt voor de ondernemer. Wij hebben de indruk dat hij van goede wil is. Ik denk dat ook

hij er alle belang bij heeft dat de zaken in de toekomst goed blijven verlopen.

De heer KUYPERS (SDOH): Mijnheer de voorzitter! In de commissievergaderingen van ruimte-

lijk fysiek heeft de SDOH-fractie een voorbehoud gemaakt met betrekking tot dit agendapunt, mede

naar aanleiding van de tekst van de insprekers. Ook onze fractie is van mening dat het voor de

woonomgeving wellicht beter zou zijn om het complete tuincentrum Akkerweg elders in Helmond te

situeren. We hebben echter van de wethouder begrepen dat dit zeker op dit moment niet haalbaar is.

Wij stemmen thans in met het voorstel, overwegende dat met het vaststellen van dit bestemmingsplan

de gewijzigde ontsluiting voor bezoekers, het expeditieverkeer en een uitbreiding van de parkeervoor-

ziening op eigen terrein een belangrijke doelstelling - namelijk de overlast van het bedrijf op de

aangrenzende woonomgeving te minimaliseren - is gewaarborgd. Ook de mogelijkheden tot handha-

ving zijn enorm vergroot. Mocht in de toekomst verplaatsing van het bedrijf mogelijk zijn, dan willen

wij, de SDOH-fractie, hier graag onze medewerking aan verlenen.

De heer VAN KILSDONK (HH): Mijnheer de voorzitter! Ook wij hebben kennisgenomen van het

bestemmingsplan Tuincentrum Akkerweg. Wij hebben begrepen dat de omwonenden daarvan

regelmatig overlast ervaren. Wij vinden het jammer dat de huidige situatie van het tuincentrum niet

meer geschikt is voor verdere exploitatie. Daar komt bij dat daarom het bestemmingsplan nu gewijzigd

moet worden, en wel zo, dat er sprake is van een uitbreiding. De HH-fractie denkt daarover in eerste

instantie: Waar zijn wij nu mee bezig? Gaan wij ervoor zorgen dat iets dat in het verleden bestaan

heeft, ineens extra ruimte en mogelijkheden krijgt, terwijl dat in het verleden niet is toegestaan? Daar

hebben wij wat twijfels over. Het lijkt wel alsof nu misdaad een beetje beloond gaat worden. Ik wil hier

graag een antwoord op van het college.

De heer BOETZKES (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Het onderwerp dat nu aan de orde is, na-

melijk het bestemmingsplan Tuincentrum Akkerweg, is uitgebreid besproken door ons. Na fractie-

beraad blijft voor ons over dat duidelijk is dat een bedrijf met deze omvang en met de daarbij

-38-

10 januari 2006.

behorende verkeersaantrekkende werking, niet thuishoort in deze woonomgeving. Daarom zijn wij

tegen het voorstel.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Mijnheer de voorzitter. Toen het tuincentrum zich vestigde op

zijn locatie, was dat een bedrijf in een totaal groene omgeving. Naderhand heeft de gemeente daar

een wijk tegenaan gebouwd. Diverse problematieken hebben zich vervolgens bij voortduring voor-

gedaan. Ik heb de indruk dat tuincentrum Coppelmans er alles aan gedaan heeft om het bedrijf

zodanig in-te pakken, dat er op dit moment eigenlijk weinig of geen overlast is.

De mens heeft in zich om maar tegen alles te protesteren en actie te ondernemen. Wij moeten

echter niet vergeten - daar moeten wij blij mee zijn - dat het tuincentrum Coppelmans een hele hoop

werkgelegenheid verschaft. Ik las vandaag dat er 73 mensen ontslagen worden bij Axxicon. Laat

daarom alstublieft het tuincentrum bestaan. Dat is destijds op de huidige locatie gestart, in een groene

zone, een groene omgeving. Het college heeft daar huizen tegenaan laten zetten. Onder de bewoners

daarvan zitten altijd mensen die protesteren. Die maken nu al vier jaar lang commotie vanwege het feit

dat de vlaggen wapperen, want daar hebben zij last van. Ja, aan me hoela! Ik vind het prima zo.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Mijnheer de voorzitter! De PvdA-fractie wil kennelijk de

huidige situatie van het Tuincentrum Akkerweg handhaven. Meerdere fracties hebben aangegeven

dat dat niet de beste oplossing is.

Ook de HH-fractie moet ik teleurstellen. Die heeft het idee dat het tuincentrum door de vast-

stelling van het voorliggende bestemmingsplan kan uitbreiden. Echter, het verkoopvloeroppervlak van

het tuincentrum wordt juist beperkt. Overigens heeft de heer Van Kilsdonk dat kunnen lezen in de

gewijzigde bijlage, maar misschien heeft hij daar in alle helderheid nog geen tijd voor gehad!

Tot slot heb ik nog een vraag. Ik neem aan dat de raad niet wil dat de 10% uitbreidingsmoge-

lijkheid/flexibiliteit waar wij het bij de behandeling van het vorige agendapunt over hadden, wordt

toegepast op het tuincentrum. Ik neem aan dat in dit geval de vierkante meters ook de vierkante

meters moeten blijven, mijnheer Praasterink?

De heer PRAASTERINK (SDOH): Ik merk dat u in ieder geval geluisterd heeft!

ten.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders beslo-

De aanwezige leden van de PvdA-fractie krijgen op hun verzoek aantekening in de notulen, dat

zij zich met de genomen beslissing niet hebben verenigd.

18. Voorstel tot het vaststellen van het Masterplan Brandevoort II (biilaqe 6).

De heer VAN MULLEKOM (HA): Wij gaan akkoord met het voorstel, voorzitter.

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Voorzitter! Het tekort op de grondexploitatie

Brandevoort 11 is bijzonder fors. De PvdA-fractie is van mening dat op de eerste plaats naarstig

gezocht moet worden naar subsidies.

Vervolgens mag wat ons betreft de sociale woningbouw in Brandevoort niet aan kwaliteit

inboeten. Wij zijn daar toch wat bevreesd voor, gelet op het tekort op de grondexploitatie.

Ten slatte willen wij de toezegging dat wanneer het bestemmingsplan gepresenteerd wordt, er

een dekkende exploitatie is en dat wij er op dat moment nog een keer op terug kunnen komen.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Voorzitter! Ik wens het college voortvarendheid toe bij de

realisatie van het masterplan, omdat dat essentieel is voor het grondbedrijf en voor de renteverliezen

die wij lijden. Ik hoop dat het college zo snel mogelijk komt met een oplossing voor het tekort.

De heer FRANSEN (WD): Voorzitter! Wij gaan graag akkoord met het Masterplan Brandevoort

11. In de commissie hebben wij gezegd - en dat wil ik hier graag herhalen - dat onze instemming met

het masterplan niet betekent dat wij automatisch akkoord zullen gaan met het bestemmingsplan

wanneer dat ter vaststelling wordt aangeboden. Wij willen dan namelijk zien dat er een kosten-

dekkende exploitatie is.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Voorzitter! In de regel is dit laatste het geval. Er zijn voor

bestemmingsplannen die wij vaststellen, maar weinig exploitaties die niet dekkend zijn of die niet

-39-

10 januari 2006.

dekkend gemaakt kunnen worden. De raad heeft kunnen zien welke keuzes wij te zijner tijd daarvoor

kunnen maken. Ik hoop, met mevrouw Witteveen, van harte dat wij erin slagen om subsidies binnen te

krijgen. Het is ook onze bedoeling om de kwaliteit van het plan, inclusief de sociale woningbouw, te

handhaven en om daar geen concessies aan te doen.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders beslo-

ten.

De VOORZITTER: Dames en heren! Gelet op de tijd, wil ik u een ordevoorstel doen. Ik stel voor

om de behandeling van agendapunt 19 (het ASP) door te schuiven naar de volgende vergadering,

want daar zit geen tijdsdruk op, en om nu de agendapunten 20, 21 en 22 af te handelen, alsmede de

door de HH-fractie ingediende motie inzake een tweede termijn voor insprekers. Of mag ik de motie

ook doorschuiven?

De heer VAN KILSDONK (HH): Ja, als dat makkelijker is. Dat ligt aan de tijd

De VOORZITTER: Akkoord, als het kan, dan zullen wij de motie vanavond behandelen, maar

anders schuiven wij de behandeling door.

Dames en heren! Ik stel vast dat u akkoord gaat met het ordevoorstel dat ik heb gedaan.

Daarom stel ik nu eerst aan de orde agendapunt 20.

20. Voorstel tot het bestendiqen van het voorkeursrecht OP qronden. qeleqen Berkendonk. in het

Alqemeen Structuurplan Helmond 2015 (biilaqe 15).

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Mijnheer de voorzitter! In de commissie heb-

ben wij al aangegeven niet gelukkig te zijn met de volgorde van besluiten in het kader van het ASP en

Berkendonk. Het is overigens heel grappig dat de behandeling van het ASP nu verhuist naar de

volgende maand! Wij willen akkoord gaan met het voorstel om mogelijke ontwikkelingen niet te

blokkeren. De discussie over de randvoorwaarden krijgen wij volgende maand. Op dit moment

akkoord.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Een punt van orde, voorzitter, anders komen wij met de

rechtmatigheid van onze besluitvorming in de problemen. De raad moet namelijk eerst het ASP

vaststellen voordat hij de werking van de Wet voorkeursrecht gemeenten kan bestendigen voor het

onderhavige gebied. Dit betekent dat ik de raad toch voorstel om vanavond enige tijd in te ruimen voor

de vaststelling van het ASP, want voor de bestendiging van het voorkeursrecht is dit de fatale termijn.

Wij kunnen de besluitvorming daarover niet doorschuiven naar de volgende vergadering, want dan

geldt het voorkeursrecht niet meer.

De VOORZITTER: Dames en heren! Stemt u in met dit voorstel van de heer Van Heugten? Ik

stel vast dat dat het geval is. Dit betekent dat wij eerst agendapunt 19 gaan behandelen voordat wij

een besluit nemen over het voorstel inzake het bestendigen van het voorkeursrecht. Ik ga ervan uit

dat dit voorstel een hamerstuk is wanneer wij het eens zijn met elkaar over agendapunt 19.

De VOORZITTER schorst daarop de beraadslaging over agendapunt 20.

19. Voorstel tot het vaststellen van het Alqemeen Structuurplan Helmond 2015 (biilaqe 12).

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik stel vast dat nogal wat leden zich gemeld hebben als

sprekers over dit voorstel. Ik vrees dat wij daarom morgen terug moeten komen om de vergadering

voort te zetten. Overigens zitten wij dan met het probleem dat de verantwoordelijke wethouder daar

niet bij aanwezig kan zijn. Hij heeft namelijk verplichtingen in Duitsland, waar hij een inleiding moet

verzorgen voor een internationaal congres.

De heer KLERKX (HSP): Voorzitter! Ik vind het erg jammer dat zo'n belangrijk stuk als het ASP

op deze manier afgehandeld moet worden.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik vraag u of u ermee instemt dat deze vergadering wordt

voortgezet. Ik stel vast dat een ruime meerderheid van u dat wil. Dat zullen wij doen. Overigens gaan

wij de zaak niet afraffelen. Ik verzoek u om uw medewerking, gezien het bijzondere karakter van het

-40-

10 januari 2006.

voorstel dat nu aan de orde is.

De heer KLAUS (SP): Voorzitter! Ik stel vast dat wij nu het reglement van orde weer gaan

aanpassen. Dat wordt weer flexibel!

De VOORZITTER: Dat mag. Dat is heel flexibel, dus dat kan.. De raad kan het staande de

vergadering aanpassen. !

De heer FERWERDA (GL/D66): Mijnheer de voorzitter! Ik breng de volgende punten naar voren

naar aanleiding van het ASP:

- Allereerst onze complimenten voor dit verhaal, dat duidelijk de contouren schetst van een Helmond

per 2015 met een doorkijk naar 2030.

- Voor wat mogelijke uitbreidingen van Helmond betreft, is de toon niet (en dat hebben wij weleens

anders gehad): "We willen dit, buurgemeente, van u hebben", maar komt er samenspraak met

buurgemeenten. Die lijn onderschrijven we.

- Wij hebben vraagtekens bij de benodigde bedrijventerreinen in een veranderende wereldeconomie.

Wij vragen ons af of de structuur van de werkgelegenheid niet zodanig verandert, dat dat. ook

consequenties heeft voor de opties die je voor de toekomst hebt op bedrijventerreinen.

- ~ij vragen ons af in hoeverre de zojuist vastgestelde ontwikkeling van de Engelseweg niet de

ontwikkeling van het hoofdwinkelcentrum - en dan met name het deel Busquetsplannen - in de

weg staat en of de zojuist vastgestelde lijn dan wel vol te houden is. Je krijgt volgens mij con-

currentieposities op die twee gebieden. Wanneer je ruimte aan te bieden hebt, zul je geen ontwik-

kelaar vinden die zegt: Oh, er heeft zich daar al een Gamma gevestigd, dus dat mag hier niet. Ik

geloof daar helemaal niks van.

- Wij hebben zorgen met betrekking tot de ontwikkeling van hoogwaardige kantoormilieus (vooral

qua aantal) in een tijd dat er sprake is van een forse overcapaciteit en het ook een marktgegeven

is dat in verouderde kantoren niet meer gezeten wordt (om het maar zo te zeggen). Herontwikke-

ling daarvan is gewenst en wellicht is een rem op uitbreiding met nieuwe noodzakelijk.

- Wij hebben vraagtekens bij de wenselijkheid en noodzakelijkheid van een tweede ontsluiting

Stiphout, maar wachten de studies hieromtrent af.

- Wij zijn het eens met de ontwikkeling van een balkonfunctie voor de traverse. Ook vragen wij

aandacht voor de ontwikkeling onder de brug, want ook daar zijn mogelijkheden te over om aardige

dingen te doen.

