- Bestuur
- Commissiestukken Monumentennota Helmond 2003-2007 en reactienota
Commissiestukken Monumentennota Helmond 2003-2007 en reactienota
| Documentdatum | 08-09-2003 |
|---|---|
| Bestuursorgaan | Commissie Samenleving en Economie |
| Documentsoort | Commissiestukken |
| Samenvatting |
~ Behoort bij agenda nr. S-E /i- datum vergadering cf -9- 03 Gemeente He man . Commissie-format Verzoek College van B en W voor Commissiebehandeling. Vastgesteld in B en W vergadering van: 19 augustus 2003 Onderwerp: Monumentennota Helmond 2003-2007 en Reactienota. Inhoud: In maart 2003 is de ontwerp 'Monumentennota Helmond 2003-2007' gereed gekomen. In de nota wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot monumentenzorg besproken en worden voorstellen gedaan om te komen tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk beleid op het gebied van monumentenzorg. De nota is toegezonden aan diverse Helmondse organisaties en is ook geplaatst op www.helmond.nl waarbij de mogelijkheid is geboden aan belanghebbenden en belangstellenden tot 15 juni jl. te reageren op de nota. Middels publicatie in de gemeenterubriek van Trompetter is eveneens bekendheid gegeven aan de totstandkoming van de nota en de reactiemogelijkheden. Van de volgende organisaties/personen zijn reacties binnengekomen: * Stichting Industrieel Erfgoed Helmond (brief 3 juni 2003) * Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (brief 10 juni 2003) * Stichting Monumenten Werkgroep Helmond (brief 14 juni 2003) * De heer Michael Rieter, Monumentenconsulent Helmond namens Federatie Noordbrabants Monumentenoverleg (FNM) In de bijlage zijn de reacties samengevat weergegeven en voorzien van gemeentelijk commentaar. De reacties leiden ons inziens niet tot wijziging van het gestelde in de nota. Voorgesteld wordt in te stemmen met de Monumentennota Helmond 2003-2007 en de bijbehorende reactienota en deze stukken ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad. Met dit verzoek mee te zenden stukken: Monumentennota Helmond 2003-2007 en Reactienota ~~ .. Het college van B en W verzoekt: om behandeling in de raad op 30 september 2003 waarbij rekening gehouden dient te worden met het advies van: de commissie SE op 8 september 2003 de commissie RF op 9 september 2003 ter kennisname inspraak nota commissieformat Pagina 1 van 2 . . GEMEENTERAAD VAN HELMOND Vergadering 30 september 2003, agendapunt Onderwerp : Monumentennota Helmond 2003-2007 Bijlage B&W vergadering Dienst I afdeling : 155 : 19 augustus 2003 : SE.KC Aan de gemeenteraad, Bijgaand treft u aan de Monumentennota Helmond. In de nota wordt de huidige stand van zaken m.b.t. monumentenzorg besproken en worden voorstellen gedaan om te komen tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk beleid op het gebied van monumentenzorg. In hoofdstuk 1 wordt beschreven waarom er een monumentennota gemaakt wordt. Tot op heden heeft monumentenzorg in Helmond bestaan uit volgend beleid, dat ge~nt is op uitvoering van landelijke regelgeving en dat voornamelijk objectgericht was vanuit een sectorale benadering. In hoofdstuk 2 wordt het huidige beleid beschreven, in hoofdstuk 3 het gemeentelijk profiel. Hoofdstuk 4 worden de speerpunten voor nieuw beleid geformuleerd. Om te komen tot een adequaat, integraal en actief monumenten beleid dient de inzet van de gemeentelijke monumentenzorg voor de komende vijf jaren met name gericht te zijn op de volgende activiteiten: - Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken - Verdieping en verbreding van de kennis van monumentwaarden - Ontwikkelen van archeologiebeleid - Gedachtebepaling over herbestemming vrijkomende monumentale gebouwen - Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie - Industrieel Erfgoed Toerisme. Deze speerpunten worden in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt. c~ .. In hoofdstuk 5 worden de financi~le consequenties beschreven. In bijlage 1 is een planningsschema opgenomen van de uit de nota voortvloeiende activiteiten, in bijlage 2 de rijks- en gemeentelijke monumentenlijst, in bijlage 3 de 'Monumentenverordening 1997' en in bijlage 4 de 'Onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten' uit 1987. De ontwerp nota is toegezonden aan diverse Helmondse organisaties en is ook geplaatst op www.helmond.nl waarbij de mogelijkheid is geboden aan belanghebbenden en belangstellenden tot 15 juni jl. te reageren op de nota. Middels publicatie in de gemeenterubriek van Trompetter is eveneens bekendheid gegeven aan de totstandkoming van de nota en de reactiemogelijkheden. Van de volgende organisaties/personen zijn reacties binnengekomen: * Stichting Industrieel Erfgoed Helmond (brief 3 juni 2003) * Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (brief 10 juni 2003) * Stichting Monumenten Werkgroep Helmond (brief 14 juni 2003) * De heer Michael Rieter, Monumentenconsulent Helmond namens Federatie Noordbrabants Monumentenoverleg (FNM). In de bijgaande Reactienota zijn de reacties samengevat weergegeven en voorzien van gemeentelijk commentaar. Gemeenteraad van Helmond Bijlage: 155 blz. 1 De reacties geven geen aanleiding om de tekst in de nota aan te passen. Voorgesteld wordt de Monumentennota Helmond en de bijbehorende Reactienota vast te stellen. Het advies van de commissie samenleving en economie zal, na ontvangst, voor u ter inzage worden gelegd. Burgemeester en wethouders van Helmond, De burgemeester, Drs. AAM. Jacobs. De secretaris, Mr. A.C.J.M. de Kroon. c~ .. Gemeenteraad van Helmond Bijlage: 155 blz. 2 " BESLUIT Bijlage: 155 Raadsvergadering d.d.: 30 september 2003 De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2003. gelet op de bepalingen van de Gemeentewet; besluit: de Monumentennota Helmond 2003-2007 vast te stellen. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 30 september 2003, bijlage 155. De raad voornoemd, De voorzitter, De griffier, .. Gemeenteraad van Helmond Bijlage: 155 blz. 3 Gemeente Helmond Beleidskader monumentenzorg en archeologie 2003-2007 INHOU DSOPGA VE 1. WAAROM EEN MONUMENTENNOTA VOOR HELMOND? 2. HET HUIDIGE MONUMENTENBELEID IN HELMOND 3. HET GEMEENTELIJK PROFIEL 4. SPEERPUNTEN NIEUW BELEID 4.1. Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken 4.2. Verdieping en verbreding van de kennis van cultuurhistorische waarden 4.3. Ontwikkelen van archeologiebeleid 4.4. Herbestemming monumentale gebouwen 4.5. Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie 4.6. Industrieel erfgoed toerisme 5. FINANCIELE PARAGRAAF 6. SAMENVATTING BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. Planningsschema beleidsvoorstellen en acties Rijks- en gemeentelijke monumentenlijst Monumentenverordening Helmond 1997 Onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten 1987 2 4 7 8 9 12 16 19 20 23 25 27 1 1. WAAROM EEN MONUMENTENNOTA VOOR HELMOND? Kwaliteitsimpuis Helmond ondergaat continue een veranderingsproces. Bij het maken van beleidskeuzen dient het cultuurhistorische aspect meer dan tot nu toe het geval is geweest een - prominente - rol te krijgen. Een rol die verder gaat dan alleen de zorg voor een bepaald monumentaal object, maar die zich ook uitstrekt naar historisch- stedenbouwkundige structuren, cultuurlandschappen en archeologische waarden met als doel het bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving. Daartoe wil deze monumenten nota bijdragen. Bij ontwikkelingen in de stad dient cultuurhistorie betrokken te worden. De Helmondse cultuurhistorie heeft op het gebied van ruimtelijke kwaliteit veel te bieden. Kansen die benut moeten worden om van Helmond een karaktervolle en levendige stad met aantrekkingskracht te maken. Actualiseren huidig uitvoeringskader Een andere reden om het monumentenbeleid van Helmond eens goed tegen het licht te houden ligt in het gegeven dat het vanaf 1985, toen de gemeentelijke aandacht voor monumentenzorg voor het eerst een inbedding kreeg door middel van een gemeentelijke monumentenverordening en een eerste gemeentelijke monumentenlijst, niet meer vanuit een totaal benadering is bekeken. Voorkomen dient te worden dat vanuit een ad-hoc beleid hier en daar wat aanpassingen plaatsvinden. Het Helmondse erfgoed dient vanuit een duidelijke visie een volwaardige inbreng en plaats in het totale gemeentelijke beleid te krijgen. Bovendien is het goed om na te gaan of er binnen het huidige uitvoeringskader en instrumentarium van de gemeentelijke monumentenzorg knelpunten zijn die om aanpassing vragen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat dit inderdaad het geval is. Internationale, nationale en provinciale ontwikkelingen De roep om te komen tot een diepere inbedding van de cultuurhistorie in het totale gemeentelijke beleid en om vanuit een integrale aanpak een erfgoed beleid gestalte te geven staat in Helmond niet op zichzelf. Het Verdrag van Malta betekent een forse verandering van het archeologisch bestel in Nederland. De veranderingen behelzen onder meer een decentralisatie van taken naar gemeenten. Het belang van een eigen gemeentelijk archeologiebeleid wordt hiermee onmiskenbaar. In de Nota Belvedere, in samenspraak tussen vier ministeries tot stand gekomen, wordt aan gemeenten gevraagd de cultuurhistorische kwaliteiten aan te geven en de samenhang daartussen te bevorderen om zo te komen tot een versterking van de cultuurhistorische identiteit, die vervolgens veel meer dan voorheen richtinggevend dient te worden voor de ruimtelijke inrichting. Op provinciaal niveau heeft de cultuurhistorie in Noord-Brabant een belangrijke impuls gekregen in de beleidsnota 'Cultuurhistorie is een werkwoord: weten, maken, beleven'. Doelstelling van het beleid is te komen tot een integrale en definitieve inbedding van cultuurhistorie in maatschappelijke structuren en voorzieningen. Dit wordt getracht te verwezenlijken door het bevorderen van de participatie in cultuurhistorie (o.a. educatieve en toeristisch-recreatieve programma's), door een integratie van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, door extra inspanningen te leveren op het terrein van het informatieve erfgoed, de monumentale bouwkunst, de historische geografie en het bodemarchief. De in september 2000 gepresenteerde provinciale Cultuurhistorische Waardekaart is een verdere concretisering van dat nieuwe beleid. 2 VNG-nota In de in juni 2001 verschenen VNG-nota 'Toekomst voor het verleden' worden voorstellen gedaan voor een fundamentele herziening van het stelsel van de monumentenzorg in Nederland. Onder meer wordt aangedrongen op een verdere decentralisatie van taken naar gemeenten, alsook wordt aangestuurd op een grotere betrokkenheid van gemeenten met monumentenzorg. Hoewel de uitkomsten van de discussie over het toekomstige monumentenbeleid in Nederland nog niet zijn uitgekristalliseerd, is wel al duidelijk dat de gemeente meer dan tot nu toe het geval is geweest een cruciale rol binnen de monumentenzorg krijgt te vervullen. Het is van belang om hier tijdig op in te spelen. De hierboven in het kort beschreven ontwikkelingen vragen om een adequaat, integraal en actief gemeentelijk monumentenbeleid. Dat is essentieel om te komen tot een volwaardige inbreng van cultuurhistorie in alle daaraan gerelateerde beleidsterreinen. In het verleden zijn in de stad reeds veel waardevolle zaken verdwenen waardoor er extra zorgvuldig omgegaan moet worden met de nog aanwezige cultuurhistorische elementen. Het Helmondse erfgoed verdient dit... en Helmond ook. 3 2. HET HUIDIGE MONUMENTENBELEID IN HELMOND Monumentenverordening De 'Monumentenwet 1988' gaat uit van een decentralisatie van de monumentenzorg. In het verlengde daarvan is in de wet geregeld dat de gemeenteraad een monumentenverordening kan vaststellen. In de monumentenverordening geeft de gemeente duidelijkheid over de wijze van bescherming van monumenten (vergunningenprocedure) en de procedure voor aanwijzing van objecten tot gemeentelijk monument. Ook dient de instelling van een monumentencommissie met deskundigen van buiten de gemeentelijke organisatie, die onder andere adviseert over de aanvraag van monumentenvergunningen, in de verordening te worden vastgelegd. Op 4 februari 1997 heeft de gemeenteraad de 'Monumentenverordening 1997' vastgesteld. De gemeentelijke monumentencommissie De Monumentenwet Iaat het aan de gemeente over om zorg te dragen voor een deskundige samenstelling van de monumentencommissie. Van de leden wordt verwacht dat zij kennis hebben op (kunst)historisch, stedenbouwkundig, (Iandschap)-architectonisch en juridisch gebied. Naar aanleiding van de vaststelling van de 'Monumentenverordening 1997' heeft de raad een monumentencommissie en een monumentenbeheerscommissie ingesteld. . De monumentencommissie kreeg als taak om het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging van voorlichting en beleidsmatig advies te dienen ter zake de toepassing van de verordening, de Monumentenwet 1988 en andere zaken betreffende de monumentenzorg. Op 3 februari 1998 werden de leden van deze commissie benoemd. De op basis van deskundigheid geselecteerde leden, afkomstig van buiten de gemeente, vertegenwoordigen de disciplines bouw-/ architectuurhistorie, restauratiearchitectuur en stedenbouw/ planologie. Met deze samenstelling en met de ambtelijk toegevoegde stedenbouwkundig adviseur werd een versterking beoogd van het binnen de cultuursector ondergebrachte gemeentelijk monumenten beleid vanuit een integrale benadering met het beleidsterrein ruimtelijke ordening. . De monumentenbeheerscommissie heeft als taak om het college van burgemeester en wethouders te adviseren met betrekking tot aanvragen voor een vergunning ingevolge de Monumentenverordening 1997 of de Monumentenwet 1988. Deze commissie wordt gevormd door de welstandscommissie aangevuld met twee deskundigen op het terrein van de monumentenzorg. De verbinding tussen beide commissies is gelegd door voornoemde deskundigen op het terrein van de monumentenzorg te rekruteren uit de monumentencommissie. De belangrijkste bevindingen na ruim vier jaar functioneren kunnen op hoofdlijnen als volgt worden weergegeven: . De werkzaamheden van beide commissies hebben voornamelijk betrekking gehad op advisering rond vergunningaanvragen, waardoor beleidsmatige advisering onderbelicht is gebleven; . het werk van de monumentencommissie heeft (in afwachting van gemeentelijk beleid) het karakter van een facetbenadering gehouden; . de beoogde afstemming tussen het beleidsterrein monumentenzorg en ruimtelijke ordening is niet c.q. onvoldoende gerealiseerd. Monumentenlijst De lijst van beschermde rijksmonumenten in Helmond (de periode tot en met 1940) telt 61 objecten. 4 Om monumentale objecten die een duidelijke lokale cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen te beschermen heeft de gemeente in 1985 een gemeentelijke monumentenlijst vastgesteld (zie bijlage). De gemeentelijke monumentenlijst omvat de periode tot en met 1940 en telt ruim 80 objecten en complexen (bestaande uit meerdere panden). Een uitbreiding van deze lijst is in voorbereiding. Het betreft een uitbreiding met panden die in het kader van het 'Monumenten Selectie Project' (MSP) aanvankelijk waren voorgedragen voor de rijksmonumentenlijst, maar die daarvoor uiteindelijk te licht zijn bevonden. Het gaat om ongeveer 28 panden die in aanmerking komen voor plaatsing op de gemeentelijke lijst. Subsidieregeling gemeentelijke monumenten Op 7 april 1987 heeft de gemeenteraad de subsidieregeling voor onderhoud van plaatselijke monumenten in het leven geroepen. Het betreft een stimuleringsregeling. Op grond van deze regeling kunnen eigenaren van gemeentelijke monumenten in aanmerking komen voor een bijdrage in de onderhoudskosten. De subsidie bedraagt 25% van de goedgekeurde onderhoudskosten met een maximum van ¿ 453,78 (f 1.000,=) per jaar. Van deze regeling kan slechts een maal per jaar gebruik gemaakt worden. De regeling is inmiddels sterk verouderd. Bestemmingsplannen Binnen de ontwikkeling van bestemmingsplannen is vanaf 1997 een tendens waarneembaar om in toenemende mate aandacht te schenken aan de historische context en cultuurhistorische waarden. Dit is waarneembaar in een aantal bestemmingsplannen, zoals bijvoorbeeld het 'Bestemmingsplan Centrum' (1997), het 'Bestemmingsplan Villapark e.o.' (1998) en het 'Bestemmingsplan Kanaalzone' (2000). Inventarisatie en waardering van cultuurhistorische waarden zijn tot op heden echter beperkt gebleven tot monumentale gebouwen. De planvoorschriften voorzien in beperkte mate in een instrumentarium tot handhaving van waardevolle cultuurhistorische elementen, complexen en structuren. Archeologie Sinds de ontdekking in 1981 van een belangwekkend kasteelterrein dat moest worden opgegraven, voert de gemeente Helmond een beleid op het gebied van de archeologie. Aanvankelijk bestaat dat beleid uit het faciliteren van archeologisch onderzoek door vrijwilligers. Vanaf 1987 is sprake van een professionele aanpak, al is dat aanvankelijk nog heel beperkt. In dat jaar wordt min of meer structureel, maar slechts in deeltijd, van de gemeente Breda een professioneel archeoloog ingehuurd. Deze heeft in eerste instantie tot taak een eindverslag te produceren van het in de jaren 1981-1984 door vrijwilligers opgegraven kasteelterrein het 'Oude Huys'. In tweede instantie worden met hulp van vrijwilligers - en incidenteel eveneens met een professionele projectmedewerker - enkele noodopgravingen uitgevoerd, met name in de middeleeuwse stadskern van Helmond. Deze situatie