• Bestuur
  • Commissiestukken Monumentennota Helmond 2003-2007 en reactienota

Commissiestukken Monumentennota Helmond 2003-2007 en reactienota

Documentdatum 08-09-2003
Bestuursorgaan Commissie Samenleving en Economie
Documentsoort Commissiestukken
Samenvatting

~

Behoort bij agenda nr. S-E /i-

datum vergadering cf -9- 03

Gemeente He man

.

Commissie-format

Verzoek College van B en W voor Commissiebehandeling.

Vastgesteld in B en W vergadering van: 19 augustus 2003

Onderwerp: Monumentennota Helmond 2003-2007 en Reactienota.

Inhoud: In maart 2003 is de ontwerp 'Monumentennota Helmond 2003-2007' gereed gekomen. In de nota

wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot monumentenzorg besproken en worden voorstellen

gedaan om te komen tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk beleid op het gebied van

monumentenzorg. De nota is toegezonden aan diverse Helmondse organisaties en is ook geplaatst op

www.helmond.nl waarbij de mogelijkheid is geboden aan belanghebbenden en belangstellenden tot 15 juni

jl. te reageren op de nota. Middels publicatie in de gemeenterubriek van Trompetter is eveneens bekendheid

gegeven aan de totstandkoming van de nota en de reactiemogelijkheden.

Van de volgende organisaties/personen zijn reacties binnengekomen:

* Stichting Industrieel Erfgoed Helmond (brief 3 juni 2003)

* Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (brief 10 juni 2003)

* Stichting Monumenten Werkgroep Helmond (brief 14 juni 2003)

* De heer Michael Rieter, Monumentenconsulent Helmond namens Federatie Noordbrabants

Monumentenoverleg (FNM)

In de bijlage zijn de reacties samengevat weergegeven en voorzien van gemeentelijk commentaar.

De reacties leiden ons inziens niet tot wijziging van het gestelde in de nota.

Voorgesteld wordt in te stemmen met de Monumentennota Helmond 2003-2007 en de bijbehorende

reactienota en deze stukken ter vaststelling aan te bieden aan de gemeenteraad.

Met dit verzoek mee te zenden stukken: Monumentennota Helmond 2003-2007 en Reactienota

~~

..

Het college van B en W verzoekt:

om behandeling in de raad op 30 september 2003 waarbij rekening gehouden dient te worden met het

advies van:

de commissie SE op 8 september 2003

de commissie RF op 9 september 2003 ter kennisname

inspraak nota commissieformat

Pagina 1 van 2

. .

GEMEENTERAAD VAN HELMOND

Vergadering 30 september 2003, agendapunt

Onderwerp

: Monumentennota Helmond 2003-2007

Bijlage

B&W vergadering

Dienst I afdeling

: 155

: 19 augustus 2003

: SE.KC

Aan de gemeenteraad,

Bijgaand treft u aan de Monumentennota Helmond. In de nota wordt de huidige stand van zaken

m.b.t. monumentenzorg besproken en worden voorstellen gedaan om te komen tot een adequaat,

integraal en actief gemeentelijk beleid op het gebied van monumentenzorg.

In hoofdstuk 1 wordt beschreven waarom er een monumentennota gemaakt wordt.

Tot op heden heeft monumentenzorg in Helmond bestaan uit volgend beleid, dat ge~nt is op

uitvoering van landelijke regelgeving en dat voornamelijk objectgericht was vanuit een sectorale

benadering.

In hoofdstuk 2 wordt het huidige beleid beschreven, in hoofdstuk 3 het gemeentelijk profiel.

Hoofdstuk 4 worden de speerpunten voor nieuw beleid geformuleerd.

Om te komen tot een adequaat, integraal en actief monumenten beleid dient de inzet van de

gemeentelijke monumentenzorg voor de komende vijf jaren met name gericht te zijn op de volgende

activiteiten:

- Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken

- Verdieping en verbreding van de kennis van monumentwaarden

- Ontwikkelen van archeologiebeleid

- Gedachtebepaling over herbestemming vrijkomende monumentale gebouwen

- Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie

- Industrieel Erfgoed Toerisme.

Deze speerpunten worden in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt.

c~

..

In hoofdstuk 5 worden de financi~le consequenties beschreven.

In bijlage 1 is een planningsschema opgenomen van de uit de nota voortvloeiende activiteiten, in

bijlage 2 de rijks- en gemeentelijke monumentenlijst, in bijlage 3 de 'Monumentenverordening 1997'

en in bijlage 4 de 'Onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten' uit 1987.

De ontwerp nota is toegezonden aan diverse Helmondse organisaties en is ook geplaatst op

www.helmond.nl waarbij de mogelijkheid is geboden aan belanghebbenden en belangstellenden tot

15 juni jl. te reageren op de nota. Middels publicatie in de gemeenterubriek van Trompetter is

eveneens bekendheid gegeven aan de totstandkoming van de nota en de reactiemogelijkheden.

Van de volgende organisaties/personen zijn reacties binnengekomen:

* Stichting Industrieel Erfgoed Helmond (brief 3 juni 2003)

* Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (brief 10 juni 2003)

* Stichting Monumenten Werkgroep Helmond (brief 14 juni 2003)

* De heer Michael Rieter, Monumentenconsulent Helmond namens Federatie Noordbrabants

Monumentenoverleg (FNM).

In de bijgaande Reactienota zijn de reacties samengevat weergegeven en voorzien van gemeentelijk

commentaar.

Gemeenteraad van Helmond

Bijlage: 155

blz. 1

De reacties geven geen aanleiding om de tekst in de nota aan te passen.

Voorgesteld wordt de Monumentennota Helmond en de bijbehorende Reactienota vast te stellen.

Het advies van de commissie samenleving en economie zal, na ontvangst, voor u ter inzage worden

gelegd.

Burgemeester en wethouders van Helmond,

De burgemeester,

Drs. AAM. Jacobs.

De secretaris,

Mr. A.C.J.M. de Kroon.

c~

..

Gemeenteraad van Helmond

Bijlage: 155

blz. 2

"

BESLUIT

Bijlage: 155

Raadsvergadering d.d.: 30 september 2003

De raad van de gemeente Helmond;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2003.

gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;

besluit:

de Monumentennota Helmond 2003-2007 vast te stellen.

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 30 september 2003, bijlage 155.

De raad voornoemd,

De voorzitter,

De griffier,

..

Gemeenteraad van Helmond

Bijlage: 155

blz. 3

Gemeente Helmond

Beleidskader monumentenzorg en archeologie

2003-2007

INHOU DSOPGA VE

1. WAAROM EEN MONUMENTENNOTA VOOR HELMOND?

2. HET HUIDIGE MONUMENTENBELEID IN HELMOND

3. HET GEMEENTELIJK PROFIEL

4. SPEERPUNTEN NIEUW BELEID

4.1. Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken

4.2. Verdieping en verbreding van de kennis van cultuurhistorische waarden

4.3. Ontwikkelen van archeologiebeleid

4.4. Herbestemming monumentale gebouwen

4.5. Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie

4.6. Industrieel erfgoed toerisme

5. FINANCIELE PARAGRAAF

6. SAMENVATTING

BIJLAGEN:

1.

2.

3.

4.

Planningsschema beleidsvoorstellen en acties

Rijks- en gemeentelijke monumentenlijst

Monumentenverordening Helmond 1997

Onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten 1987

2

4

7

8

9

12

16

19

20

23

25

27

1

1. WAAROM EEN MONUMENTENNOTA VOOR HELMOND?

Kwaliteitsimpuis

Helmond ondergaat continue een veranderingsproces.

Bij het maken van beleidskeuzen dient het cultuurhistorische aspect meer dan tot nu toe het

geval is geweest een - prominente - rol te krijgen. Een rol die verder gaat dan alleen de zorg

voor een bepaald monumentaal object, maar die zich ook uitstrekt naar historisch-

stedenbouwkundige structuren, cultuurlandschappen en archeologische waarden met als

doel het bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving. Daartoe wil deze

monumenten nota bijdragen.

Bij ontwikkelingen in de stad dient cultuurhistorie betrokken te worden. De Helmondse

cultuurhistorie heeft op het gebied van ruimtelijke kwaliteit veel te bieden. Kansen die benut

moeten worden om van Helmond een karaktervolle en levendige stad met

aantrekkingskracht te maken.

Actualiseren huidig uitvoeringskader

Een andere reden om het monumentenbeleid van Helmond eens goed tegen het licht te

houden ligt in het gegeven dat het vanaf 1985, toen de gemeentelijke aandacht voor

monumentenzorg voor het eerst een inbedding kreeg door middel van een gemeentelijke

monumentenverordening en een eerste gemeentelijke monumentenlijst, niet meer vanuit een

totaal benadering is bekeken.

Voorkomen dient te worden dat vanuit een ad-hoc beleid hier en daar wat aanpassingen

plaatsvinden. Het Helmondse erfgoed dient vanuit een duidelijke visie een volwaardige

inbreng en plaats in het totale gemeentelijke beleid te krijgen.

Bovendien is het goed om na te gaan of er binnen het huidige uitvoeringskader en

instrumentarium van de gemeentelijke monumentenzorg knelpunten zijn die om aanpassing

vragen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat dit inderdaad het geval is.

Internationale, nationale en provinciale ontwikkelingen

De roep om te komen tot een diepere inbedding van de cultuurhistorie in het totale

gemeentelijke beleid en om vanuit een integrale aanpak een erfgoed beleid gestalte te geven

staat in Helmond niet op zichzelf.

Het Verdrag van Malta betekent een forse verandering van het archeologisch bestel in

Nederland. De veranderingen behelzen onder meer een decentralisatie van taken naar

gemeenten. Het belang van een eigen gemeentelijk archeologiebeleid wordt hiermee

onmiskenbaar.

In de Nota Belvedere, in samenspraak tussen vier ministeries tot stand gekomen, wordt aan

gemeenten gevraagd de cultuurhistorische kwaliteiten aan te geven en de samenhang

daartussen te bevorderen om zo te komen tot een versterking van de cultuurhistorische

identiteit, die vervolgens veel meer dan voorheen richtinggevend dient te worden voor de

ruimtelijke inrichting.

Op provinciaal niveau heeft de cultuurhistorie in Noord-Brabant een belangrijke impuls

gekregen in de beleidsnota 'Cultuurhistorie is een werkwoord: weten, maken, beleven'.

Doelstelling van het beleid is te komen tot een integrale en definitieve inbedding van

cultuurhistorie in maatschappelijke structuren en voorzieningen. Dit wordt getracht te

verwezenlijken door het bevorderen van de participatie in cultuurhistorie (o.a. educatieve en

toeristisch-recreatieve programma's), door een integratie van de cultuurhistorie in de

ruimtelijke ordening, door extra inspanningen te leveren op het terrein van het informatieve

erfgoed, de monumentale bouwkunst, de historische geografie en het bodemarchief. De in

september 2000 gepresenteerde provinciale Cultuurhistorische Waardekaart is een verdere

concretisering van dat nieuwe beleid.

2

VNG-nota

In de in juni 2001 verschenen VNG-nota 'Toekomst voor het verleden' worden voorstellen

gedaan voor een fundamentele herziening van het stelsel van de monumentenzorg in

Nederland. Onder meer wordt aangedrongen op een verdere decentralisatie van taken naar

gemeenten, alsook wordt aangestuurd op een grotere betrokkenheid van gemeenten met

monumentenzorg.

Hoewel de uitkomsten van de discussie over het toekomstige monumentenbeleid in

Nederland nog niet zijn uitgekristalliseerd, is wel al duidelijk dat de gemeente meer dan tot

nu toe het geval is geweest een cruciale rol binnen de monumentenzorg krijgt te vervullen.

Het is van belang om hier tijdig op in te spelen.

De hierboven in het kort beschreven ontwikkelingen vragen om een adequaat, integraal en

actief gemeentelijk monumentenbeleid. Dat is essentieel om te komen tot een volwaardige

inbreng van cultuurhistorie in alle daaraan gerelateerde beleidsterreinen.

In het verleden zijn in de stad reeds veel waardevolle zaken verdwenen waardoor er extra

zorgvuldig omgegaan moet worden met de nog aanwezige cultuurhistorische elementen.

Het Helmondse erfgoed verdient dit... en Helmond ook.

3

2. HET HUIDIGE MONUMENTENBELEID IN HELMOND

Monumentenverordening

De 'Monumentenwet 1988' gaat uit van een decentralisatie van de monumentenzorg. In het

verlengde daarvan is in de wet geregeld dat de gemeenteraad een monumentenverordening

kan vaststellen. In de monumentenverordening geeft de gemeente duidelijkheid over de

wijze van bescherming van monumenten (vergunningenprocedure) en de procedure voor

aanwijzing van objecten tot gemeentelijk monument. Ook dient de instelling van een

monumentencommissie met deskundigen van buiten de gemeentelijke organisatie, die onder

andere adviseert over de aanvraag van monumentenvergunningen, in de verordening te

worden vastgelegd.

Op 4 februari 1997 heeft de gemeenteraad de 'Monumentenverordening 1997' vastgesteld.

De gemeentelijke monumentencommissie

De Monumentenwet Iaat het aan de gemeente over om zorg te dragen voor een deskundige

samenstelling van de monumentencommissie. Van de leden wordt verwacht dat zij kennis

hebben op (kunst)historisch, stedenbouwkundig, (Iandschap)-architectonisch en juridisch

gebied.

Naar aanleiding van de vaststelling van de 'Monumentenverordening 1997' heeft de raad

een monumentencommissie en een monumentenbeheerscommissie ingesteld.

. De monumentencommissie kreeg als taak om het college van burgemeester en

wethouders op verzoek of uit eigen beweging van voorlichting en beleidsmatig advies te

dienen ter zake de toepassing van de verordening, de Monumentenwet 1988 en andere

zaken betreffende de monumentenzorg. Op 3 februari 1998 werden de leden van deze

commissie benoemd. De op basis van deskundigheid geselecteerde leden, afkomstig

van buiten de gemeente, vertegenwoordigen de disciplines bouw-/ architectuurhistorie,

restauratiearchitectuur en stedenbouw/ planologie.

Met deze samenstelling en met de ambtelijk toegevoegde stedenbouwkundig adviseur

werd een versterking beoogd van het binnen de cultuursector ondergebrachte

gemeentelijk monumenten beleid vanuit een integrale benadering met het beleidsterrein

ruimtelijke ordening.

. De monumentenbeheerscommissie heeft als taak om het college van burgemeester en

wethouders te adviseren met betrekking tot aanvragen voor een vergunning ingevolge de

Monumentenverordening 1997 of de Monumentenwet 1988.

Deze commissie wordt gevormd door de welstandscommissie aangevuld met twee

deskundigen op het terrein van de monumentenzorg. De verbinding tussen beide

commissies is gelegd door voornoemde deskundigen op het terrein van de

monumentenzorg te rekruteren uit de monumentencommissie.

De belangrijkste bevindingen na ruim vier jaar functioneren kunnen op hoofdlijnen als volgt

worden weergegeven:

. De werkzaamheden van beide commissies hebben voornamelijk betrekking gehad op

advisering rond vergunningaanvragen, waardoor beleidsmatige advisering onderbelicht is

gebleven;

. het werk van de monumentencommissie heeft (in afwachting van gemeentelijk beleid) het

karakter van een facetbenadering gehouden;

. de beoogde afstemming tussen het beleidsterrein monumentenzorg en ruimtelijke

ordening is niet c.q. onvoldoende gerealiseerd.

Monumentenlijst

De lijst van beschermde rijksmonumenten in Helmond (de periode tot en met 1940) telt 61

objecten.

4

Om monumentale objecten die een duidelijke lokale cultuurhistorische waarde

vertegenwoordigen te beschermen heeft de gemeente in 1985 een gemeentelijke

monumentenlijst vastgesteld (zie bijlage). De gemeentelijke monumentenlijst omvat de

periode tot en met 1940 en telt ruim 80 objecten en complexen (bestaande uit meerdere

panden).

Een uitbreiding van deze lijst is in voorbereiding. Het betreft een uitbreiding met panden die

in het kader van het 'Monumenten Selectie Project' (MSP) aanvankelijk waren voorgedragen

voor de rijksmonumentenlijst, maar die daarvoor uiteindelijk te licht zijn bevonden. Het gaat

om ongeveer 28 panden die in aanmerking komen voor plaatsing op de gemeentelijke lijst.

Subsidieregeling gemeentelijke monumenten

Op 7 april 1987 heeft de gemeenteraad de subsidieregeling voor onderhoud van plaatselijke

monumenten in het leven geroepen. Het betreft een stimuleringsregeling.

Op grond van deze regeling kunnen eigenaren van gemeentelijke monumenten in

aanmerking komen voor een bijdrage in de onderhoudskosten. De subsidie bedraagt 25%

van de goedgekeurde onderhoudskosten met een maximum van ¿ 453,78 (f 1.000,=) per

jaar. Van deze regeling kan slechts een maal per jaar gebruik gemaakt worden.

De regeling is inmiddels sterk verouderd.

Bestemmingsplannen

Binnen de ontwikkeling van bestemmingsplannen is vanaf 1997 een tendens waarneembaar

om in toenemende mate aandacht te schenken aan de historische context en

cultuurhistorische waarden. Dit is waarneembaar in een aantal bestemmingsplannen, zoals

bijvoorbeeld het 'Bestemmingsplan Centrum' (1997), het 'Bestemmingsplan Villapark e.o.'

(1998) en het 'Bestemmingsplan Kanaalzone' (2000).