- Wij zijn groot voorstander, net als het college, van het stimuleren van het vervoer per water en een

maximale benutting van de toekomstige Betuwelijn, die ingezet zou moeten worden ter ontlasting

van Helmond van het zware vrachtverkeer.

- Wij juichen de studie naar nieuwe logistiek en vervoersconcepten zeer toe, want die moeten

uiteindelijk ook leiden tot ontlasting van het zware vrachtverkeer in Helmond.

- Wij ondersteunen vooralsnog de verhouding 55-45% waar het de koop-huur betreft. Wij vinden dat

woningbouw in Stiphout binnen de randen van dit stadsdeel moet plaatsvinden. De ruimte ervoor is

er. Wij zijn geen voorstander van uitbreiding van de randen naar het buitengebied.

- Wij ondersteunen de wijkgerichte aanpak waar het leefbaarheid betreft, met dien verstande (en

onder die voorwaarde) dat de voorziening die dat moet doen, ook de omvang moet hebben om dit

goed te kunnen doen. Wij hebben tegenwoordig nogal eens te maken met functies van twee uur in

een wijk. Wij vinden dat helemaal niks.

- Wij zijn benieuwd naar het conceptluchtkwaliteitsplan en welke consequenties dat heeft.

- Wij snappen de benadering van een "palet van wijken", maar wees daarbij ook attent op de

gemeenschappelijke component. Dat is een vraagstuk waar nog eens over nagedacht moet wor-

den.

- Bij de doorkijk welt de vraag op naar de grenzen aan de groei voor onze stad. Het lijkt me dat die

er liggen en tegen die tijd ook uitgesproken moeten worden.

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Het ASP is een knap

stuk werk waar we graag onze waardering voor uitspreken. Het mag dan ook rekenen op een warme

belangstelling van de PvdA-fractie. In het belang van de toekomst van onze stad willen wij dan ook

een aantal van onze uitgangspunten duidelijk aangeven:

- Er zijn grenzen aan de groei. Er is altijd sprake geweest van een groei tot rond de 100.000

inwoners. Dat wordt in het ASP onderschreven als we tot 2015 kijken, in de doorkijk groeien we

echter verder. Een verdere groei kan op Helmonds grondgebied nauwelijks plaatsvinden, want dan

komen we in de knoop met de rode en groene mal. De robuuste groenstructuren, die we nu geluk-

-41-

10 januari 2006.

kig nog kennen, zullen dan opgeofferd moeten worden.

- De automobiliteit moet worden teruggedrongen en het bevorderen van het fietsverkeer moet

worden ondersteund door maatregelen. We verliezen steeds meer onze titel van fietsstad.

- De luchtkwaliteit dient verbeterd te worden. Mede door de gigantische toename van ondergrondse

parkeergelegenheid in het centrum zal het centrum met een forse toename van luchtvervuiling te

maken krijgen (terwijl we nu al op sommige plaatsen boven de grens zitten). Daarom dient het

luchtkwaliteitsplan snel te worden opgesteld. ~

- De snelheid waarmee voorstellen ten aanzien van woningbouw- en bedrijventerreinlocaties worden

opgenomen, vinden wij aan de hoge kant. Uit de zienswijzen die zijn ingediend, blijkt wel dat de

PvdA-fractie niet alleen staat in haar bemerkingen bij deze ontwikkelingen. Wij spraken hier reeds

over in de commissie. De balans tussen te ontwikkelen bedrijventerreinen en revitalisering van

bestaande terreinen en de vele leegstaande panden is o.i. nu zoek. Zoals wij bij vorige gelegen-

heden al gezegd hebben, blijven wij het bedrijventerrein Scheepstal bij Dierdonk afwijzen.

- De verkeersafwikkeling via de Cortenbachstraat met verdere doortrekking naar de Vossen beemd

verdient een aparte discussie.

- De kwaliteitsimpulsen die genoemd worden voor Helmond-Noord, Oost en Rijpelberg moeten wat

ons betreft naar voren gehaald worden, dat wil zeggen: voor 2015, althans de start ervan. De wijk

Brouwhuis dient hieraan te worden toegevoegd. Je kunt trouwens ook spreken over het toevoegen

van delen van wijken; het hoeft niet de hele wijk te zijn.

- De fractie van de PvdA is uitermate bezorgd over de recreatieve ontwikkelingen. Allereerst

Berkendonk, dit gaat ons qua schaal veel te ver, gelet althans op de visie die er nu ligt. Gelukkig

komen wij daar volgende maand op terug. Als de recreatieve poort bij Stiphout op dezelfde wijze

wordt bekeken, zijn wij hier tegen. Hier geldt dat de verkeersaantrekkende werking en de vernieling

van de natuur, in dienst van recreatie, hun grenzen gaan overschrijden. Wij pleiten met de Bra-

bantse Milieu Federatie voor het schrappen van de versterking van de vrijetijdfuncties bij Sluis 7.

Als het respect voor de kwaliteiten van het gebied vooropstaat, zoals in het ASP te lezen valt,

tasten we het niet verder aan en besparen daardoor compensatie elders.

- Voorts hebben we geen inzicht in de aard en omvang van bodemvervuiling. Omdat we niet in staat

zijn ons een reëel beeld te vormen van de vervlechting van de problemen rond bodemsanering en

ASP, kunnen we ook niet zien hoe de bodemsanering prioriteitstellingen e.d. zal gaan beïnvloeden.

Ons is een halfjaar geleden een presentatie in de commissie ruimtelijk fysiek toegezegd.

Kortom, voorzitter, wij willen positief de ambities van Helmond in haar ontwikkeling bekijken,

maar de inwoners van Helmond ook in 2030 nog robuuste groenstructuren kunnen bieden en hen

laten leven en werken in een gezonde leefomgeving. Het ASP kan gezien worden als een toetsings-

kader waaruit nadere plannen voort moeten komen. De PvdA-fractie wil daarom, voordat ze haar fiat

geeft aan het ASP, een toezegging op een achttal punten:

1. Er dient helderheid te worden verschaft waar een verdere groei voor woningbouw kan plaats-

vinden.

2. In het kader van werkgelegenheid volgt een discussie over te ontwikkelen bedrijventerreinen in

relatie met de revitalisering van bestaande terreinen en de leegstand op diverse plaatsen.

3. De kwaliteitsimpulsen die genoemd worden voor Helmond-Noord, Oost en Rijpelberg moeten naar

voren gehaald worden en de wijk Brouwhuis dient hieraan te worden toegevoegd.

4. Er wordt een luchtkwaliteitsplan opgesteld; als hieruit blijkt dat verkeersafwikkelingen niet plaats

kunnen vinden via de in het ASP genoemde wegen vanwege de nadelige invloed op de volks-

gezondheid, wordt de routering opnieuw ter discussie gesteld.

5. Er wordt een mobiliteitsplan opgesteld, mede in relatie tot het luchtkwaliteitsplan, dat tot doel heeft

terugdringing van de automobiliteit en bevorderen van het fietsverkeer.

6. De verkeersafwikkeling via de Cortenbachstraat krijgt een aparte discussie met alle belanghebben-

den.

7. De toeristische ontwikkelingen op Berkendonk zullen wij volgende maand bespreken. Wij willen

ook de toezegging dat wij een bespreking krijgen over de toeristische poort bij Stiphout.

8. De toegezegde presentatie van alle te saneren gebieden vanwege bodemverontreiniging wordt op

korte termijn gegeven. De gevolgen hiervan voor te ontwikkelen woningbouw- en bedrijvenlocaties

worden hierbij aangegeven.

De heer KLERKX (HSP): Mijnheer de voorzitter! Er was duidelijk behoefte aan een nieuw ASP,

het oude dateert nog van 1991. Wij denken dat niet alleen het up-to-date maken van het structuurplan

een belangrijke reden is, maar zeker ook de ontwikkeling binnen de ruimtelijke ordening. Duidelijk is

immers geworden dat een verschuiving naar een minder sturende rijksoverheid te constateren is.

Gemeenten zullen meer en meer op grond van hun eigen mogelijkheden, maar ook onmogelijkheden,

-42-

10 januari 2006.

moeten trachten hun doelstellingen waar te maken. Daarvoor is een langetermijnvisie nodig. Het

voorliggende ASP voldoet naar onze mening daaraan: het is een duidelijk structuurplan voor de

periode tot 2015 en vervolgens een doorkijk tot 2030, wat gezien de lange voorbereidingstijd om iets

te bereiken, te realiseren etc. zeker noodzakelijk is.

Het ASP zoals dat voor ons ligt, verdient alle complimenten (dat hebben wij reeds eerder uit-

gesproken). De voorbereiding om tot dit document te komen, is goed geweest. Het ASP is een

voldragen stuk, dat als basisdocument kan dienen voor de verdere ontwikkeling van onze stad, een

stad als centrum van De Peel. Het hoofdstuk "Palet van wijken" geeft nog eens een meerwaarde aan

het nieuwe ASP, maar daar zal ik later wat meer over zeggen.

De laatste jaren hebben wij via een aantal beleidsnota's onze ambities aangegeven: het RSP,

de BaSE-studie, het RWP, Stads(re)visie, de nota Wonen etc. Al die nota's vormen als het ware de

basis voor het ASP. Nogmaals: die zijn duidelijk vertaald, richtinggevend en met ruimtelijke richtlijnen

voor de toekomst.

Het hoofddoel van het ASP is volgens wethouder Van Heugten de stad in balans houden voor

wat betreft de hoeveelheid woningen, voldoende arbeidsplaatsen, recreatieve mogelijkheden etc.,

waarbij groei van de stad geen doel op zich is, en zeker ook niet de snelheid waarmee het een en

ander tot stand komt. De HSP-fractie kan zich daar volledig in vinden. Immers, het is een voortzetting

van een goed beleid, waarmee wij de laatste jaren in Helmond bezig zijn.

De werkgelegenheid vraagt alle aandacht. In het ASP wordt daar terecht, onder het beleids-

thema economie, veel aandacht aan besteed. Maar gekoppeld daaraan is de bereikbaarheid van onze

stad van groot belang. Voortkomend uit de BaSE-studie, is de verbinding vanaf Eindhoven naar de

N279 van cruciaal belang (wij hebben dat vaker onderstreept). Ook bereikbaarheid en vervoer over

water vormen een punt van voortdurende aandacht. Dat biedt volgens ons mogelijkheden.

Het ontlasten van het centrum van het verkeer. Veel aandacht vragen wij voor het terugdringen

van de luchtverontreiniging op de Eikendreef, onder andere door het terugdringen van de verkeers-

intensiteit, en de positie van de Cortenbachstraat (ook de PvdA-fractie heeft daar het een en ander

over opgemerkt).

Wat de woningbouw betreft het volgende. Op pagina 38 van het ASP staan de doelstellingen

beschreven. Dat zijn: bouwen voor specifieke doelgroepen, 10% van de nieuwbouw als sociale

koopwoning en circa 22% geschikt voor huisvesting van senioren. Dit betreft de nieuwbouw, maar

tijdens de begrotingsbehandeling hebben wij er al op gewezen dat dit te weinig is om in de behoeften

te voorzien. Ook aanpassing van de bestaande voorraad zal noodzakelijk zijn.

Vervolgens ons antwoord op hetgeen de Projectgroep Dagelijks Beheer Stiphout naar voren

heeft gebracht omtrent Stiphout. Wij kunnen m.L akkoord gaan met datgene wat ook de wethouder

voor ogen heeft, namelijk: eerst inbreiden en dan zien wij later wel verder.

De doorkijk van 2005 naar 2030 is goed beargumenteerd. Start dus de ingewikkelde procedu-

res. Overigens zien wij de locatie Scheepstal, ten noorden van Dierdonk, minder zitten.

Dan het "palet van wijken"/het monitoren van wijken. Dit is een onderdeel van het ASP met zeer

veel informatie over de wijken onderling. Wordt er gesproken van een streven naar de stad in balans

brengen, hier is duidelijk een onbalans tussen diverse wijken. Grote verschillen tussen percentages

koop- en huurwoningen, OZB-waarden, sociale opbouw etc. De niet onbelangrijke vraag komt dan

naar voren of het ASP meer bijdraagt aan het opheffen van deze onbalans. Hoe denkt het college

daarover?

Wij hebben toch wel zorgen richting 2015. Wij spreken onze zorgen uit over de nabije toekomst

van het noordelijke en noordoostelijke deel van onze stad: Helmond-Noord, Rijpelberg en Brouwhuis

(dus met uitzondering van de wijk Dierdonk). Het tijdig onderkennen van mogelijkheden en mogelijke

bedreigingen is tenslotte één van de doelstellingen van het hoofdstuk "Palet van wijken". Wat

Helmond-Noord betreft, lezen wij dat in sommige wijken sprake is van veroudering en zeker isolement

(Bloemvelden), dat sommige plekken onherbergzaam aandoen, en ga zo maar door. Wat Brouwhuis

aangaat, is er voor het gedeelte rond het station sprake van het niet up-to-date zijn van het winkel-

centrum. Wanneer wij de signalen uit Helmond-Noord goed begrijpen, dan menen wij dat er speciale

aandacht moet zijn voor de noord- en noordoostzijde van de stad, want voorkomen is altijd nog beter

dan genezen.

In de doorkijk die het ASP biedt, is duidelijk gezegd dat er een eind is gekomen aan de oost-

west uitbreiding van onze stad en dat nu gedacht wordt aan een uitbreiding noord-zuid. Wij gaan

daarmee akkoord. Wij denken namelijk dat een uitbreiding richting A6? heel goed is voor onze stad,

ook wat betreft de werkgelegenheid.

Tot zover mijn bijdrage in de eerste instantie. Ik heb een paar zaken achterwege gelaten, maar

die zijn minder belangrijk. Ik hoop dat ik straks een goed antwoord krijg van de wethouder.