is niet ideaal gebleken, met name omdat de vanuit Breda ingehuurde archeoloog wegens tijdgebrek zijn taken onvoldoende heeft kunnen uitvoeren. Het is hem daardoor niet gelukt een eindverslag te produceren over het archeologisch onderzoek van het 'Oude Huys', evenmin hebben de onder zijn regie uitgevoerde opgravingen tot een eindverslag geleid. Op 1 april 1992 stelt de gemeente Helmond voor 0,2 fte een eigen archeoloog aan. Later is deze formatie tot 0,25 fte verhoogd. Deze archeoloog combineert zijn aanstelling met een identieke baan bij de gemeente Eindhoven, waar hij voor de rest van de week werkzaam is. Vooralsnog is in die gemeenten echter sprake van twee afzonderlijke archeologische voorzieningen. In 1992 ontbreekt het nog aan een systematische documentatie van alle tot dan toe verzamelde archeologische informatie in Helmond. Als eerste taak is vanaf april 1992 die verspreide informatie, die onder meer betrekking heeft op meer dan vijftig (!) opgravingen, 5 zoveel als mogelijk bijeengebracht in één archief. Bovendien is een kaart gemaakt van alle (in totaal 16) gebieden in de gemeente Helmond met een archeologische waarde. Tenslotte kan - dankzij een samenwerkingsverband met de Universiteit van Amsterdam - vanaf begin mei 1992 tot in mei 1993 een grootschalige opgravingscampagne worden uitgevoerd van een prehistorisch en Romeins grafveld, dat door bouwwerkzaamheden zal verdwijnen. Ook zijn in de jaren vanaf 1992 allerlei kleinere noodopgravingen uitgevoerd, zoals in de middeleeuwse stadskern en op het terrein van het middeleeuwse klooster Binderen. In de jaren 1997-1999 is bovendien het eerste deel van een grootschalig archeologisch onderzoek uitgevoerd in het gebied waar momenteel de Vinex-Iokatie Brandevoort verrijst. De grondwerkzaamheden in Helmond kunnen nauwlettend worden gevolgd op eventuele noodzakelijke opgravingen dank zij periodiek overleg met het Projectbureau van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer. Hierdoor is het in principe mogelijk archeologisch veldonderzoek lang van te voren te plannen. Benadrukt dient te worden dat vrijwel alle archeologische werkzaamheden telkens mede mogelijk zijn geweest dankzij de inzet van plaatselijke en regionale vrijwilligers. Sinds 1 november 1999 hebben de gemeenten Helmond en Eindhoven een gezamenlijke archeologische voorziening, waaraan de gemeente Helmond voor een kwart bijdraagt. De huisvesting daarvan is in een eigen gebouw te Eindhoven, waar zich zowel het kantoor, de werkruimten als het depot bevinden. Deze gezamenlijke voorziening heeft een formatie van 4,6 fte, namelijk 1,0 fte gemeentelijk archeoloog, 0,8 fte assistent-archeoloog, 1,0 fte veldarcheoloog/ecologisch onderzoeker en 1,8 fte medewerkers archeologie. Bovendien zijn structureel zo'n 20 vrijwilligers alsmede een wisselend aantal studenten archeologie van de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit te Amsterdam en de Hogeschool Tilburg actief. Veruit de meeste vrijwillige inzet in zowel Helmond en Eindhoven is afkomstig van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland, die in 1997 in het zuidoosten van Noord-Brabant een eigen, regionale, Archeologische Vereniging Kempen-en Peelland heeft opgericht. Vanuit de afdeling Archeologie van de gemeenten Helmond en Eindhoven wordt deze vrijwillige inzet uiteraard van harte ondersteund. In Helmond is bovendien de 'Historische en Archeologische Vereniging Helmont' actief. -n, (Jpg",.ing;lcrrdn 'u mud"""" lI;j"""""""""-"""""""-"',""""'-"-""',"O"j....""",;",-",""',',,' hd.."""",.. ",.. "" ""'" ""bi,"'",i, "'" Llru"v' 6;.,d",.., Conclusie Samengevat kan gesteld worden dat het huidige monumentenbeleid van de gemeente Helmond beperkt is te noemen. De gemeente heeft tot op heden op het terrein van monumentenzorg in belangrijke mate volgend beleid gevoerd, dat geënt is op uitvoering van landelijke regelgeving en dat voornamelijk object gericht was vanuit een sectorale benadering. 6 3. HET GEMEENTELIJK PROFIEL Om een beeld te geven van waar Helmond staat en wat Helmond wil, kan verwezen worden naar een aantal vrij recente beleidsdocumenten. Deze zijn ontwikkeld in het kader van het grotestedenbeleid (GSB). Genoemd kunnen worden de 'Kernstadvisie' uit 1999, de 'Integrale stadsvisie' uit 2000 en de programmatische vertaling in de vorm van een 'Meerjaren Ontwikkelings Programma' (MOP). Gekoppeld aan een beschrijving en waardering van de huidige situatie is een streefbeeld geformuleerd voor het jaar 2010. De beleidsdoelen richten zich op een versterking van de sociale, fysieke en economische structuur van de stad, met als speerpunten: . verbetering van de centrumpositie; . verbetering van de bereikbaarheid; . versterking van de sociaal-maatschappelijke basis; . versterking van de economische positie. In termen van perspectieven wordt nadrukkelijk gewezen op het belang van behoud en versterking van de aanwezige historische kwaliteiten. Integratie van de geschiedenis, de monumenten en de historisch belangrijke gebouwen (ons cultuurhistorisch erfgoed), welke bepalend genoemd kunnen worden voor de identiteit van de stad, dienen bij te dragen aan de beleving van een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke stad; detailhandel en horeca alsmede de culturele en toeristische uitstraling worden erdoor versterkt. Intensivering van het monumentenbeleid wordt expliciet benoemd als een belangrijk instrument. Met name de verwevenheid met de beleidssector ruimtelijke ordening verdient via integrale samenwerking tot uitdrukking te worden gebracht. Gericht op de versterking van de economische, culturele en toeristische en recreatieve functie van het stadscentrum is inmiddels de 'Integrale Structuurvisie Centrum' tot ontwikkeling gebracht. Voor de wijken Helmond-West, Helmond-Noordoost en Binnenstad-Oost worden in het 'Meerjaren Ontwikkelings Programma' 'Wijkontwikkelingsplannen' in het vooruitzicht gesteld, waarbij inmiddels het plan voor Binnenstad-Oost zich in een gevorderd stadium bevindt. Ten aanzien van de wijze van intensiveren van het monumenten beleid wordt in het kader van deze ontwikkelingsplannen reeds een richting aangegeven; naast beheer dient de historische kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving als inspiratiebron voor ruimtelijke beslissingen. De 'Wet Stedelijke Vernieuwing' en het hieruit voortkomende 'Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing' (ISV) voorzien in een gebundeld kader voor financiering van projecten die zijn gericht op een structurele verhoging van de stedelijke kwaliteit op het gebied van wonen, milieu en ruimte. Zoals aangegeven dienen de ontwikkelingsprogramma's een antwoord te geven op de vraag hoe o.a. openbare ruimte, structuren, maar ook monumenten kunnen bijdragen aan een gewenste omgevingskwaliteit. 7 4. SPEERPUNTEN NIEUW MONUMENTENBELEID Geconstateerd kan worden dat een herijking van het gemeentelijke monumenten beleid van groot belang is. Een herijking die gericht is op een intensivering en een verbreding van de monumentenzorg met een drieledig doel: het behouden van het Helmondse cultuurhistorisch erfgoed; het verbeteren van de leefomgeving; het versterken van de stedelijke identiteit. Deze drie doelen zijn nauw met elkaar verweven. Alleen een objectgerichte monumentenzorg is naar de toekomst toe niet toereikend voor een effectief monumentenzorgbeleid. Het is namelijk te beperkt. Het behoud van het erfgoed is het meest gediend met een brede, integrale benadering. Door dwarsverbanden naar andere disciplines te leggen kan pas echt draagvlak en daarmee draagkracht voor cultuurhistorie ontwikkeld worden. Vanuit de situatie waarin de Helmondse monumentenzorg zich momenteel bevindt, (knelpunten binnen de huidige reguliere uitvoeringstaken, objectgerichte monumentenzorg vanuit een sectorale benadering) is het verleidelijk in te zetten op "een snelle aanpak" met hier en daar wat aanpassingen en verbeteringen op het gebied van de gemeentelijke monumentenzorg. Een dergelijke aanpak schiet tekort voor alle drie hierboven genoemde doelen. Onontbeerlijk is een duidelijke visie en een totaalbenadering. Binnen het brede terrein van de monumentenzorg verdienen vele aspecten aandacht voor verbetering. Het is echter zaak om allereerst die activiteiten te ontplooien die voor het bereiken van de doelstellingen het meest effectief en noodzakelijk zijn. Niet alles kan c.q. hoeft meteen te worden opgepakt. Nota bene, nu te veel hooi op de vork nemen kan zelfs verkeerd uitpakken. Een fasegewijze aanpak verdient dan ook de voorkeur. Op grond van de eerder beschreven visie en ontwikkelingen dient de inzet van de gemeentelijke monumentenzorg voor de komende jaren met name gericht te zijn op de volgende activiteiten: 1. Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken Motivatie: Binnen de huidige uitvoeringskaders bestaan er diverse knelpunten (o.a. verouderde monumentenverordening, verouderde subsidieregeling gemeentelijke monumenten, begeleidende en toezichthoudende rol bij restauratie plannen). Ook met het oog op een verdere decentralisatie van taken dient de gemeente hier beter op voorbereid en toegerust te zijn. 2. Verdieping en verbreding van de kennis van monumentwaarden Motivatie: Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen dient cultuurhistorie een volwaardige plaats én inbreng te krijgen. Cultuurhistorie kan immers een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving, alsook versterkt het de identiteit van de stad. Door dwarsverbanden te leggen krijgt monumenten behoud ook meer perspectief. Een beter inzicht in de aanwezige monumentwaarden is van groot belang. Zonder gedegen kennis komt instandhouding onder druk te staan. Evengoed is kennis van monumentwaarden onontbeerlijk bij doorontwikkeling (bijv. met betrekking tot waardevolle cultuurhistorische structuren en ensembles, bouwhistorie, monumentale objecten uit de wederopbouwperiode, landschapswaarden en tuinen). Ook in het kader van het vergunningenstelsel en het nieuwe welstandsbeleid is een grotere kennis van monumentwaarden van belang. 8 3. Ontwikkelen van archeologiebeleid Motivatie: Het belang en de noodzaak van een gemeentelijk archeologiebeleid zijn in het Verdrag van Malta duidelijk aangegeven. Uitgangspunten van het verdrag zijn: decentralisatie van taken en het beginsel "de verstoorder betaalt". Een ander belangrijk punt van uitwerking is het aanwijzen van archeologiegevoelige gebieden in het eigen ruimtelijke beleid. Het Verdrag van Malta heeft nog niet geleid tot wetgeving. 4. Herbestemming monumentale gebouwen Motivatie: Gedachtenbepaling over vrijkomende fabrieksgebouwen en kerkgebouwen die hun kerkelijke functie verliezen. Hoe kan met deze voor Helmond belangrijke 'beelddragers' op een goede manier worden omgegaan? Een uitdaging én kans die "moet" worden aangegrepen! (versterking identiteit; Industrieel Erfgoed Toerisme). 5. Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie Motivatie: Een grotere betrokkenheid van monumenteigenaren en publiek is wezenlijk voor een vitaal gemeentelijk monumenten beleid; het vormt de basis om de hierboven genoemde doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Derhalve: bevordering participatie; educatieve projecten; publieksgerichte activiteiten. 6. Industrieel erfgoed toerisme Motivatie: Helmond vertoont nog vele sporen van een rijk industrieel verleden. Industrieel erfgoed is belangrijk voor de identiteit van de stad. Recreanten en toeristen tonen een toenemende belangstelling voor cultuurhistorische zaken en 'het eigene' van een bepaalde stad of streek. Voor de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht van de stad wordt historische identiteit als een belangrijke drager gezien in relatie tot aspecten als sfeer en gezelligheid. Een eerste uitwerking van deze punten vindt in de volgende paragrafen plaats. Daarin wordt als het ware het fundament gelegd voor een actief en integraal gemeentelijk monumenten beleid in de gemeente Helmond i.c. langs welke hoofdlijnen en basispatronen de gemeentelijke monumentenzorg nader inhoud wordt gegeven met daaraan gekoppeld aan het eind van elke paragraaf een aantal concrete beleidsvoornemens en acties. 4.1 ACTUALISERING EN VERBETERING VAN REGULIERE UITVOERINGSTAKEN De gemeente heeft op het gebied van de monumentenzorg een aantal wettelijke en een aantal heel wat minder expliciet omschreven taken en verantwoordelijkheden. Tot de eerste categorie behoren taken die voortvloeien uit de Monumentenwet 1988 (o.a. het verlenen van monumentenvergunning, advisering bij voordracht voor plaatsing op de rijksmonumentenlijst), het 'Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Rijksmonumenten' (o.a. het berekenen van de subsidiabele restauratiekosten) en andere rijksregelgeving. Tot de tweede categorie behoort de zorgplicht die verwacht mag worden van een gemeentelijke overheid die haar verantwoordelijkheid in deze kent én neemt, maar waarbinnen de gemeente heel duidelijk eigen prioriteiten en accenten kan stellen (bijv. het al dan niet instellen van een gemeentelijke monumentenlijst, of het laten uitvoeren van bouwhistorisch onderzoek). Monumententaak en -verordening Om de gemeentelijk taken te kunnen uitoefenen moet de gemeente zorgdragen voor de instelling van een monumentenverordening en een monumentencommissie. In Helmond zijn beiden in 1997 gerealiseerd. De monumentenzorg is de laatste jaren sterk in beweging. Er zijn tal van ontwikkelingen, zowel op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Wat betreft de gemeentelijke taak wijst alles 9 in de richting van een verdergaande decentralisatie. In de op 25 juni 2001 gepresenteerde VNG-nota "Toekomst voor het Verleden" wordt een belangrijke aanpassing van het monumenten regime voorgestaan: gemeenten en monumenteigenaren moeten daarin de hoofdrol gaan spelen. Als uitgangspunten voor een nieuw monumenten regime vermeldt de VNG-nota verder: "Het nieuwe systeem moet klantvriendelijk zijn. De belangen van de klant, in casu de eigenaar, staan centraal en niet de regelgeving. Dit betekent concreet dat er één loket moet zijn waar een eigenaar terecht kan voor alle informatie en kennis omtrent het monument. Dit loket is zo dicht mogelijk bij de eigenaar gesitueerd en is logisch gezien de gemeente. ... De gemeente plaatst haar monumenten beleid in een integrale en gebiedsgerichte benadering." In Helmond kennen we sinds begin 2001 de 'Stadswinkel', hét gemeentelijke loket voor de burger. In het cluster 'Bouwen en wonen' vervult de 'Stadswinkel' (in samenwerking met de Sector Kunst & Cultuur) reeds de rol van loket voor o.a. monumentenvergunningen. De gemeentelijke monumentenverordening is voor een gemeente de basis om haar taken in deze op een goede wijze te kunnen uitvoeren. De gemeentelijke monumentenverordening dient derhalve hierop te zijn toegesneden. In dit verband verdient het aanbeveling, zoals hieronder zal blijken, de Helmondse monumentenverordening op een aantal punten aan te passen. Monumentencommissie en monumentenbeheerscommissie In de Helmondse monumentenverordening van 1997 is onder meer de instelling van een monumentenbeheerscommissie (adviesorgaan monumentenvergunningen) geregeld en van een monumentencommissie die meer op beleidsmatig gebied, vanuit een integrale benadering, zou adviseren. De gekozen structuur blijkt in de praktijk toch niet zo niet goed te hebben uitgepakt. De belangrijkste bevindingen na ruim vier jaar functioneren kunnen op hoofdlijnen als volgt worden weergegeven: . De werkzaamheden van beide commissies hebben voornamelijk betrekking gehad op advisering rond vergunningaanvragen, waardoor het onderscheid tussen het werkterrein van beide commissies sterk is vervaagd; . de beleidsmatige advisering is onderbelicht gebleven; het werk van de monumentencommissie heeft (in afwachting van gemeentelijk beleid) te veel het karakter van facetbenadering; . de beoogde afstemming tussen de beleidsterreinen monumentenzorg en ruimtelijke ordening is niet gerealiseerd. Deze bevindingen, alsmede de constatering dat landelijke ontwikkelingen in een richting wijzen van een brede integrale benadering van de monumentenzorg, geven voldoende aanleiding om de taak van beide commissies nader te beoordelen. Het is dan ook wenselijk om de structuur en de taakomschrijvingen van de gemeentelijke monumentencommissie en monumentenbeheerscommissie opnieuw te bezien. In de in voorbereiding zijnde monumentenverordening zal dit worden meegenomen. De zittingstermijn van de leden van de huidige monumentencommissie loopt af op het moment dat een nieuwe monumentenverordening wordt vastgesteld. Subsidieregeling Monumentenzorg heeft ook alles te maken met geld. Eigenaren van gemeentelijke monumenten kunnen momenteel geen beroep doen op subsidiemogelijkheden en andere faciliteiten (bv. fiscaal voordeel) voor restauratie c.q. onderhoud van hun pand, tenzij die door de betreffende gemeente geboden worden. Dit in tegenstelling tot eigenaren van rijksmonumenten. Voor eigenaren van rijksmonumenten bestaan vanuit het rijk subsidiemogelijkheden, zij kunnen in aanmerking komen voor laagrentende leningen bij het Nationaal Restauratie Fonds en zij hebben fiscaal voordeel bij onderhoud en restauratie van hun rijksmonument. 