Raadsnotulen

Documentdatum 06-10-1998
Bestuursorgaan Gemeenteraad
Documentsoort Raadsnotulen
Samenvatting

NOTULEN

ELFDE vergadering van de raad der gemeente Helmond, gehouden op dinsdag 6 oktober 1998

des avonds om zeven uur.

Bij aanvang der vergadering zijn aanwezig de leden: C.J. Bethlehem, J.F.C. Damen, drs.

W.M.H. Dams, drs. S. Ferwerda, J.L. Henraat, drs. E.R.M. Hesen, R.A.C. van Heugten,

mevrouw B.M. Houthooft-Stockx, mevrouw M.M. Jonkers-Goedhart, mevrouw J.S.A.M. Jurrius-

Hakvoort, G.T.H. Klaus, W. Klerkx, J.H.J. Kuijpers, J.F.J. Kuypers, mevrouw M.J. Linter-

mans, S. Mokadim, T.J. van Mullekom, drs. G.B. Praasterink, drs. S.H. Prinsen, W.C.M.

Raaymakers, J.L.C. van Rest, M.P.J. Rieter, F. Rietveld, J.H.J.M. Roefs, J.N.M. van Rooij,

P.G.M. Tielemans, T.J.W. van de Ven, J.G.M. Verbakel, J.P. Witteveen en R.A.L. van der

Zanden.

Afwezig zijn de leden: H.F.J. Bekkers en A.F.H. Wijnen.

Later ter vergadering zijn de leden: M. Naoum, L.M.M. Smits en S.H. Yeyden.

VOORZITTER:mr. W.J.B.M. van Elk, burgemeester.

SECRETARIS: mr. A.C.J.M. de Kroon.

De VOORZITTER opent de vergadering en deelt mede dat bericht van verhindering is

ingekomen van de heren Bekkers en Wijnen.

1 Aanwiizing van een lid als bedoeld in artikel 16 van het Reglement van orde 1997.

De VOORZITTER trekt nummer 27, zodat eventuele hoofdelijke stemmingen zullen

aanvangen bij het lid Raaymakers.

2. Voorstel tot het beslissen op een verzoek om subsidie van wijkvereniging Rijpelberg op grond van

de subsidieverordening Bestuurlijke Participatie (biilage nr. 177).

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Voorzitter! Vooraleerst willen wij de wijkvereni-

ging Rijpelberg van harte feliciteren met de toewijzing van de subsidie.

Artikel 4, lid 4, van de subsidieverordening Bestuurlijke Participatie Helmond 1996 treedt

vanavond in werking, want de beslissing van de raad wordt genomen in afwijking van het

eigenlijke doel van de verordening. Organisaties die al subsidie krijgen, zouden namelijk niet in

aarnnerking moeten kunnen komen voor de betrokken subsidie. Ik noemde echter reeds de

ontsnappingsclausule in de verordening.

U heeft toegezegd dat de verordening zal worden aangepast. Op welke termijn zal dat

gebeuren?

De VOORZITTER: Dames en heren! De evaluatie van de subsidieverordening Bestuurlijke

Participatie maakt onderdeel uit van de totale evaluatie op het terrein van de bestuurlijke

participatie. Deze evaluatie zal op enig moment leiden tot behandeling in de commissie. Ik zal me

er niet aan wagen op dit moment een termijn te noemen. Dat zou een slag in de lucht zijn. In de

eerstvolgende commissievergadering zal ik hierover concreter zijn.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

-2- 6 oktober 1998.

3. Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan:

a. `Herziening Groot Schooten/Steenovenweg Noord-WesC (bijlage nr. 212).

Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

b. "Herzieniniz Aarle-Rixtelseweg/Julianalaan 6` (bijlage nr. 213).

Dit punt is van de agenda afgevoerd.

4. Voorstel tot het nemen van een voorbereidingsbesluit voor het perceel:

a. Winkelcentrum Straakven (bijlage nr. 214).

Het lid VERBAKEL (SP): Voorzitter! Ik heb in de commissie bij dit punt een voorbehoud

gemaakt voor fractieberaad. Wij stemmen in met het voorstel, maar zijn in spannende afwachting

van een oplossing voor het probleem-Konings.

Het lid mevrouw JONKERS-GOEDHART (wethouder): Voorzitter! Binnen veertien dagen

vindt overleg plaats tussen de firma Adriaans en de firma Konings op basis van met de gemeente

besproken bouwplannen. Dan komen concrete voorstellen op tafel.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

b. Steenovenweg/Panovenweg (biilaae nr. 215);

e. Hoek Molenstraat-Tiendstraat (biilaze nr. 216),-

d. Burzeineester van Houtlaan/hoek Molenstraat (bijlage nr. 217).

Zonder stemming wordt overeenkomstig deze voorstellen van burgemeester en wethouders

besloten.

5. Voorstel tot het nemen van een aanwijzingsbesluit in het kader van de Wet sociale werkvoorzie-

ning (biila@ze nr. 207).

Het lid KUYPERS (Ondernemend Helmond): Mijnheer de voorzitter! Eerder, ook bij

begrotingsbehandelingen, heeft Ondernemend Helmond opmerkingen gemaakt over de gemeen~

schappelijke regelingen. Het college heeft toegezegd ons hierover een externe notitie te doen

toekomen. Ondernemend Helmond is van mening dat wij meer grip op de gemeenschappelijke

regelingen moeten krijgen.

Voor ons ligt zo'n gemeenschappelijke regeling. Wij hadden hier als gemeente de

mogelijkheid de regeling zelf te gaan uitvoeren. Vanuit dat gezichtspunt was er een nieuwe

onderhandelingspositie ontstaan. Wij begrijpen dat de wethouder een en ander te snel vindt gaan,

want, als wij het goed gezien hebben, stelt het college een overgangsregeling voor.

In de commissie MD is voorliggend stuk als technisch stuk afgedaan. Wij vragen ons af:

Kan dit? Er moest immers voor een bepaalde datum beslist worden of wij wel of niet de bestaande

regeling zouden continueren. Wij begrijpen dat dit nu gebeurt. Dat betekent naar onze mening dat

de bestaande bestuursstructuur, één stem per gemeente, blijft bestaan. Dat heeft consequenties

voor het voorzitterschap, voor financiën, voor beleid etc. Wij betreuren dat. Wij vragen dan ook:

¿ Hebben wij hierin gelijk?

¿ Hebben wij in de vervolgsituatie opnieuw weinig grip op de financiële uitkomsten of kunnen

wij een en ander via bindende budgetten vastleggen?

¿ In het voorstel wordt gesproken over medio 1999. Zijn er garanties afgegeven dat er meer

invloed van Helmond komt? Met andere woorden, welke toezeggingen zijn in dit kader

gedaan?

¿ Wat gaat er met de WIW gebeuren in samenhang met de WSW?

Ok Kunnen wij hier binnenkort voorstellen voor verwachten?

Het is duidelijk dat wij ons er zorgen over maken of Helmond nu een grote kans laat

liggen.

-3- 6 oktober 1998.

Het lid PRINSEN (wethouder): Voorzitter! In de commissie heb ik reeds aangegeven dat

het gaat om een wijziging van de wettelijke regeling per 1 januari jl. Tot op heden organiseerden

wij via een gemeenschappelijke regeling met een zevental gemeenten de sociale werkvoorziening.

De heer Kuypers vraagt naar de relatie tussen de WIW en de WSW. Die is nog onvoldoende

uitgekristalliseerd. Voorliggend voorstel beoogt dan ook enig uitstel, om richting 1 januari 2000

mogelijk met een andere regeling te komen. Formeel gezien is de huidige regeling onvoldoende

om tegemoet te komen aan wettelijke eisen. Het gaat dan ook om een technisch verhaal.

Bij de Helso loopt een traject om tot een andere opzet van de organisatie te komen met

onder andere een betere en strakkere budgettering. Daarover zijn afspraken gemaakt in het bestuur

van de Helso. De zeven portefeuillehouders, waar ik er een van ben, hebben vanaf april jl. een

agendacommissie gevormd, zodat in een vroeger stadium zicht is op wat er aan de orde is in het

bedrijf. Dat vindt niet alleen meer plaats in bestuursvergaderingen.

Op de totale begroting van zo'n f 80 miljoen (waaronder een rijksbijdrage van ruim f 50

miljoen) zitten de gezamenlijke gemeenten aan het eind van de financiering met een bijdrage van

f 1,5 miljoen. In het verleden hebben wij moeten bijleggen. Afgelopen jaar en dit jaar zal dit,

zoals het er nu naar uitziet, niet het geval zijn. Garanties afgeven over de financiering lukt niet.