Inventarisatie en waardering van cultuurhistorische waarden zijn tot op heden echter beperkt

gebleven tot monumentale gebouwen. De planvoorschriften voorzien in beperkte mate in een

instrumentarium tot handhaving van waardevolle cultuurhistorische elementen, complexen

en structuren.

Archeologie

Sinds de ontdekking in 1981 van een belangwekkend kasteelterrein dat moest worden

opgegraven, voert de gemeente Helmond een beleid op het gebied van de archeologie.

Aanvankelijk bestaat dat beleid uit het faciliteren van archeologisch onderzoek door

vrijwilligers. Vanaf 1987 is sprake van een professionele aanpak, al is dat aanvankelijk nog

heel beperkt. In dat jaar wordt min of meer structureel, maar slechts in deeltijd, van de

gemeente Breda een professioneel archeoloog ingehuurd. Deze heeft in eerste instantie tot

taak een eindverslag te produceren van het in de jaren 1981-1984 door vrijwilligers

opgegraven kasteelterrein het 'Oude Huys'. In tweede instantie worden met hulp van

vrijwilligers - en incidenteel eveneens met een professionele projectmedewerker - enkele

noodopgravingen uitgevoerd, met name in de middeleeuwse stadskern van Helmond. Deze

situatie is niet ideaal gebleken, met name omdat de vanuit Breda ingehuurde archeoloog

wegens tijdgebrek zijn taken onvoldoende heeft kunnen uitvoeren. Het is hem daardoor niet

gelukt een eindverslag te produceren over het archeologisch onderzoek van het 'Oude

Huys', evenmin hebben de onder zijn regie uitgevoerde opgravingen tot een eindverslag

geleid.

Op 1 april 1992 stelt de gemeente Helmond voor 0,2 fte een eigen archeoloog aan. Later is

deze formatie tot 0,25 fte verhoogd. Deze archeoloog combineert zijn aanstelling met een

identieke baan bij de gemeente Eindhoven, waar hij voor de rest van de week werkzaam is.

Vooralsnog is in die gemeenten echter sprake van twee afzonderlijke archeologische

voorzieningen.

In 1992 ontbreekt het nog aan een systematische documentatie van alle tot dan toe

verzamelde archeologische informatie in Helmond. Als eerste taak is vanaf april 1992 die

verspreide informatie, die onder meer betrekking heeft op meer dan vijftig (!) opgravingen,

5

zoveel als mogelijk bijeengebracht in één archief. Bovendien is een kaart gemaakt van alle

(in totaal 16) gebieden in de gemeente Helmond met een archeologische waarde. Tenslotte

kan - dankzij een samenwerkingsverband met de Universiteit van Amsterdam - vanaf begin

mei 1992 tot in mei 1993 een grootschalige opgravingscampagne worden uitgevoerd van

een prehistorisch en Romeins grafveld, dat door bouwwerkzaamheden zal verdwijnen. Ook

zijn in de jaren vanaf 1992 allerlei kleinere noodopgravingen uitgevoerd, zoals in de

middeleeuwse stadskern en op het terrein van het middeleeuwse klooster Binderen. In de

jaren 1997-1999 is bovendien het eerste deel van een grootschalig archeologisch onderzoek

uitgevoerd in het gebied waar momenteel de Vinex-Iokatie Brandevoort verrijst.

De grondwerkzaamheden in Helmond kunnen nauwlettend worden gevolgd op eventuele

noodzakelijke opgravingen dank zij periodiek overleg met het Projectbureau van de Dienst

Stedelijke Ontwikkeling en Beheer. Hierdoor is het in principe mogelijk archeologisch

veldonderzoek lang van te voren te plannen.

Benadrukt dient te worden dat vrijwel alle archeologische werkzaamheden telkens mede

mogelijk zijn geweest dankzij de inzet van plaatselijke en regionale vrijwilligers.

Sinds 1 november 1999 hebben de gemeenten Helmond en Eindhoven een gezamenlijke

archeologische voorziening, waaraan de gemeente Helmond voor een kwart bijdraagt. De

huisvesting daarvan is in een eigen gebouw te Eindhoven, waar zich zowel het kantoor, de

werkruimten als het depot bevinden. Deze gezamenlijke voorziening heeft een formatie van

4,6 fte, namelijk 1,0 fte gemeentelijk archeoloog, 0,8 fte assistent-archeoloog, 1,0 fte

veldarcheoloog/ecologisch onderzoeker en 1,8 fte medewerkers archeologie. Bovendien zijn

structureel zo'n 20 vrijwilligers alsmede een wisselend aantal studenten archeologie van de

Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit te Amsterdam en de Hogeschool Tilburg

actief. Veruit de meeste vrijwillige inzet in zowel Helmond en Eindhoven is afkomstig van de

Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland, die in 1997 in het zuidoosten van

Noord-Brabant een eigen, regionale, Archeologische Vereniging Kempen-en Peelland heeft

opgericht. Vanuit de afdeling Archeologie van de gemeenten Helmond en Eindhoven wordt

deze vrijwillige inzet uiteraard van harte ondersteund. In Helmond is bovendien de

'Historische en Archeologische Vereniging Helmont' actief.

-n, (Jpg",.ing;lcrrdn 'u mud""""

lI;j"""""""""-"""""""-"',""""'-"-""',"O"j....""",;",-",""',',,'

hd.."""",.. ",.. "" ""'" ""bi,"'",i, "'" Llru"v' 6;.,d",..,

Conclusie

Samengevat kan gesteld worden dat het huidige monumentenbeleid van de gemeente

Helmond beperkt is te noemen. De gemeente heeft tot op heden op het terrein van

monumentenzorg in belangrijke mate volgend beleid gevoerd, dat geënt is op uitvoering van

landelijke regelgeving en dat voornamelijk object gericht was vanuit een sectorale

benadering.

6

3. HET GEMEENTELIJK PROFIEL

Om een beeld te geven van waar Helmond staat en wat Helmond wil, kan verwezen worden

naar een aantal vrij recente beleidsdocumenten. Deze zijn ontwikkeld in het kader van het

grotestedenbeleid (GSB).

Genoemd kunnen worden de 'Kernstadvisie' uit 1999, de 'Integrale stadsvisie' uit 2000 en de

programmatische vertaling in de vorm van een 'Meerjaren Ontwikkelings Programma'

(MOP).

Gekoppeld aan een beschrijving en waardering van de huidige situatie is een streefbeeld

geformuleerd voor het jaar 2010.

De beleidsdoelen richten zich op een versterking van de sociale, fysieke en economische

structuur van de stad, met als speerpunten:

. verbetering van de centrumpositie;

. verbetering van de bereikbaarheid;

. versterking van de sociaal-maatschappelijke basis;

. versterking van de economische positie.

In termen van perspectieven wordt nadrukkelijk gewezen op het belang van behoud en

versterking van de aanwezige historische kwaliteiten. Integratie van de geschiedenis, de

monumenten en de historisch belangrijke gebouwen (ons cultuurhistorisch erfgoed), welke

bepalend genoemd kunnen worden voor de identiteit van de stad, dienen bij te dragen aan

de beleving van een kwalitatief hoogwaardige en aantrekkelijke stad; detailhandel en horeca

alsmede de culturele en toeristische uitstraling worden erdoor versterkt.

Intensivering van het monumentenbeleid wordt expliciet benoemd als een belangrijk

instrument. Met name de verwevenheid met de beleidssector ruimtelijke ordening verdient

via integrale samenwerking tot uitdrukking te worden gebracht.

Gericht op de versterking van de economische, culturele en toeristische en recreatieve

functie van het stadscentrum is inmiddels de 'Integrale Structuurvisie Centrum' tot

ontwikkeling gebracht.

Voor de wijken Helmond-West, Helmond-Noordoost en Binnenstad-Oost worden in het

'Meerjaren Ontwikkelings Programma' 'Wijkontwikkelingsplannen' in het vooruitzicht gesteld,

waarbij inmiddels het plan voor Binnenstad-Oost zich in een gevorderd stadium bevindt.

Ten aanzien van de wijze van intensiveren van het monumenten beleid wordt in het kader

van deze ontwikkelingsplannen reeds een richting aangegeven; naast beheer dient de

historische kwaliteit van de bebouwde en onbebouwde omgeving als inspiratiebron voor

ruimtelijke beslissingen.

De 'Wet Stedelijke Vernieuwing' en het hieruit voortkomende 'Investeringsbudget Stedelijke

Vernieuwing' (ISV) voorzien in een gebundeld kader voor financiering van projecten die zijn

gericht op een structurele verhoging van de stedelijke kwaliteit op het gebied van wonen,

milieu en ruimte.

Zoals aangegeven dienen de ontwikkelingsprogramma's een antwoord te geven op de vraag

hoe o.a. openbare ruimte, structuren, maar ook monumenten kunnen bijdragen aan een

gewenste omgevingskwaliteit.

7

4. SPEERPUNTEN NIEUW MONUMENTENBELEID

Geconstateerd kan worden dat een herijking van het gemeentelijke monumenten beleid van

groot belang is. Een herijking die gericht is op een intensivering en een verbreding van de

monumentenzorg met een drieledig doel:

het behouden van het Helmondse cultuurhistorisch erfgoed;

het verbeteren van de leefomgeving;

het versterken van de stedelijke identiteit.

Deze drie doelen zijn nauw met elkaar verweven. Alleen een objectgerichte

monumentenzorg is naar de toekomst toe niet toereikend voor een effectief

monumentenzorgbeleid. Het is namelijk te beperkt. Het behoud van het erfgoed is het meest

gediend met een brede, integrale benadering. Door dwarsverbanden naar andere disciplines

te leggen kan pas echt draagvlak en daarmee draagkracht voor cultuurhistorie ontwikkeld

worden.

Vanuit de situatie waarin de Helmondse monumentenzorg zich momenteel bevindt,

(knelpunten binnen de huidige reguliere uitvoeringstaken, objectgerichte monumentenzorg

vanuit een sectorale benadering) is het verleidelijk in te zetten op "een snelle aanpak" met

hier en daar wat aanpassingen en verbeteringen op het gebied van de gemeentelijke

monumentenzorg. Een dergelijke aanpak schiet tekort voor alle drie hierboven genoemde

doelen. Onontbeerlijk is een duidelijke visie en een totaalbenadering.

Binnen het brede terrein van de monumentenzorg verdienen vele aspecten aandacht voor

verbetering. Het is echter zaak om allereerst die activiteiten te ontplooien die voor het

bereiken van de doelstellingen het meest effectief en noodzakelijk zijn. Niet alles kan c.q.

hoeft meteen te worden opgepakt. Nota bene, nu te veel hooi op de vork nemen kan zelfs

verkeerd uitpakken. Een fasegewijze aanpak verdient dan ook de voorkeur.

Op grond van de eerder beschreven visie en ontwikkelingen dient de inzet van de

gemeentelijke monumentenzorg voor de komende jaren met name gericht te zijn op de

volgende activiteiten:

1. Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken

Motivatie: Binnen de huidige uitvoeringskaders bestaan er diverse knelpunten (o.a.

verouderde monumentenverordening, verouderde subsidieregeling gemeentelijke

monumenten, begeleidende en toezichthoudende rol bij restauratie plannen). Ook met het

oog op een verdere decentralisatie van taken dient de gemeente hier beter op voorbereid

en toegerust te zijn.

2. Verdieping en verbreding van de kennis van monumentwaarden

Motivatie: Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen dient cultuurhistorie een

volwaardige plaats én inbreng te krijgen. Cultuurhistorie kan immers een belangrijke

bijdrage leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving, alsook versterkt het de identiteit

van de stad. Door dwarsverbanden te leggen krijgt monumenten behoud ook meer

perspectief.

Een beter inzicht in de aanwezige monumentwaarden is van groot belang. Zonder

gedegen kennis komt instandhouding onder druk te staan. Evengoed is kennis van

monumentwaarden onontbeerlijk bij doorontwikkeling (bijv. met betrekking tot

waardevolle cultuurhistorische structuren en ensembles, bouwhistorie, monumentale

objecten uit de wederopbouwperiode, landschapswaarden en tuinen). Ook in het kader

van het vergunningenstelsel en het nieuwe welstandsbeleid is een grotere kennis van

monumentwaarden van belang.

8

3. Ontwikkelen van archeologiebeleid

Motivatie: Het belang en de noodzaak van een gemeentelijk archeologiebeleid zijn in het

Verdrag van Malta duidelijk aangegeven. Uitgangspunten van het verdrag zijn:

decentralisatie van taken en het beginsel "de verstoorder betaalt". Een ander belangrijk

punt van uitwerking is het aanwijzen van archeologiegevoelige gebieden in het eigen

ruimtelijke beleid. Het Verdrag van Malta heeft nog niet geleid tot wetgeving.

4. Herbestemming monumentale gebouwen

Motivatie: Gedachtenbepaling over vrijkomende fabrieksgebouwen en kerkgebouwen die

hun kerkelijke functie verliezen. Hoe kan met deze voor Helmond belangrijke

'beelddragers' op een goede manier worden omgegaan? Een uitdaging én kans die

"moet" worden aangegrepen! (versterking identiteit; Industrieel Erfgoed Toerisme).

5. Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie

Motivatie: Een grotere betrokkenheid van monumenteigenaren en publiek is wezenlijk

voor een vitaal gemeentelijk monumenten beleid; het vormt de basis om de hierboven

genoemde doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Derhalve: bevordering participatie;

educatieve projecten; publieksgerichte activiteiten.

6. Industrieel erfgoed toerisme

Motivatie: Helmond vertoont nog vele sporen van een rijk industrieel verleden.

Industrieel erfgoed is belangrijk voor de identiteit van de stad.

Recreanten en toeristen tonen een toenemende belangstelling voor cultuurhistorische

zaken en 'het eigene' van een bepaalde stad of streek. Voor de toeristisch-recreatieve

aantrekkingskracht van de stad wordt historische identiteit als een belangrijke drager

gezien in relatie tot aspecten als sfeer en gezelligheid.

Een eerste uitwerking van deze punten vindt in de volgende paragrafen plaats. Daarin wordt

als het ware het fundament gelegd voor een actief en integraal gemeentelijk

monumenten beleid in de gemeente Helmond i.c. langs welke hoofdlijnen en basispatronen

de gemeentelijke monumentenzorg nader inhoud wordt gegeven met daaraan gekoppeld

aan het eind van elke paragraaf een aantal concrete beleidsvoornemens en acties.

4.1 ACTUALISERING EN VERBETERING VAN REGULIERE UITVOERINGSTAKEN

De gemeente heeft op het gebied van de monumentenzorg een aantal wettelijke en een

aantal heel wat minder expliciet omschreven taken en verantwoordelijkheden. Tot de eerste

categorie behoren taken die voortvloeien uit de Monumentenwet 1988 (o.a. het verlenen van

monumentenvergunning, advisering bij voordracht voor plaatsing op de

rijksmonumentenlijst), het 'Besluit Rijkssubsidiëring Restauratie Rijksmonumenten' (o.a. het

berekenen van de subsidiabele restauratiekosten) en andere rijksregelgeving.

Tot de tweede categorie behoort de zorgplicht die verwacht mag worden van een

gemeentelijke overheid die haar verantwoordelijkheid in deze kent én neemt, maar

waarbinnen de gemeente heel duidelijk eigen prioriteiten en accenten kan stellen (bijv. het al

dan niet instellen van een gemeentelijke monumentenlijst, of het laten uitvoeren van

bouwhistorisch onderzoek).

Monumententaak en -verordening

Om de gemeentelijk taken te kunnen uitoefenen moet de gemeente zorgdragen voor de

instelling van een monumentenverordening en een monumentencommissie. In Helmond zijn

beiden in 1997 gerealiseerd.

De monumentenzorg is de laatste jaren sterk in beweging. Er zijn tal van ontwikkelingen,

zowel op landelijk, provinciaal en lokaal niveau. Wat betreft de gemeentelijke taak wijst alles

9

in de richting van een verdergaande decentralisatie. In de op 25 juni 2001 gepresenteerde

VNG-nota "Toekomst voor het Verleden" wordt een belangrijke aanpassing van het

monumenten regime voorgestaan: gemeenten en monumenteigenaren moeten daarin de

hoofdrol gaan spelen. Als uitgangspunten voor een nieuw monumenten regime vermeldt de

VNG-nota verder:

"Het nieuwe systeem moet klantvriendelijk zijn. De belangen van de klant, in casu de

eigenaar, staan centraal en niet de regelgeving. Dit betekent concreet dat er één loket moet

zijn waar een eigenaar terecht kan voor alle informatie en kennis omtrent het monument. Dit

loket is zo dicht mogelijk bij de eigenaar gesitueerd en is logisch gezien de gemeente. ... De

gemeente plaatst haar monumenten beleid in een integrale en gebiedsgerichte benadering."

In Helmond kennen we sinds begin 2001 de 'Stadswinkel', hét gemeentelijke loket voor de

burger. In het cluster 'Bouwen en wonen' vervult de 'Stadswinkel' (in samenwerking met de

Sector Kunst & Cultuur) reeds de rol van loket voor o.a. monumentenvergunningen.

De gemeentelijke monumentenverordening is voor een gemeente de basis om haar taken in

deze op een goede wijze te kunnen uitvoeren. De gemeentelijke monumentenverordening

dient derhalve hierop te zijn toegesneden. In dit verband verdient het aanbeveling, zoals

hieronder zal blijken, de Helmondse monumentenverordening op een aantal punten aan te

passen.