10 Er dienen ons inziens gemeentelijk financiële middelen beschikbaar te zijn om monumenteigenaren een tegemoetkoming te geven voor het feit dat hun eigendom van gemeentewege een monumentenstatus heeft gekregen waaraan voorwaarden zijn gekoppeld, met name wat betreft de instandhouding van monumentwaarden. Zoals reeds eerder vermeld kennen we een gemeentelijke subsidieonderhoudsregeling voor eigenaren van gemeentelijke monumenten. De huidige subsidieregeling dateert echter van 1987. Op grond van deze regeling kunnen monumenteigenaren een bijdrage krijgen in de onderhoudskosten van hun gemeentelijk monument met een maximum van ¿ 453,78 (f 1.000,=) per jaar. Deze regeling is volstrekt uit de tijd. Het doel van de regeling indertijd was om te stimuleren dat onderhoud werd gepleegd, maar met een dergelijk laag bedrag wordt dat doel tegenwoordig absoluut niet bereikt. Zeker als men bedenkt dat hieraan ook nog de nodige administratieve rompslomp vastzit. Een dergelijke regeling heeft zelfs een negatief effect op het gemeentelijke monumentenbeleid, doordat het een negatief imago en uitstraling geeft (in de trant van: is dit alles wat de gemeente er voor over heeft; is dit de gemeentelijke zorg voor monumenten?). Er dient een financiële structuur te worden ontwikkeld die het gemeentelijke monumentenbeleid daadwerkelijk handen en voeten geeft. Een van de aandachtsvelden in dit kader is een financiële regeling voor de monumenteigenaren. In dit verband kan ingestoken worden op restauratie of onderhoud. Het laatste heeft de voorkeur, daar dat preventief werkt en door tijdig onderhoud juist dure restauraties voorkomen kunnen worden. Een nieuwe subsidieregeling wordt voorbereid. De klant centraal De monumenteigenaren nemen in de monumentenzorg een cruciale positie in. Zonder hun betrokkenheid en wil om de monumentwaardigheid van hun eigendom te behouden is de monumentenzorg vooral een papieren tijger. De monumenteigenaar neemt dus feitelijk een centrale positie in. Hij is dé klant. Met klantvriendelijkheid is dus voor de monumentenzorg bij uitstek veel te winnen. De gemeente heeft hier een duidelijke rol vervullen. Voor alle informatie en vragen omtrent het monument en de instandhouding ervan moet een monumenteigenaar bij de gemeente terecht kunnen. Zoals gezegd ligt de verantwoordelijkheid voor instandhouding van monumentale waarden en een zorgvuldig beheer primair bij de eigenaar. Ook de kosten die daarmee verband houden zullen goeddeels door die monumenteigenaar gedragen moeten worden. Dit neemt niet weg dat de gemeente hierin een positieve bijdrage kan geven. Bijvoorbeeld door goede informatie te verstrekken, door monumenteigenaren te enthousiasmeren, door met ze mee te denken, door ze een (financiële) prikkel te geven. Dit vraagt om een meer actieve benadering van monumenteigenaren. Daarmee is veel te winnen! Planning, begeleiding en toezicht Door een actieve benadering is ook een beter inzicht te krijgen in de restauratievoornemens van monumenteigenaren. Dat inzicht is onontbeerlijk om ze vervolgens op een goede manier van dienst te kunnen zijn, maar ook om het gemeentelijke beleid in deze te kunnen "voeden". Op basis van de verkregen gegevens kan bijvoorbeeld een goede inschatting gemaakt worden van wat benodigd is om een plan met succes te kunnen afronden. Om op een verantwoorde wijze beleid te kunnen voeren is het ook nodig dat de monumentale waarden goed geïnventariseerd en gedocumenteerd zijn en dat de bouwtechnische onderhoudsstaat c.q. de restauratiebehoefte goed in beeld is gebracht. Dat is met name ook van belang om tot een goede en evenwichtige inzet van middelen te komen en om verantwoorde keuzes te kunnen maken. Voor rijksmonumenten is de gemeente op grond van het 'Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Monumenten' (BRRM) verplicht om eens in de vier jaar de bouwtechnische staat (intern en extern) van de rijksmonumenten in beeld te brengen ('behoefteraming'). De inspectiegegevens moeten bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg worden ingediend. 11 De bouwtechnische staat van de gemeentelijke monumenten wordt tot op heden niet in beeld gebracht, dus hiervan bestaat geen overzicht. De gemeentelijke zorg voor monumenten beweegt zich ook op het begeleiden van het restauratievoornemen. Dit om een zo kwalitatief goed mogelijk plan te krijgen. Het meest effectief is het om in een zo vroeg mogelijk stadium handvaten aan te reiken (schetsplannen te bespreken). Ook bij de uitvoering van de werkzaamheden is begeleiding en toezicht van de kant van de gemeente nodig. Vanwege capaciteitsgebrek komt dit punt tot op heden onvoldoende uit de verf. Een medewerker bouw- en woningtoezicht met kennis van restauraties zou problemen kunnen signaleren en oplossingsmogelijkheden aanreiken waarmee de instandhouding van het monument gediend is. Ook kan zo'n medewerker onoordeelkundige ingrepen aan monumenten, met mogelijke schade, voorkomen. Verder kan hij controleren of de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de monumenten- en de bouwvergunning. Momenteel wordt er binnen de dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer gekeken naar de taken van de afdeling 'handhaving'. Deze afdeling zal alle zaken met betrekking tot gemeentelijke handhaving oppakken. Ook handhavingszaken bij monumenten wordt hierbij betrokken. Beleidsvoorstellen en acties . Actualiseren monumentenverordening 1997 . Herbezien structuur monumentencommissie/monumentenbeheerscommissie . Actualiseren onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten . Actieve benadering monumenteigenaren en belanghebbenden . Afspraken maken over planning, begeleiding en toezicht monumentenrestauraties 4.2 VERDIEPING EN VERBREDING VAN DE KENNIS VAN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN Relatie cultuurhistorie - ruimtelijke ordening Monumentenzorg behelst meer dan alleen het beschermen en instandhouden van beschermde objecten, zoals tot nu toe in Helmond het geval is. In toenemende mate dringt het besef door dat in veel bredere zin rekening gehouden moet worden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit wordt ingegeven doordat het ontbreken van cultuurhistorisch besef het gevaar in zich heeft dat in vele eeuwen opgebouwde kwaliteit overschaduwd wordt door herinrichting van de ruimte. De gebouwde omgeving, de bodem en het landschap zitten soms op een complexe en fascinerende manier boordevol aanwijzingen over leven en werken van mensen. Vervlakking van deze diversiteit van leefomgeving mag tot ons aller zorg worden gerekend. Overigens wil dit niet zeggen dat alles wat waardevol is behouden kan en moet blijven. Beoogd wordt om cultuurhistorie een factor van afweging te laten zijn bij alle ingrepen in de ruimtelijke ordening. Cultuurhistorische waarden dragen in sterke mate bij aan de specifieke identiteit van de wijk, de stad en het buitengebied. In voorkomende gevallen kan behoud bijdragen aan identiteit en kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen, in andere gevallen is behoud niet mogelijk maar kan het bestaande inspiratie bieden voor het nieuwe. Als zodanig is monumentenzorg nauw verweven met de beleidssector ruimtelijke ordening. In de Vijfde nota ruimtelijke ordening stelt de rijksoverheid zich ten doel om ontwikkelingen te stimuleren die ruimtelijke kwaliteit opleveren. Een bouwsteen daartoe wordt in de nota Belvedere aangeduid: de cultuurhistorische identiteit mede richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van de ruimte. 12 In de lijn hiervan heeft ook de provincie Noord-Brabant zich niet onbetuigd gelaten op het terrein van planologische monumentenzorg; de vervaardigde cultuurhistorische waardekaart moge daarvan getuigen. Hebben rijk en provincie weliswaar een belangrijke sturende en richtinggevende taak, de uitvoering van cultuurhistorisch beleid zal voor een belangrijk deel op gemeentelijk niveau moeten plaatsvinden. Momenteel gebeurt dit in Helmond (in beperkte mate) binnen de kaders van structuurplannen, bestemmingsplannen en beeldkwaliteitplannen. Voorwaarde om een goed gemeentelijk beleid te kunnen voeren op het terrein van cultuurhistorie is dat er een gedegen kennis aanwezig is van de monumentwaarden in Helmond. Die kennis staat op achterstand. Van groot belang is te weten of, en zo ja in welke mate, een bepaald object, een ensemble of een bepaalde structuur cultuurhistorische waarden bezit. Mede op basis van die kennis is het mogelijk te bepalen welke instrumenten moeten worden ingezet voor restauratie of andere vormen van behoud. Zonder een gedegen kennis van monumentwaarden kan ook geen goede belangenafweging plaatsvinden. De vraag bijvoorbeeld hoe een (monumentaal) object of gebied "doorontwikkeld" kan worden kan alleen vanuit deskundigheid beantwoord worden. Deskundigheid met betrekking tot de aanwezige monumentwaarden, historische bouwmaterialen, historische structuren enz. Waardevolle cultuurhistorische structuren en ensembles Zoals hiervoor al is gezegd dient monumentenzorg verder te gaan dan alleen een objectgerichte zorg. De monumentale kwaliteit zit namelijk niet alleen in de afzonderlijke monumentale gebouwen, maar ook in het geheel van historische ruimtelijke structuur en in de wisselwerking daarvan met de bebouwde omgeving. Uitgangspunt voor de structuurbenadering is dat de kwaliteit van de leefomgeving dient te worden behouden en zo mogelijk nog te worden versterkt. Daartoe is het nodig dat er een inventarisatie en beschrijving plaatsvindt van de waardevolle cultuurhistorische structuren (landschap, stedenbouwkundige elementen, bebouwing, tuinen en parken, infrastructuur, e.d.) en deze gegevens vast te leggen in een cultuurhistorische waardekaart. Dit dient te gebeuren in overleg met de afdelingen Ruimtelijke Ordening en Bouw- en Woningtoezicht (in het kader van welstandsbeleid). Hiermee krijgt de gemeente ook de beschikking over een sturingsinstrument bij planontwikkeling. Zij heeft hiermee een beeld van de bestaande cultuurhistorische waarden in de stad en wordt zo in staat gesteld om in een vroeg stadium deze waarden in plan processen te betrekken. Er kan dan een samenhangende belangenafweging en onderbouwing worden gemaakt. 13 Sinds 1992 bestaat er een archeologische waardekaart, waarop de archeologisch waardevolle gebieden in de stad zijn vastgelegd. Een inventarisatie en waardering van cultuurhistorische waarden in de stad is tot nu toe achterwege gebleven. Bij de werkzaamheden in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project is wel reeds de bijzondere kwaliteit van het gebied Villapark en van de Kanaalzone met het industrieel erfgoed ter sprake gekomen, doch dit heeft niet tot vervolgactiviteiten geleid. Een nader onderzoek naar die kwaliteiten (architectonisch, stedenbouwkundig, cultuurhistorisch) verdient zeker aanbeveling, waarna eventueel bescherming door middel van het instellen van een beschermd stadsgezicht overwogen kan worden. Beschermd stadsgezicht betekent geenszins dat de huidige bebouwing van het gebied wordt bevroren. Een stad is immers voortdurend aan verandering onderhevig. Wel wordt het veranderingsproces in een beschermd stadsgezicht zorgvuldig "begeleid" en vindt er een gedegen toetsing plaats ten behoeve van het behoud van cultuurhistorische waarden. Aanbevolen wordt om nader te bezien in hoeverre vigerende bestemmingsplannen, voor zover deze een sterk beherend karakter dragen, opwaardering verdienen tot de status van lokaal beschermd stads- en dorpsgezicht. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het bestemmingsplan "Villapark e.o.", maar ook "Kanaalzone" (gezien plannen rond ontwikkeling Industrie Toerisme). Hierbij dient opgemerkt dat de huidige monumentenverordening in de mogelijkheid daartoe niet voorziet. Instrumenten om tot waardebepaling te geraken zijn cultuurhistorische verkenningen en cultuurhistorische effectrapportages. Waar het bij cultuurhistorische verkenningen om gaat is om vanuit een analyse van de historische ontwikkeling van een gebied duidelijk te maken welke waarden bepalend zijn voor de specifieke kwaliteit van het gebied. Daarnaast wordt aangegeven welke kansen en risico's bij verdere ontwikkeling aan de orde zijn. Een cultuurhistorische effect rapportage (CHER) is een onderzoek naar een gebied, waarbij de geschiedenis en transformatie van de landschappelijke of stedenbouwkundige elementen, de verkaveling, de infrastructuur, de bebouwing en andere ruimtelijke aspecten in beeld worden gebracht en aan een 'cultuurhistorische waardestelling' worden onderworpen. Deze waardestelling kan vervolgens als onderlegger of als toetsingskader gebruikt worden bij het opstellen van een beheers-, bouw- of herinrichtingsplan. Door een goede communicatie en afstemming met betrekking tot het jaarlijkse productieprogramma van de afdeling Ruimtelijke Ordening kan, indien nodig, tijdig ingespeeld worden op planontwikkelingen in deelgebieden met cultuurhistorische waarden. Met de afdeling Ruimtelijke Ordening zijn hierover reeds eerste afspraken gemaakt. Bouwhistorisch onderzoek In het beheer van het culturele erfgoed komt het regelmatig voor dat relevante informatie en inzichten in de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk ontbreken. Zo blijkt achter betrekkelijk jonge- en weinig spectaculaire gevels soms historisch waardevolle bebouwing schuil te gaan. Door middel van bouwhistorisch onderzoek kan in deze lacune van kennis worden voorzien. Het doel van bouwhistorisch onderzoek is meerledig, o.a.: . Een bouwhistorische waardestelling als voorbereiding op een restauratie, verbouwing of herbestemming, waarbij onder meer wordt aangegeven welke onderdelen voor behoud waardevol zijn; . advisering bij (ver)bouwwerkzaamheden; . documentatie teneinde van een bouwwerk zijn bouw- en gebruiksgeschiedenis te staven. Er zijn diverse vormen van bouwhistorisch onderzoek, te weten: . Bouwhistorische inventarisatie heeft als doel het verkrijgen van een overzicht van bouwwerken en structuren met mogelijke, vermoedelijk of zekere monumentale waarden in een complex of gebied. In het algemeen is er nog geen sprake van concrete 14 . bouwplannen. Bouwhistorische inventarisaties geschieden voornamelijk ten behoeve van een cultuurhistorisch verantwoord beheer, het ontwikkelen van (ruimtelijk) beleid of het opstellen of herzien van een monumentenlijst. Een bouwhistorische inventarisatie levert als product een attentie- of signaleringslijst voor een complex of gebied op, aan de hand waarvan vastgesteld kan worden welke bouwwerken of structuren mogelijke monumentale waarden bevatten. Dit is onder andere van nut bij planontwikkeling. Aan de hand van deze signalering kan besloten worden tot nader, objectgericht onderzoek, door middel van een bouwhistorische verkenning, opname of ontleding. Bij de vervaardiging van een cultuurhistorische effectrapportage (CHER) is een bouwhistorische inventarisatie een onmisbaar onderdeel van het onderzoek. Bouwhistorische verkenning wordt uitgevoerd om globaal inzicht te krijgen in de (mogelijke) monumentale waarden als voorbereiding op een beslissing tot nader onderzoek naar aanleiding van bijvoorbeeld een bouw- of restauratieplan. Bouwhistorische opname heeft als doel inzicht te verkrijgen in de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk of structuur en een bouwhistorische waardestelling daarvan, meestal ter ondersteuning van beslissingen bij restauratie, verbouwing of herbestemming. Dit inzicht is ook van belang bij een (cultuurhistorisch) verantwoord beheer van een bouwwerk of structuur. Bouwhistorische (deel-)ontleding heeft als doel het zo volledig mogelijk en zo definitief mogelijk vastleggen van de bouwen gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk in al zijn aspecten, meestal ter ondersteuning van beslissingen bij en tijdens restauratie, verbouwing of herbestemming. Bij sloop dient de bouwhistorische (deel-)ontleding voor de vastlegging van het gebouw voor later archiefonderzoek, museale presentatie en totstandkoming van (bouw)historisch literatuur. In het verleden is in die incidentele gevallen waar sloop van een cultuurhistorisch waardevol object aan de orde was, opdracht gegeven tot bouwhistorisch onderzoek - een bouwhistorische (deel)ontleding - en verslaglegging. Een recent voorbeeld is de bouw- en architectuurhistorische documentatie van de voormalige kerk O.L.V. Lelie onder de Doornen aan de Abdijlaan 2 (Wederopbouwperiode). Naast het behoud van waardevolle architectuur als monument is het, ons inziens, ook belangrijk om aandacht te geven aan documentatie van historische gebouwen waarvan sloop onafwendbaar is. Documentatie is immers ook een vorm van 'behoud' van cultureel erfgoed en wanneer behoud in fysieke zin uiteindelijk niet mogelijk blijkt, blijven er in ieder geval gegevens op papier bewaard, zodat deze ingezien kunnen worden en beschikbaar zijn voor toekomstig onderzoek. Dit moet overigens geen alibi zijn om zonder meer over te gaan tot sloop van cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren (met, maar ook vooral zonder monumentale bescherming), omdat d.m.v. rapportage het cultureel erfgoed toch 'behouden' blijft. Hieraan dient een grondige afweging van alle belangen vooraf te gaan. Voorgesteld wordt in deze uitzonderlijke gevallen, waar sloop van cultuurhistorisch waardevolle objecten aan de orde is, het beleid met betrekking tot het laten vervaardigen van bouwhistorische rapportages voort te zetten. De rapportages kunnen o.a. ter registratie en raadpleging worden ondergebracht bij het Regionaal Historisch Centrum. . . Bouwhistorische verkenningen, - opnames en -(deel)ontledingen kunnen beslissingen tot, bij en tijdens een restauratie of verbouwing of herbestemming ondersteunen. Het is aan de eigenaar van een object of hij deze instrumenten in wil zetten. Gemeentelijke monumentenlijst In 1985 is de eerste gemeentelijke monumentenlijst tot stand gekomen. In 1990 is een totaal inventarisatie van monumentale objecten uit de periode 1850 - 1940 gedaan in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project. Dit ten behoeve van het Monumenten Selectie Project (uitbreiding van de rijksmonumentenlijst). De gemeentelijke monumentenlijst is vervolgens in 1992 verder uitgebreid. De objecten die in het kader van 15 het Monumenten Selectie Project in 1994 zijn voorgedragen voor plaatsing op de rijksmonumentenlijst maar daarvoor uiteindelijk te licht zijn bevonden, komen eveneens voor de gemeentelijke monumentenlijst in aanmerking (voor zover ze de status gemeentelijk monument nog niet hebben). De gemeentelijke monumentenlijst, feitelijk een instrument om instandhouding van monumentwaarden beter te kunnen (waar)borgen, beslaat de periode tot de Tweede Wereldoorlog. Een verdere uitbreiding en actualisering van de gemeentelijke monumentenlijst zijn evenwel gewenst. Zoals gezegd gaat de huidige monumentenlijst niet verder dan 1940. De Wederopbouwperiode (1940-1965) is buiten beeld gebleven. In het kader van stedelijke vernieuwing staat nu een aantal naoorlogse bouwwerken en woonwijken onder druk. Te overwegen valt de gemeentelijke monumentenlijst naar die periode uit te breiden, zodat een betere bescherming mogelijk is. Maar hiervoor dient dan eerst kennis te worden opgebouwd over de aanwezigheid van monumentwaarden. Beleidsvoorstellen en acties . Laten vervaardigen van een cultuurhistorische waardekaart voor de stad . In geval van planontwikkelingen in cultuurhistorisch waardevolle gebieden gedegen vervolgonderzoek laten doen middels cultuurhistorische verkenningen en - effect- rapportage. . Onderzoek naar de kwaliteiten van o.a. de gebieden Villapark en Kanaalzone als 'beschermd stads- en dorpsgezicht'. . Beleid m.b.t. bouwhistorisch onderzoek voortzetten en dit instrument waar nodig inzetten voor een cultuurhistorisch verantwoord beheer. . Uitbreiding gemeentelijke monumentenlijst met MSP-objecten (1850-1940) . Inventarisatie Wederopbouwperiode (1940-1965) en mogelijk uitbreiding gemeentelijke monumentenlijst met waardevolle panden uit deze periode. 