Er moet een slag gemaakt worden naar een meer eigentijdse, bedrijfsmatige aanpak,

waarbij wat mij betreft in ieder geval aan de orde is de wijze waarop de Heiso nu bestuurd wordt,

los van de vraag wie daar de meeste invloed zou moeten hebben, omdat Helmond ongeveer de

helft van het tekort bijdraagt (als je kijkt naar de zeven deelnemende gemeenten).

Wi werken aan het proces met zeven gemeenten. Helmond kan dat niet alleen. Wij

bekijken de implicaties van 'de WIW en de nieuwe WSW. Er komt een aantal inhoudelijke

ontwikkelingen op ons af. Voor dit alles hebben wij tijd nodig. Binnenkort vindt een bijeenkomst

plaats, waarbij wij ons door het ministerie van sociale zaken laten informeren over de implicaties

van de wetgeving die eraan komt. Kortom, er is werk genoeg te verzetten. Wij hebben enige tijd

nodig om de zaken op de rails te krijgen. Dat is de reden dat wij een en ander thans zo regelen.

(Het lid Naoum komt, te 19.11 uur, ter vergade-

ring.)

Het lid KUYPERS (Ondernemend Helmond): Mijnheer de voorzitter! De heer Prinsen

heeft in de commissie al veel verteld van wat hij nu naar voren brengt. Die dingen waren mij dan

ook al duidelijk. Ik heb begrepen dat er vanaf het begin van dit jaar nieuwe zaken liggen bij het

bestuur van de Helso. De wethouder gaf aan dat men daar thans overleg voert over de manier

waarop men verder gaat en met welke bestuursstructuren. Komt een en ander terug in de

commissie?

Het lid PRINSEN (wethouder): Voorzitter! Wij hebben afgesproken dat het goed zou zijn

als de commissies in alle regiogemeenten wat beter geïnformeerd de ontwikkelingen met

betrekking tot de Helso zouden kunnen volgen.

De wijze waarop de gemeente Helmond met de nieuwe wet wil omgaan en de beleidsruim-

te die wij al dan niet nemen ten aanzien van de WIW zijn zaken van deze raad. In eerste instantie

zullen de voorstellen van het college terzake in de commissie aan de orde komen. De besluit-

vorming zal vervolgens in de raad plaatsvinden.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

6. Voorstel tot het vaststellen van de 2e evaluatie van de inanagementrapportage 1998.

Dit punt is van de agenda afgevoerd.

7. Voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hypotheekfonds Noord-Brabantse

Gemeenten (bijlage nr. 218).

8. Voorstel in te stemmen met de gebruiksovereenkomst met de Stichting Kunsteneentrum Heiniond

(bijlage nr. 208).

Zonder stemming wordt overeenkomstig deze voorstellen van burgemeester en wethouders

-4- 6 oktober 1998.

besloten.

9. Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet ten behoeve van de aanschaf van een nieuwe

computerconfieuratie (bijlage nr. 210).

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Voorzitter! Het is blijkbaar standaard dat in iedere

raadsvergadering een voorstel voorligt dat betrekking heeft op vervanging of aankoop van hard- of

software. Ongetwijfeld heeft dit te maken met de voortrazende, snelle ontwikkelingen in deze

branche. Of zijn er binnen de gemeentelijke organisatie van die IT'ers die maar hameren op het

feit dat alles is verouderd? Want, zoals zo vaak het geval is, is éénoog koning in het rijk der

blinden. Wij moeten ons maar scharen in de rij van gelovigen die geloven dat de betrokken

investering nodig is en dat deze in vijf jaar is afgeschreven.

Wat ons enigszins bevreemdt, is het vertrouwen dat toch weer in de firma Hewlett Packard

is gesteld. Ondanks de troubles van de laatste drie jaar is wederom gekozen voor dezelfde firma.

Om een korting van 50% - de helft van de prijs - kan echter niemand heen. Je vraagt je af hoe de

winstmarges in deze branche überhaupt liggen. Heeft het adviserende bedrijf, dat schijnbaar het

vertrouwen in HP heeft doen versterken, gekeken naar de garantie en "service 'a prevent"? Hoe

liggen de garanties en aansprakelijkheden naar het adviserende bedrijf toe?

Het lid BETHLEHEM (wethouder): Voorzitter! Het gaat niet om een verhaal van

winstmarges. In de commissie heb ik al uitgelegd dat hier sprake is van een computer die van het

begin af aan storingen heeft vertoond, waarvoor het bedrijf continu oplossingen heeft bedacht.

Men heeft uiteindelijk ook zelf geconstateerd dat de computer een maandagmorgencomputer is.

Om de goede relatie met de gemeente Heiniond niet op het spel te zetten, heeft men het aanbod

gedaan om met 50% korting een nieuwe computer te leveren. Het is een grandioos aanbod, dat

niets met winstmarges te maken heeft, want hierop wordt absoluut geen winst gemaakt. Het

aanbod is mede bedoeld om de aansprakelijkheid af te kopen, die uiteraard vanuit de gemeente bij

HP gelegd zou worden. Wij hebben immers, zij het beperkt, last gehad van het feit dat deze

belangrijke computer continu storingen vertoonde.

Wij hadden de computer toch over twee jaar moeten vervangen. Het geld daarvoor was

gereserveerd. Wij krijgen voor het geld dat al is gereserveerd voor een toekomstige aanschaf, een

een computer die ruim 2,5 keer zoveel levert dan de computer die wij nu hebben. Het KANS-

project dat nu loopt, gaat dan ook grandioos goed verlopen, omdat er een plus. in de nieuwe

computer zit.

Voor wat betreft de aansprakelijkheid ten aanzien van de adviseur, merk ik op dat de

adviseur wel goed heeft geadviseerd, maar dat de leverancier in gebreke is gebleven. De

leverancier heeft voorliggend aanbod dan ook gedaan, puur om de naam en de relatie goed te

houden.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

10. Voorstel tot het vaststellen van de nota Inzamelen huishoudelijk afval Helmond (bijlage nr. 209).

Het lid HESEN (wethouder): Voorzitter! De onderhavige nota heeft het karakter van een

kadernota, waarin een principe-uitspraak wordt gedaan over de gewenste beleidsrichting. De

deelonderwerpen die in de nota gegroepeerd zijn, zullen op onderdeel worden uitgewerkt en

vervolgens aan commissie en raad worden voorgelegd, zodat men bij alle stappen, ook op

uitwerkingsniveau, betrokken blijft.

Het lid TIELEMANS (SDH): Voorzitter! Wij zijn voornemens zaken die in de nota vervat

zijn, aan de orde te stellen bij de begrotingsbehandeling. Wij zien er om die reden van af thans

het woord te voeren.

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Voorzitter! Nu de milieustraat in werking gesteld

gaat worden, zal het ophalen van grofvuil gaan vervallen. Menigeen in Helmond denkt ten

onrechte dat het ophalen van grof huisvuil thans gratis is. Dat is echter niet het geval. Daarvoor

wordt f 50,-- in rekening gebracht. Collega-raadslid `van Rooij heeft dit in de commissie

nadrukkelijk aan de orde gesteld. Met het vervallen van het ophalen van grof huisvuil zal die

-5- 6 oktober 1998.

f 50,-- toch in rekening gebracht blijven worden aan de burgers. Als je dan ook nog rekening

houdt met het bijkomende bedrag van f 95,--, dat bij de komende begrotingsbehandeling zal

worden vastgesteld (daar kunnen wij haast niet omheen, omdat het om landelijk beleid gaat), dan

moeten de burgers straks f 145,-- betalen, terwijl er geen grof huisvuil wordt opgehaald. De

minderdraagkrachtigen, ouderen, mensen zonder auto of rijbewijs, gehandicapten zullen zijn

aangewezen op derden of moeten voor f 70,-- de Cotrans laten komen. Er is hier dan ook sprake

van een onrechtmatige verdeling. Is voor de genoemde groeperingen, die meestal toch al tussen

wal en schip dreigen te vallen, op z'n minst een aanvullende regeling te treffen?

Het is ons niet duidelijk hoe in de toekomst het klein chemisch afval zal worden ingeza-

meld.

Het lid PRAASTERINK (Ondernemend Helmond): Mijnheer de voorzitter! De voorliggen-

de nota geeft een goed inzicht in de problematiek van het inzamelen van huishoudelijk afval. In

1996 is door het toenmalige college besloten geen wijziging in de bestaande-regelingen aan te

brengen. Wij nemen aan - en zien in de woorden van wethouder Hesen daarvoor een bevestiging -

dat wij ook nu een nota vaststellen zonder dat hieraan conclusies zijn verbonden. Weliswaar stelt

het college dat de aanbevelingen als basis kunnen dienen voor besluitvorming, er wordt op dit

moment geen besluit genomen. Dat stellen wij uitdrukkelijk vast. Als het college dan ook nu al

verkapte voorstellen doet, dan vinden wij dat dit in het besluit en niet, zoals nu het geval is,

tussen de regels door had moeten staan. Dat is niet fair. Dit klemt te meer, omdat er in stedelijke

gebieden nog weinig ervaring is opgedaan met sommige experimenten.