Monumentencommissie en monumentenbeheerscommissie

In de Helmondse monumentenverordening van 1997 is onder meer de instelling van een

monumentenbeheerscommissie (adviesorgaan monumentenvergunningen) geregeld en van

een monumentencommissie die meer op beleidsmatig gebied, vanuit een integrale

benadering, zou adviseren. De gekozen structuur blijkt in de praktijk toch niet zo niet goed te

hebben uitgepakt. De belangrijkste bevindingen na ruim vier jaar functioneren kunnen op

hoofdlijnen als volgt worden weergegeven:

. De werkzaamheden van beide commissies hebben voornamelijk betrekking gehad op

advisering rond vergunningaanvragen, waardoor het onderscheid tussen het werkterrein

van beide commissies sterk is vervaagd;

. de beleidsmatige advisering is onderbelicht gebleven; het werk van de

monumentencommissie heeft (in afwachting van gemeentelijk beleid) te veel het karakter

van facetbenadering;

. de beoogde afstemming tussen de beleidsterreinen monumentenzorg en ruimtelijke

ordening is niet gerealiseerd.

Deze bevindingen, alsmede de constatering dat landelijke ontwikkelingen in een richting

wijzen van een brede integrale benadering van de monumentenzorg, geven voldoende

aanleiding om de taak van beide commissies nader te beoordelen.

Het is dan ook wenselijk om de structuur en de taakomschrijvingen van de gemeentelijke

monumentencommissie en monumentenbeheerscommissie opnieuw te bezien. In de in

voorbereiding zijnde monumentenverordening zal dit worden meegenomen. De

zittingstermijn van de leden van de huidige monumentencommissie loopt af op het moment

dat een nieuwe monumentenverordening wordt vastgesteld.

Subsidieregeling

Monumentenzorg heeft ook alles te maken met geld.

Eigenaren van gemeentelijke monumenten kunnen momenteel geen beroep doen op

subsidiemogelijkheden en andere faciliteiten (bv. fiscaal voordeel) voor restauratie c.q.

onderhoud van hun pand, tenzij die door de betreffende gemeente geboden worden. Dit in

tegenstelling tot eigenaren van rijksmonumenten. Voor eigenaren van rijksmonumenten

bestaan vanuit het rijk subsidiemogelijkheden, zij kunnen in aanmerking komen voor

laagrentende leningen bij het Nationaal Restauratie Fonds en zij hebben fiscaal voordeel bij

onderhoud en restauratie van hun rijksmonument.

10

Er dienen ons inziens gemeentelijk financiële middelen beschikbaar te zijn om

monumenteigenaren een tegemoetkoming te geven voor het feit dat hun eigendom van

gemeentewege een monumentenstatus heeft gekregen waaraan voorwaarden zijn

gekoppeld, met name wat betreft de instandhouding van monumentwaarden. Zoals reeds

eerder vermeld kennen we een gemeentelijke subsidieonderhoudsregeling voor eigenaren

van gemeentelijke monumenten. De huidige subsidieregeling dateert echter van 1987. Op

grond van deze regeling kunnen monumenteigenaren een bijdrage krijgen in de

onderhoudskosten van hun gemeentelijk monument met een maximum van ¿ 453,78

(f 1.000,=) per jaar. Deze regeling is volstrekt uit de tijd.

Het doel van de regeling indertijd was om te stimuleren dat onderhoud werd gepleegd, maar

met een dergelijk laag bedrag wordt dat doel tegenwoordig absoluut niet bereikt. Zeker als

men bedenkt dat hieraan ook nog de nodige administratieve rompslomp vastzit. Een

dergelijke regeling heeft zelfs een negatief effect op het gemeentelijke monumentenbeleid,

doordat het een negatief imago en uitstraling geeft (in de trant van: is dit alles wat de

gemeente er voor over heeft; is dit de gemeentelijke zorg voor monumenten?).

Er dient een financiële structuur te worden ontwikkeld die het gemeentelijke

monumentenbeleid daadwerkelijk handen en voeten geeft. Een van de aandachtsvelden in

dit kader is een financiële regeling voor de monumenteigenaren. In dit verband kan

ingestoken worden op restauratie of onderhoud. Het laatste heeft de voorkeur, daar dat

preventief werkt en door tijdig onderhoud juist dure restauraties voorkomen kunnen worden.

Een nieuwe subsidieregeling wordt voorbereid.

De klant centraal

De monumenteigenaren nemen in de monumentenzorg een cruciale positie in. Zonder hun

betrokkenheid en wil om de monumentwaardigheid van hun eigendom te behouden is de

monumentenzorg vooral een papieren tijger. De monumenteigenaar neemt dus feitelijk een

centrale positie in. Hij is dé klant. Met klantvriendelijkheid is dus voor de monumentenzorg bij

uitstek veel te winnen. De gemeente heeft hier een duidelijke rol vervullen. Voor alle

informatie en vragen omtrent het monument en de instandhouding ervan moet een

monumenteigenaar bij de gemeente terecht kunnen.

Zoals gezegd ligt de verantwoordelijkheid voor instandhouding van monumentale waarden

en een zorgvuldig beheer primair bij de eigenaar. Ook de kosten die daarmee verband

houden zullen goeddeels door die monumenteigenaar gedragen moeten worden. Dit neemt

niet weg dat de gemeente hierin een positieve bijdrage kan geven. Bijvoorbeeld door goede

informatie te verstrekken, door monumenteigenaren te enthousiasmeren, door met ze mee te

denken, door ze een (financiële) prikkel te geven. Dit vraagt om een meer actieve

benadering van monumenteigenaren. Daarmee is veel te winnen!

Planning, begeleiding en toezicht

Door een actieve benadering is ook een beter inzicht te krijgen in de restauratievoornemens

van monumenteigenaren. Dat inzicht is onontbeerlijk om ze vervolgens op een goede manier

van dienst te kunnen zijn, maar ook om het gemeentelijke beleid in deze te kunnen "voeden".

Op basis van de verkregen gegevens kan bijvoorbeeld een goede inschatting gemaakt

worden van wat benodigd is om een plan met succes te kunnen afronden.

Om op een verantwoorde wijze beleid te kunnen voeren is het ook nodig dat de

monumentale waarden goed geïnventariseerd en gedocumenteerd zijn en dat de

bouwtechnische onderhoudsstaat c.q. de restauratiebehoefte goed in beeld is gebracht. Dat

is met name ook van belang om tot een goede en evenwichtige inzet van middelen te komen

en om verantwoorde keuzes te kunnen maken.

Voor rijksmonumenten is de gemeente op grond van het 'Besluit Rijkssubsidiëring

Restauratie Monumenten' (BRRM) verplicht om eens in de vier jaar de bouwtechnische staat

(intern en extern) van de rijksmonumenten in beeld te brengen ('behoefteraming'). De

inspectiegegevens moeten bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg worden ingediend.

11

De bouwtechnische staat van de gemeentelijke monumenten wordt tot op heden niet in

beeld gebracht, dus hiervan bestaat geen overzicht.

De gemeentelijke zorg voor monumenten beweegt zich ook op het begeleiden van het

restauratievoornemen. Dit om een zo kwalitatief goed mogelijk plan te krijgen. Het meest

effectief is het om in een zo vroeg mogelijk stadium handvaten aan te reiken (schetsplannen

te bespreken).

Ook bij de uitvoering van de werkzaamheden is begeleiding en toezicht van de kant van de

gemeente nodig. Vanwege capaciteitsgebrek komt dit punt tot op heden onvoldoende uit de

verf.

Een medewerker bouw- en woningtoezicht met kennis van restauraties zou problemen

kunnen signaleren en oplossingsmogelijkheden aanreiken waarmee de instandhouding van

het monument gediend is. Ook kan zo'n medewerker onoordeelkundige ingrepen aan

monumenten, met mogelijke schade, voorkomen. Verder kan hij controleren of de

werkzaamheden worden uitgevoerd conform de monumenten- en de bouwvergunning.

Momenteel wordt er binnen de dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer gekeken naar de

taken van de afdeling 'handhaving'. Deze afdeling zal alle zaken met betrekking tot

gemeentelijke handhaving oppakken. Ook handhavingszaken bij monumenten wordt hierbij

betrokken.

Beleidsvoorstellen en acties

. Actualiseren monumentenverordening 1997

. Herbezien structuur monumentencommissie/monumentenbeheerscommissie

. Actualiseren onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten

. Actieve benadering monumenteigenaren en belanghebbenden

. Afspraken maken over planning, begeleiding en toezicht monumentenrestauraties

4.2 VERDIEPING EN VERBREDING VAN DE KENNIS VAN CULTUURHISTORISCHE

WAARDEN

Relatie cultuurhistorie - ruimtelijke ordening

Monumentenzorg behelst meer dan alleen het beschermen en instandhouden van

beschermde objecten, zoals tot nu toe in Helmond het geval is.

In toenemende mate dringt het besef door dat in veel bredere zin rekening gehouden moet

worden met aanwezige cultuurhistorische waarden. Dit wordt ingegeven doordat het

ontbreken van cultuurhistorisch besef het gevaar in zich heeft dat in vele eeuwen

opgebouwde kwaliteit overschaduwd wordt door herinrichting van de ruimte. De gebouwde

omgeving, de bodem en het landschap zitten soms op een complexe en fascinerende manier

boordevol aanwijzingen over leven en werken van mensen. Vervlakking van deze diversiteit

van leefomgeving mag tot ons aller zorg worden gerekend.

Overigens wil dit niet zeggen dat alles wat waardevol is behouden kan en moet blijven.

Beoogd wordt om cultuurhistorie een factor van afweging te laten zijn bij alle ingrepen in de

ruimtelijke ordening.

Cultuurhistorische waarden dragen in sterke mate bij aan de specifieke identiteit van de wijk,

de stad en het buitengebied. In voorkomende gevallen kan behoud bijdragen aan identiteit

en kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen, in andere gevallen is behoud niet mogelijk maar kan

het bestaande inspiratie bieden voor het nieuwe. Als zodanig is monumentenzorg nauw

verweven met de beleidssector ruimtelijke ordening.

In de Vijfde nota ruimtelijke ordening stelt de rijksoverheid zich ten doel om ontwikkelingen te

stimuleren die ruimtelijke kwaliteit opleveren. Een bouwsteen daartoe wordt in de nota

Belvedere aangeduid: de cultuurhistorische identiteit mede richtinggevend te laten zijn bij de

inrichting van de ruimte.

12

In de lijn hiervan heeft ook de provincie Noord-Brabant zich niet onbetuigd gelaten op het

terrein van planologische monumentenzorg; de vervaardigde cultuurhistorische waardekaart

moge daarvan getuigen.

Hebben rijk en provincie weliswaar een belangrijke sturende en richtinggevende taak, de

uitvoering van cultuurhistorisch beleid zal voor een belangrijk deel op gemeentelijk niveau

moeten plaatsvinden.

Momenteel gebeurt dit in Helmond (in beperkte mate) binnen de kaders van

structuurplannen, bestemmingsplannen en beeldkwaliteitplannen.

Voorwaarde om een goed gemeentelijk beleid te kunnen voeren op het terrein van

cultuurhistorie is dat er een gedegen kennis aanwezig is van de monumentwaarden in

Helmond. Die kennis staat op achterstand. Van groot belang is te weten of, en zo ja in welke

mate, een bepaald object, een ensemble of een bepaalde structuur cultuurhistorische

waarden bezit. Mede op basis van die kennis is het mogelijk te bepalen welke instrumenten

moeten worden ingezet voor restauratie of andere vormen van behoud. Zonder een gedegen

kennis van monumentwaarden kan ook geen goede belangenafweging plaatsvinden. De

vraag bijvoorbeeld hoe een (monumentaal) object of gebied "doorontwikkeld" kan worden

kan alleen vanuit deskundigheid beantwoord worden. Deskundigheid met betrekking tot de

aanwezige monumentwaarden, historische bouwmaterialen, historische structuren enz.

Waardevolle cultuurhistorische structuren en ensembles

Zoals hiervoor al is gezegd dient monumentenzorg verder te gaan dan alleen een

objectgerichte zorg. De monumentale kwaliteit zit namelijk niet alleen in de afzonderlijke

monumentale gebouwen, maar ook in het geheel van historische ruimtelijke structuur en in

de wisselwerking daarvan met de bebouwde omgeving.

Uitgangspunt voor de structuurbenadering is dat de kwaliteit van de leefomgeving dient te

worden behouden en zo mogelijk nog te worden versterkt. Daartoe is het nodig dat er een

inventarisatie en beschrijving plaatsvindt van de waardevolle cultuurhistorische structuren

(landschap, stedenbouwkundige elementen, bebouwing, tuinen en parken, infrastructuur,

e.d.) en deze gegevens vast te leggen in een cultuurhistorische waardekaart. Dit dient te

gebeuren in overleg met de afdelingen Ruimtelijke Ordening en Bouw- en Woningtoezicht (in

het kader van welstandsbeleid).

Hiermee krijgt de gemeente ook de beschikking over een sturingsinstrument bij

planontwikkeling. Zij heeft hiermee een beeld van de bestaande cultuurhistorische waarden

in de stad en wordt zo in staat gesteld om in een vroeg stadium deze waarden in

plan processen te betrekken. Er kan dan een samenhangende belangenafweging en

onderbouwing worden gemaakt.

13

Sinds 1992 bestaat er een archeologische waardekaart, waarop de archeologisch

waardevolle gebieden in de stad zijn vastgelegd. Een inventarisatie en waardering van

cultuurhistorische waarden in de stad is tot nu toe achterwege gebleven.

Bij de werkzaamheden in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project is wel reeds

de bijzondere kwaliteit van het gebied Villapark en van de Kanaalzone met het industrieel

erfgoed ter sprake gekomen, doch dit heeft niet tot vervolgactiviteiten geleid. Een nader

onderzoek naar die kwaliteiten (architectonisch, stedenbouwkundig, cultuurhistorisch)

verdient zeker aanbeveling, waarna eventueel bescherming door middel van het instellen

van een beschermd stadsgezicht overwogen kan worden. Beschermd stadsgezicht betekent

geenszins dat de huidige bebouwing van het gebied wordt bevroren. Een stad is immers

voortdurend aan verandering onderhevig. Wel wordt het veranderingsproces in een

beschermd stadsgezicht zorgvuldig "begeleid" en vindt er een gedegen toetsing plaats ten

behoeve van het behoud van cultuurhistorische waarden.

Aanbevolen wordt om nader te bezien in hoeverre vigerende bestemmingsplannen, voor

zover deze een sterk beherend karakter dragen, opwaardering verdienen tot de status van

lokaal beschermd stads- en dorpsgezicht.

Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het bestemmingsplan "Villapark e.o.", maar ook

"Kanaalzone" (gezien plannen rond ontwikkeling Industrie Toerisme). Hierbij dient opgemerkt

dat de huidige monumentenverordening in de mogelijkheid daartoe niet voorziet.

Instrumenten om tot waardebepaling te geraken zijn cultuurhistorische verkenningen en

cultuurhistorische effectrapportages.

Waar het bij cultuurhistorische verkenningen om gaat is om vanuit een analyse van de

historische ontwikkeling van een gebied duidelijk te maken welke waarden bepalend zijn

voor de specifieke kwaliteit van het gebied. Daarnaast wordt aangegeven welke kansen en

risico's bij verdere ontwikkeling aan de orde zijn.

Een cultuurhistorische effect rapportage (CHER) is een onderzoek naar een gebied, waarbij

de geschiedenis en transformatie van de landschappelijke of stedenbouwkundige elementen,

de verkaveling, de infrastructuur, de bebouwing en andere ruimtelijke aspecten in beeld

worden gebracht en aan een 'cultuurhistorische waardestelling' worden onderworpen. Deze

waardestelling kan vervolgens als onderlegger of als toetsingskader gebruikt worden bij het

opstellen van een beheers-, bouw- of herinrichtingsplan.

Door een goede communicatie en afstemming met betrekking tot het jaarlijkse

productieprogramma van de afdeling Ruimtelijke Ordening kan, indien nodig, tijdig

ingespeeld worden op planontwikkelingen in deelgebieden met cultuurhistorische waarden.

Met de afdeling Ruimtelijke Ordening zijn hierover reeds eerste afspraken gemaakt.

Bouwhistorisch onderzoek

In het beheer van het culturele erfgoed komt het regelmatig voor dat relevante informatie en

inzichten in de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk ontbreken. Zo blijkt achter

betrekkelijk jonge- en weinig spectaculaire gevels soms historisch waardevolle bebouwing

schuil te gaan. Door middel van bouwhistorisch onderzoek kan in deze lacune van kennis

worden voorzien. Het doel van bouwhistorisch onderzoek is meerledig, o.a.:

. Een bouwhistorische waardestelling als voorbereiding op een restauratie, verbouwing of

herbestemming, waarbij onder meer wordt aangegeven welke onderdelen voor behoud

waardevol zijn;

. advisering bij (ver)bouwwerkzaamheden;

. documentatie teneinde van een bouwwerk zijn bouw- en gebruiksgeschiedenis te staven.

Er zijn diverse vormen van bouwhistorisch onderzoek, te weten:

. Bouwhistorische inventarisatie heeft als doel het verkrijgen van een overzicht van

bouwwerken en structuren met mogelijke, vermoedelijk of zekere monumentale waarden

in een complex of gebied. In het algemeen is er nog geen sprake van concrete

14

.

bouwplannen. Bouwhistorische inventarisaties geschieden voornamelijk ten behoeve van

een cultuurhistorisch verantwoord beheer, het ontwikkelen van (ruimtelijk) beleid of het

opstellen of herzien van een monumentenlijst. Een bouwhistorische inventarisatie levert

als product een attentie- of signaleringslijst voor een complex of gebied op, aan de hand

waarvan vastgesteld kan worden welke bouwwerken of structuren mogelijke

monumentale waarden bevatten. Dit is onder andere van nut bij planontwikkeling.