-43-

10 januari 2006.

Mevrouw SPIERINGS-VAN DEURSEN (HB): Mijnheer de voorzitter! Het ASP Helmond 2015,

met daarbij de ruimtelijke structuurvisie, de doorkijk naar 2030. Dit is een plan met een visie waarop

de gemeente Helmond haar ruimtelijke toekomst baseert. Op zich hebben wij daar geen opmerkingen

over, zeker niet omdat andere overheden hun structuurplannen daar als onderlegger voor hebben

aangeleverd. De HB-fractie meent dat wij als gemeente Helmond met deze ruimtelijke claims een

goede basis hebben voor verdere uitvoering. Onze fractie vraagt wel om binnen de kaders te kijken

naar uitbreiding van betaalbare woningbouw.

De tijd zal ons Ieren of wij binnen het tijdpad Oberhaupt gebruik zullen gaan maken van alle

aangegeven ruimtelijke invullingen. Het mag duidelijk zijn dat wettelijke taken, voorschriften en

voorwaarden bij de verdere uitwerking belangrijk zijn. Heel actueel momenteel is natuurlijk de

discussie omtrent de luchtkwaliteit, met name de factor fijnstof. De landelijke en de Europese

regelgeving zal, wanneer sommige gebieden verder worden ontwikkeld, net zoals andere wetgeving

moeten worden gevolgd.

Kortom, wij als HB-fractie kunnen instemmen met het ASP en de ruimtelijke doorkijk naar 2030

als ruimtelijk beleidskader.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Mijnheer de voorzitter! Er rust kennelijk een vloek op het

ASP, want iedere keer dat ik erbij betrokken ben geweest, is het na elven geworden! En u kent mijn

principe terzake.

In de commissie hebben wij uitvoerig over het ASP gesproken. Daarbij hebben wij alle moge-

lijkheden gehad om, zowel op microniveau als op macroniveau, met elkaar te praten over de

toekomstige ontwikkelingen. Het beleid voor een periode tot 2015, met zelfs een doorkijk naar 2030, is

nu nooit definitief vast te stellen. Je zult dan ook de nodige flexibiliteit - dat woord is vandaag al meer

gevallen - moeten toepassen. Dat betekent in onze visie periodieke evaluatie en zonodig bijstelling.

Laten we dat dan maar tweejaarlijks doen.

We zijn het eens met de uitgangspunten, te weten:

- variatie in woonmilieus;

- transformatieprincipe

- zorgvuldig ruimtegebruik;

"Helmond is stevig verankerd in het Brabantse land met zijn groene omgeving en de charme

van kleinschaligheid", zo staat op bladzijde 11. De SDOH-fractie wil dat graag in een beheersbare en

bestuurbare stad zo houden. Een maximaal inwonertal van circa 100.000 tot 2015 lijkt ons een goed

uitgangspunt wat dat betreft, daarna zien wij wel. In de toekomst is het wenselijk bijvoorbeeld voor

Lungendonk een reservering te maken. Gelet op de tijd benodigd voor procedures, zal dat best nodig

zijn. Maar de invulling is wat mij betreft nog niet aan de orde. Die invulling komt pas in de volgende

bestuursperiode. Dat klemt temeer daar wij van mening zijn dat met name de invoering van de Wet

maatschappelijke ondersteuning, maar daarnaast nog de afbouw van de intramurale zorg, de

behoefte aan en de vraag naar aangepaste woningen voor gehandicapten en met name senioren zal

doen toenemen (luistert de heer Klerkx nu even!). Juist in die categorie spelen factoren als bereik-

baarheid en veiligheid een grote rol. Dat betekent voor ons gevoel dat bouwen van woningen met

daarbij inclusief zorgelementen in het centrum, extra reservering en inbreiding nodig maakt. Meer

wonen in het centrum.

Het verdwijnen van de maakindustrie uit Nederland en wellicht West-Europa maakt dat we ons

kritisch dienen te beraden over de aanleg van nieuwe industrieterreinen. Dat neemt overigens niet

weg dat regeren vooruitzien is en dat ruimtelijke reserveringen later nodig kunnen blijken te zijn. In dat

kader kunnen wij ons vinden in de plannen met betrekking tot Diesdonk. Wel zal de renovatie van

bestaande industrieterreinen stringenter en sneller ter hand moeten worden genomen. Zulks temeer

daar de hiermede samenhangende procedures sneller zijn te realiseren. Niet alleen reallocatie maar

ook verwerving en vervanging zouden op korte termijn een goed alternatief kunnen zijn in onze ogen

(ook mevrouw Witteveen doelde daar kennelijk op).

Met betrekking tot de transformatie stellen wij voor, teneinde ook de bouw van betaalbare wo-

ningen in de toekomst mogelijk te maken, de in het RSP vastgestelde locaties een-op-een over te

nemen. Dat betekent voor Stiphout dat er in de buurt van de Veedrift in theorie en praktijk wellicht

uitbreidingsmogelijkheden zijn. Hetzelfde geldt voor het thans braakliggende ROe Ter AA-terrein. Ik

dien hierover het volgende amendement in:

"Amendement.

De gemeenteraad van Helmond in vergadering bijeen op 10 januari 2006

Overwegende dat:

- De transformeerbaar afweeg bare gebieden nabij Stiphout te weten de geledingszone

-44-

10 januari 2006.

en Stiphout noord-west zijn opgenomen in het RSPen vervolgens één op één over-

genomen in het Streekplan.

- Deze gebieden niet zijn opgenomen in het ASP.

- In de toekomst betaalbare woningbouw in Stiphout gerealiseerd moet worden.

- Dat ook voor het ROG-terrein een bestemming zal moeten worden bepaald.

Besluit:

1. Deze transformeerbare gebieden alsnog in het ASP op te nemen.

2. Op korte termijn met een bestemmingsplan voor het ROG Ter AA te komen.

En gaat over tot de orde van de dag."

Dit amendement is ondertekend door de heer Van der Burgt en mijzelf.

In verband met het stijgende autobezit stellen wij voor om in nieuwe woongebieden de parkeer-

norm substantieel te verhogen en waar mogelijk parkeren op eigen terrein te bevorderen.

De heer VERBAKEL (SP): Mijnheer de voorzitter! Ik kan mijn bijdrage kort houden, want wij

hebben niet zoveel vragen en opmerkingen over het ASP. Het is een duidelijk en goed leesbaar stuk.

Hoe kan het ook anders, want het is een neerslag van het bestaande beleid. Dat is ook ons probleem,

want op belangrijke punten maken wij simpelweg andere keuzes dan de keuzes die in dat beleid dan

wel het ASP gema~kt worden. Ik noem er daar een paar van (het zijn de bekende punten):

- De filosofie van het centrum beleid (want dat speelt natuurlijk een belangrijke rol in het ASP) versus

het beleid voor de wijken.

- De claim op Diesdonk in Asten als industrieterrein.

- Het punt van Scheepstal bij Dierdonk, ook voor industrieterrein.

- Waar wij het ook niet mee eens zijn, is de claim op Somerens grondgebied. Al of niet vriendelijk

gesteld, voor de toekomst wordt daar toch een claim op gelegd voor woningbouw. Overigens merk

ik hierbij wel op dat wij er op zich geen probleem mee hebben dat er een zoektocht is naar de

meest geschikte woningbouwlocatie, maar waarmee wij het oneens zijn, is dat daarvoor Somerens

grondgebied geannexeerd wordt. In onze ogen kan men op eigen grondgebied hetzelfde effect

bereiken.

- De nota Wonen en de vervolgnota, die ook hun vertaling hebben gekregen in het ASP en waar wij

problemen mee hebben.

Kort en goed, dit is wat ik over het ASP te zeggen heb. Wij maken op een aantal punten geheel

andere keuzes dan in het ASP gemaakt worden. Sterker nog, een aantal van onze keuzes hebben wij

zelfs in ons verkiezingsprogramma vastgelegd.

De heer RIETER (HH): Mijnheer de voorzitter! Een aantal jaren lang is er overleg geweest met

diverse maatschappelijke organisaties om tot het ASP te komen. Dat is namelijk niet een stuk dat

alleen maar in de ambtelijke koker is geboren. Nee, het wordt heel nadrukkelijk breed gedragen door

diverse organisaties. In die zin meen ik dat wij nu een heel goed verhaal voor ons hebben liggen. Dat

Iaat echter onverlet dat de HH-fractie geen voorstander is van de claims op gebieden buiten het

Helmondse. Weliswaar is het verhaal over Lungendonk vriendelijk geschreven, maar de locatie

Diesdonk ligt wat g~voeliger.

Ten aanzien van Lungendonk gaat overigens het verhaal - en dat wordt links en rechts beves-

tigd - dat daar inmiddels 50 ha is gekocht door projectontwikkelaars (ik heb daar vanavond niemand

over horen praten, hoewel dat links en rechts wel genoemd is). Dat lijkt mij geen gezonde ontwikke-

ling. Ik weet niet hoe het college hierover denkt. Het is door zeer betrouwbare bronnen bevestigd. Laat

mij man en paard noemen: Adriaans.

In een eerdere visie staat een stadion getekend in de zuidelijke punt, tegen het kanaal. Is dat

één van de vele mogelijke locaties voor het stadion van Helmond Sport? Of gaat het om een ander

stadion en is het inmiddels verhuisd naar de Suytkade.

Naast het feit dat het ASP besproken is met maatschappelijke organisaties, heeft daarover ook

diverse keren vooroverleg plaatsgevonden in de commissie ruimtelijk fysiek. Dit om draagvlak te

verkrijgen om vanavond een besluit te kunnen nemen over het ASP. Daarbij is, onder anderen door

mij, naar voren gebracht dat wij als gemeente in ieder geval voor 2015 moeten starten met het

oplossen van de problematiek van Helmond-Noord, want voorkomen is beter dan genezen. Wanneer

wij de oogkleppen opzetten, dan zullen wij m.L over tien jaar enorme problemen hebben, niet alleen

daar, maar ook in andere wijken (die reeds genoemd zijn).

Het ASP betreft de periode tot 2015 en geeft een doorkijk naar 2030. Op dat moment zijn wij

zes, bijna zeven colleges en even zovele raden verder. Gelet op voortschrijdend inzicht alsmede op

allerlei maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen, meen ik dat het mogelijk moet zijn om

-45-

10 januari 2006.

claims ten behoeve van kantoren of industrie om te zetten in claims voor andere zaken/behoeften.

De heer ROEFS (CDA): Voorzitter! Ik zal mijn bijdrage kort houden, opdat wij de vergadering

voor 24.00 uur kunnen afronden.

Ook volgens ons ligt er nu een duidelijke visie voor de periode tot 2015. In die periode zal Hel-

mond volgens de prognose groeien tot 100.000 inwoners. Als tweede centrumstad van de regio,

hebben wij hierin ook een regionale taak te vervullen, dus wij achten dit zondér meer valide.

Vervolgens de vraag waarom de stad nog min of meer in onbalans is: Dat heeft te maken met

een stukje woningbouw, de soorten woningen en - dat wringt tegenwoordig het meest - de werk-

gelegenheid. Op een bevolking van 86.000 inwoners zijn er in Helmond 35.000 arbeidsplaatsen. Dat

is weinig te noemen, zeker als je dat vergelijkt met de steden van BrabantStad, want dan blijkt dat

Helmond onderaan bungelt.

Dan de doorkijk naar de toekomst. Voor de korte termijn zeggen ook wij natuurlijk dat het

Hoogeind opgeknapt moet worden en dat het afronden van het BZOB prioriteit heeft. Echter, als wij

toe willen naar een stad in balans met 100.000 inwoners, dan behoort daar ook voldoende werk-

gelegenheid bij. Op dit punt verschillen wij fundamenteel van mening met de PvdA-fractie (daar

hebben wij vorige week nog een robbertje over gevochten!). Op zich acht ik het goed om over dit

onderwerp te discussiëren, maar wij vinden het ook goed om nu keuzes te durven maken als je kijkt

naar de toekomst. Daarom ligt het ASP ook voor.

Het "palet van wijken" is zonder meer een goede zaak. Ook wij hebben in de commissieverga-

dering geconstateerd dat sommige wijken wat achteruitgaan. Het is belangrijk om daar de vinger aan

de pols te houden. Helmond-West wordt nu zeer goed aangepakt, terwijl de aanpak van de Binnen-

stad-Oost loopt. Wij hebben hier vertrouwen in.

Wat betreft de mobiliteit wordt gekozen voor de binnenring en de centrumring. Dat zal nog enige

discussie geven, natuurlijk, met name over de Cortenbachstraat en de Eikendreef. Hetgeen nu in het

ASP is aangegeven terzake, vinden wij op zich een logische keuze. Verder hebben wij al enige tijd

geleden besloten om de route Kasteeltraverse-Europaweg als hoofdader te handhaven.

Conclusie: wij kunnen het ASP van harte ondersteunen.

De heer FRANSEN (WD): Mijnheer de voorzitter! Ook de WD-fractie kan het ASP van harte

ondersteunen. Wij hebben eerder al gezegd, ook in de commissie, dat wij grote waardering hebben

voor dit stuk. Ik meen dat het een evenwichtig stuk is dat een antwoord kan geven op de taken

waarvoor Helmond zich de komende periode gesteld ziet. Overigens denk ik dat het ASP een aardig

verhaal is om straks tijdens de collegeonderhandelingen op tafel te leggen. Tenslotte staan daarin

dingen ten aanzien waarvan keuzes gemaakt moeten worden. Voorts meen ik dat het een goed stuk

is op basis waarvan in de toekomst concrete besluitvorming kan plaatsvinden. Het is een kapstok, een

groot kader, maar wel evenwichtig.