Wij merken op dat de nota behandeld moet worden zeer kort voor de begrotingsbehande-

ling, daar de reinigingsrechten deel uitmaken van de vaststelling van de begroting. Daar kunnen

wij niet op vooruitlopen.

Wij missen een weging van de knelpunten. Het zal zo zijn dat het ene knelpunt zwaarder

weegt dan het andere. Ook zonder directe wijzigingen kunnen echter allerlei zaken verbeterd

worden. Dat kan en moet derhalve.

Het college stelt in de conclusie onder opmerkingen over diftar: bij besluit tot invoering,

gefaseerde invoering vanaf 21-1-2000 in alle laagbouwwijken, bij hoogbouw en in centrum

centrale inzamelsystemen voorbereiden, uitvoering uitwerken in separate notitie, aansluiten bij

regionale uitvoering. Dit gaat Ondernemend Helmond op dit moment te ver. Hier dreigt tussen de

soep en de aardappels weer een lastenverzwaring voor de burgers, zeker in het licht van de zojuist

gepresenteerde meerjarenbegroting. Als wij nu al moeten uitgaan van (niet eens geïndexeerd) f 1,3

miljoen structurele kosten in de jaren waarin de meerjarenbegroting grote gaten vertoont, dan

willen wij daarover nog wel eens met het college van gedachte wisselen. Het kan immers niet zo

zijn dat onze burgers in het kader van kostendekkend beleid van de gemeente weer de klos zijn

van dit soort bedragen. Het zal duidelijk zijn dat wij het niet eens zijn met dit punt en het voorstel

om een principebesluit ten aanzien van de invoering van diftar voor te bereiden niet kunnen delen.

Wij vernamen ergens dat er vooruitlopend op de vaststelling van de nota al containers

besteld zouden zijn. Is dit zo of is dit niet zo?

De kostencalculatie met betrekking tot ondergrondse inzameling begrijpen wij helemaal

niet. Wij nemen voorshands aan dat het gaat om eenmalige kosten. Het kan evenwel toch niet zo

zijn dat er geen verdere exploitatiekosten zijn te verwachten, zoals in verband met het schoon-

houden. Overigens is het zo dat, als men alles naar verzamelpunten moet brengen, de winter met

name voor ouderen wel eens een remmende werking zou kunnen hebben op de ontwikkeling. Ook

hier nemen wij thans geen beslissing, ook al staat er dat wordt geadviseerd het huidige systeem

van ondergrondse inzamelingen verder uit te breiden.

(Het lid Smits komt, te 19.24 uur, ter vergadering.)

Het zelf wegbrengen van grof huisvuil, bijvoorbeeld met een aanhangwagen, lijkt ons

minder verstandig, nog los van het feit dat veel mensen niet in staat zijn een aanhangwagen te

laden en te besturen. De oplossingsrichting die wordt geboden ten aanzien van de Kringloopwinkel

kan dan wel soelaas bieden, maar dan willen wij wel nog eens praten over de tarieven die in de

commissievergadering werden genoemd. Het bedrag van f 70,--, dat werd genoemd, zouden dan

in ieder geval met f 50,-- (precario) moeten worden verminderd.

Wij geven het college in overweging de nota uitsluitend als nraatstuk vast te stellen en deze

in een latere fase, liefst met een aantal externe deskundigen (zoals Cotrans), nogmaals in de

commissie SBV en financiën aan de orde te stellen. Wij zullen in ieder geval tegen de beleids-

-6- 6 oktober 1998.

voornemens van het college in dezen stemmen.

(Het lid Yeyden komt, te 19.25 uur, ter vergade-

ring.)

Het lid VAN HEUGTEN (CDA): Voorzitter! Bij de behandeling van voorliggende nota

vorige week in de commissie stedelijk beheer c.a. hebben wij een aantal kritische opmerkingen

gemaakt. Ik ben blij te horen dat wij daar straks bij de uitwerking nader op in kunnen gaan. Het

ging om een onderzoek naar diftar. Wij zien dat onderzoek graag gedegen en voldoende kritisch

uitgevoerd. Wij willen niet slechts een euforisch verhaal zien. Verder ging het om de opzet van de

milieustraat. De tariefdifferentiatie die op dit punt in de nota is voorgesteld, is o.i. niet de meest

optimale. Voorts hechten wij aan een groot belang voor het Kringloopbedrijf in de inzamelstrue-

tuur.

In de commissie is gesproken over de grofvuilinzameling in relatie tot het functioneren van

de milieustraat. Grofvuil kan sinds enige tijd tegen een geringe vergoeding bij de milieustraat

worden aangeboden. Voor het ophalen aan huis zal voortaan een bedrag betaald moeten worden.

Over de hoogte van dit zogenaamde entreebedrag heeft de wethouder een indicatieve uitspraak

gedaan. Daarnaast is besproken dat in de huidige afvalstoffenheffing de kosten voor grofvuil-

inzameling inbegrepen zijn. Een correctie zal volgen, aldus de wethouder. Wij vragen de

wethouder dan ook of wij, als de grofvuilinzameling nader aan de orde wordt gesteld, er in

commissie en raad nog over kunnen besluiten.

De wethouder heeft de positie van de nota in zijn inleiding toegelicht. Daar ga ik niet op

in.

Wij besteden aandacht aan de nota vanwege het enorme financiële belang dat achter het

onderwerp huisvuilinzameling schuilgaat. Dat wordt nog eens benadrukt door het feit dat de

afvalstoffenheffing volgend jaar met liefst 40% de grootste component van de gemeentelijke

woonlasten zal gaan vormen. En toch lijkt het erop dat wij in de praktijk schijnbaar vrij machte-

loos toezien hoe tariefwijzigingen bij derden (met name de Razob) onze portemonnee drastisch

beïnvloeden.

In de nota wordt de veranderende positie van de Razob als een van de aanleidingen

genoemd om het beleid inzake de afvalstoffeninzameling nader te bezien. Ik denk dat wij ook de

positie van de Razob zelf nadrukkelijk moeten bezien. De Razob verandert van een gemeenschap-

pelijk stortbedrijf met een duidelijke nutstaak in een milieudienstverlener in een liberale markt-

omgeving. Met name daardoor is de ondoorzichtigheid van de Razob een heikel punt. Doordat de

facilitaire diensten van de Razob, zoals de exploitatie van milieustraat, glasinzameling, door

middel van een opslag op het verwerkingstarief worden betaald, is de relatie tussen de geleverde

producten en de diensten niet meer zichtbaar. Alles wordt verevend. Het nadeel daarvan is dat het

voor de deelnemende gemeenten niet helder is of er binnen de Razob wel marktconform wordt

gewerkt. Als je de kostentoerekening niet kent, is er ook geen vergelijking mogelijk. Het voordeel

voor een gemeente van het gemeenschappelijk opereren van de Razob wordt dan ook niet

inzichtelijk en dit leidt tot vraagtekens. Doordat een lid van het college commissaris is bij de

Razob, lijkt het erop alsof de belangen van de gemeente te allen tijde worden gewaarborgd, maar

ik benadruk dat de rol van een commissaris in een bedrijf een andere is dan die van een aandeel-

houder of een klant. Niet zelden kunnen belangen tegengesteld zijn, zeker als het gaat om de

veranderende toekomstige positie van de Razob.

Wetende dat genoemd onderwerp in het verleden reeds door de raad is aangekaart, maar

uiteindelijk niet tot gewenste resultaten heeft geleid, willen wij niet zomaar na deze nota overgaan

tot de orde van de dag. Bovendien geeft de dynamiek in de afvalwereid er geen aanleiding toe om

rustig achterover te leunen.

Een nieuw college, een vernieuwde afvaardiging naar het SRE en wethouder Hesen als

nieuwe commissaris bij de Razob beschouwen wij in dezen als een nieuwe ronde met nieuwe

kansen. Kansen om, al dan niet in SRE-verband, met de Razob te komen tot nadere afspraken

over een beter inzicht in de kosten en mogelijk een andere structuur van betalen van kosten voor

geleverde diensten.

Het lid KLAUS (SP): Voorzitter! Wij gaan ervan uit dat het thans om een praatstuk gaat,

anders hadden wij wel een en ander over de nota willen zeggen.

Diftar is voor ons geen alternatief bij het oplossen van het probleem, al was het alleen

maar vanwege de onrechtmatige verdeling tussen mensen die plaatsvindt en vervolgens niets

-7- 6 oktober 1998.

oplost.

Het is opmerkelijk dat Helmondse Belangen het heeft over een onrechtmatige verdeling van

de kosten van grofvuil. Ik dacht dat deze partij juist aankaartte om serieus te gaan kijken naar

diftar. Die dingen kan ik niet met elkaar rijmen.