Aan de hand van deze signalering kan besloten worden tot nader, objectgericht

onderzoek, door middel van een bouwhistorische verkenning, opname of ontleding. Bij de

vervaardiging van een cultuurhistorische effectrapportage (CHER) is een

bouwhistorische inventarisatie een onmisbaar onderdeel van het onderzoek.

Bouwhistorische verkenning wordt uitgevoerd om globaal inzicht te krijgen in de

(mogelijke) monumentale waarden als voorbereiding op een beslissing tot nader

onderzoek naar aanleiding van bijvoorbeeld een bouw- of restauratieplan.

Bouwhistorische opname heeft als doel inzicht te verkrijgen in de bouw- en

gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk of structuur en een bouwhistorische

waardestelling daarvan, meestal ter ondersteuning van beslissingen bij restauratie,

verbouwing of herbestemming. Dit inzicht is ook van belang bij een (cultuurhistorisch)

verantwoord beheer van een bouwwerk of structuur.

Bouwhistorische (deel-)ontleding heeft als doel het zo volledig mogelijk en zo definitief

mogelijk vastleggen van de bouwen gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk in al zijn

aspecten, meestal ter ondersteuning van beslissingen bij en tijdens restauratie,

verbouwing of herbestemming.

Bij sloop dient de bouwhistorische (deel-)ontleding voor de vastlegging van het gebouw

voor later archiefonderzoek, museale presentatie en totstandkoming van (bouw)historisch

literatuur.

In het verleden is in die incidentele gevallen waar sloop van een cultuurhistorisch

waardevol object aan de orde was, opdracht gegeven tot bouwhistorisch onderzoek -

een bouwhistorische (deel)ontleding - en verslaglegging. Een recent voorbeeld is de

bouw- en architectuurhistorische documentatie van de voormalige kerk O.L.V. Lelie

onder de Doornen aan de Abdijlaan 2 (Wederopbouwperiode).

Naast het behoud van waardevolle architectuur als monument is het, ons inziens, ook

belangrijk om aandacht te geven aan documentatie van historische gebouwen waarvan

sloop onafwendbaar is. Documentatie is immers ook een vorm van 'behoud' van cultureel

erfgoed en wanneer behoud in fysieke zin uiteindelijk niet mogelijk blijkt, blijven er in

ieder geval gegevens op papier bewaard, zodat deze ingezien kunnen worden en

beschikbaar zijn voor toekomstig onderzoek. Dit moet overigens geen alibi zijn om

zonder meer over te gaan tot sloop van cultuurhistorisch waardevolle objecten en

structuren (met, maar ook vooral zonder monumentale bescherming), omdat d.m.v.

rapportage het cultureel erfgoed toch 'behouden' blijft. Hieraan dient een grondige

afweging van alle belangen vooraf te gaan.

Voorgesteld wordt in deze uitzonderlijke gevallen, waar sloop van cultuurhistorisch

waardevolle objecten aan de orde is, het beleid met betrekking tot het laten vervaardigen

van bouwhistorische rapportages voort te zetten. De rapportages kunnen o.a. ter

registratie en raadpleging worden ondergebracht bij het Regionaal Historisch Centrum.

.

.

Bouwhistorische verkenningen, - opnames en -(deel)ontledingen kunnen beslissingen tot, bij

en tijdens een restauratie of verbouwing of herbestemming ondersteunen.

Het is aan de eigenaar van een object of hij deze instrumenten in wil zetten.

Gemeentelijke monumentenlijst

In 1985 is de eerste gemeentelijke monumentenlijst tot stand gekomen.

In 1990 is een totaal inventarisatie van monumentale objecten uit de periode 1850 - 1940

gedaan in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project. Dit ten behoeve van het

Monumenten Selectie Project (uitbreiding van de rijksmonumentenlijst). De gemeentelijke

monumentenlijst is vervolgens in 1992 verder uitgebreid. De objecten die in het kader van

15

het Monumenten Selectie Project in 1994 zijn voorgedragen voor plaatsing op de

rijksmonumentenlijst maar daarvoor uiteindelijk te licht zijn bevonden, komen eveneens voor

de gemeentelijke monumentenlijst in aanmerking (voor zover ze de status gemeentelijk

monument nog niet hebben).

De gemeentelijke monumentenlijst, feitelijk een instrument om instandhouding van

monumentwaarden beter te kunnen (waar)borgen, beslaat de periode tot de Tweede

Wereldoorlog.

Een verdere uitbreiding en actualisering van de gemeentelijke monumentenlijst zijn evenwel

gewenst. Zoals gezegd gaat de huidige monumentenlijst niet verder dan 1940. De

Wederopbouwperiode (1940-1965) is buiten beeld gebleven. In het kader van stedelijke

vernieuwing staat nu een aantal naoorlogse bouwwerken en woonwijken onder druk. Te

overwegen valt de gemeentelijke monumentenlijst naar die periode uit te breiden, zodat een

betere bescherming mogelijk is. Maar hiervoor dient dan eerst kennis te worden opgebouwd

over de aanwezigheid van monumentwaarden.

Beleidsvoorstellen en acties

. Laten vervaardigen van een cultuurhistorische waardekaart voor de stad

. In geval van planontwikkelingen in cultuurhistorisch waardevolle gebieden gedegen

vervolgonderzoek laten doen middels cultuurhistorische verkenningen en - effect-

rapportage.

. Onderzoek naar de kwaliteiten van o.a. de gebieden Villapark en Kanaalzone als

'beschermd stads- en dorpsgezicht'.

. Beleid m.b.t. bouwhistorisch onderzoek voortzetten en dit instrument waar nodig inzetten

voor een cultuurhistorisch verantwoord beheer.

. Uitbreiding gemeentelijke monumentenlijst met MSP-objecten (1850-1940)

. Inventarisatie Wederopbouwperiode (1940-1965) en mogelijk uitbreiding gemeentelijke

monumentenlijst met waardevolle panden uit deze periode.

4.3 ONTWIKKELEN ARCHEOLOGIEBELEID

Verdrag van Malta

In 1992 ondertekent Nederland het zogenoemde 'Verdrag van Malta'. Sindsdien is sprake

van fundamentele veranderingen in de regelgeving, die niet alleen verstrekkende gevolgen

hebben voor de organisatie van de Nederlandse archeologie, maar ook voor gemeenten. Als

gevolg van 'Malta' zal als onderdeel van de nieuwe Monumentenwet de Wet op de

Archeologie van kracht worden. In afwachting van de implementatie van de nieuwe

wetgeving is sinds 1 oktober 2001 het zogenoemde 'interimbeleid' van kracht. Volgens dit

beleid is het voor gemeenten voortaan mogelijk structureel regionale samenwerkings-

verbanden aan te gaan, zoals overigens bij Helmond en Eindhoven reeds het geval is. Ook

worden, onder bepaalde voorwaarden, particuliere bedrijven toegelaten op de

opgravingsmarkt. Van groot belang wordt geacht dat het hele traject van archeologisch

onderzoek, dus van voorbereiding tot en met eindrapportage, voortaan moet voldoen aan de

Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Dit impliceert onder meer dat het voortaan

verplicht is uiterlijk twee jaar na het afsluiten van een opgraving, de complete schriftelijke

rapportage gereed te hebben. De uitvoering van de Kwaliteitsnorm wordt gecontroleerd door

de onlangs bij het ministerie van OC&W ingestelde Inspectie voor de Archeologie.

Een andere vernieuwing bestaat uit de gevolgen van controles die provincies op

bestemmingsplannen uitvoeren naar archeologische waarden. In Noord-Brabant gebeurt dat

aan de hand van de 'Cultuurhistorische Waardenkaart van Noord-Brabant', waarop ook de

landelijke 'Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden' staat aangegeven. Indien

redelijkerwijs aangenomen kan worden dat zich archeologische waarden in de bodem

bevinden, dan dient daar sinds 1 oktober 2001 in bestemmingsplannen voortaan rekening

16

mee te worden gehouden. Concreet betekent dat, dat ofwel archeologische vindplaatsen

geconserveerd dienen te worden, ofwel dat er dient te worden opgegraven. Via een omweg

is de Wet op de Archeologie dus reeds min of meer van kracht.

Vanwege de te verwachten implementatie van de Wet op de Archeologie is de archeologie in

Nederland voor wat betreft beleid en organisatie fundamenteel aan het veranderen. Deze

veranderingen zijn ook van invloed op de gemeentelijke archeologie van Helmond. Ofschoon

in Helmond reeds een, weliswaar beperkte, professionele archeologische voorziening

bestaat, dient deze op korte termijn te worden aangepast. De aanbevolen aanpassingen

betreffen de volgende zaken:

Actualiseren archeologische waardekaart

In Helmond bestaat reeds sinds 1992 een kaart met archeologische waarden waar in totaal

16 gebieden op worden aangegeven. Deze gemeentelijke kaart is weliswaar veel

gedetailleerder dan de landelijke 'Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden', maar is

toe aan actualisering. Bij het maken van een actuele archeologische kaart kan bovendien

rekening worden gehouden met de afgelopen jaren sterk gegroeide kennis over de locaties

van archeologische vindplaatsen in het landschap. Bovendien kunnen wellicht terreinen

worden aangewezen die beschermd gaan worden als gemeentelijk of rijksmonument. Met

een actuele gemeentelijke archeologische waardekaart kan beter en concreter worden

omgegaan met de gevolgen van de Wet op de Archeologie. Op zich zal het actualiseren van

de archeologische kaart van Helmond geen probleem opleveren. Dit kan immers gebeuren

binnen de bestaande personele capaciteit. Hoe vervolgens deze kaart het beste bewaakt

kan worden op de gevolgen van ingrepen die verband houden met de hedendaagse

ruimtelijke ordening (zoals stadsvernieuwing) dient nog nader te worden bestudeerd.

Aangezien archeologisch vooronderzoek telkens verplicht zal zijn, zal het verstandig zijn

hierover afspraken te maken met de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer.

Inbedding archeologische waardekaart

In de komende jaren zullen de ingrepen in het Helmondse archeologische landschap

drastisch gaan toenemen. Dit geldt onder meer voor de middeleeuwse stadskern. Aangezien

archeologisch onderzoek verplicht zal zijn, zal de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer

structureel rekening moeten gaan houden met de archeologie. Over hoe dit het beste kan

worden georganiseerd, dient nog te worden onderzocht in nauw overleg met de Dienst

Stedelijke Ontwikkeling en Beheer.

Verkrijgen van een eigen opgravingsbevoegdheid

Sinds 1 november 1999 beschikken de gemeenten Eindhoven en Helmond over een

gezamenlijke archeologische voorziening. De gemeente Eindhoven heeft een eigen

opgravingsbevoegdheid, maar voor Helmond geldt die niet. Daarom dient sinds 1 oktober

2001 door het college van burgemeester en wethouders voor elke opgraving voortaan een

projectvergunning te worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Oudheidkundig

Bodemonderzoek.

Op korte termijn dient de gemeente Helmond zo'n bevoegdheid aan te vragen, zodat

efficiënter kan worden ingesprongen op de ingrepen in archeologisch waardevolle gebieden.

De erfenis van oud onderzoek

In de gemeente Helmond hebben de afgelopen twintig jaar op meer dan vijftig terreinen

opgravingen plaats gevonden. Met name van de opgravingen die vóór 1992 hebben plaats

gevonden, zijn dikwijls geen of nauwelijks schriftelijke rapportages beschikbaar. Voor de

(voor)geschiedenis van Helmond is het van groot belang dat alsnog wordt nagegaan wat de

resultaten van al die opgravingen feitelijk zijn geweest. Met andere woorden: alsnog dienen

van al deze opgravingen eindrapportages te worden gemaakt. Hiertoe is reeds een begin

gemaakt in een vanaf 1992 door de gemeentelijk archeoloog en leden van de Historische en

17

Archeologische Vereniging Helmont samengestelde 'Archeologische atlas van Helmond', die

echter nog niet geheel voldoet aan de hedendaagse kwaliteitseisen.

Een structurele begeleiding van vrijwilligers

Vrijwilligers zijn van fundamenteel belang bij de uitvoering van archeologisch onderzoek. In

het verleden heeft de Historische en Archeologische Vereniging Helmont daarin een cruciale

rol vervuld. Sinds 1997 vervult echter eveneens de regionaal georganiseerde Archeologische

Vereniging Kempen- en Peelland (een onderdeel van de Archeologische Werkgemeenschap

voor Nederland) een fundamentele rol in het archeologisch onderzoek in onder andere

Helmond. Het verdient aanbeveling deze zeer gewaardeerde inzet van vrijwilligers te

reoganiseren en (met name in Helmond) structureel te begeleiden.

Educatie

Archeologie mag zich verheugen in een sterk toegenomen publieke belangstelling. Dat geldt

ook in Helmond. Wanneer opgravingen plaats vinden, worden dikwijls rondleidingen

gegeven. Vooral basisscholen en middelbare scholen tonen daar veel belangstelling voor.

Het veldwerk is echter maar één aspect van de archeologie. Wat in Helmond vrijwel

ontbreekt is een ruimte waarin de resultaten van archeologisch onderzoek synthetiserend

worden getoond. Uiteraard dient dat te gebeuren als onderdeel van een (cultuur)historische

tentoonstelling over stad en (voormalig) platteland in Helmond. Weliswaar bestaat in de

kelders van het Gemeentemuseum Helmond een beperkte en provisorische stadshistorische

tentoonstelling, maar deze is te veel gericht op objecten en is hard toe aan vernieuwing.

Dit zal worden meegenomen in het kader van het in voorbereiding zijnde

herinrichtingsproject kasteel.

In het Gemeentemuseum Helmond zal een nieuwe, fris vormgegeven en actuele

tentoonstelling worden gerealiseerd over de stadsgeschiedenis van Helmond, waarbij de

archeologie een fundamentele rol moet spelen. In deze tentoonstelling dient niet uitgegaan

te worden van objecten, maar van het verhaal van de bewoners van het kasteel en de

voorloper daarvan (Oude Huys) in relatie tot die objecten. Het museum werkt momenteel aan

dit project. De stadshistorische tentoonstelling zou het vertrekpunt kunnen zijn van

(cultuur)historische wandel- en fietstochten door zowel de bebouwde als de onbebouwde

delen van de hele gemeente Helmond. Het landschap is immers welhaast per definitie

cultuurhistorisch interessant, echter alleen wanneer dat herkenbaar wordt gemaakt voor het

publiek. In Helmond bevinden zich talloze plekken waar een voor het publiek interessant

verhaal bij herkenbaar kan worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld met een verhaal of met

een tekstbordje. De formule van de 'Ruige Route' in het Dommeldal (sinds de zomer van

2001) en die van het IDZO (Identiteits Fabriek Zuidoost) kunnen daarbij als leidraad dienen.

Beleidsvoorstellen en acties

. Actualiseren archeologische waardekaart

. Inbedding archeologische waardekaart

. Verkrijgen van eigen opgravingsbevoegdheid

. Vervaardigen van eindrapportages van oud onderzoek

. Structurele begeleiding van vrijwilligers regelen

. Onderzoek naar en uitbouw van activiteiten rond cultuurhistorie c.q. archeologische

vondsten, o.a. ten behoeve van educatieve activiteiten.

18

4.4 HERBESTEMMING MONUMENTALE GEBOUWEN

In het verleden zijn diverse beeldbepalende monumentale gebouwen uit het Helmondse

stadsbeeld verdwenen, waaronder religieuze gebouwen en fabrieksgebouwen. In het

bijzonder zijn deze categorie monumenten belangrijke "beelddragers" voor Helmond.

Gezien het teruglopende kerkbezoek binnen de christelijke geloofsgemeenschap is reeds

een aantal Helmondse kerkgebouwen aan de eredienst onttrokken en is niet uit te sluiten dat

nog meer kerkgebouwen hun poorten zullen sluiten.

Een aantal Helmondse beeld bepalende kerkgebouwen heeft reeds een andere bestemming

gekregen, zoals de vm. Hervormde Kerk (rijksmonument - advocatenkantoor), vm.

Bernadettekerk (beeld bepalend object - supermarkt) en de vrn. Annakerk (gemeentelijk

monument - klein theater). Voor de vm. leonarduskerk (rijksmonument) zijn plannen in

voorbereiding.

Binnen de industriële sector van Helmond staan de ontwikkelingen evenmin stil en zullen er

eveneens monumentale fabrieksgebouwen leeg komen te staan. Maar behalve voor kerken

en fabrieken speelt de problematiek voor nog veel meer kwetsbare monumenten die door

functieverlies in hun voortbestaan worden bedreigd, zoals schoolgebouwen (bv. binnenstad

oost), (fabrikanten)villa's, kloostercomplexen e.d. Een zorg die de gemeente zich dient aan

te trekken.

Helmond heeft een naam als het gaat om industrieel erfgoed. Het behoud ervan is niet alleen

van groot belang uit oogpunt van cultuurhistorie en monumentenzorg, maar bovenal ook

voor het imago en de identiteit van de stad mede gezien de plannen voor ontwikkeling van

Industrie Toerisme.

Vanuit een integrale benadering is de positie van het Helmondse industrieel erfgoed het best

in beeld te brengen en tot een doorontwikkeling te komen.

Een van de uitdagingen én kansen die het industrieel erfgoed in Helmond biedt is

cultuurtoerisme.

"'",,"'"k w",h'"f' ,,',,"" b""mmm",

Bemiddeling

De beste garantie voor de instandhouding van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle

objecten is een passend en goed gebruik van het object. Bij verlies van functie zal dus naar

hergebruik moeten worden omgezien. Juist voor de grote, incourante, historische gebouwen

is dit niet eenvoudig.