De reden waarom wij vanavond terugkomen op het ASP, is dat wij eerder een voorbehoud ge-

maakt hebben. Dat was ingegeven door de noodzaak van betaalbare woningbouw in Stiphout. Onze

fractie wilde nog eens bespreken of de geledingszone (waarover het amendement-Praasterink is

ingediend) in het ASP moet worden opgenomen als transformeerbaar gebied. De meerderheid van

onze fractie is tot de conclusie gekomen dat deze zone zich in ieder geval niet leent voor bebouwing

in een hoge dichtheid. De overwegingen die hebben geleid tot de keuze om bepaalde robuuste

groene gebieden te handhaven - en daar is de geledingszone er eentje van - kan de meerderheid

van onze fractie onderschrijven. Daarom onderschrijft de meerderheid van de fractie het feit dat deze

zone, in afwijking van het RSP, niet in het ASP is opgenomen als transformeerbaar gebied. In 2006

wordt gestart met het opstellen van een wijkvisie voor Stiphout. Wij vertrouwen erop dat dan de ruimte

wordt gevonden waar de wethouder aan gerefereerd heeft. Wij vertrouwen erop dat die ruimte

aanwezig is in Stip hout en dat die aangewezen en ingezet kan worden om ook daar de noodzakelijke

woningen van de grond te krijgen voor starters en senioren, maar dan in het betaalbare segment. Uit

mijn woorden mag duidelijk zijn dat de meerderheid van onze fractie het amendement-Praasterink niet

onderschrijft.

De heer VAN DER BURGT (WD): Mijnheer de voorzitter! Het amendement dat de heer Praas-

terink heeft ingediend en het feit dat ik dat medeondertekend heb, verdienen enige uitleg.

De transformeerbare afweeg bare gebieden nabij Stiphout zijn opgenomen in het RSP na een

zorgvuldige regionale afweging waarbij deze raad nadrukkelijk betrokken is geweest, op meerdere

momenten, evenals de vertegenwoordigers van deze raad, de regioraadsleden. Het RSP is zorgvuldig

totstandgekomen en is vervolgens een-op-een vertaald in het streekplan. Daar hebben wij, zeker de

regioraadsleden, uitdrukkelijk bij gezeten. De reden waarom het college deze transformeerbare

-46-

10 januari 2006.

afweeg bare gebieden niet vertaald heeft in het ASP, is voor mij dan ook onbegrijpelijk. Het argument

dat er in Stiphout voldoende ruimte is om betaalbare woningen te realiseren in de inbreidings-

gebieden, is weinig realistisch. Het gaat in Stiphout om het realiseren van woningen voor met name

jongeren en ouderen. Ik wijs erop dat dit mevrouw Mattheij zeker moet aanspreken, want zij is nogal

betrokken geweest bij het vaststellen van de notitie over de toekomst van Stiphout.

De heer ROEFS (CDA): Dit is een 'wat ongepaste opmerking, mijnheer Van der Burgt.

De heer VAN DER BURGT (WD): Nee, die opmerking is niet ongepast. Waarom zou die on-

gepast zijn? Leg mij dat eens uit.

De heer ROEFS (CDA): U spreekt ons namelijk allemaal aan.

De heer VAN DER BURGT (WD): Dan moetje ook je verantwoordelijkheid nemen.

Voorzitter! Wat ik zojuist zei over de woningbouw in Stiphout, draagt er mede toe bij dat de ver-

grijzing aangepakt wordt in de wijk, waardoor die evenwichtiger van samenstelling wordt. De ge-

ledingszone Stiphout zal bij uitstek hiervoor geschikt zijn en biedt naar mijn mening één van de

weinige mogelijkheden om betaalbaar te bouwen in Stiphout, of biedt althans een handreiking

daartoe.

Ik ga nog even in op de waarde van de geledingszone Stiphout. Die waarde is duidelijk onder-

zocht. Vanuit de lagenbenadering heeft dit gebied geen hoge waarde, zo staat te lezen in het RSP.

Dat is, zo benadruk ik nogmaals, in alle zorgvuldigheid totstandgekomen.

Mevrouw MATTHEIJ-VAN WOENSEL (CDA): Voorzitter! Uiteraard wil ik graag reageren op

hetgeen de heer Van der Burgt zojuist opmerkte. Wij hebben lang gesproken in de Projectgroep

Dagelijks Beheer Stiphout over betaalbare woningen voor starters en voor senioren. Wij hebben

inmiddels uitgebreid overleg gepleegd met de wethouder over de realisering - eindelijk, na zoveel

jaren - van het beroemde masterplan. Binnen de CDA-fractie denken wij dat dat voldoende ruimte zal

bieden voor de realisering van woningen. Ik meen dat wij daar voorlopig voldoende aan hebben.

De heer VAN DER BURGT (WD): Het masterplan ligt er al vele jaren, maar wij zien daar hele-

maal geen vooruitgang in. Eigenlijk hebben wij er niet zoveel vertrouwen in dat daar iets van terecht-

komt, zeker niet wat betreft het realiseren van betaalbare woningen voor jongeren en ouderen.

De heer VAN MULLEKOM (HA): Voorzitter! Er is ten behoeve van het ASP een goed stuk werk

verricht. Men heeft goed in de glazen bol gekeken naar 2015 en 2030. Niettemin maak ik mij grote

zorgen. Men zegt altijd dat je slapende honden niet wakker moet maken, maar kennelijk zijn er wel

slapende honden wakker gemaakt. Ik doel nu op Lungendonk. Wij zijn al in 2020-2025 wanneer de

plannen daarvoor aan bod komen, maar nu al zijn grote lappen grond daar weggekocht. Daar maak ik

mij grote zorgen over, want hoe kunnen wij daar dan nog betaalbare sociale woningen bouwen

straks? Dat vraag ik mij in alle ernst af, temeer omdat dergelijke woningen nu al zo hard nodig zijn. De

laagstbetaalde groepen in onze samenleving schreeuwen daar om. Ik wijs erop dat Brandevoort 11

wordt gebouwd, dat wij de bouw van Dierdonk hebben gehad en dat wij de binnenstad gerenoveerd

hebben. Echter, de huren zijn bijna verdubbeld in de binnenstad. Dat moeten wij in de gaten houden;

wij moeten het betaalbaar houden. Dit is de algemene opmerking die ik met betrekking tot het ASP

wilde maken.

Verder meld ik dat de HA-fractie heel erg sympathiek tegenover het amendement-Praasterink

staat. Immers, krijgen de starters op dit moment werkelijk een goede kans in Helmond? En senioren?

Wij hebben in Stiphout ruimte; die moeten wij gewoon benutten. Daarom zal ik zeker het amendement

steunen.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik dank de raad voor de steun en

waardering die uitgesproken is over het ASP. Ik kan zeggen dat wij intern daar met de nodige trots

aan gewerkt hebben. Het was een hele uitdaging. Zoals ik al eerder gememoreerd heb, zijn er geen

externe adviseurs aan te pas gekomen. Nee, het ASP is voor honderd procent een eigen productie

van de gemeente Helmond. Gelet op de vele inspraak die er geweest is en de reacties daarop (die de

raad heeft kunnen lezen), meen ik dat het ASP op een heel zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

Een paar punten wil ik er nu uitlichten. Daarbij zal ik niet ingaan op alle opmerkingen die de raad

vanavond gemaakt heeft. De raad heeft namelijk heel veel statements gemaakt waarvan wij kennis

hebben kunnen nemen. De fracties hebben die statements in hun eigen context kunnen plaatsen.

-47-

10 januari 2006.

De heer Ferwerda sprak over de concurrentie van de locatie Engelseweg met het centrum van

Helmond. De bedoeling van ons beleid is om voor zover er behoefte is aan grootschalige of perifere

detailhandel, die handel ruimtelijk zodanig te concentreren, dat er een concentratiegebied ontstaat

Daarmee voorkomen wij dat de grootschalige detailhandel zich her en der verspreidt en zich wild in de

rest van de stad in allerlei hoeken en gaten gaat vestigen. Kortom, het gaat veel meer om een

concentratiebeleid dan dat wij zeggen: Wij willen actief komen tot grote uitbreidingen. Overigens weet

men dat wanneer de Gamma's en de andere bouwmarkten niet in Helmond terechtkomen, ze zich wel

zullen vestigen in Nuenen, Deurne of Asten. Dan zullen de meubelboulevards daar ontstaan, in plaats

van hier. Wij willen dat hier een stukje eigen koopkrachtbinding ontstaat, waarbij wij tevens willen

voorkomen dat er onnodige concurrentie is met het centrum van Helmond. Ik meen dat wij die

concurrentie ook kunnen beperken juist door de concentratie.

Over het feit dat in het ASP is aangegeven dat er ruimtebehoefte ontstaat voor nieuwe

bedrijvigheid, hebben enkele fracties gezegd: Wij zouden veel eerder moeten kijken naar de renovatie

en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen, want er is een immense leegstand in deze stad.

De fracties die dat gezegd hebben, wil ik even uit de droom helpen. Daarvoor citeer ik een uitspraak

van de heer Hettema, de grootste bedrijfsonroerendgoedmakelaar in deze stad. Die heeft geschreven:

. "Toch stond er onlangs in het plaatselijk dagblad dat 'het akelig stil is' op bedrijventerrein

Hoogeind. Nader onderzoek bracht aan het licht dat Helmond circa 1.500.000 m2 be-

drijfsruimte heeft waarvan slechts 8% daadwerkelijk leegstand. Dat is niet alleen normaal,

maar zelfs gewenst in verband met het snel kunnen inspelen op de vraag in de markt"

Daarmee is er dus de nodige schuifruimte. Natuurlijk zien wij allemaal op de bedrijventerreinen

regelmatig borden met "Te huur" en "Te koop". Die wekken de indruk dat het allemaal kommer en kwel

is en dat er alleen maar leegstand is. De raad weet waarschijnlijk niet dat heel veel bedrijven actief

bezig zijn met herhuisvesting en dat het de nodige tijd kan duren voordat een bedrijf daadwerkelijk

ingeplaatst is. Dat hebben wij zelf aan den lijve ondervonden. Ik noem bijvoorbeeld DFDS en Stork

Aerospace. Die doen er twee, drie jaar over. Ze hebben dan een pand in optie, en komen daadwerke-

lijk deze kant op. Echter, als het pand niet leeg had gestaan of als er geen nieuw bedrijventerrein

aangeboden had kunnen worden, dan hadden ze waarschijnlijk niet eens de overweging gemaakt om

naar Helmond te komen. Mijn conclusie is dat de situatie van de bedrijventerreinen in een bepaalde

context te plaatsen is. Uiteraard zijn wij het ermee eens dat je er in het kader van zuinig ruimtegebruik

voor moet zorgen dat er geen onnodige leegstand is en dat renovatie plaatsvindt Daar moeten wij

actief mee bezig zijn, maar wij moeten niet zeggen: Er is voor Helmond helemaal geen aanleiding om

de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen door te zetten. Als wij daarnaar zouden handelen, dan

zouden wij onszelf wel degelijk klem zetten.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Wij hebben onze uitspraak over dit onderwerp gebaseerd op

het desbetreffende rapport van het SRE, waarin gesproken wordt over 54 leegstaande panden op het

industrieterrein. Dat kan achterhaald zijn (alles kan), maar daarop hebben wij onze uitspraak geba-

seerd.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Ja, maar daar zitten ook veel kantoorruimtes bij.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Het gaat om bedrijfsgebouwen en reallocatie. De reallocatie-

nota van het SRE geeft aan dat er hier zoveel bedrijfspanden leegstaan.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Ik weet dat het SRE dat geïnventariseerd heeft. De

actuele situatie op de markt is dat wij op dit moment een, zeg maar, normale frictieleegstand hebben.

De leegstand is niet abnormaal hoog. Daarbij moeten wij ons ook realiseren wat de toekomstige

ruimtebehoefte van de gemeente is. De CDA-fractie gaf terecht aan dat de stad in balans moet blijven.

Dit houdt in dat ook de werkgelegenheid in de stad voldoende ruimte moet kunnen krijgen. Eerder heb

ik al gezegd dat het er in het ASP niet om gaat dat wij op een bepaald moment de plannen per se

ingevuld moeten hebben. Nee, het gaat erom dat wij de ruimtelijke allocaties van de functies zodanig

kiezen, dat wij - precies zoals mevrouw Witteveen betoogde - op termijn in deze stad kunnen zeggen

dat groen, water, werken en recreëren goede en goed functionerende plekken hebben gekregen, in de

juiste verhouding tot elkaar.

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Voorzitter! Kunnen wij in de commissie

ruimtelijk fysiek een keer een discussie voeren over dit onderwerp?

-48-

10 januari 2006.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Dat moet u niet aan mij vragen. Dat kunt u altijd, volgens

mij, maar ik ben daar graag toe bereid.

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Oké.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Voorzitter! Ik ga nu in op de opmerkingen die zijn

gemaakt over het "palet van wijken". Daarin zien wij dat wijken nogal verschillend zijn qua samen-

stelling en woningvoorraad (huur, koop, goedkoop en duur). Wij zijn van mening dat er ook in de

wijken een zekere balans moet zijn. Wij willen echter niet dat Helmond één grote eenheidsworst wordt

waarin alle wijken zo uitgebalanceerd zijn, dat er geen of nauwelijks verschil meer is te ontdekken

tussen de wijken. Er mag wat ons betreft best verschil blijven bestaan tussen Dierdonk en Noord of

tussen Rijpelberg en Brouwhuis, maar wij willen wel dat er per wijk een voldoende functionerende

woningmarkt is, dat er voldoende differentiatie is, dat er een demografisch gezonde bevolkings-

opbouw is en dat de voorzieningen in de wijk kunnen functioneren. Dat is wat anders dan zeggen:

Elke wijk moet ongeveer even lichtgrijs of even donkergrijs worden. Er mogen van ons best nuances

zijn in wit en zwart (als beeldspraak). Wij hebben geprobeerd om in het "palet van wijken" aan te

geven dat de wijken verschillend zijn en dat er ontwikkelingen zijn in de wijken, maar dat wij er niet

naar streven om van alle wijken een eenheidsworst te maken.