Het lid RIETVELD (GroenLinks): Voorzitter! Wij gaan in de commissie uitgebreid over

de zaak praten, heeft de wethouder aangegeven. Ik ga inhoudelijk dan ook niet in op de nota. Ik

wil wel de heer Van Heugten steunen waar hij praat over de veranderende positie van de Razob.

Het lid HESEN (wethouder): Voorzitter! In de commissie hebben wij uitgebreid gediscus~

sieerd over de nota, waarbij enkele aspecten al aan de orde zijn gesteld, die ook vanavond aan de

orde komen.

Met mijn inleidende woorden heb ik het karakter van de nota duidelijk willen maken. Het

gaat om een nota, waarin het kader voor beleid wordt geschetst, op grond waar-van wij tot nadere

uitwerking van voorstellen willen komen, die wij vervolgens nader met commissie en raad zullen

bespreken.

De heer Rieter vraagt aandacht voor de lasten die de grofvuilinzameling voor burgers met

zich meebrengt. Wanneer wij ervoor kiezen een brengsysteem tot stand te brengen, waarbij wij

bovendien een vergoeding vragen voor het te brengen materiaal, dan moeten wij iets doen om te

waarborgen dat dit systeem postvat bij de mensen in de stad. Wat dat betreft is er nog een heel

lange weg te gaan. De middelen die nu voor het ophalen van grof huisvuil in rekening worden

gebracht, zullen wij vervolgens in mindering brengen op de afvalstoffenheffing, opdat men zelf

kan bepalen of men het grofvuil door het inschakelen van de centrale ophaaldienst tegen

vergoeding laat ophalen of het zelf brengt.

Ik ben ervan overtuigd dat het punt van de minderdraagkrachtigen en bijvoorbeeld ouderen

een punt van overweging zal zijn, wanneer wij nader ingaan op de uitwerking van de notitie voor

wat betreft het betrokken deelaspect.

De heer Praasterink zegt dat wij een nota moeten vaststellen zonder conclusie. Ik heb hem

impliciet al geantwoord door aan te geven wat het karakter is van de notitie. Het gaat om een

kader, op grond waarvan wij nadere voorstellen zullen uitwerken. Het gaat om een beleids-

richting, op grond waarvan de voorstellen gefundeerd zullen worden. De punten hebben niet het

karakter van een besluit, maar van een richtinggevend beeld, op grond waarvan wij met nadere

voorstellen bij de raad zullen komen.

Het lid PRAASTERINK (Ondernemend Helmond): Richtinggevende alternatieven.

Het lid HESEN (wethouder): Een richtinggevend beeld. Er zit een heldere lijn in de

notitie. Ik vraag de raad of hij die richting wil onderschrijven.

Over het diftar-ophaalsysteem vindt men in de nota geen overdreven enthousiasme. Het

gaat erom dat in de regio reeds in een tiental gemeenten (waaronder een grote stad) is besloten tot

het invoeren van het diftar-ophaalsysteern. Wij laten ons als gemeente Helmond niet meeslepen in

alle juichverhalen die over het diftar-systeem de kop opsteken. Wij wachten met interesse de

evaluatie af van het invoeren van het systeem in stedelijk gebied. Wij vinden het dan ook prettig

dat onze grote broer Eindhoven ons voorgaat.

Er is geen sprake van dat de gemeente Heimond al containers besteld zou hebben. Ik zou

niet durven! De Razob heeft, vooruitlopend op de invoering van het diftar-systeem elders in de

regio, containers besteld. Dat is een keuze van de Razob en niet van ons.

Ik heb gezien dat er in de verschillende schriftelijke bijdragen naar aanleiding van de

begroting uitgebreid is ingegaan op afval en de stijgende kosten die dat met zich meebrengt. Ik

herinner me dat de raad daar bij voorgaande begrotingsbehandelingen vele malen over gesproken

heeft. Voor de tariefsverhogingen, waar wij jaarlijks mee geconfronteerd worden, kan de Razob

niet verantwoordelijk worden gesteld.

Ik vertrouw de heer Praasterink de weging van de knelpunten aan de hand van de

raamnotitie toe. Vervolgens kan hij die consequenties laten hebben bij de concrete besluiten die

wij van de raad zullen vragen.

Het punt van de regionale uitwerking moet men niet verstaan in de zin van een directe

aansluiting bij de een of andere vuilophaler of bij een regionale systematiek. Dat is niet de

bedoeling. Wij worden geconfronteerd met een uitbreiding van het diftar-systeem in de regio. Dat

kan ertoe leiden dat wij in deze stad afvaltoerisme als toenemend probleem zullen ervaren,

-8- 6 oktober 1998.

wanneer wij niet tot invoering van het diftar-systeem overgaan. Vanuit dit oogpunt zijn ontwikke-

lingen in de regio van invloed op keuzes die wij op enig moment kunnen of moeten maken.

Waar iets staat over het uitbreiden van ondergrondse inzameling gaat het om het rekening

houden met nieuwe ontwikkelingen, met name in gebieden die nieuw gerealiseerd worden en

gebieden die geherstructureerd worden. Het is niet verstandig als wij in die gevallen niet vooruit

zouden lopen op nieuwe ontwikkelingen.

De opmerking van de heer Praasterink over de Kringloopwinkel is ons uit het hart

gegrepen. Wij hebben dan ook met de Razob een uitgebreid debat gehad over de vraag wat de

positie van de Kringloopwinkel zou moeten worden op de nieuwe milieustraat. Die discussie heeft

ertoe geleid dat de Kringloopwinkel een poortpositie zal krijgen, aan het voorfront van de nieuwe

milieustraat.

Ten aanzien van de ophaalsystemen zullen wij ons bekwamen aan de ervaringen die in

andere steden en dorpen zijn opgedaan met het diftar-ophaalsysteern. Daarbij zullen wij geen

gebruikmaken van de inzichten van de verschillende producenten. Wij zullen op grond van

objectieve gegevens de zaak bespreken.

De invoering van de grofvuilvergoeding zal in ieder geval niet op korte termijn kunnen

plaatsvinden. De mensen hebben al tot 1 januari betaald en wij hebben tot 1 januari 2000 een

contract met de vuilophaler, de Cotrans. Wij zullen stapsgewijs tot invoering overgaan. Wij zullen

dat met voorzichtigheid doen en tijdig de voorstellen dienaangaande aan commissie en raad

voorleggen.

De heer Van Heugten heeft het over het toenemende belang van de afvalstoffenheffing in

de gemeentelijke lasten. Over dat punt discussiëren wij al heel lang met elkaar. Voordeel van een

aantal moderne ophaaltechnieken kan zijn dat burgers zelf invloed kunnen uitoefenen op hun

kosten.

Het lid KLAUS (SP): Dat is een absurde opmerking. Het invloed hebben op de kosten is

slechts marginaal het geval. Als burgers betalen wij hoe dan ook meer, want de bureaucratische

kosten die erbij komen, betalen wij en niemand anders.

Het lid HESEN (wethouder): Ik ben het wel met de heer Klaus eens dat het ophalen

duurder wordt. Dat is een trend op het gebied van de afvalstoffen, die al vele jaren aan de gang

is. Ik wijs op een positief punt van het gedifferentieerd ophalen van huisvuil ten opzichte van het

huidige systeem. Je kunt invloed uitoefenen op de hoeveelheid afval.

Het lid KLAUS (SP): Met als gevolg dat wij straks voor iedere kilo, in plaats van één

gulden, twee, drie of vier gulden betalen. Het vervelende feit doet zich voor dat wij dat geld

zullen moeten betalen, of wij nu één of duizend kilo afval aanvoeren. De wethouder houdt de

burgers dus een mooi verhaal voor, maar het klopt van geen kant.

Het lid PRAASTERINK (Ondernemend Helmond): Ik ondersteun die opmerking.

Het lid HESEN (wethouder): Ik houd de burgers geen mooi verhaal voor. In de notitie

heeft men kunnen lezen hoe terughoudend wij op dit moment nog zijn met betrekking tot het

diftar-systeern. Wij willen natuurlijk uitsluitsel ten aanzien van de vraag in hoeverre er daadwerke-

lijk reductie plaatsvindt in de verschillende afvalstromen en in hoeverre reductie überhaupt

mogelijk is. Wij lopen bepaald niet voorop als het gaat om de invoering van het systeem. Wij

volgen. De terughoudendheid die uit de nota spreekt, is een terughoudendheid die het hele college

op dit punt in acht neemt.