Gezien het monumentale en maatschappelijke belang om dergelijke objecten te behouden is

het dus van belang dat de gemeente niet aan de zijlijn blijft staan.

De rol die de gemeente hierin kan vervullen ligt met name op het gebied van het stimuleren,

co6rdineren en mogelijk ook initiëren.

19

Het is van belang om te weten welke objecten op termijn vrijkomen en waarvoor wellicht op

termijn een nieuwe bestemming gezocht zou moeten worden. Vervolgens is het zaak om op

het juiste moment de juiste personen met de juiste agenda om de tafel te krijgen. Dit vereist

een goede communicatie, heel veel creativiteit en soms een zetje in de rug van de

gemeente. Bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan een haalbaarheidsonderzoek, of

andere vormen van ondersteuning.

Beleidsvoornemens en acties

. Ontwikkelen van integraal beleid met betrekking tot herbestemming cultuurhistorisch

waardevolle gebouwen, met name kerkgebouwen en industrieel erfgoed.

4.5 DRAAGVLAKVERBREDING CULTUURHISTORIE EN BEVORDERING PARTICIPATIE

Intern draagvlak

Binnen de gemeentelijke organisatie dient het cultuurhistorisch besef aanwezig te zijn.

Het is belangrijk dat binnen de gemeente, zowel bestuurlijk als ambtelijk, de overtuiging

heerst dat de gemeente een aantal waardevolle cultuurhistorische elementen binnen haar

grenzen heeft, waar zorgvuldig mee omgegaan moet worden.

Draagvlak voor monumentenbeleid c.q. cultuurhistorie kan namelijk niet op zichzelf staan.

Het moet ingebed zijn in een veel breder beleid, zoals bestemmingsplannen, structuurvisies,

inrichting en beheer van de openbare ruimte, architectuur- en welstandsbeleid, handhaving,

beheer van gemeentelijke gebouwen, etc.

Cultuurhistorische waarden dienen bekend te zijn en als vanzelfsprekend te worden

meegenomen en afgewogen in planvoorbereiding en -ontwikkeling.

Eerder in dit hoofdstuk (punt 4.2) zijn reeds voorstellen gedaan hoe dit gerealiseerd kan

worden.

Extern draagvlak

Extern draagvlakverbreding kan bevorderd worden door een goede communicatie vanuit de

gemeenten naar belanghebbenden en geïnteresseerden, het betrekken van

belanghebbenden en geïnteresseerden in een vroeg stadium bij plannen, het organiseren

van cultuurhistorische activiteiten, educatieve projecten, promotie e.d.

Belangrijke participanten bij het creëren en bevorderen van draagvlak zijn:

. (potentiële) monumenteneigenaren

. Cultuurhistorische-/monumentenorganisaties

. Professionele (gemeentelijke) instanties

. Stadshistoricus

. Onderwijs

. Inwoners van de stad

. (potentiële) monumenteneigenaren

Een manier om draagvlak binnen deze groep te creëren of te bevorderen is een actieve

benadering van de groep. Een goede dienstverlening aan de eigenaren kan een belangrijke

rol spelen om dit doel optimaal te verwezenlijken. Hierbij wordt gedacht aan een actieve

ambtelijke begeleiding bij restauratie/onderhoudsprojecten, het informeren van eigenaren

over monumentenbeleid in het algemeen, over landelijke, provinciale en lokale actualiteiten,

over subsidieregelingen en fiscale ontwikkelingen, over restauratie en onderhoud.

Ook het verlenen van (financiële) handreikingen, zoals bijvoorbeeld een (korting op een)

abonnement op de Monumentenwacht, het aanbieden van een gevel plaquette met

aanduiding en beschrijving van het monument, etc. zou in overweging genomen kunnen

worden.

Voorgesteld wordt mogelijkheden in deze nader te onderzoeken.

20

. Cultuurhistorische-/monumentenorganisaties

In Helmond zijn vijf organisaties actief op het terrein van cultuurhistorie- en

monumentenzorg, te weten Historische- en archeologische Vereniging Helmont,

Heemkundekring Helmond-Peelland, Heemkundekring Beistervelds Broek, Stichting

Industrieel Erfgoed Helmond en Monumentenwerkgroep Helmond.

In de Monumentenverordening Helmond 1997 is geregeld dat deze organisaties bij

restauratie, onderhoud en verbouwing van monumenten hun zienswijze met betrekking tot

de voorliggende plannen kenbaar kunnen maken. De reacties op de plannen worden

vervolgens betrokken bij de advisering aan het college van burgemeester en wethouders.

Van deze mogelijkheid wordt beperkt gebruik gemaakt (alleen de Monumentenwerkgroep

Helmond dient regelmatig zienswijzen in).

Genoemde organisaties werken met hun eigen activiteiten (lezingen, tentoonstellingen,

presentaties, brochures, boeken, organisatie Open Monumentendag e.d.) ook in belangrijke

mate mee aan het doel draagvlakverbreding voor cultuurhistorie.

Verder kent Helmond het door vrijwilligers gerunde Jan Visser Museum, waar werktuigen,

materialen e.d. uit het verleden worden tentoongesteld. Daarnaast is Helmond in het bezit

van een historische brandweercollectie.

Onder beheer van theater 't Speelhuis functioneert de Gaviolizaal. In de Gaviolizaal wordt

een collectie van historische dans- en draaiorgels, alsmede een accordeoncollectie,

tentoongesteld. De museale functie is tijdelijk ondergeschikt, omdat de Gaviolizaal als

theaterzaal functioneerde, vanwege de verbouwing van 't Speelhuis. Het is de intentie om de

Gaviolizaal medio 2003 terug te brengen in de oorspronkelijke staat.

. Professionele (gemeentelijke) instanties

Instellingen als de het Regionaal Historisch Centrum (regionale archiefdienst) en het

Gemeentemuseum spelen een rol in het promoten van cultuurhistorie.

Het Regionaal Historisch Centrum biedt de mogelijkheid om historisch materiaal met

betrekking tot de stad in te zien (ter plaatse en op termijn ook digitaal), verzorgt publicaties,

doet onderzoek, etc.

Het Gemeentemuseum Helmond heeft twee collecties in bezit waarin cultuurhistorie in relatie

tot de stad een prominente rol speelt, namelijk de collectie 'Mens en werk' en de

stadshistorische collectie. Er wordt aan gewerkt om beide collecties in de nabije toekomst

nog toegankelijker c.q. aantrekkelijker te presenteren voor een brede doelgroep, waaronder

ook het onderwijs.

Ook niet-gemeentelijke professionele instellingen, zoals de VVV/Stadspromotie, kunnen een

rol spelen bij draagvlakverbreding. De VVV/Stadspromotie kan, in samenwerking met diverse

organisaties die zich bewegen op het terrein van cultuurhistorie, activiteiten opzetten zoals

thematische wandel- en fietsroutes, arrangementen met een cultuurhistorisch karakter, etc..

. Stadshistoricus

Het college heeft in mei 2002 besloten tot het aanstellen van een stadshistoricus, met als

doel het bevorderen van het historisch besef, middels onderzoeken en publicaties, lezingen

e.d. De stadshistoricus zal dan ook een belangrijke bijdrage kunnen leveren in het verbreden

van draagvlak voor cultuurhistorie en zou derhalve ook bij diverse projecten betrokken

kunnen worden.

. Onderwijs

Educatieve projecten kunnen jonge mensen via het onderwijs bekend maken met

cultuurhistorie.

In het vrije aanbod van het 'Kunstmenu' worden door het museum activiteiten aangeboden

die betrekking hebben op de geschiedenis van het kasteel. Recentelijk hebben bijvoorbeeld

in samenwerking met de afdeling Archeologie van de gemeente Eindhoven archeologische

workshops voor kinderen plaatsgevonden.

Mogelijk kunnen er ook andere projecten op het terrein van cultuurhistorie opgenomen

ingekaderd worden in het in Helmond jaarlijks te presenteren 'Kunstmenu' voor het

21

basisonderwijs en in projecten voor het voortgezet onderwijs. Op dit moment beperkt dit

programma zich nog tot 'kunsten'. In overleg met o.a. Kunstencentrum Helmond (c06rdinator

kunsteducatie in het onderwijs) kan nader onderzocht te worden of het 'Kunstmenu'

uitgebreid kan worden tot een 'Kunst- en Cultuurmenu'.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg ontwikkelt reeds jaren in samenwerking met

diverse instanties educatieve projecten op het terrein van cultureel erfgoed.

In 1997 heeft zij het project 'Scholen adopteren monumenten' opgezet.

Het is bij dit project de bedoeling dat een school een langdurige band aangaat met een

monument. Het monument kan dienen als kapstok om allerlei lessen aan op te hangen. De

leerlingen ontwikkelen zo een verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van 'hun' monument

en dat is van belang voor het besef van de historische waarde van monumenten en daarmee

voor behoud van het erfgoed.

Het VSB Fonds heeft begin 2002 leunend op expertise van de Rijksdienst voor de

Monumentenzorg, Nationaal Contact Monumenten, de stichting Open Monumentendag en

Bond Heemschut het initiatief genomen voor het project 'Verover je eigen monument', met

als doel met jongeren, voor jongeren en door jongeren belangstelling te creëeren voor

monumenten. In een drietal steden hebben inmiddels 'pilots' plaatsgevonden.

In principe is het mogelijk om lokaal bij dit project aan te sluiten, zodat op lokaal niveau bij

jeugd draagvlak gecreëerd kan worden op het terrein van monumentenzorg.

Er zijn door diverse instantie al initiatieven genomen en projecten ontwikkeld om het

draagvlak voor cultuurhistorie bij kinderen en jongeren te bevorderen.

Voorgesteld wordt om in overleg met het o.a. het Kunstencentrum Helmond, te onderzoeken

of het 'Kunstmenu' uitgebreid kan worden en of er producten ontwikkeld c.q. ingekocht

kunnen worden die bijdragen aan draagvlakverbreding voor cultuurhistorie bij jeugd en

jongeren (basisonderwijs en voortgezet onderwijs).

. Inwoners van de stad

Om de interesse voor monumentenbeleid en cultuurhistorie bij de inwoners te bevorderen

kunnen activiteiten worden georganiseerd.

Gedacht kan worden aan het uitbrengen van gemeentelijke publicaties, zoals een boek over

de monumenten in de stad. Daarnaast kan in de lokale media regelmatig aandacht worden

geschonken aan monumentenzorg en cultuurhistorie (het Regionaal Historisch Centrum

verzorgt bijvoorbeeld sinds enige tijd een wekelijkse rubriek 'Historisch Helmond' in

'Helmonds Nieuws'). Ook het publiceren van gegevens over monumenten, archeologische

activiteiten, e.d. op internet behoort tot de mogelijkheden om de toegankelijkheid te

bevorderen.

Het tentoonstellen van recente archeologische vondsten en bv. rondleidingen op

archeologische terreinen in de stad zijn eveneens goede middelen om publiek te betrekken

bij de cultuurhistorie van de stad.

Verder is de organisatie van evenementen en activiteiten een belangrijk middel om draagvlak

te verbreden. Open Monumentendag is een jaarlijks terugkerend evenement, dat lokaal

verder uitgebouwd zou kunnen worden. Cultuurhistorische evenementen en activiteiten,

georganiseerd door verenigingen/instellingen, kunnen mogelijk door middel van

subsidieverstrekking gestimuleerd worden.

Beleidsvoorstellen en acties

. Bevorderen van intern draagvlak voor cultuurhistorie binnen het gemeentelijk bestel.

. Bevorderen van extern draagvlak voor cultuurhistorie door middel van een actieve

benadering van lokale monumenteigenaren en door het stimuleren van activiteiten van

cultuurhistorische-/monumentenorganisaties en professionele (gemeentelijke) instanties

op het terrein van cultuurhistorie.

22

.

In overleg met o.a. Kunstencentrum Helmond (co6rdinator kunsteducatie in het

onderwijs) kan nader onderzocht te worden of het 'Kunstmenu' uitgebreid kan worden tot

een 'Kunst- en Cultuurmenu' en of er producten ontwikkeld c.q. ingekocht kunnen worden

die bijdragen aan draagvlakverbreding voor cultuurhistorie bij jeugd en jongeren

(basisonderwijs en voortgezet onderwijs).

4.6 INDUSTRIEEL ERFGOED TOERISME

Helmond vertoont nog vele sporen van een rijk industrieel verleden.

Recreanten en toeristen tonen een toenemende belangstelling voor cultuurhistorische zaken

en 'het eigene' van een bepaalde stad of streek. Voor de toeristisch-recreatieve

aantrekkingskracht van de stad wordt historische identiteit als een belangrijke drager gezien

in relatie tot aspecten als sfeer en gezelligheid. Wensen van bewoners en toeristen met

betrekking tot stedelijke gezelligheid komen vaak overeen.

De inwoners van Helmond hebben lange tijd een ambivalente houding gehad ten opzichte

van het eigen industriële verleden. Steeds meer ontstaat echter het besef van waarde voor

de overblijfselen van de eigen industriecultuur.

De in 2002 door de raad vastgestelde discussienota 'Een kasteel tussen fabrieken;

Industrieel Erfgoed Toerisme in een Stedelijk Ontwikkelingsperspectief' richt zich op

gemeentelijk toeristisch-recreatief beleid. Met deze nota kiest de gemeenteraad voor de

ontwikkeling van Industrieel Erfgoed Toerisme als speerpunt voor cultuurtoerisme in

Helmond. Deze ontwikkeling past binnen de in het kader van het 'Meerjaren Ontwikkelings

Programma' (MOP) en de Integrale Stadsvisie uitgesproken ambitie om te komen tot een

versterking van de culturele, toeristische en recreatieve potenties van de stad.

Het industriële verleden van de stad wordt weerspiegeld in tal van gebouwen, objecten,

verhalen en rituelen die aanwezig zijn in de stad. De aanwezige kunstzinnige en

cultuurhistorische instellingen en organisaties, alsmede het toeristisch-recreatieve en

historisch in Helmond verankerde bedrijfsleven verbeelden allemaal een deel van de

industriële biografie van Helmond. Door een goede samenwerking kunnen hieruit tal van

producten en activiteiten ontstaan.

"""""

"'""""""" '975T"p,-T"',"'"", "'1'"".."-0"""""""",,,, "-o"~"",-[)\",,,,,,&,,"'A",".

"""" "",N""",...I,'

Gezien het unieke karakter van het industrieel erfgoed en de potenties voor Helmond is

besloten het industrieel erfgoed toerisme op een hoger plan te zetten.

In het kader van de nota 'Een kasteel tussen fabrieken; Industrieel Erfgoed Toerisme in een

Stedelijk Ontwikkelingsperspectief' zullen samenwerkingsverbanden en activiteiten opgezet

worden met als doel dat Helmond de plek wordt in Nederland waar de bezoeker aan den lijve

kan ervaren wat industrie vroeger inhield en wat de stand van de techniek op dit moment is.

Het gaat om vergaande initiatieven die ontwikkeld kunnen worden. Daarbij zou kunnen wordt

23

gedacht aan het ontwikkelen van een historisch pand ten behoeve van het industrie

toerisme, samenwerking met horeca voor dag- en verblijfsarrangementen, clustering van

industrieel historische gebouwen (ook binnen nieuwbouwprojecten).

Activiteiten in het kader van industrieel erfgoed toerisme kunnen bijdragen aan

draagvlakverbreding, zowel bij externen als bij inwoners van de stad.

Voor meer over industrieel erfgoed toerisme in Helmond wordt verwezen naar de nota 'Een

kasteel tussen fabrieken; Industrieel Erfgoed Toerisme in een Stedelijk

Ontwikkelingsperspectief.

Beleidsvoorstellen en acties

. Ontwikkelen van activiteiten op het gebied van industrieel erfgoed toerisme in het kader

van de nota 'Een kasteel tussen fabrieken; Industrieel Erfgoed Toerisme in een Stedelijk

Ontwikkelingsperspectief.

24

5. FINANCIELE PARAGRAAF

In hoofdstuk 4 zijn de speerpunten voor de gemeentelijke monumentenzorg voor de

komende vijf jaren beschreven.

Daarbij is nadrukkelijk aangegeven de ambities in relatie te zien met de beschikbare

capaciteit en middelen ('Niet alle kan c.q. hoeft meteen te worden opgepakt. Nu te veel hooi

op de vork nemen kan zelfs verkeerd uitpakken.').

Om de voortgang van de vaststelling van het beleidskader en de hieruit voortvloeiende

uitvoeringskaders te bevorderen, wordt de huidige beschikbare capaciteit in termen van

formatie als uitgangspunt genomen.

Te behalen winst op dit vlak wordt toegedicht aan de wijze waarop dwarsverbanden tussen

monumentenzorg en andere disciplines wordt georganiseerd. Versterking van projectmatig

werken als uiting van integraal werken zal bijdragen aan een effectief monumentenbeleid.

Inspanningen zullen hierop gericht dienen te zijn.

Waar het de beschikbaarheid van middelen betreft zijn enige impulsen onontkoombaar.

De huidige situatie, de begroting 2003, Iaat zien dat van de voor 'monumentenzorg'

geraamde middelen een substantieel deel niet-beïnvloedbaar van aard is.

De ruimte voor de aanpak van aan benoemde speerpunten te verbinden uitvoeringskaders is

daarmee uiterst gering.

Ter toelichting het volgende overzicht.