4.3 ONTWIKKELEN ARCHEOLOGIEBELEID Verdrag van Malta In 1992 ondertekent Nederland het zogenoemde 'Verdrag van Malta'. Sindsdien is sprake van fundamentele veranderingen in de regelgeving, die niet alleen verstrekkende gevolgen hebben voor de organisatie van de Nederlandse archeologie, maar ook voor gemeenten. Als gevolg van 'Malta' zal als onderdeel van de nieuwe Monumentenwet de Wet op de Archeologie van kracht worden. In afwachting van de implementatie van de nieuwe wetgeving is sinds 1 oktober 2001 het zogenoemde 'interimbeleid' van kracht. Volgens dit beleid is het voor gemeenten voortaan mogelijk structureel regionale samenwerkings- verbanden aan te gaan, zoals overigens bij Helmond en Eindhoven reeds het geval is. Ook worden, onder bepaalde voorwaarden, particuliere bedrijven toegelaten op de opgravingsmarkt. Van groot belang wordt geacht dat het hele traject van archeologisch onderzoek, dus van voorbereiding tot en met eindrapportage, voortaan moet voldoen aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Dit impliceert onder meer dat het voortaan verplicht is uiterlijk twee jaar na het afsluiten van een opgraving, de complete schriftelijke rapportage gereed te hebben. De uitvoering van de Kwaliteitsnorm wordt gecontroleerd door de onlangs bij het ministerie van OC&W ingestelde Inspectie voor de Archeologie. Een andere vernieuwing bestaat uit de gevolgen van controles die provincies op bestemmingsplannen uitvoeren naar archeologische waarden. In Noord-Brabant gebeurt dat aan de hand van de 'Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant', waarop ook de landelijke 'Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden' staat aangegeven. Indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat zich archeologische waarden in de bodem bevinden, dan dient daar sinds 1 oktober 2001 in bestemmingsplannen voortaan rekening 16 mee te worden gehouden. Concreet betekent dat, dat ofwel archeologische vindplaatsen geconserveerd dienen te worden, ofwel dat er dient te worden opgegraven. Via een omweg is de Wet op de Archeologie dus reeds min of meer van kracht. Vanwege de te verwachten implementatie van de Wet op de Archeologie is de archeologie in Nederland voor wat betreft beleid en organisatie fundamenteel aan het veranderen. Deze veranderingen zijn ook van invloed op de gemeentelijke archeologie van Helmond. Ofschoon in Helmond reeds een, weliswaar beperkte, professionele archeologische voorziening bestaat, dient deze op korte termijn te worden aangepast. De aanbevolen aanpassingen betreffen de volgende zaken: Actualiseren archeologische waardekaart In Helmond bestaat reeds sinds 1992 een kaart met archeologische waarden waar in totaal 16 gebieden op worden aangegeven. Deze gemeentelijke kaart is weliswaar veel gedetailleerder dan de landelijke 'Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden', maar is toe aan actualisering. Bij het maken van een actuele archeologische kaart kan bovendien rekening worden gehouden met de afgelopen jaren sterk gegroeide kennis over de locaties van archeologische vindplaatsen in het landschap. Bovendien kunnen wellicht terreinen worden aangewezen die beschermd gaan worden als gemeentelijk of rijksmonument. Met een actuele gemeentelijke archeologische waardekaart kan beter en concreter worden omgegaan met de gevolgen van de Wet op de Archeologie. Op zich zal het actualiseren van de archeologische kaart van Helmond geen probleem opleveren. Dit kan immers gebeuren binnen de bestaande personele capaciteit. Hoe vervolgens deze kaart het beste bewaakt kan worden op de gevolgen van ingrepen die verband houden met de hedendaagse ruimtelijke ordening (zoals stadsvernieuwing) dient nog nader te worden bestudeerd. Aangezien archeologisch vooronderzoek telkens verplicht zal zijn, zal het verstandig zijn hierover afspraken te maken met de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer. Inbedding archeologische waardekaart In de komende jaren zullen de ingrepen in het Helmondse archeologische landschap drastisch gaan toenemen. Dit geldt onder meer voor de middeleeuwse stadskern. Aangezien archeologisch onderzoek verplicht zal zijn, zal de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer structureel rekening moeten gaan houden met de archeologie. Over hoe dit het beste kan worden georganiseerd, dient nog te worden onderzocht in nauw overleg met de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer. Verkrijgen van een eigen opgravingsbevoegdheid Sinds 1 november 1999 beschikken de gemeenten Eindhoven en Helmond over een gezamenlijke archeologische voorziening. De gemeente Eindhoven heeft een eigen opgravingsbevoegdheid, maar voor Helmond geldt die niet. Daarom dient sinds 1 oktober 2001 door het college van burgemeester en wethouders voor elke opgraving voortaan een projectvergunning te worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Op korte termijn dient de gemeente Helmond zo'n bevoegdheid aan te vragen, zodat efficiënter kan worden ingesprongen op de ingrepen in archeologisch waardevolle gebieden. De erfenis van oud onderzoek In de gemeente Helmond hebben de afgelopen twintig jaar op meer dan vijftig terreinen opgravingen plaats gevonden. Met name van de opgravingen die vóór 1992 hebben plaats gevonden, zijn dikwijls geen of nauwelijks schriftelijke rapportages beschikbaar. Voor de (voor)geschiedenis van Helmond is het van groot belang dat alsnog wordt nagegaan wat de resultaten van al die opgravingen feitelijk zijn geweest. Met andere woorden: alsnog dienen van al deze opgravingen eindrapportages te worden gemaakt. Hiertoe is reeds een begin gemaakt in een vanaf 1992 door de gemeentelijk archeoloog en leden van de Historische en 17 Archeologische Vereniging Helmont samengestelde 'Archeologische atlas van Helmond', die echter nog niet geheel voldoet aan de hedendaagse kwaliteitseisen. Een structurele begeleiding van vrijwilligers Vrijwilligers zijn van fundamenteel belang bij de uitvoering van archeologisch onderzoek. In het verleden heeft de Historische en Archeologische Vereniging Helmont daarin een cruciale rol vervuld. Sinds 1997 vervult echter eveneens de regionaal georganiseerde Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland (een onderdeel van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland) een fundamentele rol in het archeologisch onderzoek in onder andere Helmond. Het verdient aanbeveling deze zeer gewaardeerde inzet van vrijwilligers te reoganiseren en (met name in Helmond) structureel te begeleiden. Educatie Archeologie mag zich verheugen in een sterk toegenomen publieke belangstelling. Dat geldt ook in Helmond. Wanneer opgravingen plaats vinden, worden dikwijls rondleidingen gegeven. Vooral basisscholen en middelbare scholen tonen daar veel belangstelling voor. Het veldwerk is echter maar één aspect van de archeologie. Wat in Helmond vrijwel ontbreekt is een ruimte waarin de resultaten van archeologisch onderzoek synthetiserend worden getoond. Uiteraard dient dat te gebeuren als onderdeel van een (cultuur)historische tentoonstelling over stad en (voormalig) platteland in Helmond. Weliswaar bestaat in de kelders van het Gemeentemuseum Helmond een beperkte en provisorische stadshistorische tentoonstelling, maar deze is te veel gericht op objecten en is hard toe aan vernieuwing. Dit zal worden meegenomen in het kader van het in voorbereiding zijnde herinrichtingsproject kasteel. In het Gemeentemuseum Helmond zal een nieuwe, fris vormgegeven en actuele tentoonstelling worden gerealiseerd over de stadsgeschiedenis van Helmond, waarbij de archeologie een fundamentele rol moet spelen. In deze tentoonstelling dient niet uitgegaan te worden van objecten, maar van het verhaal van de bewoners van het kasteel en de voorloper daarvan (Oude Huys) in relatie tot die objecten. Het museum werkt momenteel aan dit project. De stadshistorische tentoonstelling zou het vertrekpunt kunnen zijn van (cultuur)historische wandel- en fietstochten door zowel de bebouwde als de onbebouwde delen van de hele gemeente Helmond. Het landschap is immers welhaast per definitie cultuurhistorisch interessant, echter alleen wanneer dat herkenbaar wordt gemaakt voor het publiek. In Helmond bevinden zich talloze plekken waar een voor het publiek interessant verhaal bij herkenbaar kan worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld met een verhaal of met een tekstbordje. De formule van de 'Ruige Route' in het Dommeldal (sinds de zomer van 2001) en die van het IDZO (Identiteits Fabriek Zuidoost) kunnen daarbij als leidraad dienen. Beleidsvoorstellen en acties . Actualiseren archeologische waardekaart . Inbedding archeologische waardekaart . Verkrijgen van eigen opgravingsbevoegdheid . Vervaardigen van eindrapportages van oud onderzoek . Structurele begeleiding van vrijwilligers regelen . Onderzoek naar en uitbouw van activiteiten rond cultuurhistorie c.q. archeologische vondsten, o.a. ten behoeve van educatieve activiteiten. 18 4.4 HERBESTEMMING MONUMENTALE GEBOUWEN In het verleden zijn diverse beeldbepalende monumentale gebouwen uit het Helmondse stadsbeeld verdwenen, waaronder religieuze gebouwen en fabrieksgebouwen. In het bijzonder zijn deze categorie monumenten belangrijke "beelddragers" voor Helmond. Gezien het teruglopende kerkbezoek binnen de christelijke geloofsgemeenschap is reeds een aantal Helmondse kerkgebouwen aan de eredienst onttrokken en is niet uit te sluiten dat nog meer kerkgebouwen hun poorten zullen sluiten. Een aantal Helmondse beeld bepalende kerkgebouwen heeft reeds een andere bestemming gekregen, zoals de vm. Hervormde Kerk (rijksmonument - advocatenkantoor), vm. Bernadettekerk (beeld bepalend object - supermarkt) en de vrn. Annakerk (gemeentelijk monument - klein theater). Voor de vm. leonarduskerk (rijksmonument) zijn plannen in voorbereiding. Binnen de industriële sector van Helmond staan de ontwikkelingen evenmin stil en zullen er eveneens monumentale fabrieksgebouwen leeg komen te staan. Maar behalve voor kerken en fabrieken speelt de problematiek voor nog veel meer kwetsbare monumenten die door functieverlies in hun voortbestaan worden bedreigd, zoals schoolgebouwen (bv. binnenstad oost), (fabrikanten)villa's, kloostercomplexen e.d. Een zorg die de gemeente zich dient aan te trekken. Helmond heeft een naam als het gaat om industrieel erfgoed. Het behoud ervan is niet alleen van groot belang uit oogpunt van cultuurhistorie en monumentenzorg, maar bovenal ook voor het imago en de identiteit van de stad mede gezien de plannen voor ontwikkeling van Industrie Toerisme. Vanuit een integrale benadering is de positie van het Helmondse industrieel erfgoed het best in beeld te brengen en tot een doorontwikkeling te komen. Een van de uitdagingen én kansen die het industrieel erfgoed in Helmond biedt is cultuurtoerisme. "'",,"'"k w",h'"f' ,,',,"" b""mmm", Bemiddeling De beste garantie voor de instandhouding van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle objecten is een passend en goed gebruik van het object. Bij verlies van functie zal dus naar hergebruik moeten worden omgezien. Juist voor de grote, incourante, historische gebouwen is dit niet eenvoudig. Gezien het monumentale en maatschappelijke belang om dergelijke objecten te behouden is het dus van belang dat de gemeente niet aan de zijlijn blijft staan. De rol die de gemeente hierin kan vervullen ligt met name op het gebied van het stimuleren, co6rdineren en mogelijk ook initiëren. 19 Het is van belang om te weten welke objecten op termijn vrijkomen en waarvoor wellicht op termijn een nieuwe bestemming gezocht zou moeten worden. Vervolgens is het zaak om op het juiste moment de juiste personen met de juiste agenda om de tafel te krijgen. Dit vereist een goede communicatie, heel veel creativiteit en soms een zetje in de rug van de gemeente. Bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan een haalbaarheidsonderzoek, of andere vormen van ondersteuning. Beleidsvoornemens en acties . Ontwikkelen van integraal beleid met betrekking tot herbestemming cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, met name kerkgebouwen en industrieel erfgoed. 4.5 DRAAGVLAKVERBREDING CULTUURHISTORIE EN BEVORDERING PARTICIPATIE Intern draagvlak Binnen de gemeentelijke organisatie dient het cultuurhistorisch besef aanwezig te zijn. Het is belangrijk dat binnen de gemeente, zowel bestuurlijk als ambtelijk, de overtuiging heerst dat de gemeente een aantal waardevolle cultuurhistorische elementen binnen haar grenzen heeft, waar zorgvuldig mee omgegaan moet worden. Draagvlak voor monumentenbeleid c.q. cultuurhistorie kan namelijk niet op zichzelf staan. Het moet ingebed zijn in een veel breder beleid, zoals bestemmingsplannen, structuurvisies, inrichting en beheer van de openbare ruimte, architectuur- en welstandsbeleid, handhaving, beheer van gemeentelijke gebouwen, etc. Cultuurhistorische waarden dienen bekend te zijn en als vanzelfsprekend te worden meegenomen en afgewogen in planvoorbereiding en -ontwikkeling. Eerder in dit hoofdstuk (punt 4.2) zijn reeds voorstellen gedaan hoe dit gerealiseerd kan worden. Extern draagvlak Extern draagvlakverbreding kan bevorderd worden door een goede communicatie vanuit de gemeenten naar belanghebbenden en geïnteresseerden, het betrekken van belanghebbenden en geïnteresseerden in een vroeg stadium bij plannen, het organiseren van cultuurhistorische activiteiten, educatieve projecten, promotie e.d. Belangrijke participanten bij het creëren en bevorderen van draagvlak zijn: . (potentiële) monumenteneigenaren . Cultuurhistorische-/monumentenorganisaties . Professionele (gemeentelijke) instanties . Stadshistoricus . Onderwijs . Inwoners van de stad . (potentiële) monumenteneigenaren Een manier om draagvlak binnen deze groep te creëren of te bevorderen is een actieve benadering van de groep. Een goede dienstverlening aan de eigenaren kan een belangrijke rol spelen om dit doel optimaal te verwezenlijken. Hierbij wordt gedacht aan een actieve ambtelijke begeleiding bij restauratie/onderhoudsprojecten, het informeren van eigenaren over monumentenbeleid in het algemeen, over landelijke, provinciale en lokale actualiteiten, over subsidieregelingen en fiscale ontwikkelingen, over restauratie en onderhoud. Ook het verlenen van (financiële) handreikingen, zoals bijvoorbeeld een (korting op een) abonnement op de Monumentenwacht, het aanbieden van een gevel plaquette met aanduiding en beschrijving van het monument, etc. zou in overweging genomen kunnen worden. Voorgesteld wordt mogelijkheden in deze nader te onderzoeken. 