Ten aanzien van de positie van de Razob heeft de heer Van Heugten gelijk. De positie van

de Razob is aan het veranderen door het feit dat wij de stort daar gaan afbouwen. De Razob is op

zoek naar nieuwe invullingen, waarmee ze de gemeenten van dienst kan zijn. Afhankelijk van de

kwaliteit van die diensten zullen wij daar wel of niet aan meedoen. Wij zullen niet vanuit een

soort automatisme instemmen met een regionale aanpak. Integendeel, wij zullen die kritisch

bezien. Alle gesprekken die wij tot nu toe hebben gevoerd, hebben die toon en inhoud.

De belangen van de gemeente Helmond worden niet automatisch gewaarborgd door de

commissaris. De commissaris moet in de eerste plaats rekening houden met de belangen van het

bedrijf. Men kan er echter van op aan dat de commissaris van de gemeente Helmond de belangen

van Helmond goed in de gaten zal houden. Dat verwachten wij in de raad van commissarissen van

Helmond in instellingen. In het verleden heb ik gemerkt dat wij commissarissen daar rustig op

-9- 6 oktober 1998.

aanspreken.

Het klein chemisch afval zal op de huidige manier opgehaald blijven worden.

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Voorzitter! Ik dank de wethouder voor de

toezegging dat rekening zal worden gehouden met de sociaal zwakkeren in onze samenleving en

dat dit opgenomen zal worden in de nota.

Heb ik goed begrepen dat de f 50,-- ten behoeve van het ophalen van grofvuil in mindering

wordt gebracht op hetgeen de burgers moeten betalen?

Richting de heer Klaus merk ik op dat Helmondse Belangen nog niet vóór diftar is. Het

principe `de vervuiler betaalt` klinkt interessant, maar wij denken aan de andere kant bijvoorbeeld

ook aan de enorme belasting voor een gehandicapte die wekelijks een enorme portie incontinentie-

luiers heeft. Los daarvan staat de kwestie van de buurman die in mijn diftar-bak stort. Wij

wachten dan ook graag de discussie af die door de wethouder is toegezegd.

Als voorliggende nota een praatstuk is, kunnen wij ermee akkoord gaan. Als de nota een

besluitstuk is, waaraan wij gehouden worden, dan zullen wij tegenstemmen.

Het lid PRAASTERINK (Ondernemend Helmond): Mijnheer de voorzitter! Ik heb

begrepen dat de nota een praatstuk is.

Diftar an sich biedt geen oplossing voor het vraagstuk van kostenverdeling, zeker als er

f 1,3 miljoen bij gaat komen. Dan wordt het ophalen duurder.

Ten aanzien van de Razob ben ik het in grote lijnen eens met de opmerkingen van de heer

Van Heugten. Wij komen daarop terug bij de algemene beschouwingen. Ik ondersteun zijn

kritische geluiden.

Het lid VAN HEUGTEN (CDA): Voorzitter! De kritische houding van de wethouder ten

opzichte van de toekomstige positie van de Razob en de diensten die ze gaat aanbieden en de

tarieven die ze gaat berekenen, stemt ons tot tevredenheid. Ik wijs erop dat het in ieder geval

noodzakelijk is dat er een andere verrekeningsstructuur wordt opgezet. Het starten van de dialoog

met de Razob moet, mede gezien de steun daarvoor in de raad, in SRE-verband snel op gang

gebracht worden.

De discussie die vanavond over diftar ontstaat, benadrukt dat de studie naar diftar

veelomvattend en gedegen zal moeten zijn.

Het lid FERWERDA (D66): Voorzitter! De vraag naar het karakter van de nota luistert

nauw. De wethouder zegt dat in de nota het kader van beleid wordt geschetst, op grond waarvan

verder beleid wordt ontwikkeld. Wil dit zeggen dat wij met het vaststellen van de nota de

randvoorwaarden voor toekomstig beleid vaststellen of wil het dat niet zeggen?

Het lid KUIJPERS (HSP): Voorzitter! Wij sluiten ons aan bij de vraag die de heer

Ferwerda zojuist heeft gesteld.

Als het om diftar gaat, willen ook wij dat er aandacht wordt geschonken aan de vraag wat

dit systeem voor ouderen betekent. Wij zijn er blij om dat ook andere fracties voor ons, senioren,

opkomen.

Het lid HESEN (wethouder): Voorzitter! Ik heb niet de toezegging gedaan dat de sociaal

zwakkeren een extra plaats wordt gegeven. Ik heb gezegd dat ik de raad de aandacht voor deze

groep bij de bespreking van de uitgewerkte voorstellen zeker toevertrouw. De opmerkingen van

de heer Rieter en anderen onderstrepen dat er grote zorg leeft voor een groep mensen die niet in

staat is om het afval naar de brenglocatie te brengen. Op dit punt komen wij vanzelf terug.

Als wij een dienst (zoals het ophalen van grofvuil) niet verlenen, zullen wij de bijdrage

daarvoor in mindering brengen op de afvalstoffenheffing. Daar staat tegenover dat men voor f 5,--

op dit moment al en straks ook op de nieuwe milieustraat zijn grof afval kwijt kan. Daarbij zal er

een haalservice in stand worden gehouden, waarvoor betaald zal moeten worden.

Het praatstuk dat aan de orde is, is niet alleen een discussiestuk, waarover wij het samen

gezellig hebben. In het stuk wordt een beleidsrichting uiteengezet, op grond waarvan men

voorstellen van de zijde van het college kan verwachten. Ik ben dan ook blij met de uitgebreide

bespreking van het stuk. Dan kunnen wij namelijk goed proeven hoe de raad denkt over een aantal

onderwerpen. Ik constateer dat de raad onze zorg en terughoudendheid ten aanzien van het diftar-

ophaalsysteem op dit moment deelt. Die terughoudendheid zullen wij bij de uitwerking van nadere

-10- 6 oktober 1998.

voorstellen in acht nemen. Die uitwerking zal gepaard gaan met een goede studie van resultaten en

ervaringen elders in den lande.

Het lid FERWERDA (D66): Begrijp ik de wethouder goed dat hij mijn vraag of met de

voorliggende nota de randvoorwaarden voor toekomstig beleid worden vastgesteld met `ja`

beantwoord?

Het lid HESEN (wethouder): Het gaat om de randvoorwaarden van de beleidsvoorstellen

die ik zal voorleggen. Die voorstellen zullen zijn opgesteld in de zin van hetgeen in de nota is

beschreven. Als ik dat niet van plan was, had ik de nota niet hoeven te bediscussiëren. Ik leg

enkele beleidsrichtingen voor. De raad beoordeelt en normeert die. Ik neem daar kennis van. Ik

constateer dat wij het in grote lijnen, ook ten aanzien van het diftar-ophaalsysteern, met elkaar

eens zijn. Er zit hier namelijk geen springend college, dat vooroplopend met het systeem aan de

gang wil. In de notitie staat dat wij ons terughoudend zullen opstellen. De raad heeft die insteek

onderstreept.

Het lid PRAASTERINK (Ondernemend 14elmond): Desalniettemin staat er in de notitie iets

over gefaseerde invoering vanaf 21-1-2000. Ik besluit thans zeker niet tot invoering van diftar. Op

grond van de discussie van vanavond zou ik het college zelfs in overweging willen geven zaken

niet anders dan ervaringsgewijze ter kennis te nemen. Ik voel niets voor diftar.

Het lid HESEN wethouder): Wij zullen tijdig voorstellen aan de raad voorleggen. De

datum die in de notitie staat, hangt samen met het feit dat op dat moment de contracten met onze

huidige vuilophaler, Cotrans, aflopen. De datum is niet genoemd als datum waarop wij zullen

starten, want wat dat betreft is de raad nog volop in beeld. Als er een moment komt dat wij met

diftar zouden kunnen starten, dan is dat vanaf die datum, omdat dan het contract is verlopen en

wij een nieuw contract kunnen afsluiten waarin wij een en ander kunnen regelen.

Het lid RIETVELD (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb me vanavond afzijdig gehouden van

de diftar-discussie, omdat ik het aardig vind dat het college nu met diftar komt. Meestal was het

de GroenLinks-fractie die opkwam voor diftar. Nu de discussie zich zo ontwikkelt dat de

wethouder er een hard hoofd in heeft of er draagvlak is voor diftar, wil ik ons standpunt toch naar

voren brengen. Wij staan positief-kritisch tegenover diftar. Wij ondersteunen dan ook de

aanbeveling in de nota om de voor- en nadelen van invoering van diftar te onderzoeken.

Het lid HESEN (wethouder): In de gemeente Eindhoven is als onderdeel van de program-

besprekingen voor deze collegeperiode de principiële keuze gemaakt voor diftar. Die keuze maakt

dit college thans niet. Wij maken een keuze voor een uitgebreid onderzoek naar de mogelijkheden

van invoering van diftar. De voor- en nadelen zullen wij op een rij zetten. Op grond daarvan kan

de raad beslissen, op het moment dat invoering voor het eerst aan de orde kan zijn.