Dit laatste neemt niet weg dat er op termijn wijken zijn waar grootschaliger ingrepen noodzake-

lijk kunnen zijn, gelet op de levenscycli van de wijken. Ook de raad heeft dat geconstateerd (waarbij

Helmond-Noord en Rijpelberg genoemd zijn en opgemerkt is dat Brouwhuis er wellicht aan toe-

gevoegd moet worden) en enkele fracties hebben gevraagd of die ingrepen niet naar voren gehaald

moeten worden. Naar aanleiding daarvan wijs ik op twee dingen:

1. Het is niet zo dat er tot 2015 niets gebeurt in de betrokken wijken en dat daar alles stilstaat. Zoals

men heeft kunnen zien in het convenant met de woningbouwcorporaties, zijn wij volop in de weer

met de corporaties om hun strategische voorraadplannen in de diverse wijken zodanig uit te voe-

ren, dat er in de diverse wijken wel vernieuwing is. Daarin vindt dan verandering of vervanging van

woningen plaats.

2. De grootschalige heroriëntatie op de aanwezige voorzieningen, de openbare ruimte, de verkeers-

structuur en de totale woningvoorraad. Het is volgens het ASP de bedoeling dat daar vanaf 2015

waarschijnlijk nader naar gekeken moet worden. Ook gelet op onze eigen capaciteiten - want

uiteraard moet de gemeente daar ook capaciteiten en middelen voor hebben - hebben wij in-

geschat dat de problematiek niet zodanig is, dat er nu een acute noodzaak is om dat naar voren te

halen. Dit staat los van het feit dat het reguliere onderhoud en de bewegingen door blijven gaan in

de betrokken wijken. Het is niet zo dat de zaken daar stilstaan. Dat alertheid geboden is, is ook de

boodschap van het ASP.

De heer KLERKX (HSP): Juist dat laatste, voorzitter. Wij hebben onze zorg uitgesproken over

de noordoosthoek van Helmond. Onze intentie daarbij was niet dat daar grootschalig aan de slag

wordt gedaan. Nee, wij zeggen alleen maar dat de vinger aan de pols gehouden moet worden. Met

andere woorden: Iet op wat daar momenteel gebeurt en grijp in, want anders ontstaat er snel een

neerwaartse spiraal die niet meer hersteld kan worden. Dan ben je straks inderdaad toe aan een

grootschalige aanpak. Dat willen wij niet. Wij vragen het college alleen: Let er op.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Precies. De grote herstructureringen vinden tot 2011

plaats in de Binnenstad-Oost en vervolgens een poos in Helmond-West. Pas daarna zou er m.L in

onze stad ruimte zijn om in de bedoelde woonomgevingen wat grootschalige ingrepen te doen,

tenminste als die aan de orde zijn.

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Soms gaat het gewoon om een straat. Die

straat zie je op dit moment eigenlijk al verloederen. Ik zou graag willen dat daar nu al iets aan gedaan

wordt. Ik heb gezien dat daarvoor het jaar 2015 is genoemd, maar uit het antwoord van de wethouder

beluister ik nu dat dit soort zaken mogelijk eerder aan te pakken is.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Ja. Dat is niet helemaal het niveau dat in het ASP

bedoeld wordt met kijken naar grootschalige heroriëntatie op termijn.

De heer RIETER (HH): Voorzitter! Ik ben anderhalf tot twee jaar actief geweest in de wijkraad

Noord, totdat ik lid werd van de gemeenteraad. Weet de wethouder dat de corporaties die in Noord

actief waren, op een gegeven moment geen herstructureringsplannen hebben gemaakt omdat ze

-49-

10 januari 2006.

actief waren in de Binnenstad-Oost? De middelen die daardoor vrijkwamen, zijn naar Helmond-West

gegaan. De middelen die aanvankelijk geoormerkt waren voor Noord, zijn de afgelopen paar jaren niet

voor Noord ingezet. Dat is nadrukkelijk een feit.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Dan moet u mij na de vergadering maar eens uitleggen

waar u die middelen voor Noord dan had gevonden. Ik kan melden dat in ons investeringsprogramma

stedelijke vernieuwing geen miljoenen of honderdduizenden staan voor Noord. Die hebben er niet in

gestaan en die staan er nog niet in. Waar u het over hebt, is mij niet helder. .

Voorzitter! Ik ga nu in op hetgeen is opgemerkt over Diesdonk en Lungendonk. Ik meen - en

dat proef ik ook uit de reacties van de raad - dat het daarbij juist gaat om een evenwichtige ontwikke-

ling van de stad, met een combinatie van verstedelijking binnen de bebouwde kom en verstedelijking

in de uitbreidingsgebieden. De vraag is aan de orde geweest of de zuidelijke richting daarvoor de

juiste is. Welnu, wij hebben daarvoor al in 2000 gekozen in onze Integrale Stadsvisie 2010, omdat dat

vanuit ruimtelijk perspectief de meest logische groeirichting is, gelet op de infrastructuur, de ligging ten

opzichte van het centrum en de "taartpunt" die eigenlijk in onze stad steekt. Die richting is beter dan

de noordoosthoek, de zuidwesthoek of andere hoeken. Dat het daarbij gaat om Somerens grond-

gebied, weten wij. Wij gaan daar zorgvuldig mee om. Dit staat overigens los van het feit dat wij

niemand kunnen verbieden om waar dan ook grond te kopen. Ontwikkelaars kopen dag in dag uit

overal in den lande grond. Ook woningbouwcorporaties doen dat. Er behoeft dan ook geen belemme-

. ring te zijn voor het realiseren van voldoende sociale woningbouw in Lungendonk, zoals wij dat ook in

Brandevoort zien.

Met betrekking tot hetgeen gesteld wordt in het amendement-Praasterink, spelen verschillende

dingen die ik graag even met de raad wil delen. Ik ben een aantal keren verrast door mensen uit

Stiphout zelf wanneer ik ze een spiegel voorhoud (dat is niet oneerbiedig bedoeld). Men zegt tegen

mij: Wethouder, kijk eens even in het boek; dan ziet u dat een relatief groot aantal oudere mensen in

Stiphout woont en dat dit aantal in de toekomst groot blijft, groter dan gemiddeld in Helmond, en

daarom moet u meer bouwen voor senioren. Dan zeg ik: Waar wij er al veel van hebben, moeten wij

er dus nog meer van bouwen. Wanneer ik naar het gemiddelde inkomen van de mensen in Stiphout

kijk, constateer ik dat dat 40% hoger is dan het gemiddelde inkomen van de mensen in de rest van

Helmond. Gelet daarop, stel ik dat er vooral dure woningen gebouwd zouden moeten worden, want

dan wordt er gebouwd voor de mensen die er wonen. Met andere woorden: als wij voor de mensen in

Stiphout moeten bouwen, dan moeten wij voor ouderen bouwen en moeten wij dure woningen

bouwen, gelet op het feit dat het inkomen daar veel hoger ligt dan in de rest van Helmond.

De heer VAN DE VEN (SDOH): Dat behoeft toch geen belemmering te zijn? Dat is onzin.

De heer PRAASTERINK (SDOH): Je kunt het voor compensatie gebruiken.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Dat was één kant van de zaak, voorzitter. De andere

kant is dat men zegt: Er zijn relatief weinig jongeren in Stiphout, dus er moet gebouwd worden voor

jongeren, want er moet ook gebouwd worden voor degenen die er niet zijn en die er meer zouden

moeten komen, omdat daardoor de balans in de wijk beter wordt. Dan zou er veel meer voor starters

. of voor jongeren gebouwd moeten worden, in de betaalbare sfeer. Een en ander betekent dat wij met

elkaar kunnen constateren dat er geen eenduidige woningbehoefte bestaat in Stiphout, maar een

gemengde woningbehoefte. Dat is het verhaal dat wij uitgelegd hebben in de klankbordgroep en in de

bijeenkomsten met de Projectgroep Dagelijks Beheer Stiphout.

Het masterplan geeft al inbreidingslocaties in Stiphout aan - maar er zijn ook andere in-

breidingslocaties in Stiphout - waar ruimte is voor gevarieerde woningbouw, zowel duur als in de

goedkopere sfeer. Nogmaals: die ruimte is er. Degenen die het hardst roepen dat die ruimte er niet is

en dat de prijzen onbetaalbaar zijn, hebben vaak zelf de hand op de portemonnee en willen graag de

hoofdprijs vangen. Daarover zeg ik: Daar moeten wij dan maar even overheen stappen; die mensen

komen ook wel tot besef.

Conclusie: in Stiphout zijn er voldoende inbreidingsmogelijkheden. Daar kunnen met name

goedkopere woningen in wat hogere dichtheden hun plek vinden (de heer Fransen gaf dat keurig

aan), vooral ook voor de senioren, die dan dicht bij de voorzieningen wonen. Aan de randen van

Stiphout, zo hebben wij gezien, is dit heel kwestieus. Er zijn heel veel mensen in Stiphout die de

randen groen willen houden en zeggen dat daar niet gebouwd moet worden. Anderen zijn van mening

dat daar beperkt gebouwd kan worden. Als daar gebouwd kan worden, dan zal de bebouwing altijd

aansluiten bij de stedenbouwkundige structuur, wat wil zeggen: grotere kavels, meer laagbouw en

-50-

10 januari 2006.

grond gebonden woningen. Dat zijn echter niet de woningen die in het lagere segment zitten, dus geen

sociale woningbouw of woningen voor starters. Die balans hebben wij keurig uitgelegd.

In het amendement-Praasterink wordt voorts gesproken over het RSP en de transformeerbare

afweeg bare zones. Ik vind de heer Van der Burgt bijzonder inconsequent op dit punt. Wanneer men

stelt dat alles wat in het RSP staat, een-op-een overgenomen moet worden in het ASP, dan betekent

dat dat wij onmiddellijk de hele geledingszone Brouwhuis vol moeten bouwen, want dat staat exact zo

in het RSP. Dat waren wij toch echt niet van plan, want wij hebben heel nadrukkelijk in het ASP

afgewogen (ik zal dat citeren voor degenen die dat vergeten zijn):

"Hoewel geledingszones tussen de wijken volgens het RSP in principe in aanmerking

kunnen komen voor transformatie, bijvoorbeeld naar stedelijk gebied, kiest Helmond na-

drukkelijk voor het instandhouden van de belangrijke en zo noodzakelijke bufferfunctie en

het open karakter van de zones ten zuiden van de bebouwing van Brouwhuis en ten zui-

den van de bebouwing van Stiphout."

Hieruit blijkt dat wij heel bewust een keuze hebben gemaakt ten aanzien van de geledings-

zones, echter zonder dat wij daarbij hebben gezegd dat er geen transformatie kan plaatsvinden. Wel

stellen wij dat er in ieder geval geen transformatie naar verdichting en stedelijk bouwen kan plaats-

vinden, wel transformatie naar open functies die passen bij het karakter en het groen en die zorgen

voor de bufferwerking tussen woningbouw en bedrijvigheid of tussen woningbouw en infrastructuur.

Wanneer men daarvan af wil stappen middels het amendement-Praasterink, dan ontraad ik dat

amendement zeer. Het uitvoeren daarvan zou ik echt kwaliteitsverlies vinden voor onze stad.

Overigens zou het amendement op z'n minst consequent gemaakt moeten worden door er ook de

geledingszone Brouwhuis in op te nemen.

Voorts wordt in het amendement-Praasterink gesteld dat er op korte termijn een bestemmings-

plan moet komen voor het ROe Ter AA-terrein. Wat mij betreft, ligt daar op dit moment een prima

bestemming op. Het is verstandig om die bestemming nog even te handhaven, en wel om de

volgende redenen. Het terrein heeft op dit moment de bestemming maatschappelijke doeleinden. Het

zou jammer zijn wanneer die bestemming getransformeerd wordt naar een bedrijvenbestemming of

woon bestemming, terwijl er op dit moment geen behoefte is om dergelijke bestemmingen acuut in te

vullen. Er zijn namelijk nog voldoende plannen waarmee wij aan de slag kunnen daarvoor, terwijl wij

op korte termijn misschien wel behoefte hebben aan terreinen die een maatschappelijke functie als

bestemming hebben, gelet op de behoeften die ook de raad heeft geconstateerd. Daarbij denk ik aan

de zorg en het onderwijs. Volgens het amendement hebben wij de bestemming dan veranderd.

Bovendien is dat financieel onaantrekkelijk, want wij moeten een enorm forse nabetaling doen als wij

nu de functie van het ROe Ter AA-terrein veranderen. Ook op dit punt ontraad ik het amendement

zeer.

De heer VAN DER BURGT (WD): Een korte reactie in de tweede instantie, voorzitter. Ik ben

van mening dat de wethouder het amendement-Praasterink behoorlijk uit de context trekt. De

geledingszone Brouwhuis was wel degelijk transformeerbaar afweeg baar, maar dat is uitgebreid

behandeld in de commissie en de raad. Die zone is dus duidelijk door de raad afgewogen. Wat betreft

de transformeerbare afweegbare gebieden in Stiphout, is het voorbehouden aan de raad om op een

later tijdstip opnieuw de afweging te maken. Dat is ook de bedoeling van het RSP. Het RSP stelt niets

meer of niets minder: Op een tijdstip dat de raad bepaalt, kunnen deze gebieden opnieuw afgewogen

worden. Er is helemaal niets mee gediend om die gebieden nu te schrappen, want dan kan de

gemeente er in de toekomst niets meer mee. Daar gaat het mij om.