20 . Cultuurhistorische-/monumentenorganisaties In Helmond zijn vijf organisaties actief op het terrein van cultuurhistorie- en monumentenzorg, te weten Historische- en archeologische Vereniging Helmont, Heemkundekring Helmond-Peelland, Heemkundekring Beistervelds Broek, Stichting Industrieel Erfgoed Helmond en Monumentenwerkgroep Helmond. In de Monumentenverordening Helmond 1997 is geregeld dat deze organisaties bij restauratie, onderhoud en verbouwing van monumenten hun zienswijze met betrekking tot de voorliggende plannen kenbaar kunnen maken. De reacties op de plannen worden vervolgens betrokken bij de advisering aan het college van burgemeester en wethouders. Van deze mogelijkheid wordt beperkt gebruik gemaakt (alleen de Monumentenwerkgroep Helmond dient regelmatig zienswijzen in). Genoemde organisaties werken met hun eigen activiteiten (lezingen, tentoonstellingen, presentaties, brochures, boeken, organisatie Open Monumentendag e.d.) ook in belangrijke mate mee aan het doel draagvlakverbreding voor cultuurhistorie. Verder kent Helmond het door vrijwilligers gerunde Jan Visser Museum, waar werktuigen, materialen e.d. uit het verleden worden tentoongesteld. Daarnaast is Helmond in het bezit van een historische brandweercollectie. Onder beheer van theater 't Speelhuis functioneert de Gaviolizaal. In de Gaviolizaal wordt een collectie van historische dans- en draaiorgels, alsmede een accordeoncollectie, tentoongesteld. De museale functie is tijdelijk ondergeschikt, omdat de Gaviolizaal als theaterzaal functioneerde, vanwege de verbouwing van 't Speelhuis. Het is de intentie om de Gaviolizaal medio 2003 terug te brengen in de oorspronkelijke staat. . Professionele (gemeentelijke) instanties Instellingen als de het Regionaal Historisch Centrum (regionale archiefdienst) en het Gemeentemuseum spelen een rol in het promoten van cultuurhistorie. Het Regionaal Historisch Centrum biedt de mogelijkheid om historisch materiaal met betrekking tot de stad in te zien (ter plaatse en op termijn ook digitaal), verzorgt publicaties, doet onderzoek, etc. Het Gemeentemuseum Helmond heeft twee collecties in bezit waarin cultuurhistorie in relatie tot de stad een prominente rol speelt, namelijk de collectie 'Mens en werk' en de stadshistorische collectie. Er wordt aan gewerkt om beide collecties in de nabije toekomst nog toegankelijker c.q. aantrekkelijker te presenteren voor een brede doelgroep, waaronder ook het onderwijs. Ook niet-gemeentelijke professionele instellingen, zoals de VVV/Stadspromotie, kunnen een rol spelen bij draagvlakverbreding. De VVV/Stadspromotie kan, in samenwerking met diverse organisaties die zich bewegen op het terrein van cultuurhistorie, activiteiten opzetten zoals thematische wandel- en fietsroutes, arrangementen met een cultuurhistorisch karakter, etc.. . Stadshistoricus Het college heeft in mei 2002 besloten tot het aanstellen van een stadshistoricus, met als doel het bevorderen van het historisch besef, middels onderzoeken en publicaties, lezingen e.d. De stadshistoricus zal dan ook een belangrijke bijdrage kunnen leveren in het verbreden van draagvlak voor cultuurhistorie en zou derhalve ook bij diverse projecten betrokken kunnen worden. . Onderwijs Educatieve projecten kunnen jonge mensen via het onderwijs bekend maken met cultuurhistorie. In het vrije aanbod van het 'Kunstmenu' worden door het museum activiteiten aangeboden die betrekking hebben op de geschiedenis van het kasteel. Recentelijk hebben bijvoorbeeld in samenwerking met de afdeling Archeologie van de gemeente Eindhoven archeologische workshops voor kinderen plaatsgevonden. Mogelijk kunnen er ook andere projecten op het terrein van cultuurhistorie opgenomen ingekaderd worden in het in Helmond jaarlijks te presenteren 'Kunstmenu' voor het 21 basisonderwijs en in projecten voor het voortgezet onderwijs. Op dit moment beperkt dit programma zich nog tot 'kunsten'. In overleg met o.a. Kunstencentrum Helmond (c06rdinator kunsteducatie in het onderwijs) kan nader onderzocht te worden of het 'Kunstmenu' uitgebreid kan worden tot een 'Kunst- en Cultuurmenu'. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg ontwikkelt reeds jaren in samenwerking met diverse instanties educatieve projecten op het terrein van cultureel erfgoed. In 1997 heeft zij het project 'Scholen adopteren monumenten' opgezet. Het is bij dit project de bedoeling dat een school een langdurige band aangaat met een monument. Het monument kan dienen als kapstok om allerlei lessen aan op te hangen. De leerlingen ontwikkelen zo een verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van 'hun' monument en dat is van belang voor het besef van de historische waarde van monumenten en daarmee voor behoud van het erfgoed. Het VSB Fonds heeft begin 2002 leunend op expertise van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Nationaal Contact Monumenten, de stichting Open Monumentendag en Bond Heemschut het initiatief genomen voor het project 'Verover je eigen monument', met als doel met jongeren, voor jongeren en door jongeren belangstelling te creëeren voor monumenten. In een drietal steden hebben inmiddels 'pilots' plaatsgevonden. In principe is het mogelijk om lokaal bij dit project aan te sluiten, zodat op lokaal niveau bij jeugd draagvlak gecreëerd kan worden op het terrein van monumentenzorg. Er zijn door diverse instantie al initiatieven genomen en projecten ontwikkeld om het draagvlak voor cultuurhistorie bij kinderen en jongeren te bevorderen. Voorgesteld wordt om in overleg met het o.a. het Kunstencentrum Helmond, te onderzoeken of het 'Kunstmenu' uitgebreid kan worden en of er producten ontwikkeld c.q. ingekocht kunnen worden die bijdragen aan draagvlakverbreding voor cultuurhistorie bij jeugd en jongeren (basisonderwijs en voortgezet onderwijs). . Inwoners van de stad Om de interesse voor monumentenbeleid en cultuurhistorie bij de inwoners te bevorderen kunnen activiteiten worden georganiseerd. Gedacht kan worden aan het uitbrengen van gemeentelijke publicaties, zoals een boek over de monumenten in de stad. Daarnaast kan in de lokale media regelmatig aandacht worden geschonken aan monumentenzorg en cultuurhistorie (het Regionaal Historisch Centrum verzorgt bijvoorbeeld sinds enige tijd een wekelijkse rubriek 'Historisch Helmond' in 'Helmonds Nieuws'). Ook het publiceren van gegevens over monumenten, archeologische activiteiten, e.d. op internet behoort tot de mogelijkheden om de toegankelijkheid te bevorderen. Het tentoonstellen van recente archeologische vondsten en bv. rondleidingen op archeologische terreinen in de stad zijn eveneens goede middelen om publiek te betrekken bij de cultuurhistorie van de stad. Verder is de organisatie van evenementen en activiteiten een belangrijk middel om draagvlak te verbreden. Open Monumentendag is een jaarlijks terugkerend evenement, dat lokaal verder uitgebouwd zou kunnen worden. Cultuurhistorische evenementen en activiteiten, georganiseerd door verenigingen/instellingen, kunnen mogelijk door middel van subsidieverstrekking gestimuleerd worden. Beleidsvoorstellen en acties . Bevorderen van intern draagvlak voor cultuurhistorie binnen het gemeentelijk bestel. . Bevorderen van extern draagvlak voor cultuurhistorie door middel van een actieve benadering van lokale monumenteigenaren en door het stimuleren van activiteiten van cultuurhistorische-/monumentenorganisaties en professionele (gemeentelijke) instanties op het terrein van cultuurhistorie. 22 . In overleg met o.a. Kunstencentrum Helmond (co6rdinator kunsteducatie in het onderwijs) kan nader onderzocht te worden of het 'Kunstmenu' uitgebreid kan worden tot een 'Kunst- en Cultuurmenu' en of er producten ontwikkeld c.q. ingekocht kunnen worden die bijdragen aan draagvlakverbreding voor cultuurhistorie bij jeugd en jongeren (basisonderwijs en voortgezet onderwijs). 4.6 INDUSTRIEEL ERFGOED TOERISME Helmond vertoont nog vele sporen van een rijk industrieel verleden. Recreanten en toeristen tonen een toenemende belangstelling voor cultuurhistorische zaken en 'het eigene' van een bepaalde stad of streek. Voor de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht van de stad wordt historische identiteit als een belangrijke drager gezien in relatie tot aspecten als sfeer en gezelligheid. Wensen van bewoners en toeristen met betrekking tot stedelijke gezelligheid komen vaak overeen. De inwoners van Helmond hebben lange tijd een ambivalente houding gehad ten opzichte van het eigen industriële verleden. Steeds meer ontstaat echter het besef van waarde voor de overblijfselen van de eigen industriecultuur. De in 2002 door de raad vastgestelde discussienota 'Een kasteel tussen fabrieken; Industrieel Erfgoed Toerisme in een Stedelijk Ontwikkelingsperspectief' richt zich op gemeentelijk toeristisch-recreatief beleid. Met deze nota kiest de gemeenteraad voor de ontwikkeling van Industrieel Erfgoed Toerisme als speerpunt voor cultuurtoerisme in Helmond. Deze ontwikkeling past binnen de in het kader van het 'Meerjaren Ontwikkelings Programma' (MOP) en de Integrale Stadsvisie uitgesproken ambitie om te komen tot een versterking van de culturele, toeristische en recreatieve potenties van de stad. Het industriële verleden van de stad wordt weerspiegeld in tal van gebouwen, objecten, verhalen en rituelen die aanwezig zijn in de stad. De aanwezige kunstzinnige en cultuurhistorische instellingen en organisaties, alsmede het toeristisch-recreatieve en historisch in Helmond verankerde bedrijfsleven verbeelden allemaal een deel van de industriële biografie van Helmond. Door een goede samenwerking kunnen hieruit tal van producten en activiteiten ontstaan. """"" "'""""""" '975T"p,-T"',"'"", "'1'"".."-0"""""""",,,, "-o"~"",-[)\",,,,,,&,,"'A",". """" "",N""",...I,' Gezien het unieke karakter van het industrieel erfgoed en de potenties voor Helmond is besloten het industrieel erfgoed toerisme op een hoger plan te zetten. In het kader van de nota 'Een kasteel tussen fabrieken; Industrieel Erfgoed Toerisme in een Stedelijk Ontwikkelingsperspectief' zullen samenwerkingsverbanden en activiteiten opgezet worden met als doel dat Helmond de plek wordt in Nederland waar de bezoeker aan den lijve kan ervaren wat industrie vroeger inhield en wat de stand van de techniek op dit moment is. Het gaat om vergaande initiatieven die ontwikkeld kunnen worden. Daarbij zou kunnen wordt 23 gedacht aan het ontwikkelen van een historisch pand ten behoeve van het industrie toerisme, samenwerking met horeca voor dag- en verblijfsarrangementen, clustering van industrieel historische gebouwen (ook binnen nieuwbouwprojecten). Activiteiten in het kader van industrieel erfgoed toerisme kunnen bijdragen aan draagvlakverbreding, zowel bij externen als bij inwoners van de stad. Voor meer over industrieel erfgoed toerisme in Helmond wordt verwezen naar de nota 'Een kasteel tussen fabrieken; Industrieel Erfgoed Toerisme in een Stedelijk Ontwikkelingsperspectief. Beleidsvoorstellen en acties . Ontwikkelen van activiteiten op het gebied van industrieel erfgoed toerisme in het kader van de nota 'Een kasteel tussen fabrieken; Industrieel Erfgoed Toerisme in een Stedelijk Ontwikkelingsperspectief. 24 5. FINANCIELE PARAGRAAF In hoofdstuk 4 zijn de speerpunten voor de gemeentelijke monumentenzorg voor de komende vijf jaren beschreven. Daarbij is nadrukkelijk aangegeven de ambities in relatie te zien met de beschikbare capaciteit en middelen ('Niet alle kan c.q. hoeft meteen te worden opgepakt. Nu te veel hooi op de vork nemen kan zelfs verkeerd uitpakken.'). Om de voortgang van de vaststelling van het beleidskader en de hieruit voortvloeiende uitvoeringskaders te bevorderen, wordt de huidige beschikbare capaciteit in termen van formatie als uitgangspunt genomen. Te behalen winst op dit vlak wordt toegedicht aan de wijze waarop dwarsverbanden tussen monumentenzorg en andere disciplines wordt georganiseerd. Versterking van projectmatig werken als uiting van integraal werken zal bijdragen aan een effectief monumentenbeleid. Inspanningen zullen hierop gericht dienen te zijn. Waar het de beschikbaarheid van middelen betreft zijn enige impulsen onontkoombaar. De huidige situatie, de begroting 2003, Iaat zien dat van de voor 'monumentenzorg' geraamde middelen een substantieel deel niet-beïnvloedbaar van aard is. De ruimte voor de aanpak van aan benoemde speerpunten te verbinden uitvoeringskaders is daarmee uiterst gering. Ter toelichting het volgende overzicht. I Begroting 2003 monumentenzorg en archeologie (product 540) Monumentenzorg Niet-beïnvloedbaar Beïnvloedbaar Totaal (deelproduct 540.10/ 540.90) Kapitaallasten ¿ 125.017,= Beheerskosten ¿ 8.064,= Monumentencie. ¿ 7.647,= Onderzoeken/ ¿ 23.869,= Subsidies Industrieel erfgoed ¿ 22.689,= Toerisme (deelprod. 535.20) ¿ 140.728,= ¿ 46.558,= ¿ 187.286,= Archeologie Niet-beïnvloedbaar Beïnvloedbaar (deelproduct 540.20) Beheer ¿ 62.183,= ¿ 62.183,= Voor een aantal van de in hoofdstuk 4 aan beleidsvoorstellen verbonden acties is het noodzakelijk om tot verruiming van beschikbare middelen te besluiten. Het betreffen: . het actualiseren van de subsidieregeling, . het uitvoeren cultuurhistorische onderzoeken (verdieping / verbreding kennis), . het bevorderen van draagvlak, . het werken aan een eigen opgravingsbevoegdheid. Daarnaast zijn een aantal acties aan de orde, welke incidenteel van aard zijn en bij uitvoering eenmalige investeringen kunnen vragen. Als voorbeelden kunnen genoemd worden: . inventarisatie wederopbouwperiode, . herbestemming monumentale gebouwen. 25 Investeringen in deze zin zullen separaat aan de orde komen wanneer duidelijkheid bestaat over de inhoudelijke en financiële aspecten. Voor de meerjarenbegroting 2003-2007 wordt aanbevolen het "beïnvloedbare" deel als volgt bij te stellen: Monumentenzorg 2004 2005 2006 2007 Subsidieregeling (540.10) ¿ 25.000,= ¿ 30.000,= ¿ 35.000,= ¿ 40.000,= Cultuurhistorisch onderzoek ¿ 25.000,= ¿ 25.000,= ¿ 25.000,= (540.10) Bouwhistorisch onderzoek ¿ 5.000,= ¿ 5.000,= (540.10) Draagvlakverbreding ¿ 5.000,= ¿ 5.000,= ¿ 5.000,= ¿ 5.000,= (540.10) Industrieel erfgoed toerisme ¿ 23.000,= ¿ 23.000,= ¿ 23.000,= ¿ 23.000,- (535.20) Totaal ¿ 58.000,= ¿ 83.000,= ¿ 93.000,= ¿ 93.000,= Mjb-beschikbaar ¿ 46.558,= ¿ 46.558,= ¿ 46.558,= ¿ 46.558,= Verhoging ¿ 11.442,= ¿ 36.442,= ¿ 46.442,= ¿ 46.442,= Archeoloaie Opgravingsbevoegdheid (540.20) Mjb-beschikbaar Verhoaina 2004 ¿ 12.817,= 2005 ¿ 12.817,= 2006 ¿ 12.817,= 2007 ¿ 12.817,= ¿ -,- ¿ 12.817,= ¿ -,- ¿ 12.817,= ¿ -,- ¿ 12.817,= ¿ -,- ¿ 12.817,= Om reden van het mogelijke grillige verloop van uitgaven over enig jaar vanwege het vraagafhankelijke karakter wordt de betreffende begrotingsposten direct in relatie gebracht met de bestemmingsreserve voor monumenten (7.9.657), dit door het begrotingsoverschot in enig jaar ten gunste van de reserve te brengen en tekorten ten laste ervan. De reserve heeft per 1 januari 2003 een saldo van ¿ 43.595,=. 26 6. SAMENVATTING Tot op heden heeft monumentenzorg in Helmond bestaan uit volgend beleid, dat geënt is op uitvoering van landelijke regelgeving en dat voornamelijk objectgericht was vanuit een sectorale benadering. Van integraal beleid is dus nauwelijks sprake (ad hoc beleid). Bij het maken van beleidskeuzen dient het cultuurhistorisch aspect meer dan tot nu toe het geval is geweest een prominentere rol te krijgen, die verder gaat dan alleen de zorg voor een bepaald monumentaal object. Dit ook om aan te sluiten op internationale, nationale en provinciale ontwikkelingen. Daarnaast verdient het huidige uitvoeringskader een actualisering. In deze nota wordt de huidige stand van zaken m.b.t. monumentenzorg besproken en worden voorstellen gedaan om te komen tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk beleid op het gebied van monumentenzorg. In hoofdstuk 2 wordt beschreven wat er tot op dit moment wordt gedaan op het terrein van monumentenzorg en archeologie. In hoofdstuk 3 wordt het gemeentelijk profiel beschreven en de rol die monumentenbeleid hierin kan spelen. Hierbij wordt verwezen naar een aantal vrij recente beleidsdocumenten, zijnde Kernstadvisie (1999), Integrale Stadsvisie (2000) en de programmatische vertaling hiervan in het Meerjaren Ontwikkelings Programma. Om te komen tot een adequaat, integraal en actief monumentenbeleid dient de inzet van de gemeentelijke monumentenzorg voor de komende vijf jaren met name gericht te zijn op de volgende activiteiten: . Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken Motivatie: Binnen de huidige uitvoeringskaders bestaan er diverse knelpunten (o.a. verouderde monumentenverordening, verouderde subsidieregeling gemeentelijke monumenten, begeleidende en toezichthoudende rol bij restauratieplannen). Ook met het oog op een verdere decentralisatie van taken dient de gemeente hier beter op voorbereid en toegerust te zijn. . Verdieping en verbreding van de kennis van monumentwaarden Motivatie: Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen dient cultuurhistorie een volwaardige plaats én inbreng te krijgen. Cultuurhistorie kan immers een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving, alsook versterkt het de identiteit van de stad. Door dwarsverbanden te leggen krijgt monumentenbehoud ook meer perspectief. Een beter inzicht in de aanwezige monumentwaarden is van groot belang. Zonder gedegen kennis komt instandhouding onder druk te staan. Evengoed is kennis van monumentwaarden onontbeerlijk bij doorontwikkeling (bijv. met betrekking tot waardevolle cultuurhistorische structuren en ensembles, bouwhistorie, monumentale objecten uit de wederopbouwperiode, landschapswaarden en tuinen). Ook in het kader van het vergunningenstelsel en het nieuwe welstandsbeleid is een grotere kennis van monumentwaarden van belang. . Ontwikkelen van archeologiebeleid Motivatie: Het belang en de noodzaak van een gemeentelijk archeologiebeleid zijn in het Verdrag van Malta duidelijk aangegeven. Uitgangspunten van het verdrag zijn: decentralisatie van taken en het beginsel "de verstoorder betaalt". Een ander belangrijk punt van uitwerking is het aanwijzen van archeologiegevoelige gebieden in het eigen ruimtelijke beleid. Het Verdrag van Malta heeft nog niet geleid tot wetgeving. 