De positieve houding van de heer Rietveld ten opzichte van diftar, met name vanuit

milieuoverwegingen, die in de discussie nog niet is betrokken, is bekend bij het college. Wij zijn

ervan overtuigd dat GroenLinks dat standpunt te zijner tijd vol in de aandacht zal zetten.

Met de heer Van Heugten ben ik het eens dat wij snel tot dialoog moeten komen over de

toekomstige positie en rol van de Razob, te meer omdat de Razob daar zelf sterk op aandringt. Ik

zal op korte termijn de commissie uitnodigen om met de Razob in gesprek te gaan over de vraag

hoe ze haar toekomstige positie ziet, zodat de commissie daarop kan reageren.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

11. Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet ten behoeve van de inrichting van de planrand

Wolfsputterbaan/Dierdonk (bijlage nr. 21 l).

Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

12. Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet ten behoeve van de uitwerking van projecten

van het Natuur- en Landschapsbeleidsplan (bijlage nr. 219).

-H- 6 oktober 1998.

Het lid VAN HEUGTEN (CDA): Voorzitter! Hoewel er in het voorliggende raadsvoorstel

wel sprake is van landschapsontwikkelingsprojecten in de geledingszone Brouwhuis, hebben wij

tijdens de commissiebehandeling begrepen dat hiervan nog geen sprake is bij het krediet dat thans

zal worden toegekend. Voor de geledingszone Brouwhuis zullen afzonderlijke kredietvoorstellen

worden uitgewerkt. Wij verzoeken uw college dat nog dit jaar te doen en wel ten laste van de post

580.20.A in de investeringsbegroting van 1998. Voor zover mijn informatie reikt, is daar nog

f 100.000,-- beschikbaar. Aanvullend hierop is in de investeringsbegroting voor 1999 naar onze

mening een bescheiden f 100.000,-- beschikbaar voor verdere investeringen in de geledingszone

Brouwhuis.

Het lid SMITS (Helmondse Belangen): Voorzitter! Helmondse Belangen verwacht heel veel

van de uitwerking van de voorliggende projecten uit het landschapsbeleidsplan. Door het

beschikbare bedrag van f 145.000,-- is daar rijkelijk in voorzien.

Wat ons het meeste interesseert, is het project `Natuur in de stad,- inventarisatie en

streefbeelden stadswateren`. Met name het onderdeel "Natuur in de stad" lijkt ons zeer interes-

sant, gezien het aantal parken in onze stad. Wat bijvoorbeeld te denken van Park La Cour of Park

Bruxelles! Wat wij willen zeggen, is dat de gemeente de laatste jaren eigenlijk alleen maar heeft

geïnvesteerd in stenen parken en pleinen.

Wij gaan akkoord met het voorstel en zien de uitgewerkte plannen met belangstelling

tegemoet.

Het lid HESEN (wethouder): Voorzitter! Voor wat betreft het landschapsbeleidsplan en de

uitwerking ervan, bestond in de commissie al brede overeenstemming.

Met betrekking tot de post 580.20.A zal ik uitzoeken of de post is overgeheveld. Of moet

ik de opmerking van de heer Van Heugten zien als een pleidooi voor het ook voor volgend jaar

veiligstellen van de post en voor het overbrengen ervan naar het jaar 1999? Ik zal daarop later

ingaan.

Het lid VAN HEUGTEN (CDA): Wij houden nadrukkelijk het pleidooi waar de wethouder

het over heeft.

Het lid 14ESEN (wethouder): De heer Smits geeft een aanvulling op de opmerkingen die

hij in de commissie heeft gemaakt. Ik neem daar kennis van. Ik dank hem voor zijn positieve

insteek.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

13. Voorstel tot vaststelling van de 64e, 65e, 85e, 86e, 92e, en 94e wiizi2ina van de gemeentebegro-

ting 1998 (nr. 64 betreft krediet programma huisvesting 1998 Knippenbergcollege; nr. 65 betreft

krediet programma huisvesting 1998 De Rank).

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik deel u mede dat de 94e wijziging van de

gemeentebegroting van de agenda is afgevoerd.

Zonder stemming wordt, met inachtneming van de door de voorzitter aangegeven

wijziging, overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

14. Ingekomen stuk behorende bij de a@zenda voor de vergadering van de gemeenteraad van 22

september 1998.

Het lid KLERKX (CDA): Voorzitter! Met betrekking tot het onderhavige ingekomen stuk

(van H.H.P. van Hout inzake beroepschrift standplaats oliebollenkraam) is door burgemeester en

wethouders voorgesteld op het beroepschrift te beslissen conform de ter inzage gelegde concept-

beschikking. Ik vraag het woord als voorzitter van de huidige commissie klacht-, verzoek-,

beroep- en bezwaarschriften. Volgens de afspraak die enige tijd geleden is gemaakt, zou

voorliggend onderwerp hier uiteraard niet ter sprake komen. Het advies van de commissie zou

zonder meer geaccepteerd worden. Het onderwerp heeft echter nogal wat stof doen opwaaien.

Diverse fractie hebben mij erover benaderd. Ik heb dan ook beloofd dat ik het college zou vragen

-12- 6 oktober 1998.

om het vigerende beleid terzake zo spoedig mogelijk aan de orde te stellen in de desbetreffende

commissie. Het is natuurlijk zo dat het beroepschrift door de vorige commissie klacht-, verzoek-,

beroep- en bezwaarschriften is beoordeeld op basis van het vastgestelde beleid. Als ik de fracties

goed heb begrepen, wil men de oliebollenkraam wel onder bepaalde voorwaarden toestaan, maar

dat kan op dit moment niet. Wij verzoeken het college dan ook het beleid met voorrang in de

desbetreffende commissie aan de orde te stellen.

Het lid KUIJPERS (HSP): Voorzitter! Het is iets natuurlijks dat de oliebollenkraam ter

plekke staat. De kraam is bovendien een stukje historie van Helmond. Ik pleit ervoor de

conceptbeschikking terug te nemen en aan de orde te stellen in de volgende raadsvergadering.

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Voorzitter! Helmondse Belangen is pertinent tegen

het versturen van de conceptbeschikking. Wij zijn van mening dat de verkoop van seizoensgebon-

den artikelen, zoals oliebollen, vanuit een kraam mogelijk moet zijn. In één. adem hiermee zou

bijvoorbeeld haringverkoop genoemd kunnen worden. Als de verordening die verkoop niet toelaat,

moet de verordening worden aangepast.

Wij verzoeken het college het beroepschrift terug te brengen naar de commissie en de

verordening aan te passen met als doel de verkoop van oliebollen vanuit de oliebollenkraam en de

verkoop van andere seizoensgebonden artikelen vanuit een kraam in het ezellige stadsbeeld te

9

behouden.

Het lid PRAASTERINK (Ondernemend Heimond): Mijnheer de voorzitter! Wij hebben er

geen probleem mee om de standplaats van ondernemer Van Hout te handhaven op de Markt. Dan

moeten er echter wel regels komen die maken dat deze ondernemer niet in een uitzonderings-

positie staat. Als het college bereid is die regels aan de orde te stellen, dan hebben wij daar geen

problemen mee.

Het lid TIELEMANS (SDH): Voorzitter! Wij zijn het hartgrondig oneens met de

conceptbeschikking. Wij willen graag een heroverweging van het standplaatsenbeleid op zeer korte

termijn, zeker gezien het feit dat de oliebollentijd voor de deur staat. Onze insteek in de

heroverweging is duidelijk.

Het lid VAN ROOIJ (PvdA): Voorzitter! Nu het toch komt tot een nieuwe commissie-

behandeling, zie ik verder van het woord af.

Het lid VERBAKEL (SP): Voorzitter! Wij vinden dat de oliebollenkraam gehandhaafd

moet kunnen worden. Wat hier wringt, is de formele procedure enerzijds en het inhoudelijke

probleem dat de raad met het voorstel heeft anderzijds. Misschien is het een oplossing om de

formele kant af te handelen zoals gebruikelijk is, terwijl het college toezegt dat spoedig het beleid

wordt herzien. Ik zou het echter scherper willen stellen: het beleid moet zó snel worden herzien

dat er voor de heer Van Hout in praktische zin geen verschil is en hij de verkoop vanuit zijn

kraam kan voortzetten.

De VOORZITTER: Dames en heren! Ik hoop dat u de beantwoording van het college op

dit punt heeft gelezen op de vragen die door de heer Rietveld zijn gesteld.

Het lid RIETVELD (GroenLinks): Voorzitter! Ik snap het antwoord van het college.

Desalniettemin zit er een raad die een ander beleid wenst en derhalve een evaluatie van het beleid

op de agenda wil zetten. Daar moet spoed achter gezet worden, te meer daar in de beantwoording

van de brief een oplossing wordt geboden voor de heer Van Hout tot 1 januari a.s. en de

wintermaanden ook na januari nog even doorgaan.