I Begroting 2003 monumentenzorg en archeologie (product 540)

Monumentenzorg Niet-beïnvloedbaar Beïnvloedbaar Totaal

(deelproduct 540.10/ 540.90)

Kapitaallasten ¿ 125.017,=

Beheerskosten ¿ 8.064,=

Monumentencie. ¿ 7.647,=

Onderzoeken/ ¿ 23.869,=

Subsidies

Industrieel erfgoed ¿ 22.689,=

Toerisme (deelprod. 535.20)

¿ 140.728,= ¿ 46.558,= ¿ 187.286,=

Archeologie Niet-beïnvloedbaar Beïnvloedbaar

(deelproduct 540.20)

Beheer ¿ 62.183,= ¿ 62.183,=

Voor een aantal van de in hoofdstuk 4 aan beleidsvoorstellen verbonden acties is het

noodzakelijk om tot verruiming van beschikbare middelen te besluiten.

Het betreffen:

. het actualiseren van de subsidieregeling,

. het uitvoeren cultuurhistorische onderzoeken (verdieping / verbreding kennis),

. het bevorderen van draagvlak,

. het werken aan een eigen opgravingsbevoegdheid.

Daarnaast zijn een aantal acties aan de orde, welke incidenteel van aard zijn en bij

uitvoering eenmalige investeringen kunnen vragen.

Als voorbeelden kunnen genoemd worden:

. inventarisatie wederopbouwperiode,

. herbestemming monumentale gebouwen.

25

Investeringen in deze zin zullen separaat aan de orde komen wanneer duidelijkheid bestaat

over de inhoudelijke en financiële aspecten.

Voor de meerjarenbegroting 2003-2007 wordt aanbevolen het "beïnvloedbare" deel als volgt

bij te stellen:

Monumentenzorg 2004 2005 2006 2007

Subsidieregeling (540.10) ¿ 25.000,= ¿ 30.000,= ¿ 35.000,= ¿ 40.000,=

Cultuurhistorisch onderzoek ¿ 25.000,= ¿ 25.000,= ¿ 25.000,=

(540.10)

Bouwhistorisch onderzoek ¿ 5.000,= ¿ 5.000,=

(540.10)

Draagvlakverbreding ¿ 5.000,= ¿ 5.000,= ¿ 5.000,= ¿ 5.000,=

(540.10)

Industrieel erfgoed toerisme ¿ 23.000,= ¿ 23.000,= ¿ 23.000,= ¿ 23.000,-

(535.20)

Totaal ¿ 58.000,= ¿ 83.000,= ¿ 93.000,= ¿ 93.000,=

Mjb-beschikbaar ¿ 46.558,= ¿ 46.558,= ¿ 46.558,= ¿ 46.558,=

Verhoging ¿ 11.442,= ¿ 36.442,= ¿ 46.442,= ¿ 46.442,=

Archeoloaie

Opgravingsbevoegdheid

(540.20)

Mjb-beschikbaar

Verhoaina

2004

¿ 12.817,=

2005

¿ 12.817,=

2006

¿ 12.817,=

2007

¿ 12.817,=

¿ -,-

¿ 12.817,=

¿ -,-

¿ 12.817,=

¿ -,-

¿ 12.817,=

¿ -,-

¿ 12.817,=

Om reden van het mogelijke grillige verloop van uitgaven over enig jaar vanwege het

vraagafhankelijke karakter wordt de betreffende begrotingsposten direct in relatie gebracht

met de bestemmingsreserve voor monumenten (7.9.657), dit door het begrotingsoverschot in

enig jaar ten gunste van de reserve te brengen en tekorten ten laste ervan.

De reserve heeft per 1 januari 2003 een saldo van ¿ 43.595,=.

26

6. SAMENVATTING

Tot op heden heeft monumentenzorg in Helmond bestaan uit volgend beleid, dat geënt is op

uitvoering van landelijke regelgeving en dat voornamelijk objectgericht was vanuit een

sectorale benadering. Van integraal beleid is dus nauwelijks sprake (ad hoc beleid). Bij het

maken van beleidskeuzen dient het cultuurhistorisch aspect meer dan tot nu toe het geval is

geweest een prominentere rol te krijgen, die verder gaat dan alleen de zorg voor een

bepaald monumentaal object. Dit ook om aan te sluiten op internationale, nationale en

provinciale ontwikkelingen. Daarnaast verdient het huidige uitvoeringskader een

actualisering.

In deze nota wordt de huidige stand van zaken m.b.t. monumentenzorg besproken en

worden voorstellen gedaan om te komen tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk

beleid op het gebied van monumentenzorg.

In hoofdstuk 2 wordt beschreven wat er tot op dit moment wordt gedaan op het terrein van

monumentenzorg en archeologie.

In hoofdstuk 3 wordt het gemeentelijk profiel beschreven en de rol die monumentenbeleid

hierin kan spelen. Hierbij wordt verwezen naar een aantal vrij recente beleidsdocumenten,

zijnde Kernstadvisie (1999), Integrale Stadsvisie (2000) en de programmatische vertaling

hiervan in het Meerjaren Ontwikkelings Programma.

Om te komen tot een adequaat, integraal en actief monumentenbeleid dient de inzet van de

gemeentelijke monumentenzorg voor de komende vijf jaren met name gericht te zijn op de

volgende activiteiten:

. Actualisering en verbetering van de reguliere uitvoeringstaken

Motivatie: Binnen de huidige uitvoeringskaders bestaan er diverse knelpunten (o.a.

verouderde monumentenverordening, verouderde subsidieregeling gemeentelijke

monumenten, begeleidende en toezichthoudende rol bij restauratieplannen). Ook met het

oog op een verdere decentralisatie van taken dient de gemeente hier beter op voorbereid en

toegerust te zijn.

. Verdieping en verbreding van de kennis van monumentwaarden

Motivatie: Bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen dient cultuurhistorie een

volwaardige plaats én inbreng te krijgen. Cultuurhistorie kan immers een belangrijke bijdrage

leveren aan de kwaliteit van de leefomgeving, alsook versterkt het de identiteit van de stad.

Door dwarsverbanden te leggen krijgt monumentenbehoud ook meer perspectief.

Een beter inzicht in de aanwezige monumentwaarden is van groot belang. Zonder gedegen

kennis komt instandhouding onder druk te staan. Evengoed is kennis van

monumentwaarden onontbeerlijk bij doorontwikkeling (bijv. met betrekking tot waardevolle

cultuurhistorische structuren en ensembles, bouwhistorie, monumentale objecten uit de

wederopbouwperiode, landschapswaarden en tuinen). Ook in het kader van het

vergunningenstelsel en het nieuwe welstandsbeleid is een grotere kennis van

monumentwaarden van belang.

. Ontwikkelen van archeologiebeleid

Motivatie: Het belang en de noodzaak van een gemeentelijk archeologiebeleid zijn in het

Verdrag van Malta duidelijk aangegeven. Uitgangspunten van het verdrag zijn:

decentralisatie van taken en het beginsel "de verstoorder betaalt". Een ander belangrijk punt

van uitwerking is het aanwijzen van archeologiegevoelige gebieden in het eigen ruimtelijke

beleid. Het Verdrag van Malta heeft nog niet geleid tot wetgeving.

27

. Herbestemming monumentale gebouwen

Motivatie: Gedachtenbepaling over vrijkomende fabrieksgebouwen en kerkgebouwen die

hun kerkelijke functie verliezen. Hoe kan met deze voor Helmond belangrijke 'beelddragers'

op een goede manier worden omgegaan? Een uitdaging én kans die "moet" worden

aangegrepen! (versterking identiteit; Industrieel Erfgoed Toerisme).

. Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie

Motivatie: Een grotere betrokkenheid van monumenteigenaren en publiek is wezenlijk voor

een vitaal gemeentelijk monumentenbeleid; het vormt de basis om de hierboven genoemde

doelstellingen te kunnen verwezenlijken. Derhalve: bevordering participatie; educatieve

projecten; publieksgerichte activiteiten.

. Industrieel erfgoed toerisme

Motivatie: Helmond vertoont nog vele sporen van een rijk industrieel verleden.

Industrieel erfgoed is belangrijk voor de identiteit van de stad.

Recreanten en toeristen tonen een toenemende belangstelling voor cultuurhistorische zaken

en 'het eigene' van een bepaalde stad of streek. Voor de toeristisch-recreatieve

aantrekkingskracht van de stad wordt historische identiteit als een belangrijke drager gezien

in relatie tot aspecten als sfeer en gezelligheid.

Deze speerpunten worden in hoofdstuk 4 verder uitgewerkt.

In hoofdstuk 5 worden de financiêle consequenties van de beleidsvoorstellen en acties in

beeld gebracht.

Verder zijn een aantal bijlagen bij de nota gevoegd.

Bijlage 1 betreft een planningsschema van uitvoering van de uit de nota voortvloeiende

beleidsvoorstellen en acties. Bijlage 2 omvat de huidige rijks- en gemeentelijke

monumentenlijst, bijlage 3 de 'Monumentenverordening 1997' en bijlage 4 de

'Onderhoudsregeling gemeentelijke monumenten' uit 1987.

28

BIJLAGEN

"..

BIJLAGE 1

PLANNINGSCHEMA BELEIDSVOORSTELLEN EN ACTIES

4.1. Actualisering en verbetering reguliere uitvoeringstaken

(besluitvorming)

4.2. Verdieping en verbreding van kennis van cultuurhistorische waarden

ontlnue proces

4.3. Ontwikkelen van archeologiebeleid

2 0

4.4. Herbestemming monumentale gebouwen

annmg

ntwl e en van Integraa e el

met betrekking tot herbestemming

cultuurhistorisch waardevolle

gebouwen, met name

kerkgebouwen en industrieel

erfgoed

BIJLAGE 1

4.5. Draagvlakverbreding cultuurhistorie en bevordering participatie

p annmg

Bevor eren van intern draagv a

voor cultuurhistorie binnen het

gemeentelijk bestel

evorderen van extern raagva

voor cultuurhistorie door middels

gebruik van de Website van de

gemeente Helmond de bevolking

erbij te betrekken, door middel van

een actieve benadering van lokale

monumenteigenaren en door het

stimuleren van activiteiten van

cultuurhistorische-

/monumentenorganisaties en

professionele (gemeentelijke)

ontlnue proces

ontlnue proces

BIJLAGE 1

instanties op het terrein van

cultuurhistorie

In overleg met o.a.

Kunstencentrum Helmond 2003 Kunst & Cultuur en

(coërdinator kunsteducatie in het Kunstencentrum Helmond

onderwijs) kan nader onderzocht te

worden of het 'Kunstmenu'

uitgebreid kan worden tot een

'Kunst- en Cultuurmenu' en of er

producten ontwikkeld c.q.

ingekocht kunnen worden die

bijdragen aan draagvlakverbreding

voor cultuurhistorie bij jeugd en

jongeren (basisonderwijs en

voortgezet onderwijs)

4.6. Industrieel erfgoedtoerisme

ntwl e en van activiteiten op et

gebied van industrieel erfgoed

toerisme in het kader van de nota

'Een kasteel tussen fabrieken'.

BIJLAGE 2

MONUMENTENLIJST

RIJKSMONUMENTEN

Pand Omschrijving

Aarle-Rixtelseweg 101 Villa De Beemd

Aarle-Rixtelseweg 1 07 Cafe Schevelingen

Aarle-Rixtelseweg 14 Villa

Aarle-Rixtelseweg 63 Villa

Aarle-Rixtelseweg 65 Dubbel woonhuis met garages

Aarle-Rixtelseweg 67 Dubbel woonhuis met garages

Aarle-Rixtelseweg 2 Villa Den Zwaluw

Bakelsedijk 1 Pastorie

Binnen Parallelweg 27 Voormalige

watertoren/fa b rieksgebouw /kete I h u is/u itbreid i ng

ketelhuis

Brugghenstraat, Van de Oude Toren

ongenummerd

Deurneseweg 9 Voormalig klein seminarie en dienstwoning

Dorpstraat 32 st. Trudokerk

Dorpstraat 34 Pastorie

Haagstraat (2e) 40 Voormalig Patronaat

Hoofdstraat 159 St. Luciakerk

Kanaaldijk N.O. 116 Arbeidershuis

Kanaaldijk N.O. 118 Arbeidershuis

Kanaaldijk N.O. 120 Arbeidershuis

Kanaaldijk N.O. 122 Arbeidershuis

Kanaaldijk N.O. 124 Arbeidershuis

Kanaaldijk N.W. 47 Herenhuis

Kanaaldijk N.W. 49 Fabrieksgebouw

Kanaaldijk N.W. 63 Herenhuis

Kanaaldijk N.W. 65 Herenhuis

Kanaaldijk N.W. 67 Herenhuis

Kanaaldijk N.W. 67a Herenhuis

Kanaaldijk N.W. 77 Herenhuis

Kanaaldijk N.W. 81 Villa

Kanaaldijk N.W. 83 . Villa

Kanaaldijk N.W. 83b Villa

Kanaaldijk N.W. 85 Villa

Kasteelplein 1 Kasteel raadhuis

Kerkstraat 19 Hervomde kerk

Kerkstraat 47 Woonhuis

Kerkstraat 48 Winkel/woonhuis

Kerkstraat 54 H. Lambertuskerk

Kleine Overbrug 6

Markt 213 Herenhuis

Markt 24 Herenhuis

Markt 31 Herenhuis

Markt 7 Huis met de Luts

Marktstraat 10 Herenhuis

Molenstraat 189 H.B.S.

Molenstraat 191 Voormalig gymnastiek- en kleedruimtelokaal

Molenstraat 201 Dienstgebouw, voormalig patronaat

Molenstraat 70 Hervormde

beg raafplaats/toegangs hek! doodg raverswon i ng an nex

baarhuis/2x grafmonument

Molenstraat 72 R. K. Begraafplaats/Poortgebouw/Calvariegroep/8x

grafzerk! g rafstE~le/g rafkapel

Molenstraat 74 Klooster

Molenstraat 76 Herenhuis

Peeleik 4 Onze Lieve Vrouwe Middelares Aller Genadenkerk

President Rooseveltlaan 3 Villa

Prins Karelstraat 100 Klooster

Steenweg 34 Woonhuis

Tolpost 1 H. Jozefkerk

Watermolenwal 1 Koetshuis/dienstwoning

Weg op den Heuvel 9 Kantongerecht

Wesselmanlaan 53 Villa

Wethouder Ebbenlaan 131 Leonarduskerk

Wiel, De 22 Voormalig woonhuis

Wilhelminalaan 16 Pastorie

Wilhelminalaan 18 Kerk

Zuid Koninginnewal 49 Fratershuis/school

GEMEENTELIJKE MONUMENTEN

Pand Omschrijving

Aarle-Rixtelseweg 77 langevelboerderij

Binderen archeologisch terrein

Binderseind 23 vm. Herberg/concertzaal;

parochiehuis

Caroluslaan 2 villa Joseph woonhuis

Eikendreef 47,49, 51 woonhuis

Floreffestraat 21 a vm. Kerk

Goorsebaan 1 vm herberg/boerderij en

dijkwachterswoning

Hoofdstraat 153-155 Unitas gebouw

Hoofdstraat 157 pastorie

Houtse Parallelweg 102 woonhuis

Houtse Parallelweg 103 woonhuis

Houtse Parallelweg 104 woonhuis

Houtse Parallelweg 105 woonhuis

Houtse Parallelweg 106 woonhuis

Houtse Parallelweg 107 woonhuis

Houtse Parallelweg 108 woonhuis

Houtse Parallelweg 109 woonhuis

Houtse Parallelweg 110 woonhuis

Houtse Parallelweg 111 woonhuis

Kanaaldijk N.W. 121-123 Karelstein/'t Witte Huis

fabrikantenvilla

Kanaaldijk N.W. 41/Steenweg 2, 4 vm bankgebouw

Kanaaldijk N.W. 43-45 vm bankgebouw

Kanaaldijk N.W. 61 textielfabriek Raymakers

Kanaaldijk N.W. 25 woonhuis

Kanaaldijk Z.O. 92 kraanbaan Slits

Kerkstraat 15/De Wiel 2 woonhuis

Kerkstraat 17 herenhuis

Kerkstraat 41 herenhuis

Kerkstraat 43, 45 woonhuis/winkel

Kerkstraat 50-52 woonhuis/winkel

Klaverhof complex: sociale woningbouw

Klaverhof 1

Klaverhof 2

Klaverhof 3

Klaverhof 4

Klaverhof 5

Klaverhof 6

Klaverhof 7

Klaverhof 8

Klaverhof 9

Klaverhof 1 0

Klaverhof 11

Klaverhof 12

Klaverhof 13

Klaverhof 14

Klaverhof 15

Klaverhof 16

Klaverhof 17

Klaverhof 18

Klaverhof 19

Klaverhof 20

Klaverhof 21

Klaverhof 22

Klaverhof 23

Klaverhof 24

Klaverhof 25

Klaverhof 26

Klaverhof 27

Klaverhof 28

Klaverhof 33

Klaverhof 34

Klaverhof 35

Klaverhof 36

Klaverhof 37

Klaverhof 38

Klaverhof 39

Klaverhof 40

Klaverhof 41

Klaverhof 42

Klaverhof 43

Willem Prinzenstraat 162

Willem Prinzenstraat 164

Willem Prinzenstraat 166

Willem Prinzenstraat 168

Willem Prinzenstraat 170

Willem Prinzenstraat 172

Willem Prinzenstraat 174

Zonnehofstraat 9

Zonnehofstraat 11

Kloosterstraat 9, 11 woonhuizen

Kloosterstraat 13, 15 woonhuizen

Kloosterstraat 4 woonhuis/winkel

Kloosterstraat 6, 8 vm. Klooster en school

Kromme Steenweg 13, 15, 17 herenhuizen

Kromme Steenweg 4 herenhuis

Markt 14 woonhuis/winkel

Markt 18, 18a vm woonhuis

Markt 209 vm woonhuis

Markt 211 vm woonhuis

Markt 26, 26a woonhuis/winkel

Markt 28,30 woonhuis

Markt 33 kantoor

Markt 34 woonhuis

Markt 38a, 40 woonhuis/winkel

Markt 41 woonhuis

Markt 42a vm woonhuis

Mierloseweg 130, 130a villa de Raymart

Mierloseweg 1 b Huize Maria fabrikantenvilla

Mierloseweg 2C vm woonhuis

Mierloseweg 8 villa Jeanne

Molenstraat 131 woonhuis

Molenstraat 146-148 dubbel woonhuis

Molenstraat 150 woonhuis

Molenstraat 78,80,82,84,86,88 woonhuizen

President Rooseveltlaan 11 vm woonhuis

President Rooseveltlaan 4 villa Tilly Home; woonhuis

(ambtswoning)

Prins Hendriklaan 25 vm woonhuis

Steenovenweg 21 vm fabriek

Steenweg 1 villa Westende

Steenweg 62 woonhuis

Strikstraat, Mr. 11, 13 landarbeidershuis; woonhuis

Veestraat 2 winkel De Gruyter

Veestraat 31/smalle haven 7,8 woonhuizen/winkels

Veestraat 44 vm woonhuis

Warande ongenummerd grafeiland Wesselman

Warandelaan 29 woonhuis

Watermolenwal 2, 3, 4, 5, 6, 7 woningen

Wiel, De 22 Poortgebouw .