27 . Herbestemming monumentale gebouwen Motivatie: Gedachtenbepaling over vrijkomende fabrieksgebouwen en kerkgebouwen die hun kerkelijke functie verliezen. Hoe kan met deze voor Helmond belangrijke 'beelddragers' op een goede manier worden omgegaan? Een uitdaging én kans die "moet" worden aangegrepen! (versterking identiteit; Industrieel Erfgoed Toerisme). . Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie Motivatie: Een grotere betrokkenheid van monumenteigenaren en publiek is wezenlijk voor een vitaal gemeentelijk monumentenbeleid; het vormt de basis om de hierboven genoemde doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Derhalve: bevordering participatie; educatieve projecten; publieksgerichte activiteiten. . Industrieel erfgoed toerisme Motivatie: Helmond vertoont nog vele sporen van een rijk industrieel verleden. Industrieel erfgoed is belangrijk voor de identiteit van de stad. Recreanten en toeristen tonen een toenemende belangstelling voor cultuurhistorische zaken en 'het eigene' van een bepaalde stad of streek. Voor de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht van de stad wordt historische identiteit als een belangrijke drager gezien in relatie tot aspecten als sfeer en gezelligheid. Deze speerpunten worden in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt. In hoofdstuk 5 worden de financiêle consequenties van de beleidsvoorstellen en acties in beeld gebracht. Verder zijn een aantal bijlagen bij de nota gevoegd. Bijlage 1 betreft een planningsschema van uitvoering van de uit de nota voortvloeiende beleidsvoorstellen en acties. Bijlage 2 omvat de huidige rijks- en gemeentelijke monumentenlijst, bijlage 3 de 'Monumentenverordening 1997' en bijlage 4 de 'Onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten' uit 1987. 28 BIJLAGEN ".. BIJLAGE 1 PLANNINGSCHEMA BELEIDSVOORSTELLEN EN ACTIES 4.1. Actualisering en verbetering reguliere uitvoeringstaken (besluitvorming) 4.2. Verdieping en verbreding van kennis van cultuurhistorische waarden ontlnue proces 4.3. Ontwikkelen van archeologiebeleid 2 0 4.4. Herbestemming monumentale gebouwen annmg ntwl e en van Integraa e el met betrekking tot herbestemming cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, met name kerkgebouwen en industrieel erfgoed BIJLAGE 1 4.5. Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie p annmg Bevor eren van intern draagv a voor cultuurhistorie binnen het gemeentelijk bestel evorderen van extern raagva voor cultuurhistorie door middels gebruik van de Website van de gemeente Helmond de bevolking erbij te betrekken, door middel van een actieve benadering van lokale monumenteigenaren en door het stimuleren van activiteiten van cultuurhistorische- /monumentenorganisaties en professionele (gemeentelijke) ontlnue proces ontlnue proces BIJLAGE 1 instanties op het terrein van cultuurhistorie In overleg met o.a. Kunstencentrum Helmond 2003 Kunst & Cultuur en (coërdinator kunsteducatie in het Kunstencentrum Helmond onderwijs) kan nader onderzocht te worden of het 'Kunstmenu' uitgebreid kan worden tot een 'Kunst- en Cultuurmenu' en of er producten ontwikkeld c.q. ingekocht kunnen worden die bijdragen aan draagvlakverbreding voor cultuurhistorie bij jeugd en jongeren (basisonderwijs en voortgezet onderwijs) 4.6. Industrieel erfgoedtoerisme ntwl e en van activiteiten op et gebied van industrieel erfgoed toerisme in het kader van de nota 'Een kasteel tussen fabrieken'. BIJLAGE 2 MONUMENTENLIJST RIJKSMONUMENTEN Pand Omschrijving Aarle-Rixtelseweg 101 Villa De Beemd Aarle-Rixtelseweg 1 07 Cafe Schevelingen Aarle-Rixtelseweg 14 Villa Aarle-Rixtelseweg 63 Villa Aarle-Rixtelseweg 65 Dubbel woonhuis met garages Aarle-Rixtelseweg 67 Dubbel woonhuis met garages Aarle-Rixtelseweg 2 Villa Den Zwaluw Bakelsedijk 1 Pastorie Binnen Parallelweg 27 Voormalige watertoren/fa b rieksgebouw /kete I h u is/u itbreid i ng ketelhuis Brugghenstraat, Van de Oude Toren ongenummerd Deurneseweg 9 Voormalig klein seminarie en dienstwoning Dorpstraat 32 st. Trudokerk Dorpstraat 34 Pastorie Haagstraat (2e) 40 Voormalig Patronaat Hoofdstraat 159 St. Luciakerk Kanaaldijk N.O. 116 Arbeidershuis Kanaaldijk N.O. 118 Arbeidershuis Kanaaldijk N.O. 120 Arbeidershuis Kanaaldijk N.O. 122 Arbeidershuis Kanaaldijk N.O. 124 Arbeidershuis Kanaaldijk N.W. 47 Herenhuis Kanaaldijk N.W. 49 Fabrieksgebouw Kanaaldijk N.W. 63 Herenhuis Kanaaldijk N.W. 65 Herenhuis Kanaaldijk N.W. 67 Herenhuis Kanaaldijk N.W. 67a Herenhuis Kanaaldijk N.W. 77 Herenhuis Kanaaldijk N.W. 81 Villa Kanaaldijk N.W. 83 . Villa Kanaaldijk N.W. 83b Villa Kanaaldijk N.W. 85 Villa Kasteelplein 1 Kasteel raadhuis Kerkstraat 19 Hervomde kerk Kerkstraat 47 Woonhuis Kerkstraat 48 Winkel/woonhuis Kerkstraat 54 H. Lambertuskerk Kleine Overbrug 6 Markt 213 Herenhuis Markt 24 Herenhuis Markt 31 Herenhuis Markt 7 Huis met de Luts Marktstraat 10 Herenhuis Molenstraat 189 H.B.S. Molenstraat 191 Voormalig gymnastiek- en kleedruimtelokaal Molenstraat 201 Dienstgebouw, voormalig patronaat Molenstraat 70 Hervormde beg raafplaats/toegangs hek! doodg raverswon i ng an nex baarhuis/2x grafmonument Molenstraat 72 R. K. Begraafplaats/Poortgebouw/Calvariegroep/8x grafzerk! g rafstE~le/g rafkapel Molenstraat 74 Klooster Molenstraat 76 Herenhuis Peeleik 4 Onze Lieve Vrouwe Middelares Aller Genadenkerk President Rooseveltlaan 3 Villa Prins Karelstraat 100 Klooster Steenweg 34 Woonhuis Tolpost 1 H. Jozefkerk Watermolenwal 1 Koetshuis/dienstwoning Weg op den Heuvel 9 Kantongerecht Wesselmanlaan 53 Villa Wethouder Ebbenlaan 131 Leonarduskerk Wiel, De 22 Voormalig woonhuis Wilhelminalaan 16 Pastorie Wilhelminalaan 18 Kerk Zuid Koninginnewal 49 Fratershuis/school GEMEENTELIJKE MONUMENTEN Pand Omschrijving Aarle-Rixtelseweg 77 langevelboerderij Binderen archeologisch terrein Binderseind 23 vm. Herberg/concertzaal; parochiehuis Caroluslaan 2 villa Joseph woonhuis Eikendreef 47,49, 51 woonhuis Floreffestraat 21 a vm. Kerk Goorsebaan 1 vm herberg/boerderij en dijkwachterswoning Hoofdstraat 153-155 Unitas gebouw Hoofdstraat 157 pastorie Houtse Parallelweg 102 woonhuis Houtse Parallelweg 103 woonhuis Houtse Parallelweg 104 woonhuis Houtse Parallelweg 105 woonhuis Houtse Parallelweg 106 woonhuis Houtse Parallelweg 107 woonhuis Houtse Parallelweg 108 woonhuis Houtse Parallelweg 109 woonhuis Houtse Parallelweg 110 woonhuis Houtse Parallelweg 111 woonhuis Kanaaldijk N.W. 121-123 Karelstein/'t Witte Huis fabrikantenvilla Kanaaldijk N.W. 41/Steenweg 2, 4 vm bankgebouw Kanaaldijk N.W. 43-45 vm bankgebouw Kanaaldijk N.W. 61 textielfabriek Raymakers Kanaaldijk N.W. 25 woonhuis Kanaaldijk Z.O. 92 kraanbaan Slits Kerkstraat 15/De Wiel 2 woonhuis Kerkstraat 17 herenhuis Kerkstraat 41 herenhuis Kerkstraat 43, 45 woonhuis/winkel Kerkstraat 50-52 woonhuis/winkel Klaverhof complex: sociale woningbouw Klaverhof 1 Klaverhof 2 Klaverhof 3 Klaverhof 4 Klaverhof 5 Klaverhof 6 Klaverhof 7 Klaverhof 8 Klaverhof 9 Klaverhof 1 0 Klaverhof 11 Klaverhof 12 Klaverhof 13 Klaverhof 14 Klaverhof 15 Klaverhof 16 Klaverhof 17 Klaverhof 18 Klaverhof 19 Klaverhof 20 Klaverhof 21 Klaverhof 22 Klaverhof 23 Klaverhof 24 Klaverhof 25 Klaverhof 26 Klaverhof 27 Klaverhof 28 Klaverhof 33 Klaverhof 34 Klaverhof 35 Klaverhof 36 Klaverhof 37 Klaverhof 38 Klaverhof 39 Klaverhof 40 Klaverhof 41 Klaverhof 42 Klaverhof 43 Willem Prinzenstraat 162 Willem Prinzenstraat 164 Willem Prinzenstraat 166 Willem Prinzenstraat 168 Willem Prinzenstraat 170 Willem Prinzenstraat 172 Willem Prinzenstraat 174 Zonnehofstraat 9 Zonnehofstraat 11 Kloosterstraat 9, 11 woonhuizen Kloosterstraat 13, 15 woonhuizen Kloosterstraat 4 woonhuis/winkel Kloosterstraat 6, 8 vm. Klooster en school Kromme Steenweg 13, 15, 17 herenhuizen Kromme Steenweg 4 herenhuis Markt 14 woonhuis/winkel Markt 18, 18a vm woonhuis Markt 209 vm woonhuis Markt 211 vm woonhuis Markt 26, 26a woonhuis/winkel Markt 28,30 woonhuis Markt 33 kantoor Markt 34 woonhuis Markt 38a, 40 woonhuis/winkel Markt 41 woonhuis Markt 42a vm woonhuis Mierloseweg 130, 130a villa de Raymart Mierloseweg 1 b Huize Maria fabrikantenvilla Mierloseweg 2C vm woonhuis Mierloseweg 8 villa Jeanne Molenstraat 131 woonhuis Molenstraat 146-148 dubbel woonhuis Molenstraat 150 woonhuis Molenstraat 78,80,82,84,86,88 woonhuizen President Rooseveltlaan 11 vm woonhuis President Rooseveltlaan 4 villa Tilly Home; woonhuis (ambtswoning) Prins Hendriklaan 25 vm woonhuis Steenovenweg 21 vm fabriek Steenweg 1 villa Westende Steenweg 62 woonhuis Strikstraat, Mr. 11, 13 landarbeidershuis; woonhuis Veestraat 2 winkel De Gruyter Veestraat 31/smalle haven 7,8 woonhuizen/winkels Veestraat 44 vm woonhuis Warande ongenummerd grafeiland Wesselman Warandelaan 29 woonhuis Watermolenwal 2, 3, 4, 5, 6, 7 woningen Wiel, De 22 Poortgebouw . Willem Beringplein 76,78,80,82,84,86,88,92,94,96 complex woonhuizen " f1997 BIJLAGE van de notulen van de gemeenteraad van Helmond [Nr. 491~' AGr 3 Onderwerp: Monumentenverordening 1997 Helmond, 24 januari 1997 .", Aan de gemeenteraad. Sedert de vaststelling van de "Monumentenverordening 1989" (qp 30 mei 1989) hebben zich zowel landelijk als plaatselijk ontwikkelingen voorgedaan welke een aanpassing van deze verordening noodzakelijk maken. De landelijke ontwikkelingen hebben VOor de V.N.G. (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) aanleiding gevormd om een herziening te presenteren van de in 1988 uitgebrachte model-monumentenverordening. In deze herziening, de voorbeeld-monumentenverordening 1996, zijn de consequenties verwerkt van de inwerkingtreding van de Algemene Wet Bestuursrecht en zijn bepalingen opgenomen die recht doen aan de toenemende belangstelling VOor archeologische monumenten en bouw historisch onderzoek. Het voorbeeld van de V.N.G. is onzerzijds, evenals in 1989, als uitgangspunt genomen voor de bijstelling van de plaatselijke verordening. De voorgestelde concept-Monumentenverordening 1997, die wij hierbij ter vaststelling aan u voorleggen, blijkt slechts op een tweetal facetten lokaal ingekleurd. Als eerste kan de keuze worden genoemd om de beleidsadvisering inzake monumenten en de advisering omtrent vergunningaanvragen bij verschillende commissies onder te brengen. De advies taak omtrent vergunning-aanvragen wordt neergelegd bij de "monumenten- beheerscommissie" (de Welstandscommissie aangevuld met twee monumenten- deskundigen). De beleidsadviestaak zal uitgevoerd gaan worden door de "monumentencommissie", een nieuwe door de gemeenteraad in te stellen commissie, welke bemenst zal worden door enkel deskundigen op tot de monumentenzorg behorende disciplines. Hiermee komen wij tegemoet aan de wens van de op het terrein van de monumentenzorg- actieve maatschappelijke groeperingen. Bij gelegenheid van de geboden inspraakmogelijkheid vroegen deze namelijk om optimale onafhankelijkheid en deskundigheid van de adviesinstanties. Daarmee is feitelijk ook de tweede lokale component in de concept-verordening al aangeduid. In de concept-verordening wordt namelijk voorgesteld om een aantal lokale, op het terrein van de monumentenzorg actieve, maatschappelijke groeperingen structureel in de gelegenheid te stellen om in de aan besluitvorming voorafgaande proceduregang hun zienswijzen- naar voren te brengen. In de toelichting bij de verordening worden als zodanig benoemd de Heemkundekring Helmond-Peelland, de Vereniging Helmont, de Werkgroep Industrieel Erfgoed Helmond, de Heemkundekring Beistervelds Broek en de Monumenten Werkgroep Helmond i.o.. 2 bijlagenr. 40 Wij stellen u voor te besluiten conform het bijgaande concept-besluit. Het advies van de commissie personeelszaken, cultuur en onderwijs zal, na ontvangst, voor U ter inzage worden gelegd. Burgemeester en wethouders van Helmond, de burgemeester, mr. WJ.B.M. '{an Elk. de secretaris, mr. ACJ.M. de Kroon. c~Pt- BESLUIT bijlagenr. 40 De raad van de gemeente Helmond; '.::f gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, d.d. 24 januari 1997, bijlagenr. 40; gelet op de bepalingen van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de navolgende Monumentenverordening 1997 HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 Begripsbepalingen. Deze verordening verstaat onder: a. monument: 1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn sc~oonheid, hoge beeldbepa lende kwaliteit, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1; gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2; beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als be- schermd geméentelijk monument aangewezen zaken; beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; monumentencommissie: de door de raad ingestelde commissie, met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigener beweging van voorlichting en advies te dienen terzake 2. b. c. d. e. f. g. .> " .. h. bijlagenr. 40 de toepassing van deze verordenIng, de Monumentenwet 1988 en andere zaken betreffende de mo~~mentenzorg, zulks met uitzondering van vergunningverlening op grond van deze>Verordening en op grond van de Monumentenwet 1988; monumenten beheerscommissie: de commissie van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in de artikelen 42, lid 2 en 48 lid 1 van de Woningwet, aangevuld met twee door burgemeester en wethouders te benoemen van de monumentencommissie deel uitmaken (stemgerechtigde) leden, tot wier taak het behoort om burgemeester en wethouders van advies te dienen omtrent aanvragen voor een vergunning ingevolge deze verordening of ingevolge de Monumentenwet 1988; bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument; archeologisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar het bodemarchief. 1. J. Artikel 2 De monumentencommissie. 1. De commissie bestaat uit ten hoogste 5 (stemgerechtigde) leden, welke door de raad worden benoemd (waarbij een van de leden als voorzitter wordt aangewezen). Burgemeester en wethouders doen een voordracht, ten behoeve waarvan selectie zal plaats vinden op grond van deskundigheden ten aanzien van de disciplines: kunst-/ bouw-/architectuurhistorie, restauratie-architectuur en stedebouw/planologie. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaren. Ze kunnen te allen tijde ontslag nemen, en dienen dit schriftelijk in bij burgemeester en wethouders. Tussentijds benoemde leden treden af op het tijdstip dat een vier-jaren-cyclus afloopt. Aftredende leden zijn terstond opnieuw benoembaar. Burgemeester en wethouders dragen aan een ambtenaar van de gemeente het secretariaat van de commissie op. Tevens kunnen burgemeester en wethouders ambtenaren van de gemeente als adviseurs aan de commissie toevoegen. Voor zowel de ambtelijk secretaris als de ambtelijke adviseurs geldt dat ze geen stemrecht hebben. De commissie werkt naar de bepalingen van een door hen zelf te maken reglement dat door burgemeester en wethouders wordt goedgekeurd. De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. 2. 3. 4. ~ ,.) . 6. Artikel 3 De monumentenbeheerscommissie. Voor het functioneren van de commissie is de vigerende werkwijze van de commissie van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in de artikelen 42, lid 2 en 48, lid 1 van de Woningwet van toepassing. 3 bijlagenr. 40 Artikel 4 Het gebruik van het monument. Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. HOOFDSTUK 2 Beschermde gemeentelijke monumenten. Paragraaf 1 De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op de gemeentelijke monumentenlijst. Artikel 5 De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument. 1. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie, en stellen zij de door hen als zodanig aangewezen instellingen, die zich inzetten op het terrein van de monumentenzorg, in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen. Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan. Het advies van de monumentencommissie wordt ter kennis gebracht van de betrokken raadscommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat archeologisch enJof bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, voeren zij overleg met de eigenaar. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988. 2. 3. 4. 5. Artikel 6 Termijn advies en aanwijzingsbesluit. 1. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst Viin het verzoek van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken na de ~aanvraag. 2. 4 bijlagenr. 40 Artikel 7 Mededeling. ," <. . De aanwijzing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan. Tevens wordt de aanwijzing ter kennis gebracht van de betrokken raadscommissie. Artikel 8 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst. 1. Burgemeester en wethouders registreren het beschermde gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het beschermde gemeentelijke monument. Artikel 9 Wijzigen van de aanwijzing. 1. Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen. Artikel 5, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 6, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis is blijft overeenkomstige toepassing van artikel 5, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 6, eerste lid, achterwege. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. "J .... 3. 4. Artikel 10 Intrekken van de aanwijzing. 1. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken. Artikel 5, tweede lid, en artikel 6, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. 