Het lid HESEN (wethouder): Voorzitter! De oliebollenkraarn, de haringkar en de

bakkerswagen: drie zaken die regelmatig ter discussie staan naar aanleiding van het beleid inzake

het Stadserf, dat door de raad is onderschreven.

Ik begrijp dat de raad nader wil spreken over de standplaats van de oliebollenkraam. Ik

doe dat graag in het wat bredere perspectief van het beleid dat wij gezamenlijk geformuleerd

hebben. Als wij dat nog steeds dragen, dragen wij dat naar iedereen toe. Als wij het niet dragen,

dient het beleid aangepast te worden. Ook dan geldt dit voor iedereen.

-13- 6 oktober 1998.

Ik memoreer dat het beleid dat wij destijds ten aanzien van het Stadserf in gang hebben

gezet, een positieve uitwerking heeft gehad op de beleving door de burger van het Stadserf. Er is

een heleboel ruimte gemaakt. Aan de ondernemers wordt beheersing gevraagd als het gaat om

reclame-uitingen en uitstalling van waren aan de gevel. Daartegenover staat dat wij ook aan

anderen dan de reguliere city-ondernemers iets vragen.

Het lid TIELEMANS (SDH): De wethouder heeft het over een positieve beleving door de

Helmondse bevolking van het Stadserf. Waarop baseert hij dat?

Het lid HESEN (wethouder): Dat baseer ik op het onderzoek dat daar vorig jaar door het

college naar is gedaan en dat breed verstrekt is in de stad.

Ik vind het voorstel van de heer Klerkx eigenlijk het meest juiste. Als wij praten over het

beleid, praten wij niet alleen over de ofiebollenkraarn, maar over belangen van zittende reguliere

ondernemers die hun brood in de city moeten verdienen en de belangen van enkele standwerkers,

die er onder bepaalde condities aanwezig mogen zijn. De afweging van belangen zal op eik

moment aan de orde zijn, ook als het gaat om een ofiebollenkraarn. Ik wil toezeggen dat het beleid

geëvalueerd zal worden, maar ik hoop wel dat wij als raad de belangen goed tegen elkaar

afwegen. Ik wil de tijd en de ruimte hebben om daarvoor een goede voorzet te leveren. Tot 1

januari is er geen probleem, want de vergunning van de heer Van Hout loopt tot 1 januari. Als ik

een goede voorzet kan leveren, kunnen wij gefundeerd en met inachtneming van alle belangen de

discussie voeren.

Ik hoop dat het hier om' een uitzondering gaat voor wat betreft de afspraak over de manier

waarop wij omgaan met de betreffende vraagstukken en de commissie klacht-, verzoek-, beroep-

en bezwaarschriften.

Het lid KLERKX (CDA): Voorzitter! Vooral met de woorden die wethouder Hesen tot slot

van zijn betoog uitsprak, ben ik het roerend eens. De vorige commissie heeft op grond van het

beleid een beschikking geformuleerd. Ik vind het niet terecht dat daar op dit moment aan

getwijfeld wordt. Het is iets anders als men beleid wil veranderen. Ik stel dan ook voor zo snel

mogelijk het vigerende beleid aan de orde te stellen, maar af te blijven van de afspraken die zijn

gemaakt. Met andere woorden: het voorstel met betrekking tot het ingekomen stuk moet doorgang

vinden. Wij hebben altijd op deze manier gewerkt en ik hoop dat wij dat kunnen blijven doen. Er

is bij de Raad van State immers vorige week een duidelijke uitspraak gedaan richting onze

commissie.

Het lid TIELEMANS (SDH): Voorzitter! Ik bestrijd dat in de beleving van de gemiddelde

Helmondse burger het als positief wordt ervaren 'dat activiteiten als een oliebollenkraam geweerd

gaan worden van de Helmondse Markt. Ik beschik over andere signalen, zonder daarvoor het CBS

in de arm te hebben genomen.

Torn niet aan afspraken die recentelijk zijn gemaakt, is het credo dat ik links en rechts

hoor. Als het college zich de vrijheid permitteert dat in andere dossiers wet te doen, moet het de

raad die vrijheid ook gunnen en ervan uitgaan dat dit in voorkomende gevallen op een zorgvuldige

en afgewogen manier gebeurt.

Het lid KUIJPERS (HSP): Voorzitter! Als de commissie uitspreekt dat iemand ergens recht

op heeft en wij gaan naar de rechtbank, dan zegt de rechtbank: de commissie heeft er niets over te

zeggen; dat moet de raad doen. Ik steun het voorstel van de heer Tielemans.

Het lid KLERKX (CDA): Welk voorstel is dat?

Het lid KUIJPERS (HSP): De kraam moet blijven, al is het dan drie meter verder in de

hoek.

De VOORZITTER: Dat heb ik de heer Tielemans zo niet horen zeggen.

Het lid TIELEMANS (SDH): De intentie van mijn woorden heeft de heer Kuijpers goed

begrepen.

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Voorzitter! Het is duidelijk dat wij niet met twee

-14- 6 oktober 1998.

maten kunnen meten. Dat probleem ligt hier op tafel.

De heer Van Rooij zei van het woord af te zien, omdat de zaak in de commissie aan de

orde komt. In tweede instantie zegt de heer Klerkx dat de brief gewoon moet uitgaan. Hoe is de

voorgestelde procedure nu eigenlijk?

Het lid HESEN (wethouder): Voorzitter! In de richting van de heer Tielemans merk ik op

dat ik helemaal niet heb gezegd dat het weren van de betrokken activiteiten door de gemiddelde

Helmonder als positief wordt ervaren. Ik heb gezegd dat het beleid, op grond waarvan de

beschikking op het stuk van de heer Van Hout voorligt, ertoe heeft geleid dat de beleving van het

Stadserf door de burger een positieve is. Dat kan cijfermatig onderbouwd worden.

Ik weet dat iedereen zich afvraagt waarom de oliebollenkraam weg moet. Dat doe ik zelf

ook. Dat neemt echter niet weg dat wij gelijke belangen gelijk moeten wegen, ook als dat in eerste

instantie niet populair overkomt. Gelijke gevallen moeten wij gelijk behandelen.

Ten aanzien van dit punt luister ik naar de raad. Ik constateer dat een brede meerderheid in

de raad de zaak ter discussie wil stellen. Ik neem de zaak dus mee terug naar de commissie. Het

liefst zou ik in afwachting daarvan de brief aan de heer Van Hout niet versturen. Ik wil namelijk

graag weten boe wij op grond van toekomstig beleid met de zaak om kunnen gaan.

Het lid KLERKX (CDA): Ik denk dat wethouder Hesen dan tekortdoet aan de vorige

commissie klacht-, verzoek-, beroep- en bezwaarschriften.

De VOORZITTER: Dat is niet waar. In ons antwoord aan de heer Rietveld gaven wij heel

duidelijk aan dat het aan de raad is om te beslissen of het beleid geëvalueerd moet worden. Als

gevolg van die evaluatie kan de oliebollenkraam al dan niet gehandhaafd blijven.

Het lid TIELEMANS (SDH): Het zou van de zotte zijn als wij de beschikking zouden

versturen, hangende een evaluatie die binnen nu en een paar maanden gevoerd zal worden en die

wellicht tot een andere uitkomst leidt. Ik ben het dan ook eens met het voorstel om hangende de

evaluatie de conceptbeschikking in de la te stoppen.

Het lid HESEN (wethouder): Ik kan de opmerking van de heer Klerkx wel volgen, maar ik

weet, na de discussie die door diverse raden al is gevoerd over deze ene oliebollenkraam, hoe een

en ander dan gaat uitpakken. Ik vraag hem dan ook @,oor één keer de positie van de commissie

voor lief te nemen. Ik hoop echt dat wij ons aan de afspraak kunnen houden en in die zin ben ik

blij met de uitspraak van de rechter. Het zou niet goed zijn als wij de individuele gevallen die in

de commissie aan de orde zijn hier in beleidsmatige zin aan de orde zouden stellen. Daar ben ik

niet voor. In dit ene geval ben ik er wel voor, omdat wij steeds hebben gezegd dat het aan de raad

is om te bepalen en ik zie dat er een meerderheid in de raad is die eerst de evaluatie van het

beleid wil houden, alvorens conclusies te trekken met betrekking tot de oliebollenkraam.

Het lid KLERKX (CDA): Ik hoop dat mijn woorden niet zo worden uitgelegd als zou ik

tegen een oliebollenkraam zijn, want dat is niet zo. Het gaat er mij om dat ik graag de formele

weg bewandeld zou hebben.

Het lid HESEN (wethouder): Ik constateer dat de inbreng van de heer Klerkx is ingegeven

door de zorg voor de functie van de vorige en huidige commissie klacht-, verzoek-, beroep- en

bezwaarschriften. In die zin kunnen wij zijn inbreng onderschrijven.