Willem Beringplein 76,78,80,82,84,86,88,92,94,96 complex woonhuizen

"

f1997

BIJLAGE van de notulen van

de gemeenteraad van Helmond

[Nr.

491~' AGr 3

Onderwerp:

Monumentenverordening 1997

Helmond, 24 januari 1997

.",

Aan de gemeenteraad.

Sedert de vaststelling van de "Monumentenverordening 1989" (qp 30 mei 1989) hebben

zich zowel landelijk als plaatselijk ontwikkelingen voorgedaan welke een aanpassing van

deze verordening noodzakelijk maken.

De landelijke ontwikkelingen hebben VOor de V.N.G. (Vereniging van Nederlandse

Gemeenten) aanleiding gevormd om een herziening te presenteren van de in 1988

uitgebrachte model-monumentenverordening.

In deze herziening, de voorbeeld-monumentenverordening 1996, zijn de consequenties

verwerkt van de inwerkingtreding van de Algemene Wet Bestuursrecht en zijn bepalingen

opgenomen die recht doen aan de toenemende belangstelling VOor archeologische

monumenten en bouw historisch onderzoek.

Het voorbeeld van de V.N.G. is onzerzijds, evenals in 1989, als uitgangspunt genomen

voor de bijstelling van de plaatselijke verordening.

De voorgestelde concept-Monumentenverordening 1997, die wij hierbij ter vaststelling aan

u voorleggen, blijkt slechts op een tweetal facetten lokaal ingekleurd.

Als eerste kan de keuze worden genoemd om de beleidsadvisering inzake monumenten en

de advisering omtrent vergunningaanvragen bij verschillende commissies onder te

brengen.

De advies taak omtrent vergunning-aanvragen wordt neergelegd bij de "monumenten-

beheerscommissie" (de Welstandscommissie aangevuld met twee monumenten-

deskundigen).

De beleidsadviestaak zal uitgevoerd gaan worden door de "monumentencommissie",

een nieuwe door de gemeenteraad in te stellen commissie, welke bemenst zal worden door

enkel deskundigen op tot de monumentenzorg behorende disciplines.

Hiermee komen wij tegemoet aan de wens van de op het terrein van de monumentenzorg-

actieve maatschappelijke groeperingen.

Bij gelegenheid van de geboden inspraakmogelijkheid vroegen deze namelijk om optimale

onafhankelijkheid en deskundigheid van de adviesinstanties.

Daarmee is feitelijk ook de tweede lokale component in de concept-verordening al

aangeduid.

In de concept-verordening wordt namelijk voorgesteld om een aantal lokale, op het terrein

van de monumentenzorg actieve, maatschappelijke groeperingen structureel in de

gelegenheid te stellen om in de aan besluitvorming voorafgaande proceduregang hun

zienswijzen- naar voren te brengen.

In de toelichting bij de verordening worden als zodanig benoemd de Heemkundekring

Helmond-Peelland, de Vereniging Helmont, de Werkgroep Industrieel Erfgoed Helmond,

de Heemkundekring Beistervelds Broek en de Monumenten Werkgroep Helmond i.o..

2

bijlagenr. 40

Wij stellen u voor te besluiten conform het bijgaande concept-besluit.

Het advies van de commissie personeelszaken, cultuur en onderwijs zal, na ontvangst, voor

U ter inzage worden gelegd.

Burgemeester en wethouders van Helmond,

de burgemeester,

mr. WJ.B.M. '{an Elk.

de secretaris,

mr. ACJ.M. de Kroon.

c~Pt- BESLUIT

bijlagenr. 40

De raad van de gemeente Helmond;

'.::f

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, d.d. 24 januari 1997,

bijlagenr. 40;

gelet op de bepalingen van de Gemeentewet;

besluit:

vast te stellen de navolgende Monumentenverordening 1997

HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen.

Artikel 1

Begripsbepalingen.

Deze verordening verstaat onder:

a. monument:

1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn sc~oonheid, hoge beeldbepa

lende kwaliteit, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;

terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als

bedoeld onder 1;

gemeentelijk archeologisch monument:

monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2;

beschermd gemeentelijk monument:

onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als

beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;

gemeentelijke monumentenlijst:

de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als be-

schermd geméentelijk monument aangewezen zaken;

beschermd rijksmonument:

onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988

vastgestelde registers;

kerkelijk monument:

onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke

gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een

overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;

monumentencommissie:

de door de raad ingestelde commissie, met als taak burgemeester en wethouders

op verzoek of uit eigener beweging van voorlichting en advies te dienen terzake

2.

b.

c.

d.

e.

f.

g.

.>

"

..

h.

bijlagenr. 40

de toepassing van deze verordenIng, de Monumentenwet 1988 en andere zaken

betreffende de mo~~mentenzorg, zulks met uitzondering van vergunningverlening

op grond van deze>Verordening en op grond van de Monumentenwet 1988;

monumenten beheerscommissie:

de commissie van onafhankelijke deskundigen als bedoeld in de artikelen 42, lid 2

en 48 lid 1 van de Woningwet, aangevuld met twee door burgemeester en

wethouders te benoemen van de monumentencommissie deel uitmaken

(stemgerechtigde) leden, tot wier taak het behoort om burgemeester en wethouders

van advies te dienen omtrent aanvragen voor een vergunning ingevolge deze

verordening of ingevolge de Monumentenwet 1988;

bouwhistorisch onderzoek:

in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de

bouwhistorische kwaliteit van een monument;

archeologisch onderzoek:

in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar het bodemarchief.

1.

J.

Artikel 2

De monumentencommissie.

1.

De commissie bestaat uit ten hoogste 5 (stemgerechtigde) leden, welke door de

raad worden benoemd (waarbij een van de leden als voorzitter wordt aangewezen).

Burgemeester en wethouders doen een voordracht, ten behoeve waarvan selectie zal

plaats vinden op grond van deskundigheden ten aanzien van de disciplines: kunst-/

bouw-/architectuurhistorie, restauratie-architectuur en stedebouw/planologie.

De leden worden benoemd voor een periode van vier jaren.

Ze kunnen te allen tijde ontslag nemen, en dienen dit schriftelijk in bij

burgemeester en wethouders.

Tussentijds benoemde leden treden af op het tijdstip dat een vier-jaren-cyclus

afloopt.

Aftredende leden zijn terstond opnieuw benoembaar.

Burgemeester en wethouders dragen aan een ambtenaar van de gemeente het

secretariaat van de commissie op.

Tevens kunnen burgemeester en wethouders ambtenaren van de gemeente als

adviseurs aan de commissie toevoegen.

Voor zowel de ambtelijk secretaris als de ambtelijke adviseurs geldt dat ze

geen stemrecht hebben.

De commissie werkt naar de bepalingen van een door hen zelf te maken reglement

dat door burgemeester en wethouders wordt goedgekeurd.

De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.

2.

3.

4.

~

,.) .

6.

Artikel 3

De monumentenbeheerscommissie.

Voor het functioneren van de commissie is de vigerende werkwijze van de commissie van

onafhankelijke deskundigen als bedoeld in de artikelen 42, lid 2 en 48, lid 1 van de

Woningwet van toepassing.

3

bijlagenr. 40

Artikel 4

Het gebruik van het monument.

Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het

monument.

HOOFDSTUK 2 Beschermde gemeentelijke monumenten.

Paragraaf 1

De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument en de registratie op

de gemeentelijke monumentenlijst.

Artikel 5

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument.

1.

Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een

belanghebbende, een onroerend monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk

monument.

Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen

zij advies aan de monumentencommissie, en stellen zij de door hen als zodanig

aangewezen instellingen, die zich inzetten op het terrein van de monumentenzorg,

in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen.

Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op

een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan.

Het advies van de monumentencommissie wordt ter kennis gebracht van de

betrokken raadscommissie.

In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven.

Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een

onroerend monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat

archeologisch enJof bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.

Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monument aanwijzen, voeren zij

overleg met de eigenaar.

De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van

artikel 3 van de Monumentenwet 1988.

2.

3.

4.

5.

Artikel 6

Termijn advies en aanwijzingsbesluit.

1.

De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst

Viin het verzoek van burgemeester en wethouders.

Burgemeester en wethouders beslissen binnen twaalf weken na ontvangst van het

advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken na

de ~aanvraag.

2.

4

bijlagenr. 40

Artikel 7

Mededeling.

,"

<.

.

De aanwijzing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als

zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven

hypothecaire schuldeisers.

Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op een

andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan.

Tevens wordt de aanwijzing ter kennis gebracht van de betrokken raadscommissie.

Artikel 8

Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst.

1.

Burgemeester en wethouders registreren het beschermde gemeentelijke monument

op de gemeentelijke monumentenlijst.

De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van

de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van

het beschermde gemeentelijke monument.

Artikel 9

Wijzigen van de aanwijzing.

1.

Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van

een belanghebbende wijzigen.

Artikel 5, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 6, eerste en tweede lid, zijn

van overeenkomstige toepassing op de wijziging.

Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van

ondergeschikte betekenis is blijft overeenkomstige toepassing van artikel 5, tweede,

derde en vierde lid, alsmede artikel 6, eerste lid, achterwege.

De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke

monumentenlijst aangetekend.

"J

....

3.

4.

Artikel 10

Intrekken van de aanwijzing.

1.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen de aanwijzing intrekken.

Artikel 5, tweede lid, en artikel 6, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige

toepassing op de intrekking.

De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven

aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.

De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.

3.

4.

Paragraaf 2

Vergunningen tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke

monumenten.

5

bijlagenr. 40

Artikel 11

Verbodsbepaling.

1.

Het is verboden een beschennd gemeentelijk monument te beschadigen of te

vernielen.

Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd

met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:

a. een beschennd gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te

verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;

een beschennd gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te

laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar

gebracht.

2.

b.

Artikel 12

De aanvraag.

De aanvraag van de vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid, wordt (op een

daartoe door burgemeester en wethouders gehanteerd formulier) ingediend bij

burgemeester en wethouders.

Artikel 13

Advies van de monumentenbeheerscommissie en beslissing op de aanvraag.

1.

Voordat burgemeester en wethouders op de aanvraag beslissen vragen zij advies

aan de monumentenbeheerscommissie en stellen zij de door hen als zodanig

aangewezen instellingen, die zich inzetten op het terrein van de monumentenzorg,

in de gelegenheid hun zienswijzen naar voren te brengen.

Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op

een andere geschikte wijze wordt hieromtrent openbaar kennisgeving gedaan.

Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de monumentenbeheerscommissie

schriftelijk advies uit aan burgemeester en wethouders.

Dit advies van de monumentenbeheerscommissie wordt ter kennis gebracht van de

monumentencommissie en de betrokken raadscommissie.

Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na ontvangst van het

advies van de monumentenbeheerscommissie, maar in ieder geval binnen

zestien weken na ontvangst van de aanvraag, op de aanvraag van de vergunning.

Middels publicatie in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen of op

een andere geschikte wijze wordt hieromtrent kennisgeving gedaan.

Het besluit wordt ter kennis gebracht van de de monumentencommissie en de

betrokken raadscommissie.

Burgemeester en wethouders kunnen de in het derde lid genoemde tennijn van

zestien weken met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan

kennis geven binnen de in het derde lid genoemde termijn van zestien weken.

2.

3.

4.

$I

" .

6

5.

bijlagenr. 40

Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het derde of vierde hd, wordt

de vergunning geacht te zijn verleend.

Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes

weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend.

Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene

wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is

beslist.

~

6.

Artikel 14

Kerkelijk monument.

Burgemeester en wethouders geven met betrekking tot een beschermd kerkelijk monument

geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 11, tweede lid, dan in

overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een beschikking betreft,

waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding

ZIJn.

Artikel 15

Intrekken van de vergunning.

1.

De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien:

a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave

is verleend;

blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel V

)

tweede lid, niet naleeft; ~

de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig

hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te

wegen.

De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de

monumentenbeheerscommissie en ter kennis gebracht van de monumentencommis

sie en de betrokken raadscommissie.

b.

c.

2.

HOOFDSTUK 3 Beschermde rijksmonumenten.

Artikel 16

Vergunning voor beschermd rijksmonument.

1.

Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om

vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar voren gebrachte

zienswijzen aan de monumentenbeheerscommissie na afloop van de tennijnvan

veertien dagen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.

De monumentenbeheerscommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen

acht weken na de datum van verzending van het afschrift.

2.

~

7

bijlagenr. 40

3.

Het advies van de monumentenbeheerscommissie wordt ter kennis gebracht van de

monumentencommissie en de betrokken raadscommissie.

Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de

monumentenbeheerscommissie geacht geadviseerd te hebben.

HOOFDSTUK 4 Schadevergoeding.

Artikel 17

Schadevergoeding.

2.

Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:

a. de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging,

afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als

bedoeld in artikel 11, tweede lid, van deze verordening;

voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergun

ning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument;

schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen

laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een

naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.

Op de behandeling van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is de procedure-

verordening planschadeverzoeken 1993 van overeenkomstige toepassing.

b.

1.

HOOFDSTUK 5 510t- en overgangsbepalingen.

Artikel 18

Strafbepaling.

Hij, die handelt in strijd met artikel 11 van deze verordening, wordt gestraft met een

geldboete van de tweede categorie.

Artikel 19

Opsporingsbevoegdheid.

De opsporing van de in artikel 18 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van

het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die

door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn

belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

8

bijlagenr. 40

Artikel 20

Binnentreden.

Zo dikwijls de zorg voor de naleving van deze verordening dit vereist, wordt hierbij de

machtiging verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen, met uitzondering van

woningen, desnoods tegen de wil van de rechthebbende, bewoner of gebruiker, te betreden,

aan hen die en voor zover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de

naleving van deze verordening.

Artikel 21

Inwerkingtreding.

1.

Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde gemeentelijke

monumenten treedt zij in werking op de derde dag na bekendmaking.

De monumentenverordening 1989, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van

30 mei 1989, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten,

vervalt op de datum bedoeld onder het eerste lid van dit artikel.

Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten,

treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de

Monumentenwet 1988.

De monumentenverordening 1989, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van

30 mei 1989, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten,

vervalt op de datum waarop het derde lid van toepassing is.

De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde

beschermde gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn

overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst

van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht

geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

Aanvragen om vergunning als bedoeld in artikelS van de in het tweede lid

genoemde vervallen verordening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van

deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van artikel 6 van de in het

tweede lid genoemde verordening.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Artikel 22

Citeertitel.

Deze verordening kan worden aangehaald als "Monumentenverordening 1997".

Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 4 februari 1 97.

..\"

~n.\\)U

De raad voornoemd,

de voorzitter,

de S7eiS,

1

BIJLAGE 4

/

11987

BIJLAGE van de notulen van

de gemeenteraad van Helmond

I Nr. 1 0 4 \

~

Onderwerp:

onderhoudsregeling

gemeentelijke monumenten

Helmond, 27 maart 1987

j

Aan de gemeenteraad.

Op 15 mei 1985 trad de door uw raad op 11 december 19,;

vastgestelde gemeentelijke "monumentenverordening" in werkin~

Deze verordening omvat een stelsel van bepalingen gericht op ë

bescherming van gemeentelijke monumenten.

'Het juridische kader voor de instandhouding van het plaatselijke

historische erfgoed wer~ daarmee vastgelegd. - ,

Monumentenzorg door-m{ddeI van uitsluitend juridische maatregelen

mist echter zijn doel.

Met die plaatsing van een object op de gemeenteli.jkê' monumen-

tenlijst wordt niet noodzakelijkerwijs bereikt dat, de eigenaar

zorg .....-draagt voor de werkeli jke instandhouding door middel van

onderhoud en/of restauratie. De gemeente staat het niet vri j de

eigenaren een onderhouds- of restauratieplicht op te leggen,

anders dan via de beperkte mogeli jkheden die de bouwverordening

biedt.

In facilitaire zin zijn sedert een aantal jaren binnen de

vastgestelde investeringsprogramma' s middelen opgenomen ten

behoeve van stimulering van de plaatseli jke monumentenzorg. Aan

de bestemming van deze middelen zi jn geen voorwaarden verbonden,

zodat ze in principe zowel voor restauratie als voor onderhoud

aangewend kunnen worden. '

Tot heden zijn de middelen enkel aangewend voor restauratiedoel-

einden. Daar,bij i's gekozen voor een aanpak waar bi j concrete

restauratiemogeli j'kheden c.g. -voornemens van geval' tot geval wor-

den beoordeeld en de resultaten al dan niet in subs.idietermen

worden vertaald. .