Ook hetgeen is gezegd over mensen die om een woning verlegen zitten, heeft de wethouder uit

de context getrokken. Hij stelde: Ouderen hebben flink wat te besteden. Maar de groepen waar het

om gaat, namelijk de starters en de jongeren, hebben echt niet zoveel te besteden. Er zijn in de

omgeving van Helmond talloze kleine kernen die heel leuke plannetjes voor starters hebben. Maar wat

biedt het college aan de wijk Stiphout? Niets.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Moeten de woningen daarvoor volgens u in de

geledingszone Stiphout komen, of kunnen ze ook gebouwd worden op de locaties die in het master-

plan genoemd worden?

De heer VAN DER BURGT (WD): Ze kunnen elkaar de hand reiken; ze bieden kansen naar

elkaar toe.

-51-

10 januari 2006.

Mevrouw WITTEVEEN-VAN DEN BERG (PvdA): Mijnheer de voorzitter! Ik heb nog een aantal

punten waar ik graag een antwoord op wil hebben. Die betreffen met name het milieu en de mobiliteit,

waarover ik vragen heb gesteld:

- Wanneer een luchtkwaliteitsplan wordt opgesteld, dan zullen daar ongetwijfeld de nodige gevolgen

uit voortvloeien voor hetgeen gesteld wordt in het ASP. Hoe passen wij die op dat moment in? In

het ASP zijn nu bepaalde verkeersrouteringen opgenomen. Die kunnen wellicht wijzigen wanneer

de uitkomsten ván het luchtkwaliteitsplan er zijn.

- Verder heb ik geen antwoord gehad op hetgeen ik heb gezegd over het fietsverkeer. Ik ben van

mening dat het fietsverkeer zeer marginaal is besproken in het ASP. Alles wordt erg veel gericht op

het gemotoriseerd verkeer (afgezien van het vervoer over water en het openbaar vervoer per trein).

- De discussie over de verkeersafwikkeling via de Cortenbachstraat vind ik echt van groot belang.

- Dat geldt ook voor de bodemsanering.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Voorzitter! Omwille van de tijd ben ik niet op alle punten

ingegaan die de verschillende woordvoerders vanavond naar voren hebben gebracht.

Wat betreft. de woningbouw in Stiphout, meen ik dat wij kunnen constateren dat de

inbreidingslocaties die in het masterplan zijn opgenomen plus de overige inbreidingslocaties ruimte

bieden om zowel grondgebonden woningen en appartementen als goedkope en dure woningen te

realiseren. Volgens het masterplan kunnen er ruim 200 woningen gerealiseerd worgen in Stiphout.

Overigens bestrijd ik de opmerking dat er absoluut geen schot zit in de uitvoering van het masterplan.

Wij weten dat de plannen voor Kloosterwonen gereed zijn om uitgevoerd te worden. Binnenkort

komen de woningen in de verkoop.

De heer VAN DE VEN (SDOH): Voorzitter! De heer Van Heugten weet toch dat De Ark

gebouwd is voor de doorstroming van onder anderen Stiphoutse mensen? Wat is daarvan terecht-

gekomen? Helemaal niks, omdat de woningen veel te duur waren. De betrokken mensen wonen nu

nog alleen in een groot huis. Dat is de realiteit.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Maar die gaan ook niet naar een goedkope woning. Die

hebben ze niet geaccepteerd.

De heer VAN DE VEN (SDOH): Die zijn er niet.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Jawel. Er zijn onlangs nog goedkope woningen in

Stiphout aangeboden. Daar zijn mensen in gekomen die niet uit Stiphout kwamen, omdat de

woningen niet door Stiphoutenaren gevraagd werden.

Voorzitter! Ik snap wat de achtergrond is van het amendement-Praasterink. Ik snap ook dat de

verkiezingen er aankomen en ik snap wat men daarmee beoogt.

De heer VAN DE VEN (SDOH): Wat flauw! Wat flauw, voorzitter, om zo'n opmerking te maken.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Dat is voor mij geen reden om de geledingszone er

zomaar voor op te offeren en te zeggen: Laten wij die maar als zodanig uit het ASP schrappen.

De heer VAN DE VEN (SDOH): U moet proberen om de geledingszone toch transformeerbaar

te maken, zodat u wisselgeld heeft. Daar moet u eens even over nadenken.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): U moet proberen met mij mee te denken. Wanneer wij

vanuit het ASP een verstedelijkingsdruk op de geledingszone gaan leggen, zal die verstedelijking er

ook daadwerkelijk komen. Dan zijn wij binnen nu en tien jaar de geledingszone kwijt. Dat gaat er dan

gebeuren. Ik snap ook wel dat men geld vanuit de geledingszone wil overhevelen naar het master-

plan, omdat daar een deficit op zit.

De heer VAN DER BURGT (WD): Maar dan is er ook betaalbare woningbouw.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Het is toch hartstikke gek om dat te doen? Daar moet je

de functie van de geledingszone toch niet voor gaan opofferen, voor die paar centen? Die komen er

vanzelf wel, want die zitten er genoeg in Stiphout, mijnheer Van de Ven.

De heer VAN DE VEN (SDOH): Maar niet bij mij!

-52-

10 januari 2006.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Goed, voorzitter, ik ga verder met het onderwerp

luchtkwaliteit. Dat is naar mijn mening een majeur punt. Mevrouw Witteveen vroeg wat de consequen-

ties van het luchtkwaliteitsplan kunnen zijn voor hetgeen in het ASP staat. Die consequenties kunnen

heel groot zijn volgens haar. Ja, dat kan. Als de normering en de wetgeving inzake de luchtkwaliteit

zodanig worden dat wij tot echt drastische maatregelen moeten overgaan, dan kan dat twee dingen

inhouden: óf wij moeten het verkeer in Helmond zo ongeveer stil gaan leggen (en dan komen wij fors

in de problemen met de bereikbaarheid en de economie), óf wij moeten de binnenstedelijke woning-

bouwprojecten staken. In het laatste geval moeten wij buitenstedelijk gaan bouwen, en dan moeten wij

wel naar Lungendonk of naar Croy, want dat kan dan ergens anders niet meer. Dat is de contramal

van de luchtkwaliteitdiscussie. Wij zeggen daarover: Naar ons idee zullen ook op dit gebied de zaken

in hun juiste context komen te staan als het gaat om enerzijds verkeersmaatregelen en bronmaat-

regelen treffen en anderzijds de binnenstedelijke opgave hebben, zodat wij straks niet uitsluitend zijn

aangewezen op buitenstedelijk bouwen.

Omwille van de tijd Iaat ik het hierbij wat de beantwoording betreft.

Hierna geeft de VOORZITTER gelegenheid tot stemverklaring over het amendement-Praaste-

rink c.s.

De heer KLERKX (HSP): Voorzitter! Ik ben van mening dat de beantwoording door wethouder

Van Heugten geweldig was.

In het tweede punt van het dictum van het amendement staat dat op korte termijn met een

bestemmingsplan voor het ROC Ter AA-terrein gekomen moet worden. De wethouder heeft daarover

gezegd: Besluit dat alstublieft niet, want er ligt nu een goede bestemming op, namelijk maatschappe-

lijke doeleinden. Alleen dit is al een reden om niet mee te gaan met het amendement. De HSP-fractie

zal daar tegen stemmen.

De heer SMITS (HB): Voorzitter! Wij hebben goed geluisterd naar hetgeen de wethouder heeft

gezegd over het amendement. Wij hebben dat goed gehoord. Ik meen dat hij een punt gescoord heeft

wat het amendement aangaat. Wij als HB-fractie zullen dat niet steunen.

De heer ROEFS (CDA): Voorzitter! Ook wij pleiten voor het bouwen van betaalbare woningen in

Stiphout en omstreken, maar wij zullen tegen het amendement stemmen.

De heer RIETER (HH): Voorzitter! Ik heb nogal wat moeite met het amendement. Ik ben van

mening dat er meer betaalbare woningen zouden mogen komen in Stip hout. Echter, als ik daar

rondrijd, constateer ik - en daarmee ondersteun ik wat de wethouder zei - dat er redelijk wat

inbreidingslocaties zijn. Die kunnen volgens mij in goede onderhandelingen uitgenut worden. Vandaar

dat wij het amendement niet steunen.

Hierna wordt het amendement-Praasterink c.s. in stemming gebracht en verworpen met 23

tegen 8 stemmen.

Tegen stemmen de leden: mevrouw De Voogd-van Dortmont, Klerkx, mevrouw Spierings-van

Deursen, Kuijpers van de HB-fractie, Smits, Vereijken, Spruijt, Klaus, Verba kei, Van Kilsdonk, Rieter,

mevrouw Mattheij-van Woensel, Fransen, Dams, Ferwerda, mevrouw Meinardi, Den Breejen,

mevrouw Witteveen-van den Berg, Boetzkes, Streed er, mevrouw De Leeuw-Jongejans, Roefs en Van

Wetering.

Voor stemmen de leden: Van Mullekom, Van der Burgt, Van de Ven, Van Dijk, Wijnen, Praas-

terink, Kuypers van de SDOH-fractie en Henraat.

Het voorstel wordt daarop bij handopsteken aangenomen, waarbij de voorzitter constateert dat

de leden van de SP-fractie hebben tegengestemd.

Hierna stelt de VOORZITTER opnieuw aan de orde:

20. Voorstel tot het bestendiqen van het voorkeursrecht OP qronden. qeleqen Berkendonk. in het

Alqemeen Structuurplan Helmond 2015 (biilaqe 15).

-53-

10 januari 2006.

Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

21. BeqrotinqswiiziqinQ 57: betreft een beqrotinqswijziqinq met aantekeninq voor het beschikbaar stellen

van een krediet voor het project "Schuldenvrij Verder".

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders beslo-

ten.

22. BeQrotinQswijziQinq 62: betreft een beQrotinqswiiziqinq met aantekeninq voor het beschikbaar stellen

van een krediet voor de instroom en financierinq i.v.m. uitzettinqen uit AZC en ve te Apel.

De heer SMITS (HB): Voorzitter! Wij hebben gemerkt dat op VNG-NET een stuk is gepubliceerd

waaruit blijkt dat de minister voor vreemdelingenzaken en integratie heeft besloten om voor ver-

volgaanvragen de noodopvang, die tot nu toe door de gemeentes werd verzorgd, weer door het eOA

te laten verrichten, met ingang van 1 januari jl. Naar mijn gevoel betekent dit dat het onderhavige

krediet daardoor overbodig is, want het eOA gaat weer de mensen opvangen die bij de gemeenten in

de noodopvang zitten. Mijn verzoek is om dit even te controleren.

De VOORZITTER: Dames en heren! Het bericht waar de heer Smits nu over spreekt, is ons be-

kend. Dat betreft een uitspraak van de minister, afgedwongen in de Kamer, na een ook door de

gemeente Helmond ondertekende protestbrief richting de minister. Dat neemt echter niet weg dat wij

op een gegeven moment 14 mensen voor de deur hadden staan waarvoor geen voorziening was.

De heer SMITS (HB): Ik wil hierover geen discussie nu, maar ik vraag u wel of die mensen naar

het eOA zouden kunnen gaan, zodat het krediet niet nodig is.

De VOORZITTER: Maar die mensen zitten nu hier, dus dat is heel moeilijk. Het eOA gaat een

opvangvoorziening inrichten voor de mensen die in ve ter Apel zitten en die een verlengingsaanvraag

hebben kunnen indienen of waarvoor terugkeer nog niet mogelijk is gebleken, buiten hun schuld.

Daarvoor gaat de minister een oplossing bieden, wellicht zelfs met terugwerkende kracht. Daar

houden wij u van op de hoogte.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders beslo-

ten.

De VOORZITTER: Dames en heren! De door de heer Van Kilsdonk ingediende motie inzake

een tweede termijn voor insprekers komt in de volgende raadsvergadering aan de orde.

De heer VAN KILSDONK (HH): Voorzitter! Ik vraag om de motie dan te agenderen als vijfde of

zesde agendapunt, want anders moeten wij weer tot het einde van de rit wachten om de motie te

kunnen behandelen. Tenslotte gaat het om een motie die nu doorgeschoven is.

De VOORZITTER: Oké. De motie is inderdaad doorgeschoven.

Dames en heren! Tot slot zeg ik u graag dank voor de flexibiliteit, de souplesse en het maat-

werk die u deze avond getoond heeft. Er staat nog een borrel voor u gereed bij West-Ende.

De VOORZITTER sluit hierna, om 23.55, uur de vergadering.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 14 maart 2006.

De raad voornoemd,

De voorzitter,

De griffier,

-54-

10 januari 2006.

NOTULEN

van het vragen uur, gehouden op dinsdag 10 januari 2006 om 19.00 uur.

De VOORZITTER opent het vragenuurtje en stelt aan de orde:

1.

Vraqen van de heer Smits inzake woonruimteverdeelsYsteem/insc~riivinq woninqzoekenden.

De heer SMITS (HB): Mijnheer de voorzitter! Wij waren een beeije geschokt door het artikel dat

afgelopen zaterdag in het Eindhovens Dagblad/Helmond Plus stond over dit onderwerp. Ik wil best de

hele tekst voorlezen die ik daarover heb opgesteld, maar dat lijkt mij niet nodig; volgens mij is iedereen

op de hoogte van het verhaal. Wel zal ik de vragen stellen die ik geformuleerd heb:

1. In hoeverre vindt het college dat de huidige cijfers binnen het nieuwe woonruimteverdeelsysteem

betrouwbaar zijn of worden weergegeven?

2. Welke maatregelen denk het college te nemen om orde te scheppen in de verschillende registratie-

systemen voor woningzoekenden, zodat op een correcte wijze kan worden ingespeeld op de wo-

ningbehoefte voor bijvoorbeeld het contingent sociale huurwoningen of mogelijk sociale koop-

woningen in de Nota Wonen? Deze vraag is misschien het belangrijkste, vooral het laatste deel

ervan.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik bestrijd dat er chaos is in de

woonruimteverdeling en de registratie van woonruimtezoekenden. Wij hebben op dit gebied een nieuw

systeem. Toen wij overgingen naar dat systeem, wisten wij dat daar een conversieslag bij zou behoren,

namelijk de oude registraties uit de oude systemen overbrengen naar een nieuw systeem. Helaas

hebben niet alle vier de corporaties één systeem, maar is er ook nog een tweede systeem in omloop.