3. 4. Paragraaf 2 Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke monumenten. 5 bijlagenr. 40 Artikel 11 Verbodsbepaling. 1. Het is verboden een beschennd gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: a. een beschennd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een beschennd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2. b. Artikel 12 De aanvraag. De aanvraag van de vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, wordt (op een daartoe door burgemeester en wethouders gehanteerd formulier) ingediend bij burgemeester en wethouders. Artikel 13 Advies van de monumentenbeheerscommissie en beslissing op de aanvraag. 1. Voordat burgemeester en wethouders op de aanvraag beslissen vragen zij advies aan de monumentenbeheerscommissie en stellen zij de door hen als zodanig aangewezen instellingen, die zich inzetten op het terrein van de monumentenzorg, in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen. Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent openbaar kennisgeving gedaan. Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de monumentenbeheerscommissie schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders. Dit advies van de monumentenbeheerscommissie wordt ter kennis gebracht van de monumentencommissie en de betrokken raadscommissie. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monumentenbeheerscommissie, maar in ieder geval binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag, op de aanvraag van de vergunning. Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan. Het besluit wordt ter kennis gebracht van de de monumentencommissie en de betrokken raadscommissie. Burgemeester en wethouders kunnen de in het derde lid genoemde tennijn van zestien weken met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de in het derde lid genoemde termijn van zestien weken. 2. 3. 4. $I " . 6 5. bijlagenr. 40 Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het derde of vierde hd, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist. ~ 6. Artikel 14 Kerkelijk monument. Burgemeester en wethouders geven met betrekking tot een beschermd kerkelijk monument geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 11, tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding ZIJn. Artikel 15 Intrekken van de vergunning. 1. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel V ) tweede lid, niet naleeft; ~ de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentenbeheerscommissie en ter kennis gebracht van de monumentencommis sie en de betrokken raadscommissie. b. c. 2. HOOFDSTUK 3 Beschermde rijksmonumenten. Artikel 16 Vergunning voor beschermd rijksmonument. 1. Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar voren gebrachte zienswijzen aan de monumentenbeheerscommissie na afloop van de tennijnvan veertien dagen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. De monumentenbeheerscommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. 2. ~ 7 bijlagenr. 40 3. Het advies van de monumentenbeheerscommissie wordt ter kennis gebracht van de monumentencommissie en de betrokken raadscommissie. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de monumentenbeheerscommissie geacht geadviseerd te hebben. HOOFDSTUK 4 Schadevergoeding. Artikel 17 Schadevergoeding. 2. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: a. de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van deze verordening; voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergun ning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument; schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Op de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is de procedure- verordening planschadeverzoeken 1993 van overeenkomstige toepassing. b. 1. HOOFDSTUK 5 510t- en overgangsbepalingen. Artikel 18 Strafbepaling. Hij, die handelt in strijd met artikel 11 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Artikel 19 Opsporingsbevoegdheid. De opsporing van de in artikel 18 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. 8 bijlagenr. 40 Artikel 20 Binnentreden. Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist, wordt hierbij de machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van woningen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden, aan hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening. Artikel 21 Inwerkingtreding. 1. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde gemeentelijke monumenten treedt zij in werking op de derde dag na bekendmaking. De monumentenverordening 1989, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 30 mei 1989, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op de datum bedoeld onder het eerste lid van dit artikel. Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. De monumentenverordening 1989, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 30 mei 1989, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid van toepassing is. De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Aanvragen om vergunning als bedoeld in artikelS van de in het tweede lid genoemde vervallen verordening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van artikel 6 van de in het tweede lid genoemde verordening. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Artikel 22 Citeertitel. Deze verordening kan worden aangehaald als "Monumentenverordening 1997". Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 4 februari 1 97. ..\" ~n.\\)U De raad voornoemd, de voorzitter, de S7eiS, 1 BIJLAGE 4 / 11987 BIJLAGE van de notulen van de gemeenteraad van Helmond I Nr. 1 0 4 \ ~ Onderwerp: onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten Helmond, 27 maart 1987 j Aan de gemeenteraad. Op 15 mei 1985 trad de door uw raad op 11 december 19,; vastgestelde gemeentelijke "monumentenverordening" in werkin~ Deze verordening omvat een stelsel van bepalingen gericht op ë bescherming van gemeentelijke monumenten. 'Het juridische kader voor de instandhouding van het plaatselijke historische erfgoed wer~ daarmee vastgelegd. - , Monumentenzorg door-m{ddeI van uitsluitend juridische maatregelen mist echter zijn doel. Met die plaatsing van een object op de gemeenteli.jkê' monumen- tenlijst wordt niet noodzakelijkerwijs bereikt dat, de eigenaar zorg .....-draagt voor de werkeli jke instandhouding door middel van onderhoud en/of restauratie. De gemeente staat het niet vri j de eigenaren een onderhouds- of restauratieplicht op te leggen, anders dan via de beperkte mogeli jkheden die de bouwverordening biedt. In facilitaire zin zijn sedert een aantal jaren binnen de vastgestelde investeringsprogramma' s middelen opgenomen ten behoeve van stimulering van de plaatseli jke monumentenzorg. Aan de bestemming van deze middelen zi jn geen voorwaarden verbonden, zodat ze in principe zowel voor restauratie als voor onderhoud aangewend kunnen worden. ' Tot heden zijn de middelen enkel aangewend voor restauratiedoel- einden. Daar,bij i's gekozen voor een aanpak waar bi j concrete restauratiemogeli j'kheden c.g. -voornemens van geval' tot geval wor- den beoordeeld en de resultaten al dan niet in subs.idietermen worden vertaald. . Dit impliceert dat daarbij is afgezien van een gereglementeerde grond'slagvoer ,. subsidieverstrekking. De ervaring hiermee opged"aan geeft geen 'aanleiding tot een wijziging van deze benadering. Wel achten wij het wenselijk een dergelijke gereglementeerde grondslag te formuleren ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden aan gemeentelijke monumenten. Waar reeds een dergelijke regeling gehanteerd wordt is de ervaring. dat ,een stimulerende maatregel als deze veel sympathie geniet bi j de betrokken eigenaren en als zodanig een positief effect sorteert op de instandhouding van gemeentelijke monumen- ten. Het concept van deze regeling treft u bijgaand aan. Het zal u duidelijk zijn dat een financieel kader bij een derge- lijke regelg,eving niet kan ontbreken. In verband hiermede stellen - 2 - bijlage nr. 104 wij voor een fonds onderhoud plaatselijke monumenten in qet leven'~' te roepen. In het investeringsprogramma 1986-1989 was onder volg- nr. 540.15-1 voor het jaar 1986 een bedrag van f. 90.000,-- opge- . nomen, waarvan f. 60.000,-- voor onderhavig doel ware aan te wen- J den. Bij de evaluatie van het investeringsprogramma 1986 is uitgegaan van -een volledige besteding van genoemd bedrag van r. 90.000,--, onder andere voor het onderhavige doel. Wij stellen u voor: a. een subsidieregeling voor onderhoud van plaatselijke monumen- ten vast te stellen conform bijgaand concept; b.. hiervoor een ronds "onderhoud plaatselijke monllmenten" in het leven te roepen en hierin een bedrag van f. 60.000,-- te storten. . Het advies van de commissie onderwijs, cultuur en sport zal, na ontvangst, voor u ter inzage worden gelegd. Burgemeester en wethouders van Helmond, De burgemeester, mr.W.J.B.M. van Elk. De secretaris, mr.P.J.M.Jans. I ,. ?I ! . BESLUIT bijlage nr. 104 .",,"- De raad der gemeente Helmond; : gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 maart, 1987, bijlage nr. 104; gelet op artikel 168 van de gemeentewet; bes 1 u i t : vast te stellen de navolgende subsidieregeling voor onderhoud van plaatselijke monumenten: . Artikel 1. 1. Burgemeester en wethouders kunnen aan eigenaren van panden geplaatst op de monumentenlijst als bedoeld in artikel 3 van de "Monumentenverordening" een subsidie verlenen in de kosten van onderhoud waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om het monument in stand te houden danwel de specifieke kenmerken daarvan te handhaven. 2. Het subsidie kan alleen betrekking hebben op het exterieur voor zover benoemd in de gemeentelijke monumentenlijst. Artikel 2. . Het in artikel 1 bedoeld subsidie bedraa-gt 25% van de goedge- keurde onderhoudskosten met een maximum van f. 1.000,--. Van deze subsidieregeling kan slechts éénmaal per jaar gebruik gemaakt worden. Artikel 3. Subsidiëring vindt plaats voor zover daartoe bi -:'.:1en het fonds "onderhoud plaatselijke monumenten" de nodige middelen voorhanden zijn~ Artikel 4. 1. Het subsidie als bedoeld in artikel 1 wordt schriftelijk bij burgemeester en wethouders aangevraagd onder overlegging van de voor de beoordeling van de aanvrage benodigde beschrijving en begroting van de werkzaamheden. ~ .' , "" i!'. i: ) f ~" "" .~". . f- t, :ii. ~ ,¥ ;l~' f;; ..~;" .,,- n' ". () - 2 - bijlage nr. 104 2. Burgemeester en wet~ouders beoordelen de aanvragen en st~llen op basis hiervan de maximale subsidie vast, : Artikel 5. 1. Het subsidie kan slechts worden verleend indi~n de te maken onderhoudskosten naar het oordeel van burgemeest~r en wethouders nuttig en noodzakelijk zijn voor het behoud van het monument en onder de voorwaarde dat de werkzaamheden worden uitgevoerd door erkende bedrijven (mits op grond van artikel 8 niet anders bepaald). 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieverlening nadere voorwaarden stellen. 3. Het werk moet worden"uitgevoerd binnen drie maanden na de sub- sidieverlening. Artikel 6. 1. Binnen drie maanden nadat de onderhoudswerkzaamheden getroffen zijn dient bij burgemeester en wethouders een afrekening, voor- zien van de nodige betalingsbewijzen, te worden ingediend. 2. Burgemeester en wethouders stellen op basis hiervan het defi- nitieve subsidie vast. Artikel 7. Burgemeester en wethouders leggen na afloop van elk kalenderjaar aan de commissie onderwijs, cultuur en sport een overzicht voor van hetgeen in het kader van deze regeling is verricht. Artikel 8. .In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders, de com- missie onderwij s, cultuur en sport gehoord, afwi jken van het gestelde in de regeling. Artikel 9. 1. Deze regeling kan worden aangehaald als "Subsidieregeling voor onderhoud van plaatselijke monumenten". 2. Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1987. I ~ . f 8 . - 3 - bijlage nr. 104 Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 7 ap~~l 1987. ~De raad voornoemd, De voorzitter, De I secretar1~ , r ~ Gemeente Helmond Beleidskader monumentenzorg en archeologie 2003.2007 . REACTIENOTA. REACTIENOTA BIJ DE MONUMENTENNOTA HELMOND 2003-2007 In maart 2003 is de ontwerp 'Monumentennota Helmond 2003-2007' gereed gekomen. In de nota wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot monumentenzorg besproken en worden voorstellen gedaan om te komen tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk beleid op het gebied van monumentenzorg. De ontwerp nota is toegezonden aan diverse Helmondse organisaties en is ook geplaatst op www.helmond.nl waarbij de mogelijkheid is geboden aan belanghebbenden en belangstellenden tot 15 juni jl. te reageren op de concept nota. Middels publicatie in de gemeenterubriek van Trompetter is eveneens bekendheid gegeven aan de totstandkoming van de nota en de reactiemogelijkheden. Van de volgende organisaties/personen zijn reacties binnengekomen: . Stichting Industrieel Erfgoed Helmond (brief 3 juni 2003) . Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (brief 10 juni 2003) . Stichting Monumenten Werkgroep Helmond (MWH) (brief 14 juni 2003) . De heer Michael Rieter, Monumentenconsulent Helmond namens Federatie Noordbrabants Monumentenoverleg (FNM) Hieronder zijn de reacties samengevat weergegeven en voorzien van gemeentelijk commentaar. REACTIE STICHTING INDUSTRIEEL ERFGOED (3 juni 2003) De voorzitter van de stichting bevestigt de ontvangst van de nota en geeft aan dat de stichting nog niet in de gelegenheid was de nota in de bestuursvergadering te bespreken. De voorzitter beperkt zich dus in deze reactie tot een aantal persoonlijke opmerkingen. Hij heeft grote waardering voor de totstandkoming van de nota en de wijze waarop de problematiek in de nota wordt uiteengezet en uitgewerkt. Hij is van mening dat behoud van ons overgebleven cultureel erfgoed, dat al vanaf de laatste kwart van de 1 se eeuw regelmatig veel te lijden heeft gehad van een zekere 'culturele barbarij', van enorm belang is. Een cultuurhistorisch verantwoorde renovatie van in het bijzonder het 'centrum' zal zijns inziens op termijn ook niet onbelangrijke economische voordelen opleveren. Hij geeft tenslotte aan eventuele meer gedetailleerde opmerkingen uiterlijk de ~ helft van juli te zullen aanleveren. GEMEENTELIJK COMMENTAAR De opmerking van de voorzitter van de stichting dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met het overgebleven cultureel erfgoed kunnen wij alleen maar beamen. De beleidsnota en de daaruit voortvloeiende acties zien wij nadrukkelijk gericht op het scheppen en verbeteren van kaders, waarbinnen zorgvuldige afwegingen kunnen plaatsvinden. De gevraagde aandacht voor de cultuurhistorische component in het kader van de in voorbereiding zijnde plannen voor het centrum onderkennen en onderschrijven wij. Wij oordelen goed inzicht in cultuurhistorische waarden daartoe van belang. In de ontwerp nota wordt deze aanpak gerelateerd aan en afhankelijk van planontwikkeling prioritair benoemd (zie hoofdstuk 4.2). 1 REACTIE REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM EINDHOVEN (RHC) (10 juni 2003) De directeur van het RHC geeft in zijn reactie aan dat het voorgestane beleid ten aanzien van monumenten in het bijzonder en erfgoed in het algemeen aansluit bij het streven van het RHC om een breed publiek in staat te stellen historische informatie te verwerven en te beleven. Het RHC kan een ondersteunende rol vervullen bij verdieping en verbreding van kennis van monumentwaarden, middels het beschikbaar stellen van de in het RHC bijeengebrachte informatie. Het RHC is druk doende met het vergroten van het digitiaal aanbod zodat de individuele burger thuis en op informatiepunten zoals de Openbare Bibliotheek kennis kan nemen van historische ontwikkelingen. Daarnaast ontwikkelt het RHC zich ook steeds meer tot een leverancier van gegevens aan derden die in de sfeer van publicatie, presentatie, educatie en toerisme en recreatie eindproducten maken. Het RHC ziet dan ook nadrukkelijk en rol voor zich weggelegd als 'denk-tank' om in samenwerking met de gemeente concepten te ontwikkelen op het brede erfgoedterrein, onder andere bij het industrieel erfgoed toerisme. GEMEENTELIJK COMMENTAAR Het RHC geeft aan dat het voorgestane beleid ten aanzien van monumenten en erfgoed aansluit bij het beleid van het RHC en dat ze een rol voor zich ziet weggelegd als 'denk-tank' om in samenwerking met de gemeente concepten te ontwikkelen op het brede erfgoedterrein. Dit kunnen wij alleen maar beamen. Er wordt reeds, met regelmaat door zowel de cultuursector als andere gemeentelijke diensten, een beroep gedaan op het RHC als het gaat om de daar aanwezige kennis en informatie. Het RHC zien wij als een belangrijke partner bij de ontwikkeling van o.a. industrieel erfgoed toerisme. Bij dit onderwerp wordt al gebruik gemaakt van de informatie en kennis van het RHC en het is de intentie om het RHC in de nabije toekomst te betrekken bij de organisatie van concrete projecten. Voor het RHC zien wij ook een rol weggelegd bij de ontwikkeling van educatieve projecten. Hierover vindt reeds overleg plaats. Bij de ontwikkeling van projecten ten behoeve van draagvlakverbreding voor cultuurhistorie en kennis en verbreding van de cultuurhistorische waarden zal gebruik gemaakt worden van de ondersteuning van het RHC. Kortom, het RHC is en blijft een belangrijke gesprekspartner. REACTIE STICHTING MONUMENTEN WERKGROEP HELMOND (14juni 2003) In de reactie van het bestuur van de stichting Monumenten Werkgroep Helmond (MWH) geeft het bestuur aan dat zij, als meest actieve particuliere organisatie op het terrein van monumentenzorg, graag gebruik maakt om te reageren op het concept. Naar aanleiding van de nota doet het bestuur een vijftal voorstellen: 1. Er dient door de gemeente Helmond meer én in een eerder stadium gebruik te worden gemaakt van de expertise en betrokkenheid van de stichting. Ze verwijst daarbij o.a. naar 'de Vleeschhouwerij'. 