De VOORZITTER: Dames en heren! Het college stelt voor dat de beschikking nog niet

uitgaat en dat er een evaluatie van het beleid plaatsvindt, die bepalend is voor wat er met de

oliebollenkraam gaat gebeuren.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het bij monde van de voorzitter geformuleerde

voorstel besloten.

Ie AANVULLINGSAGENDA.

Voorstel tot aankoop van grond met opstallen van de heer en mevrouw J.A.M. Dekkers-Meulen-

dijks en JAMAR Stiphout BV te Helmond (bijlage nr. 221).

-15- 6 oktober 1998.

2. Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan `Herziening Groot Schooten/Panovenweg Oos

(bijlage nr. 223).

Zonder stemming wordt overeenkomstig deze voorstellen van burgemeester en wethouders

besloten.

3. Voorstel met betrekking tot de overhevelingsregeling saldi `Andere Voorzieningen" primair

onderwijs (bijlage nr. 222).

Het lid SMITS (Heimondse Belangen): Voorzitter! Het relatief hoge bedrag geeft aan dat

er een behoorlijke achterstand is voor wat betreft de onderhoudstechnische aspecten. Wie goed

zijn ogen de kost geeft, kan die achterstand beamen. Gelukkig komt daar nu verandering in. Een

goed onderkomen draagt immers bij aan de schoolresultaten en waarschijnlijk ook aan de

lesvreugde.

Omdat er veelal grote investeringen in interieur en bouwkundige aspecten moeten worden

gedaan en schoolbesturen doorgaans veel verstand hebben van les geven en andere leerplichts-

aangelegenheden en van besturen, is het onze vraag op welke wijze de gemeente een toezicht-

houdende of ondersteunende taak heeft. Of houden wij alleen maar de boekhouding bij en de

portemonnee open'? Wij zouden het zeer toejuichen als schoolbesturen zouden worden aangezet tot

het opstellen van beheersplannen, zodat wij op lange termijn kunnen bezien waar de knelpunten

liggen van vooral onderhoudstechnische aard. Hopelijk zullen de beheerskosten dan beheersbaar

en voor iedereen inzichtelijk blijven.

Het lid BETHLEHEM (wethouder): Voorzitter! De gemeente kan geen invloed uitoefenen

op schoolbesturen in de zin die de heer Smits bedoelt. Wij zijn uiteraard bereid te adviseren. De

schoolbesturen zijn autonoom. In het kader van de decentralisatie van de huisvestingsvoorzienin-

gen krijgen de besturen gelden. Er is een beweging aan de gang die omgekeerd is aan hetgeen de

heer Sinits betoogt. Wij kunnen en willen ons niet opdringen en niet op een andere stoel gaan

zitten dan de onze. Wij hebben alleen iets te zeggen over het openbaar onderwijs.

De heer Smits vraagt om beheersplannen. Ik weet dat er in het verleden een beweging is

gemaakt door de schoolbesturen om aanvragen te bundelen, zodat middels een grotere aanvraag

meer korting bedongen kan worden.

Voor ons ligt er een heel beperkte rol en dat wou ik zo houden.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

4. Voorstel tot het beschikbaar stellen van een krediet ten behoeve van de infrastructuurverbeterinz

omgevin2 Akkers (binaire nr. 226).

Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

5. Voorstel met betrekking tot de besteding van de Combivisiemiddelen in de sector stadsbeheer

(bijlage nr. 227).

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Voorzitter! Gisterenavond is dit punt uitvoerig

besproken in onze fractie. Dat heeft tot gevolg dat Helmondse Belangen vanavond een geluid laat

horen dat vorige week in de vergadering van de commissie SBV nog niet naar voren is gebracht.

De oude raad heeft op 3 februari jl. besloten dat f 1 miljoen van de Combivisiegelden

gereserveerd zou moeten worden voor de kwaliteitsimpuis van de openbare ruimte in de stad.

Daar kan Helmondse Belangen zich in principe prima in vinden. Naar ik inmiddels heb begrepen,

is het begrip "openbare ruimte` noch door de oude noch door de nieuwe raad gedefinieerd. Ik kan

me evenwel voorstellen dat de oude raad en ook de nieuwe raad daarmee niet de wegen zouden

bedoelen, met name omdat er meer dan voldoende "echte" openbare ruimte is, waarin nog meer

dan voldoende geïnvesteerd moet worden.

De reconstructie van een weg moet volgens Helmondse Belangen gefinancierd worden

vanuit gelden die bedoeld zijn voor wegen en niet uit extra middelen die zijn bedoeld voor een

kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte. In onze reactie op de begroting 1999 hebben wij al

-16- 6 oktober 1998.

uitdrukkelijk aangegeven dat het niet reserveren van gelden voor onderhoud van wegen er

automatisch toe heeft geleid dat er in totaal minder geld is uitgegeven en dat daarmee de algemene

reserves zouden moeten zijn toegenomen. Helmondse Belangen vindt dat geld voor wegen - ook

ten behoeve van de reconstructie van de Deurneseweg, die vanavond aan de orde is - niet zomaar

uit andere posten moet worden gehaald en zeker niet uit de post kwaliteitsimpuls openbare ruimte.

Dat geld moet uit de algemene reserves worden gehaald. Ik hoop dat ik vanavond meerdere

partijen mag aanzetten tot het geven van een definitie van openbare ruimte, waarin niet is

begrepen de wegen of het onderhoud daarvan.

Het lid HESEN (wethouder): Voorzitter! De begrotingsbehandeling werpt haar schaduw

vooruit en dat is positief, want dan kunnen wij nu al een aantal zaken bespreken.

Het is inderdaad zo dat op verzoek van de raad een miljoen gulden ter beschikking is

gesteld ten behoeve van de kwaliteitsimpuls openbare ruimte. De heer Rieter zegt dat dit begrip

niet is gedefinieerd. Dat bestrijd ik. Door de raad is wel degelijk aangegeven- wat men daaronder

verstaat. Dan gaat het om groen, bestrating in de nabijheid van winkelcentra en andere centra

waar veel mensen elkaar ontmoeten (zoals bejaardencentra).

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): Het geld was dus niet bedoeld voor een doorgaan-

de weg?

Het lid HESEN (wethouder): Het was niet bedoeld voor een doorgaande weg en dat is

destijds in de discussie ook nooit aan de orde geweest. Aan de orde zijn geweest de zaken,

waarvoor nu een voorstel is gemaakt voor een bedrag van f 250.000,-. Gelet op een situatie die

al lange tijd bestaat, hebben wij de keuze gemaakt om f 750.000,-- van het bedrag te reserveren

voor het opkalefateren van de Deurneseweg, die daar hard aan toe is. De raad van Helniond heeft

besloten die f 750.000,- daarvoor in te zetten. gezien het feit dat er geen alternatieve middelen te

vinden waren.

Het lid RIETER (Helmondse Belangen): De wethouder bedoelt zeker het college.

Het lid HESEN (wethouder): Neen, ik bedoel de raad. In het kredietvoorstel heb ik dat

uitgebreid uit de doeken gedaan, omdat het ook aan het hart van de wethouder stedelijk beheer

gaat als hij op die manier zijn middelen moet inzetten.

De directe relatie die de heer Rieter legt tussen het toenemen van de algemene reserves en

het weinig uitgeven aan wegen...

Het lid RIETER (Helniondse Belangen): De algemene reserves zóuden moeten toenemen.

Het lid HESEN (wethouder): Die relatie zullen wij zeer binnenkort met elkaar bediscus-

siëren, maar ik denk niet dat hij ligt zoals de heer Rieter haar schetst.

De heer Rieter is met mij van mening dat de wijze waarop het restantbedrag van

f 250.000,-- wordt aangewend de eigenlijke aanwending is van het aanvankelijke krediet. Wij

hebben desalniettemin een aantal zeer goede zaken op de Deurneseweg kunnen doen, die geen

uitstel konden verdragen.

Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel van burgemeester en wethouders

besloten,

6. Voorstel tot vaststelling van de 88e, 93e en 97e wijziging van de izemeentebegroting 1998.

Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel van burgemeester en wethouders

besloten.

7. Ingekomen stukken en mededelingen behorende bij de eerste aanvullingsagenda voor de vergade-

rinz van de gemeenteraad van 6 oktober 1998.

Met betrekking tot de ingekomen stukken en mededelingen wordt zonder stemming

besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent door burgemeester en wethouders is voorgesteld.

-17- 6 oktober 1998.

De VOORZITTER sluit hierna, te 20.25 uur, de vergadering.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van / r4t-C-1@

De raad voornoemd,

De voorzitter, A-

De secretaris, ^J)

Uw Reactie
Uw Reactie