Eigenlijk zijn er nog drie andere systemen in omloop, want ook Bergopwaarts heeft een eigen systeem

en Woonzorg Nederland heeft een eigen systeem. Overigens zijn dat heel kleine systemen en zijn die op

dit moment van ondergeschikt belang op de Helmondse markt. De grote systemen op de Helmondse

markt zijn toch die van de drie corporaties samen (Huren in Helmond) en het systeem van Volksbelang.

Op dit moment is er sprake van veel dubbele gegevens in de systemen: mensen staan in twee

systemen ingeschreven. Dat dit zou gebeuren, wisten wij van tevoren. De heer Smits moet dan ook niet

doen alsof er iets aan de hand is dat wij vooraf niet wisten. Nee, dat was heel voorspelbaar. Wij wisten

dat het nieuwe systeem vanwege de mogelijkheid om opties te nemen, geen precieze en zuivere

registratie zou kennen van de exacte woning behoefte, althans op dit moment nog niet. Immers, op dit

moment kan iedereen meerdere opties nemen. Per persoon kan men vijf opties nemen. Dat moet niet;

dat mag. Ook mogen meerderen uit één gezin zich inschrijven. Waar vroeger per gezin maar één

inschrijving mogelijk was, kunnen man en vrouw zich nu apart inschrijven. Dit betekent dat wanneer er

1000 inschrijvingen zijn, daar misschien maar 600 gezochte woningen bij behoren. Nogmaals: wij wisten

vooraf allemaal dat deze elementen in het nieuwe systeem zouden zitten. Wij hebben daar bewust voor

gekozen; ook de raad heeft dat gedaan. Ik kan mij nog herinneren dat de heer Smits laaiend enthousiast

was op de avond dat het nieuwe systeem werd uitgelegd. Gelet daarop, denk ik: Dan heeft hij er ook

bewust voor gekozen.

De heer SMITS (HB): Dat ben ik niet geweest, wethouder.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Dan was het mevrouw Spierings. Ik weet in ieder geval dat

leden van de HB-fractie bij de uitleg aanwezig waren en dat zij laaiend enthousiast waren.

Voorzitter! Ik herhaal dat er geen sprake is van chaos in het nieuwe woonruimteverdeelsysteem.

Wij wisten dat hetgeen zich nu voordoet, zou gebeuren. Bovendien heb ik dat ook in de raad verteld (ik

heb het nagekeken in de notulen). Toen wij overstapten op het optiesysteem, had ik daarover contact

gehad met mijn collega uit Breda, waar men toen ongeveer driekwart jaar daarvoor op hetzelfde

systeem was overgestapt. Die collega heeft toen tegen mij gezegd: Let wel, mensen gaan strategisch

inschrijven; mensen zullen bekijken hoe ze het systeem zodanig kunnen gebruiken, dat zij zo snel

mogelijk en zo goed mogelijk worden voorzien in hun eigen woonwensen. Daarbij zijn meerdere

inschrijvingen mogelijk.

Een ander element van het nieuwe systeem is dat de drempel voor de inschrijving verlaagd is.

Vroeger moesten mensen echt naar het bureau komen en hun paperassen overleggen, nu kunnen

mensen zich via internet zelfs vanuit Groningen inschrijven als woningzoekende in Helmond. Dat is in

twee seconden gebeurd, en daar behoeven de mensen verder niets voor te doen. Eén druk op de knop,

-55-

10 januari 2006.

en men zit bij ons in het systeem.

Omdat het voor de consument gemakkelijker is geworden om zich in te schrijven, hebben wij er

rekening mee gehouden dat er veel dubbele gegevens in het systeem kunnen zitten. Dit betekent dat de

cijfers over het aantal opties of het aantal geregistreerden niet precies weergeven wat de woning-

behoefte is in Helmond. Wij hadden in het oude systeem vervuilde cijfers en wij hebben in het nieuwe

systeem min of meer vervuilde cijfers, in die zin dat men er niet een-op-een analyses op kan baseren.

Overigens zou het ook dom zijn wanneer wij op basis daarvan ons woningbouwprogramma zouden

opstellen. Als dat zou moeten, dan zouden heel veel steden in den lande problemen hebben, want ik ken

geen enkele stad waar men slechts één systeem voor de inschrijving van woningzoekenden heeft. Nee,

alle steden hebben daarvoor meerdere systemen, en ze lopen allemaal tegen hetzelfde soort problemen

aan als ik geschetst heb. Toch realiseren wij allemaal, naar mijn idee, goede woningbouwprogramma's.

Gelet op hetgeen ik gezegd heb, is de tweede vraag van de heer Smits volgens mij absoluut niet

relevant. Die vraag houdt in of wij iets moeten gaan doen om orde in de chaos te scheppen en of wij iets

moeten gaan doen om te komen tot één registratiesysteem. Nee, volgens mij niet. Volgens mij moeten

wij er op toe gaan zien dat de inschrijvingen en toewijzingen goed gaan lopen.

Wij hebben - mede naar aanleiding van een motie die daarover aan de orde is geweest in de

raad, maar wij hadden het eerder al afgesproken met de directeuren - regelmatig overleg met de

corporaties. In februari aanstaande hebben wij weer directeurenoverleg. Voor dat overleg staat op de

agenda de productie van managementinformatie uit hun systeem. Daarbij gaat het om zaken als:

Hoeveel woningen zijn er toegewezen, aan wie zijn ze toegewezen, hoe lang was de wachttijd, hoe zit

het met optieclusters, waar zijn veel of weinig opties voor en kunnen wij daar informatie uit afleiden? Dit

moet uiteindelijk bruikbare informatie opleveren waarop wij onze woonvisie en woningbouwprogramma's

kunnen baseren. Bovendien moet het informatie opleveren die voor het systeem zelf bruikbaar is. Op dit

moment is de geschatte wachttijd alleen maar een geïndiceerde wachttijd. Naarmate het systeem langer

in gebruik is, zal het zichzelf meer corrigeren en zal het reële wachttijden gaan behelzen. Dit wisten wij

allemaal toen wij het systeem gingen maken. Eigenlijk kunnen wij pas over een tijdje zeggen (als het

goed is) dat de managementinformatie uit het systeem bruikbare informatie gaat opleveren voor de raad

en voor ons als het gaat om het woningbouwprogramma.

De VOORZITTER: Is deze uitvoerige beantwoording voldoende?

De heer SMITS (HB): Voorzitter! Ik ben best gerustgesteld door de uitleg van de wethouder. Wij

zijn natuurlijk benieuwd wat de analyse van de cijfers zal opleveren, dat mag duidelijk zijn. .

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! Ik wil graag een aanvullende vraag stellen. Volgens het

systeem van Huren in Helmond kunnen mensen verschillende opties nemen. Ik ga ervan uit dat

Woon partners omgerekend heeft om hoeveel mensen het gaat. Naar ik begrepen heb, gaat het om 4600

mensen (of die één of vijf opties hebben, Iaat ik in het midden; het gaat om 4600 mensen), voor een

totaal woningen bestand van 12.000. Volksbelang zegt dat het 3300 ingeschreven woningzoekenden

heeft. Dat zijn mensen die een woning van Volksbelang zoeken, terwijl Volksbelang maar 2300

woningen heeft. Wat mij opvalt, is dat de verhoudingen tussen deze cijfers buiten proporties zijn voor wat

betreft het aantal woningzoekenden ten opzichte van het aantal woningen. Ik begrijp dat niet goed.

Misschien wil de wethouder hierop reageren.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Voorzitter! Eén van de oorzaken van hetgeen de heer

Verbakei nu schetst, is misschien dat Volksbelang bij de migratie van het oude naar het nieuwe systeem

in feite het oude systeem gecontinueerd heeft. Volksbelang heeft naar alle mensen die stonden

ingeschreven in het oude systeem, een brief gestuurd waarin stond: Als u in aanmerking wilt komen voor

een woning van Volksbelang, schrijft u zich dan ook in bij ons. Dat hebben heel veel mensen gedaan,

kennelijk zoveel mensen, dat het aantal inschrijvingen in de kaartenbak ongeveer anderhalf maal zo

groot is als het aantal woningen dat Volksbelang heeft. Het meest opmerkelijke vind ik overigens dat

Volksbelang woningen leeg heeft staan. Volksbelang adverteert daarvoor om huurders te zoeken. Daar

kan ik niet bij.

De heer VERBAKEL (SP): Voorzitter! Op de website van Volksbelang wordt uitgelegd hoe deze

corporatie heeft gehandeld. Er staat: Als u bij ons of bij één van de andere corporaties stond ingeschre-

ven als woningzoekende, dan behoeft u niets te doen en blijft u gewoon ingeschreven staan. Is het

mogelijk dat er bij Volksbelang in het geheel geen opschoning heeft plaatsgevonden, zoals die wel heeft

plaatsgevonden bij Huren in Helmond? Heeft Volksbelang daarom zo'n groot bestand?

-56-

10 januari 2006.

De heer VAN HEUGTEN (wethouder): Dat is ongeveer aan de orde. Zoals ik zei, heeft Volks-

belang de mensen erop geattendeerd dat wanneer zij een woning van Volksbelang zoeken, het niet

voldoende is om ingeschreven te staan bij Huren in Helmond. Volksbelang heeft gezegd: Wij zitten niet

in het systeem; wanneer u een woning van ons wilt huren, dan moet u op z'n minst ook bij ons in-

geschreven staan. Daardoor hebben mensen die een woning zoeken in bijvoorbeeld Rijpelberg of

andere wijken waar Volksbelang nauwelijks of geen woningen heeft, zich toch massaal ingeschreven bij

, Volksbelang. Dat heeft te maken met hetgeen de heer Verba kei aangaf, namelijk de wijze waarop

. gemigreerd is van het oude systeem naar het nieuwe systeem.

De heer VERBAKEL (SP): De conclusie hiervan is dus dat Volksbelang een schoonmaak-

operatie zou moeten uitvoeren?

De VOORZITTER: Ja, dat lijkt mij wel.

2.

Vraqen van de heer Smits inzake wisselinq dierenopvanqlocatie in relatie met de werkzaam-

heden van SDA Helmond e.o.

De heer SMITS (HB): Mijnheer de voorzitter! Tijdens het kerstreces hebben wij gemerkt dat de

oude locatie voor dierenopvang 't Heike in Gemert-Bakel vervangen zou worden door de locatie Van

de Voorste Grootel in Bakel. Ik heb daarover een heel verhaal geschreven, maar dat wil ik op dit

moment niet voorlezen (ik neem aan dat iedereen dat gelezen heeft). Ook heb ik daarover een

negental vragen gesteld. Ik verzoek de wethouder daar antwoord op te geven.

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Voorzitter! De heer Smits heeft inderdaad een heel

betoog op schrift gezet over de werkzaamheden van de SDA Helmond e.o. Ik zal proberen de zaak zo

duidelijk mogelijk neer te zetten.

In het verleden hadden wij als gemeente Helmond een contract met 't Heike, dat voor ons de

dierenopvang verzorgde. Dat was een rechtstreeks contract met 't Heike. Dat heeft vervolgens

afspraken gemaakt omtrent het vervoer etc. Wij hebben te horen gekregen van 't Heike dat de

dierenopvang aldaar per 1 januari jl. zou stoppen. Ik heb daarover contact gehad met mijn collega in

Gemert-Bakel, de heer Verkampen, en heb hem gevraagd hoe dat kan en welke oplossing daarbij

past. Welnu, dat is allemaal keurig toegelicht door de heer Verkampen en de gemeente Gemert-Bakel.

Die gemeente heeft per 1 januari jl. een contract gesloten met Van de Voorste Grootel in Bakel. Wij

hebben uiteraard - omdat wij met 't Heike een contract hadden tot 1 januari 2007 - 't Heike gehouden

aan de verplichtingen uit dat contract. Met andere woorden: voor de gemeente Helmond verandert er

tot 1 januari 2007 niets in dezen, want de verplichtingen van 't Heike zijn overgenomen door de

gemeente Gemert-Bakel. Wel hebben wij nu te maken met de dierenopvang in Bakel. De eigenaren

van die dierenopvang hebben gezegd dat zij graag willen praten over de inhoud van het contract dat

zij met de gemeente sluiten en hebben gevraagd: Is daar ruimte voor, of is daar geen ruimte voor?

Doorgaans gaan de twee betrokken instellingen echter met elkaar in overleg om eruit te komen, want

de gemeente is alleen maar opdrachtgever voor dierenopvang op een zo goed mogelijke manier.

Ik heb inmiddels een aantal overleggen gehad met SDA Helmond e.o. (op haar verzoek), omdat

deze heel graag duidelijk wilde maken dat ze sterk afhankelijk is van bijvoorbeeld de ritten die ze op

dit moment maakt. Overigens had de SDA Helmond e.o. een apart contract met 't Heike; daar zat de

gemeente Helmond niet tussen. Ik heb tegen de SDA Helmond e.o. gezegd dat wij op dit moment in

overleg zijn over de wijze waarop wij het lopende contract met 't Heike en het vervolg daarop vorm

moeten geven. Daarbij hebben wij ervoor gekozen om de eigenaar van 't Heike verantwoordelijk te

stellen voor de opvang die deze verplicht is tot 1 januari 2007. Zoals ik al zei, is deze verplichting

overgenomen door de gemeente Gemert-Bakel, dus dat zal op dit moment geen enkele financiële

consequenties hebben, maar wellicht wel per 1 januari 2007. Dan start de volgende contractperiode,

maar daar behoef ik nu niet op vooruit te lopen.