2. Er moeten nog meer panden op de gemeentelijke monumentenlijst worden geplaatst. De MIP-status biedt in principe geen bescherming. De stichting vindt dat er meer MIP- panden of aanvullende 'beeldbepalende' gebouwen op de gemeentelijke monumentenlijst worden geplaatst. De stichting is blij met het voornemen om dat reeds beperkt te gaan doen. 3. Sloopverzoeken van MIP-panden dienen openbaar te worden. 4. De gehele 'Oranjebuurt' wordt beschermd stadsgezicht (mocht dit tenminste niet behoren bij de in de nota genoemde 'villawijk). 5. Een bestuurslid van de stichting wordt toegevoegd aan de Monumentencommissie (al dan niet namens het hele historische veld). In veel Brabantse gemeenten is dit reeds het geval. De stichting is de enige die regelmatig zienswijzen produceert en dat kan worden 2 voorkomen door de stichting zitting heeft in de Monumentencommissie. Daarnaast is er daardoor meer betrokkenheid tussen gemeente en stichting. Verder merkt de stichting op dat De Wiel 22 zowel op de rijks- als op de gemeentelijke monumentenlijst vermeld staat (bijlage 2). De stichting heeft daarnaast nog een overzicht met algemene opmerkingen c.q. aanvullingen c.q. verbeteringen t.a.v. de nota ingediend. Algemeen: a. De MWH vindt het jammer dat er ondanks regelmatig aangeven geen 'interactie' met de stichting is geweest v.w.b. de inhoud van deze nota. b. Het is zeker geen verwijt maar wel een gegeven dat binnen Kunst & Cultuur de betrokkenheid op het terrein van de Helmondse cultuurhistorie, specifiek monumentenzorg, zeker geen passie is maar gelukkig wel groeiende. c. Daarnaast vindt de stichting het spijtig dat hun specifieke betrokkenheid bij projecten als Vleeschhouwerij en Mater Dei' (waardoor cultuurhistorisch resultaat veel groter was dan aanvankelijke door de gemeente gepland en dus in hun beleving HET voorbeeld dat het particulier initiatief veel eerder bij de plannen moet worden betrokken) en de organisatie van de Open Monumentendag (door MWH) nauwelijks in de nota worden genoemd. Hoofdstuk 2: d. De MWH merkt op dat met de tekst over de Monumentencommissie (pag. 4) 19 paragraa~ {fI regel met 'buiten de gemeentelijke organisatie' (het gaat over de in de monumenten verordening genoemde invulling van de monumentencommissie) niet wordt bedoeld buiten de gemeente (Helmond) en ze pleit nogmaals voor een zetel van MWH of Monumentenconsulent in de monumentencommissie. Verder wordt opgemerkt dat t.a. v. het functioneren van de monumentencommissie geen interactie heeft plaatsgevonden met het veld. e. T.a. v. de tekst over de rijksmonumentenlijst (pag. 4) merkt de MWH op dat er nog 2 panden officieel in procedure zijn (o.a. Mierloseweg Sa tlm 9). f. T.a. v. de subsidieregeling merkt de MWH op dat (gelukkig!) de afgelopen jaren met goedkeuring van de raad regelmatig is afgeweken van de geldende onderhoudsregeling afhankelijk van de onderhoudskosten van een pand. g. De MWH merkt op dat in hoofdstuk 2 (bij archeologie) wel regelmatig de Historische en Archeologische Vereniging Helmont wordt genoemd, maar nergens de MWH, terwijl zij de afgelopen 7 jaren toch nadrukkelijk haar stempel heeft weten te drukken en resultaten heeft bereikt. Hoofdstuk 4: h. De MWH zou graag zien dat bij de speerpunten toegevoegd wordt 'Een betere samenwerking met het particulier initiatief. Ze zou graag zien dat m.n. de MWH maar liefst het hele historische veld, meer betrokken wordt bij plannen waarbij cultuurhistorie in het algemeen en monumentenzorg in het bijzonder een rol zou kunnen c. q. moeten spelen (o.a. bestemmingsplanprocedures). i. De MWH wil bij 4. 1 als bevinding na ruim 4 jaar functioneren van de monumentencommissiejmonumentenbeheerscommissie als gedachtebolletje vermeld zien 'geen interactie met het veld'. j. De MWH zou graag zien dat in de tekst bij het laten vervaardigen van cultuurhistorische waardekaarten (hoofdstuk 4.2), dat dient te gebeuren in overleg met afdelingen Ruimtelijke Ordening en Bouw- en Woningtoezicht, wordt opgenomen dat dit in samenwerking met het cultuurhistorische veld, zoals MWH en Vereniging Helmont, gebeurd. k. T.a. v. Bouwhistorisch onderzoek (hoofdstuk 4.2) zou de MWH graag toegevoegd zien dat de vervaardiging van het bouwhistorisch onderzoek Abdijlaan, op verzoek van de MWH tot stand is gekomen. 3 ,. N.a. v. Ontwikkelen archeologiebeleid (hoofdstuk 4.3) merkt de stichting op dat zij met haar opgedane ervaringen en resultaten een bijdrage kan leveren aan een vernieuwde tentoonstelling over de stadsgeschiedenis. m. Bij hoofdstuk 4.4. (herbestemming monumentale gebouwen) mist de MWH de R.K kerk aan de Abdijlaan die niet gesloopt mag worden nadat GS goedkeuring hebben onthouden aan de wijziging van een deel van het nieuwe Bestemmingsplan Helmond- Noord. n. T.a. v. Draagvlakbevordering (hoodstuk 4.5) geeft de MWH aan dat haar naam niet juist gespeld is in de nota. Het moet zijn stichting Monumenten Werkgroep Helmond (en niet Monumentenwerkgroep Helmond). Verder merkt zij op dat er meer dan 5 organisaties actief zijn op het terrein van cultuurhistorie en noemt Stichting Middengebied, ArchitectuurCafé Helmond, Comité OMD-Helmond, en Comité Kanaal met Vaart. Tenslotte zegt de MWH dat t.a. v. onderwijs wat hun betreft ook genoemd mogen worden NCM (Nationaal Contact Monumenten), SNA (Stichting Nederlandse Archeologie) en DIVA (mbt Archiefwezen) die alle 3 betrokken zijn bij de 'cultuurvouchers'. GEMEENTELIJK COMMENTAAR De stichting Monumenten Werkgroep Helmond doet in haar reactie een aantal voorstellen, waarop wij uiteraard graag zullen reageren. 1. De relatie die wij als gemeente onderhouden met op het terrein van de monumentenzorg actieve instellingen, is verankerd in algemene regelgeving (Algemene Wet Bestuursrecht) en meer specifiek in de Monumentenverordening 1997. Waar wij een bijstelling en actualisering van de verordening voorstaan lijkt ons dit bij uitstek de gelegenheid om de relatie te herijken. (zie ook 5). Een uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst is in voorbereiding. De lijst wordt dit jaar uitgebreid met o.a. panden (zonder monumentale status) die destijds door de gemeenteraad in het Monumenten Selectie Project (MSP) zijn voorgedragen voor plaatsing op de rijksmomentenlijst en die de status 'rijksmonument' uiteindelijk niet hebben gehaald. Een inventarisatie van de Wederopbouwperiode (1940-1965) staat voor 2004-2005 op de planning. Dit kan ook leiden tot uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst. De stichting vindt dat er meer MIP-panden of aanvullenden 'beeldbepalende' gebouwen op de gemeentelijke monumentenlijst worden geplaatst. De MIP-status biedt geen bescherming. Met MIP-panden worden die panden bedoeld die in het kader van het landelijke 'Monumenten Inventarisatie Project' (MIP) omstreeks 1989-1990 in Helmond in kaart zijn gebracht, kort zijn beschreven en in boekvorm zijn uitgebracht. Het betrof een inventarisatie van de zogenaamde 'jongere bouwkunst en stedebouw' (circa 1850- 1940). Een deel van de hierin opgenomen panden heeft inmiddels de status rijks- of gemeentelijk monument of staat op de voordracht voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst. De MWH vindt dat sloopverzoeken van MIP-panden openbaar dienen te worden. Na overleg met de dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer, afdeling Bouwen en Wonen, kan toegezegd worden dat op niet al te lange termijn de ingediende aanvragen om sloopvergunning alsmede de verleende sloopvergunningen gepubliceerd zullen worden in de gemeente rubriek van De Trompetter (e.e.a. zoals nu reeds het geval is met de aanvragen bouwvergunning). De MWH stelt voor om van de hele Oranjebuurt beschermd stadsgezicht te maken. In punt 4.2 van het planningsschema beleidsvoorstellen en acties staat een onderzoek naar de kwaliteiten van o.a. de gebieden Villapark (deel van de Oranjebuurt) en kanaalzone op de planning voor 2004-2005. Op dit moment kent Helmond nog geen beschermde stadsgezichten en in dat kader zal de overweging plaats moeten vinden of het wenselijk is bepaalde gebieden uit te 2. 3. 4. 4 5. roepen tot beschermd stadsgezicht. Dit kunnen overigens ook nog andere, dan hierboven genoemde gebieden zijn in Helmond. Onderzoek moet dit uitwijzen. De MWH zou graag zien dat een bestuurslid van de stichting (al dan niet namens het historische veld) zitting krijgt in de monumentencommissie. Voor dit jaar staat de actualisering van de 'Monumentenverordening Helmond 1997' op de rol. Op dat moment zal ook de structuur en samenstelling van de monumentencommissiej monumentenbeheerscommissie herbezien worden (maakt onderdeel uit van de Monumentenverordening). In dat kader zal, evenals bij de samenstelling van de monumentencommissie in 1997, de afweging dienen plaats te vinden of de monumentencommissie, die nu alleen bestaat uit externe deskundigen van buiten de stad, naast de externe deskundigen wel of geen lokale vertegenwoordiging zou moeten hebben, vanuit de cultuurhistorische verenigingen in de stad. Wij zullen het voorstel van de MWH dan ook meenemen in het traject rond de actualisering van de monumentenverordening. De stichting merkt op dat De Wiel 22 zowel op de rijks- als op de gemeentelijke monumentenlijst staat vermeld. De Wiel 22 is inderdaad een rijksmonument sinds oktober 1999 (voorheen gemeentelijk monument) en staat per abuis op twee lijsten vermeld. Dit pand zal van de gemeentelijke lijst worden verwijderd. Lijst met algemene opmerking c.q. aanvullingen c.q. verbeteringen. Algemeen: a. De stichting betreurt het dat er geen interactie is geweest m.b.t. de inhoud van de nota. Wij hebben er voor gekozen om de nota in eerste instantie intern ambtelijk tot stand te brengen, evenwel onder professionele begeleiding van het Monumentenhuis Brabant. Deze organisatie is goed op de hoogte van ontwikkelingen op het terrein van cultureel erfgoed. De opdracht was een gemeentelijk beleidskader neer te zetten dat als basis kan dienen voor verdere uitvoeringskaders op het erfgoedterrein, zodat gekomen kan worden tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk beleid op dit terrein. Dit is in een goed overleg met beleidsambtenaren monumentenzorg, bouwen en wonen, ruimtelijke ordening, de afdeling archeologie Eindhoven en de monumentencommissie tot stand gebracht. Vervolgens is, na vaststelling van het ontwerp door ons college, de gebruikelijke gemeentelijke procedure gestart, waarbij belanghebbenden de gelegenheid krijgen om te reageren op het ontwerp. De MWH is een van deze belanghebbenden. Alle reacties op het ontwerp worden voorgelegd aan de raadscommissie Cultuur en de gemeenteraad en daar waar relevant kunnen de reacties leiden tot aanpassing van het beleidskader. In 1985 werd 'monumentenzorg' als gemeentelijk aandachtsveld benoemd. Thans kan geconstateerd worden dat, met beperkte capaciteit, 'monumentenzorg' is gegroeid tot een erkend beleidsveld. Volstrekt ongenuanceerd en ongepast oordelen wij de kritiek op onze ambtenaren in het algemeen en om voornoemde reden in onderhavige aangelegenheid in het bijzonder. Het gestelde onder c. hebben wij voor kennisgeving aangenomen. Wij zijn van mening dat voor zover relevant voor een beleidsnota de door de MWH aangeduide lacunes wel degelijk zijn verwoord (zie pag. 21). Hoofdstuk 2: d. Wij beamen dat deze formulering inderdaad niet betekent dat de leden van buiten de gemeente Helmond zouden moeten komen. Wij willen hierbij opmerkingen, dat ten tijde van de vervaardiging van de Monumentenverordening Helmond 1997 en de daarin opgenomen instelling van een externe monumentencommissie, nadrukkelijk de b. c. 5 positie van de Helmondse cultuurhistorische organisaties is besproken. Er is toen uiteindelijk, inspraakreacties meewegend, voor gekozen om de cultuurhistorische organisaties geen zetel te geven in de commissie, maar hen in de gelegenheid te stellen zienswijzen naar voren te brengen. Deze zienswijzen worden, net als de adviezen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de monumentencommissie voorgelegd aan het college t.b.v. besluitvorming met betrekking tot monumentenvergunningen. Zoals reeds eerder vermeld zal de rol van monumentencommissie/monumentenbeheerscommissie bij de vervaardiging van een nieuwe monumentenverordening ook opnieuw een aandachtspunt zijn en hierbij zullen de voorstellen van de MWH en Monumentenconsulent worden betrokken. Deze opmerking nemen wij voor kennisgeving aan. Op de besluiten in het kader van het MSP-traject (wel of geen plaatsing op de rijksmonumentenlijst) zijn bezwaarmogelijkheden richting rijk van toepassing. Wij worden niet in kennis gesteld door het rijk van ingediende bezwaren van eigenaren of andere belanghebbenden op besluiten. Bij afronding van de procedure wordt de gemeente pas in kennis gesteld van het feit dat een pand op de rijksmonumentenlijst wordt geplaatst of dat een pand van de rijkslijst wordt afgevoerd. De constatering van de MWH is juist. In de nota hebben wij reeds aangegeven dat de regeling sterk verouderd is. Wij proberen dan ook ondanks de beperkingen, waar mogelijk en tot op zekere hoogte, met onze monumenteigenaren mee te denken en hen te helpen, als dat onze gemeentelijke monumenten ten goede kan komen. Een nieuwe onderhoudsregeling is daarom ook een uitvoeringskader dat op niet al te lange termijn onze aandacht krijgt. Ondanks dat de MWH niet wordt genoemd in dit hoofdstuk hebben wij de afgelopen jaren mogen constateren dat het een zeer actieve club is die de waarde van het Helmondse erfgoed hoog in het vaandel heeft. Hoofdstuk 4: h. Wij beperken ons in dit kader tot procedures rond het beleidsterrein monumentenzorg. Als zodanig hebben wij eerder als te kennen gegeven procedures en daarmee ook relaties te herijken in uitvoeringskaders, zoals bijvoorbeeld de Monumentenverordening. Wij wijzen er op dat dit een conclusie is van de MWH en niet van de Monumentencommissie (de evaluatie heeft betrekking op bevindingen van de monumentencommissie/monumentenbeheerscommissie en deze zijn weergegeven in de nota). Derhalve zal er geen tekstwijziging worden doorgevoerd. Ook bij het opstellen van cultuurhistorische waardekaarten kiezen wij voor professionele inhuur. De resultaten zullen gewogen worden in het monumentale en ruimtelijke beleid van de gemeente. Wij zien geen aanleiding om de tekst op genoemd punt te wijzigen. Dit nemen wij voor kennisgeving aan. Waar in de tekst van de ontwerp nota voorbeelden worden genoemd is het niet onze bedoeling geweest uitputtend te zijn, maar te verduidelijken wat beoogd wordt. Bij de genoemde vijf cultuurhistorische organisaties zijn wij uitgegaan van die organisaties die in 1997 op dat moment zinvol geacht werden om direct te betrekken bij monumentenaangelegenheden. In de afgelopen jaren hebben zich overigens bij ons geen andere c.q. nieuwe organisaties gemeld (en er zijn er ook geen aangemeld door de MWH) die de vraag hebben gesteld om ook op de hoogte te worden gebracht van plannen. Wij zijn ons ervan bewust dat er ook andere organisaties zijn die activiteiten kunnen ontwikkelen die raakvlakken hebben met monumenten beleid en daarmee ook draagvlak voor dit terrein bevorderen. e. f. g. i. j. k. I. m. n. REACTIE DE HEER M. RIETER, MONUMENTENCONSULENT HELMOND NAMENS DE FEDERATIE NOORDBRABANTS MONUMENTENOVERLEG (FNM) (14 juni 2003) De heer Rieter is reeds 10 jaar namens de FNM monumentenconsulent voor Helmond. De FNM heeft een nagenoeg dekkend netwerk van 'informanten' die bedreigingen van m.n. 6 beschermde monumenten maar ook pand die ruim 10 jaar geleden in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) op een rij zijn gezet, aan het FNM doorgeven. Hij is ook sinds een aantal jaren secretaris van de Monumenten Werkgroep Helmond. De heer Rieter sluit zich aan bij de punten die de stichting Monumentenwerkgroep Helmond heeft aangedragen. Ten aanzien van het punt om een lid van de stichting te benoemen in de monumentencommissie geeft hij in overweging om dat de Monumentenconsulent te laten zijn. In veel brabantse steden is deze persoon dat namelijk al. Vaak omdat hij/zij in een of meerdere lokale cultuurhistorische organisaties is vertegenwoordigd. Verder heeft de heer Rieter als secretaris van de MWH en als Monumentenconsulent nog een aantal algemene opmerkingen, aanvullingen en verbeteringen aangedragen. GEMEENTELIJK COMMENTAAR De heer Rieter sluit zich als Monumentenconsulent aan bij de reactie van de MWH. Wij verwijzen dan ook naar ons commentaar bij de reactie van de MWH. Waar het gaat om de lokale invulling in de monumentencommissie geeft hij in overweging om dat de Monumentenconsulent te laten zijn. Deze suggestie zullen we met het voorstel van de MWH betrekken bij de herziening van de monumentenverordening. Verder heeft de heer Rieter als secretaris van de MWH en als Monumentenconsulent nog een aantal algemene opmerkingen, aanvullingen en verbeteringen aangedragen. Wij verwijzen hiervoor naar het gemeentelijk commentaar bij de MWH. 7 |