De heer Smits heeft een aantal vragen gesteld over de kwaliteit etc. van de dierenopvang. Wij

twijfelen op dit moment niet aan de kwaliteit, want de kwaliteit die geleverd wordt, is door onze

medewerkers bekeken bij Van de Voorste Grootel. De dieren worden daar uitstekend opgevangen. Wij

hebben geen enkele reden om aan te nemen dat de kwaliteit daar minder zou zijn dan de kwaliteit die

't Heike geleverd heeft. Een en ander betekent dat de tweede vraag die de heer Smits heeft gesteld

(namelijk of het college zijn zorg deelt en welke activiteiten van de gemeente mogen worden ver-

wacht), niet van toepassing is.

De derde vraag van de heer Smits luidt:

-57-

10 januari 2006.

"Indien uw college positief is gestemd, kan het college garanderen dat de switch géén

nadelige gevolgen - in welke vorm dan ook - heeft voor de 'bekende' werkzaamheden

van de SOA Helmond e.o."

In onze contractbesprekingen kunnen wij natuurlijk zelf bepalen hoe wij de zaken gaan

inrichten. Daarbij zouden wij de ritten kunnen afzonderen van de opvang; het is aan ons om dat te

bepalen. Ik sta zeer sympathiek tegenover de wijze waarop de SOA Helmond e.o. de laatste jaren de

ritten verzorgd heeft. Ik heb op dit moment geen enkele aanleiding om daar iets in te veranderen,

maar ook de eigenaren van Van de Voorste Grootel mogen hun vragen stellen (want die regelen de

dierenopvang nu) en meedraaien in de onderhandelingen, om te bereiken dat de situatie zo optimaal

mogelijk wordt. Er zijn twee punten die wij met elkaar zullen moeten bespreken:

1. Het meldpunt. Zowel de SOA Helmond e.o. als Van de Voorste Grootel heeft heel duidelijk

aangegeven dat er sprake moet zijn van één meldpunt, één telefoonnummer voor burgers die te

maken hebben met een gevonden en/of gewond dier. Dat onderschrijven wij volledig; het moet

helder zijn dat één telefoonnummer constant beschikbaar moet zijn. Dit nummer moet ook worden

gecommuniceerd naar de burgers.

2. De ritten. Als college hechten wij eraan dat er een goede registratie is, ook omdat wij dat verplicht

zijn vanuit onze zorgplicht. Ook hechten wij eraan dat de ritten op een adequate en verantwoorde

manier worden gemaakt.

Hetgeen de heer Smits nu heeft gevraagd, heeft hij eigenlijk veel te vroeg gevraagd, want daar-

over zijn wij nog in onderhandeling. De onderhandelingen zijn nog niet afgerond; het zal nog wel enige

tijd duren voordat er een definitief plaatje ligt. Daar kan ik op dit moment verder niets over zeggen. Ik

kan alleen maar zeggen dat ik alle vertrouwen heb in Van de Voorste Grootel, dat wij 't Heike

gehouden hebben aan zijn verplichtingen en dat wij van mening zijn dat de SOA Helmond e.o. de

laatste jaren haar werk prima heeft gedaan. Dat is op dit moment de stand van zaken; daarmee vat ik

in feite het antwoord samen op de overige vragen die de heer Smits heeft gesteld.

De heer SMITS (HB): Dus ik mag concluderen, wethouder, dat de onrust die ontstaan is bij de

SOA Helmond e.o...

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Ik begrijp die onrust niet. Ik snap de zorg natuurlijk

wel, omdat de wisseling van de dierenopvang locatie vrij plotseling is gegaan. Overigens werden ook

wij daarmee in een relatief korte tijd geconfronteerd. Echter, er is geen onrust nodig, echt niet.

De heer SMITS (HB): En vraag 9 is niet actueel?

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Die vraag is of door deze kwestie de gemeentelijke

zorgplicht in het gedrang komt. Nee, wat mij betreft absoluut niet. Ik heb vertrouwen in de kwaliteit van

Van de Voorste Grootel en ik heb vertrouwen in de afspraken zoals ze er lagen en nu gecontinueerd

worden. Ik heb dan ook geen enkele aanleiding of reden om te veronderstellen dat de zorgplicht in het

gedrang komt.

De heer SMITS (HB): Maar de kwestie is ook (dat hebben wij al vaker verteld in Helmond) dat

voor een stad van 100.000 inwoners een eigen dierenasiel misschien makkelijker is. Dan zijn wij niet

teveel afhankelijk zijn van de regio en de buurgemeentes.

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Zoals u weet, mijnheer Smits, ben ik daar geen te-

genstander van. Ook weet u dat wij onlangs een initiatief daartoe hebben gehad. Dat liet echter een

behoorlijk gat in de exploitatie zien. Zolang er dat soort gaten zijn, is het niet mogelijk om met een

duidelijk, degelijk en uitvoerbaar plan te komen.

De heer SMITS (HB): Ik neem aan dat wij te horen krijgen wanneer er een contract wordt ge-

sloten met betrekking tot de dierenambulance of dat wij daarover een tussentijdse mededeling krijgen.

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Ja, dat is geen enkel probleem.

De heer SMITS (HB): Oké, dank u wel.

De heer VAN KILSDONK (HH): Voorzitter! De heer Smits vroeg zojuist om de raad op de

hoogte te houden van de gang van zaken rond het contract voor de dierenopvang en de dierenambu-

-58-

10 januari 2006.

lance. Het lijkt mij in het dualistisch stelsel belangrijk dat het college eerst in onderhandeling gaat en

dat het contract vervolgens eventueel behandeld wordt in de commissie.

Verder wil ik graag weten wat er in de gemeente Helmond precies is op het gebied van dieren-

beleid. Zou het college mij dat een keer kunnen toesturen? Dat zou ik heel fijn vinden.

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Voorzitter! Wat betreft de eerste opmerking van de

heer Van Kilsdonk, merk ik op dat het college m.L zijn verantwoordelijkheid heel goed kent. De kaders

zijn gesteld door de raad. Binnen die kaders probeer ik die verantwoordelijkheid te realiseren. Binnen

die verantwoordelijkheid zal ik de raad op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Verder kan ik melden dat er met betrekking tot het dierenwelzijn een zorgplicht is van de ge-

meente. Die plicht moeten wij op een zo goed mogelijke manier vervullen. Ik meen dat wij dat ook

doen. Ik heb er geen enkel probleem mee om de heer Van Kilsdonk wat nader te informeren over de

inhoud van deze zorgplicht.

De heer VAN KILSDONK (HH): Daarmee kan ik akkoord gaan; dat vind ik prima.

3.

Vraqen van de heer Rieter inzake parkeren in Boscotondo-qaraqe.

De heer RIETER (HH): Mijnheer de voorzitter! Ons bereikte via ziekenhuispersoneel de infor-

matie dat het personeel geïnformeerd is over het feit dat het gebruik kan gaan maken van de

Boscotondo-garage. Dat brengt ons tot de volgende vragen:

1. Is het het college bekend dat 150 parkeerplaatsen gereserveerd zijn voor het ziekenhuisperso-

neel? Wij zijn voorts benieuwd wie verantwoordelijk is voor deze afspraak, de gemeente of een

andere organisatie.

2. Indien het college het vorige bekend is, weet het college dan ook of het gaat om een tijdelijke

situatie? Zo ja, hoe lang dan?

3. Is het college het met ons eens dat de verkeersbewegingen van de 150 extra komende en gaande

auto's extra overlast zouden kunnen geven voor zowel de (weliswaar binnenkort aflopende) bouw-

werkzaamheden als en vooral de nabijgelegen basisschool?

4. En is het college het met ons eens dat het (wellicht maar tijdelijk) weggevallen van deze 150

parkeerplaatsen vanwege de binnenkort open te stellen grote Platte Zaal alsmede het eveneens

binnenkort te openen nieuwe Kunstencentrum Helmond in deze omgeving en waarschijnlijk tot ver

daarbuiten voor een enorme overlast zal gaan zorgen?

5. Mochten deze problemen daadwerkelijk zo groot zijn als genoemd, is het college dan bereid om te

zoeken naar alternatieven voor de parkeerproblematiek van het ziekenhuis?

Tot slot heb ik nog een aanvullende vraag die niet direct heeft te maken met het onderwerp. Op

de zaterdag na de beroemde vrijdag met de superlange winterfile, was het erg druk in de stad. Ik heb

mijn auto toen in de parkeerkelder gezet, maar ik constateerde daar wateroverlast. Volgens mij was

die overlast niet het gevolg van op auto's liggende sneeuw die smolt; het was net alsof er een

regenbui viel in de onderste parkeerkelder. Volgens mij lekt die.

De VOORZITTER: Ik weet niet of de heer Van den Heuvel het antwoord weet op deze laatste

vraag, maar ik wijs erop dat het gebruikelijk is dat wij de vragen van tevoren krijgen toegezonden.

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Mijnheer de voorzitter! De eerste vraag van de heer

Rieter was of het ons bekend is dat er 150 parkeerplaatsen zijn gereserveerd voor ziekenhuisperso-

neel in de Boscotondo-garage. Ja, dat is mij bekend. Vervolgens vroeg de heer Rieter wie er

verantwoordelijk is voor die afspraak. Dat ben ik.

Voorts vroeg de heer Rieter of de reservering van de parkeerplaatsen tijdelijk is. Ja. De reserve-

ring zal lopen van 1 maart tot 1 oktober 2006.

De volgende vraag van de heer Rieter was of wij het met hem eens zijn dat de verkeers-

bewegingen van de 150 extra voertuigen tot extra overlast kunnen leiden. Dit vind ik een beelje

opmerkelijke vraag, moet ik eerlijk zeggen. Tenslotte hebben wij de parkeergarage niet voor niets

gebouwd. Die bestaat niet voor niets uit twee lagen. Het is juist de bedoeling - dat is ook de opdracht

geweest van de raad - om ervoor te zorgen dat de parkeergarage vol komt, althans zo goed mogelijk

geëxploiteerd wordt. Nu heb ik een deal kunnen sluiten die én financieel aantrekkelijk is voor de

gemeente én een oplossing biedt voor de tijdelijke overlastsituatie van het ziekenhuis. Ik meen dat de

parkeergarage daarmee gewoon beantwoord aan haar doel, namelijk het huisvesten van auto's, zelfs

in twee lagen. Op dit moment is er doorgaans maar één laag bezet, maar de onderste laag wordt

straks voor een aantal maanden verhuurd aan Elkerliek. Daar is de parkeergarage voor gemaakt. In

-59-

10 januari 2006.

het kader van de afspraken die wij hebben gemaakt met het ziekenhuis, zal er geen sprake zijn van

extra overlast wanneer de Platte Zaal wordt opengesteld. Wij hebben namelijk de afspraak gemaakt

dat het gaat om parkeren overdag: vanaf 7.00 uur wordt de garage opengesteld voor de medewerkers

van het ziekenhuis, die hun auto zullen ophalen tussen 16.00 uur en 18.00 uur (zij het dat een

enkeling dat wellicht wat later zal doen vanwege overwerk). Kortom, wij menen dat dit niet zal leiden

tot extra overlast, ook gezien de bezetting van het Kunstencentrum Helmond in de toekomst, waar

vooral scholieren overdag of net na schooltijd met de fiets naartoe zullen gaan om de lessen te

volgen. .

De vijfde vraag van de heer Rieter was of het college bereid is om te zoeken naar alternatieven

wanneer de problemen zo groot mochten worden als hij geschetst heeft. Dat hebben wij uiteraard al

gedaan, voordat wij de beslissing namen. Wij zagen geen betere mogelijkheid dan de gekozen

oplossing, teneinde daarmee de overlast rondom het ziekenhuis zo beperkt mogelijk te houden.

Tegelijkertijd gaat het daarbij voor de medewerkers van het ziekenhuis om een redelijke afstand.

Kortom, wij hebben als een goed beherende overheid de oplossing aan het ziekenhuispersoneel

aangeboden, met goede afspraken en tegen een adequate financiële vergoeding.

Tot slot sprak de heer Rieter over water in de Boscotondo-garage. Ook ik had gemerkt dat er

water in stond, op dezelfde zaterdag. Ik kan echter niet melden of dat het gevolg was van sneeuw-

overlast (smeltwater) of van lekkage. Overigens heeft het daarna geen enkele consequentie gehad,

want ik heb geen problemen meer gehoord. Ik zal dit nog even natrekken voor de heer Rieter.

De heer RIETER (HH): Voorzitter! Onze zorg over het parkeren in de Boscotondo-garage was

mede ingegeven door het feit dat wij dachten dat de 150 parkeerplaatsen permanent beschikbaar

zouden zijn voor het ziekenhuispersoneel in de periode 1 maart -1 oktober 2006. Nu heeft de

wethouder gezegd dat de beschikbaarheid aan tijd gebonden is. Dat biedt mogelijkheden. Bovendien

ben ik blij met de financiële deal die de wethouder daarover heeft gesloten.

De heer VAN DEN HEUVEL (wethouder): Bovendien geldt de beschikbaarheid voor maandag

tot en met donderdag, dus niet in het weekend e.d.

De VOORZITTER: Op de bewuste zaterdagochtend, mijnheer Rieter, had ook ik het genoegen

om in de Boscotondo-garage te mogen parkeren. Toen was men bezig de wateroverlast met een

zuiger op te lossen. Wat ik te horen kreeg, was dat er nogal wat mensen met sneeuw op het dak van

hun auto de parkeergarage binnen waren gegaan. Daardoor ontstond er tijdens de parkeerduur

overlast van smeltwater.

De heer RIETER (HH): Het regende door de hele kelder heen.

De VOORZITTER: Ik heb daar geen last van gehad.

Hierna verklaart de VOORZITTER het vragenuur voor geëindigd.

Uw Reactie
Uw Reactie