Dit impliceert dat daarbij is afgezien van een gereglementeerde

grond'slagvoer ,. subsidieverstrekking. De ervaring hiermee opged"aan

geeft geen 'aanleiding tot een wijziging van deze benadering.

Wel achten wij het wenselijk een dergelijke gereglementeerde

grondslag te formuleren ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden

aan gemeentelijke monumenten.

Waar reeds een dergelijke regeling gehanteerd wordt is de

ervaring. dat ,een stimulerende maatregel als deze veel sympathie

geniet bi j de betrokken eigenaren en als zodanig een positief

effect sorteert op de instandhouding van gemeentelijke monumen-

ten.

Het concept van deze regeling treft u bijgaand aan.

Het zal u duidelijk zijn dat een financieel kader bij een derge-

lijke regelg,eving niet kan ontbreken. In verband hiermede stellen

- 2 -

bijlage nr. 104

wij voor een fonds onderhoud plaatselijke monumenten in qet leven'~'

te roepen. In het investeringsprogramma 1986-1989 was onder volg-

nr. 540.15-1 voor het jaar 1986 een bedrag van f. 90.000,-- opge- .

nomen, waarvan f. 60.000,-- voor onderhavig doel ware aan te wen- J

den. Bij de evaluatie van het investeringsprogramma 1986 is

uitgegaan van -een volledige besteding van genoemd bedrag van r.

90.000,--, onder andere voor het onderhavige doel.

Wij stellen u voor:

a. een subsidieregeling voor onderhoud van plaatselijke monumen-

ten vast te stellen conform bijgaand concept;

b.. hiervoor een ronds "onderhoud plaatselijke monllmenten" in het

leven te roepen en hierin een bedrag van f. 60.000,-- te

storten.

.

Het advies van de commissie onderwijs, cultuur en sport zal, na

ontvangst, voor u ter inzage worden gelegd.

Burgemeester en wethouders van Helmond,

De burgemeester,

mr.W.J.B.M. van Elk.

De secretaris,

mr.P.J.M.Jans.

I

,.

?I

!

.

BESLUIT

bijlage nr. 104

.",,"-

De raad der gemeente Helmond;

:

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 maart,

1987, bijlage nr. 104;

gelet op artikel 168 van de gemeentewet;

bes 1 u i t :

vast te stellen de navolgende subsidieregeling voor onderhoud van

plaatselijke monumenten:

.

Artikel 1.

1. Burgemeester en wethouders kunnen aan eigenaren van panden

geplaatst op de monumentenlijst als bedoeld in artikel 3 van

de "Monumentenverordening" een subsidie verlenen in de kosten

van onderhoud waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen

dat deze noodzakelijk zijn om het monument in stand te houden

danwel de specifieke kenmerken daarvan te handhaven.

2. Het subsidie kan alleen betrekking hebben op het exterieur

voor zover benoemd in de gemeentelijke monumentenlijst.

Artikel 2.

.

Het in artikel 1 bedoeld subsidie bedraa-gt 25% van de goedge-

keurde onderhoudskosten met een maximum van f. 1.000,--.

Van deze subsidieregeling kan slechts éénmaal per jaar gebruik

gemaakt worden.

Artikel 3.

Subsidiëring vindt plaats voor zover daartoe bi -:'.:1en het fonds

"onderhoud plaatselijke monumenten" de nodige middelen voorhanden

zijn~

Artikel 4.

1. Het subsidie als bedoeld in artikel 1 wordt schriftelijk bij

burgemeester en wethouders aangevraagd onder overlegging van de

voor de beoordeling van de aanvrage benodigde beschrijving en

begroting van de werkzaamheden.

~

.'

,

""

i!'.

i:

)

f

~"

""

.~". .

f-

t,

:ii.

~

;l~'

f;;

..~;"

.,,-

n'

".

()

- 2 -

bijlage nr. 104

2. Burgemeester en wet~ouders beoordelen de aanvragen en st~llen

op basis hiervan de maximale subsidie vast, :

Artikel 5.

1. Het subsidie kan slechts worden verleend indi~n de te maken

onderhoudskosten naar het oordeel van burgemeest~r en

wethouders nuttig en noodzakelijk zijn voor het behoud van het

monument en onder de voorwaarde dat de werkzaamheden worden

uitgevoerd door erkende bedrijven (mits op grond van artikel 8

niet anders bepaald).

2. Burgemeester en wethouders kunnen aan de subsidieverlening

nadere voorwaarden stellen.

3. Het werk moet worden"uitgevoerd binnen drie maanden na de sub-

sidieverlening.

Artikel 6.

1. Binnen drie maanden nadat de onderhoudswerkzaamheden getroffen

zijn dient bij burgemeester en wethouders een afrekening, voor-

zien van de nodige betalingsbewijzen, te worden ingediend.

2. Burgemeester en wethouders stellen op basis hiervan het defi-

nitieve subsidie vast.

Artikel 7.

Burgemeester en wethouders leggen na afloop van elk kalenderjaar

aan de commissie onderwijs, cultuur en sport een overzicht voor

van hetgeen in het kader van deze regeling is verricht.

Artikel 8.

.In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders, de com-

missie onderwij s, cultuur en sport gehoord, afwi jken van het

gestelde in de regeling.

Artikel 9.

1. Deze regeling kan worden aangehaald als "Subsidieregeling voor

onderhoud van plaatselijke monumenten".

2. Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 1987.

I

~

.

f

8

.

- 3 -

bijlage nr. 104

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 7 ap~~l 1987.

~De raad voornoemd,

De voorzitter,

De

I

secretar1~ ,

r

~

Gemeente Helmond

Beleidskader monumentenzorg en archeologie

2003.2007

. REACTIENOTA.

REACTIENOTA

BIJ DE MONUMENTENNOTA HELMOND 2003-2007

In maart 2003 is de ontwerp 'Monumentennota Helmond 2003-2007' gereed gekomen. In de

nota wordt de huidige stand van zaken met betrekking tot monumentenzorg besproken en

worden voorstellen gedaan om te komen tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk

beleid op het gebied van monumentenzorg.

De ontwerp nota is toegezonden aan diverse Helmondse organisaties en is ook geplaatst op

www.helmond.nl waarbij de mogelijkheid is geboden aan belanghebbenden en

belangstellenden tot 15 juni jl. te reageren op de concept nota.

Middels publicatie in de gemeenterubriek van Trompetter is eveneens bekendheid gegeven

aan de totstandkoming van de nota en de reactiemogelijkheden.

Van de volgende organisaties/personen zijn reacties binnengekomen:

. Stichting Industrieel Erfgoed Helmond (brief 3 juni 2003)

. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (brief 10 juni 2003)

. Stichting Monumenten Werkgroep Helmond (MWH) (brief 14 juni 2003)

. De heer Michael Rieter, Monumentenconsulent Helmond namens Federatie

Noordbrabants Monumentenoverleg (FNM)

Hieronder zijn de reacties samengevat weergegeven en voorzien van gemeentelijk

commentaar.

REACTIE STICHTING INDUSTRIEEL ERFGOED (3 juni 2003)

De voorzitter van de stichting bevestigt de ontvangst van de nota en geeft aan dat de

stichting nog niet in de gelegenheid was de nota in de bestuursvergadering te bespreken.

De voorzitter beperkt zich dus in deze reactie tot een aantal persoonlijke opmerkingen. Hij

heeft grote waardering voor de totstandkoming van de nota en de wijze waarop de

problematiek in de nota wordt uiteengezet en uitgewerkt. Hij is van mening dat behoud van

ons overgebleven cultureel erfgoed, dat al vanaf de laatste kwart van de 1 se eeuw

regelmatig veel te lijden heeft gehad van een zekere 'culturele barbarij', van enorm belang is.

Een cultuurhistorisch verantwoorde renovatie van in het bijzonder het 'centrum' zal zijns

inziens op termijn ook niet onbelangrijke economische voordelen opleveren.

Hij geeft tenslotte aan eventuele meer gedetailleerde opmerkingen uiterlijk de ~ helft van juli

te zullen aanleveren.

GEMEENTELIJK COMMENTAAR

De opmerking van de voorzitter van de stichting dat er zorgvuldig moet worden omgegaan

met het overgebleven cultureel erfgoed kunnen wij alleen maar beamen. De beleidsnota en

de daaruit voortvloeiende acties zien wij nadrukkelijk gericht op het scheppen en verbeteren

van kaders, waarbinnen zorgvuldige afwegingen kunnen plaatsvinden. De gevraagde

aandacht voor de cultuurhistorische component in het kader van de in voorbereiding zijnde

plannen voor het centrum onderkennen en onderschrijven wij. Wij oordelen goed inzicht in

cultuurhistorische waarden daartoe van belang. In de ontwerp nota wordt deze aanpak

gerelateerd aan en afhankelijk van planontwikkeling prioritair benoemd (zie hoofdstuk 4.2).

1

REACTIE REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM EINDHOVEN (RHC) (10 juni 2003)

De directeur van het RHC geeft in zijn reactie aan dat het voorgestane beleid ten aanzien

van monumenten in het bijzonder en erfgoed in het algemeen aansluit bij het streven van het

RHC om een breed publiek in staat te stellen historische informatie te verwerven en te

beleven.

Het RHC kan een ondersteunende rol vervullen bij verdieping en verbreding van kennis van

monumentwaarden, middels het beschikbaar stellen van de in het RHC bijeengebrachte

informatie.

Het RHC is druk doende met het vergroten van het digitiaal aanbod zodat de individuele

burger thuis en op informatiepunten zoals de Openbare Bibliotheek kennis kan nemen van

historische ontwikkelingen. Daarnaast ontwikkelt het RHC zich ook steeds meer tot een

leverancier van gegevens aan derden die in de sfeer van publicatie, presentatie, educatie en

toerisme en recreatie eindproducten maken.

Het RHC ziet dan ook nadrukkelijk en rol voor zich weggelegd als 'denk-tank' om in

samenwerking met de gemeente concepten te ontwikkelen op het brede erfgoedterrein,

onder andere bij het industrieel erfgoed toerisme.

GEMEENTELIJK COMMENTAAR

Het RHC geeft aan dat het voorgestane beleid ten aanzien van monumenten en erfgoed

aansluit bij het beleid van het RHC en dat ze een rol voor zich ziet weggelegd als 'denk-tank'

om in samenwerking met de gemeente concepten te ontwikkelen op het brede

erfgoedterrein.

Dit kunnen wij alleen maar beamen. Er wordt reeds, met regelmaat door zowel de

cultuursector als andere gemeentelijke diensten, een beroep gedaan op het RHC als het

gaat om de daar aanwezige kennis en informatie.

Het RHC zien wij als een belangrijke partner bij de ontwikkeling van o.a. industrieel erfgoed

toerisme. Bij dit onderwerp wordt al gebruik gemaakt van de informatie en kennis van het

RHC en het is de intentie om het RHC in de nabije toekomst te betrekken bij de organisatie

van concrete projecten.

Voor het RHC zien wij ook een rol weggelegd bij de ontwikkeling van educatieve projecten.

Hierover vindt reeds overleg plaats.

Bij de ontwikkeling van projecten ten behoeve van draagvlakverbreding voor cultuurhistorie

en kennis en verbreding van de cultuurhistorische waarden zal gebruik gemaakt worden van

de ondersteuning van het RHC.

Kortom, het RHC is en blijft een belangrijke gesprekspartner.

REACTIE STICHTING MONUMENTEN WERKGROEP HELMOND (14juni 2003)

In de reactie van het bestuur van de stichting Monumenten Werkgroep Helmond (MWH)

geeft het bestuur aan dat zij, als meest actieve particuliere organisatie op het terrein van

monumentenzorg, graag gebruik maakt om te reageren op het concept.

Naar aanleiding van de nota doet het bestuur een vijftal voorstellen:

1. Er dient door de gemeente Helmond meer én in een eerder stadium gebruik te worden

gemaakt van de expertise en betrokkenheid van de stichting. Ze verwijst daarbij o.a. naar

'de Vleeschhouwerij'.

2. Er moeten nog meer panden op de gemeentelijke monumentenlijst worden geplaatst. De

MIP-status biedt in principe geen bescherming. De stichting vindt dat er meer MIP-

panden of aanvullende 'beeldbepalende' gebouwen op de gemeentelijke

monumentenlijst worden geplaatst. De stichting is blij met het voornemen om dat reeds

beperkt te gaan doen.

3. Sloopverzoeken van MIP-panden dienen openbaar te worden.

4. De gehele 'Oranjebuurt' wordt beschermd stadsgezicht (mocht dit tenminste niet behoren

bij de in de nota genoemde 'villawijk).

5. Een bestuurslid van de stichting wordt toegevoegd aan de Monumentencommissie (al

dan niet namens het hele historische veld). In veel Brabantse gemeenten is dit reeds het

geval. De stichting is de enige die regelmatig zienswijzen produceert en dat kan worden

2

voorkomen door de stichting zitting heeft in de Monumentencommissie. Daarnaast is er

daardoor meer betrokkenheid tussen gemeente en stichting.

Verder merkt de stichting op dat De Wiel 22 zowel op de rijks- als op de gemeentelijke

monumentenlijst vermeld staat (bijlage 2).

De stichting heeft daarnaast nog een overzicht met algemene opmerkingen c.q. aanvullingen

c.q. verbeteringen t.a.v. de nota ingediend.

Algemeen:

a. De MWH vindt het jammer dat er ondanks regelmatig aangeven geen 'interactie' met de

stichting is geweest v.w.b. de inhoud van deze nota.

b. Het is zeker geen verwijt maar wel een gegeven dat binnen Kunst & Cultuur de

betrokkenheid op het terrein van de Helmondse cultuurhistorie, specifiek

monumentenzorg, zeker geen passie is maar gelukkig wel groeiende.

c. Daarnaast vindt de stichting het spijtig dat hun specifieke betrokkenheid bij projecten als

Vleeschhouwerij en Mater Dei' (waardoor cultuurhistorisch resultaat veel groter was dan

aanvankelijke door de gemeente gepland en dus in hun beleving HET voorbeeld dat het

particulier initiatief veel eerder bij de plannen moet worden betrokken) en de organisatie

van de Open Monumentendag (door MWH) nauwelijks in de nota worden genoemd.

Hoofdstuk 2:

d. De MWH merkt op dat met de tekst over de Monumentencommissie (pag. 4) 19

paragraa~ {fI regel met 'buiten de gemeentelijke organisatie' (het gaat over de in de

monumenten verordening genoemde invulling van de monumentencommissie) niet wordt

bedoeld buiten de gemeente (Helmond) en ze pleit nogmaals voor een zetel van MWH of

Monumentenconsulent in de monumentencommissie. Verder wordt opgemerkt dat t.a. v.

het functioneren van de monumentencommissie geen interactie heeft plaatsgevonden

met het veld.

e. T.a. v. de tekst over de rijksmonumentenlijst (pag. 4) merkt de MWH op dat er nog 2

panden officieel in procedure zijn (o.a. Mierloseweg Sa tlm 9).

f. T.a. v. de subsidieregeling merkt de MWH op dat (gelukkig!) de afgelopen jaren met

goedkeuring van de raad regelmatig is afgeweken van de geldende onderhoudsregeling

afhankelijk van de onderhoudskosten van een pand.

g. De MWH merkt op dat in hoofdstuk 2 (bij archeologie) wel regelmatig de Historische en

Archeologische Vereniging Helmont wordt genoemd, maar nergens de MWH, terwijl zij

de afgelopen 7 jaren toch nadrukkelijk haar stempel heeft weten te drukken en resultaten

heeft bereikt.

Hoofdstuk 4:

h. De MWH zou graag zien dat bij de speerpunten toegevoegd wordt 'Een betere

samenwerking met het particulier initiatief. Ze zou graag zien dat m.n. de MWH maar

liefst het hele historische veld, meer betrokken wordt bij plannen waarbij cultuurhistorie in

het algemeen en monumentenzorg in het bijzonder een rol zou kunnen c. q. moeten

spelen (o.a. bestemmingsplanprocedures).

i. De MWH wil bij 4. 1 als bevinding na ruim 4 jaar functioneren van de

monumentencommissiejmonumentenbeheerscommissie als gedachtebolletje vermeld

zien 'geen interactie met het veld'.

j. De MWH zou graag zien dat in de tekst bij het laten vervaardigen van cultuurhistorische

waardekaarten (hoofdstuk 4.2), dat dient te gebeuren in overleg met afdelingen

Ruimtelijke Ordening en Bouw- en Woningtoezicht, wordt opgenomen dat dit in

samenwerking met het cultuurhistorische veld, zoals MWH en Vereniging Helmont,

gebeurd.

k. T.a. v. Bouwhistorisch onderzoek (hoofdstuk 4.2) zou de MWH graag toegevoegd zien dat

de vervaardiging van het bouwhistorisch onderzoek Abdijlaan, op verzoek van de MWH

tot stand is gekomen.

3

,. N.a. v. Ontwikkelen archeologiebeleid (hoofdstuk 4.3) merkt de stichting op dat zij met

haar opgedane ervaringen en resultaten een bijdrage kan leveren aan een vernieuwde

tentoonstelling over de stadsgeschiedenis.

m. Bij hoofdstuk 4.4. (herbestemming monumentale gebouwen) mist de MWH de R.K kerk

aan de Abdijlaan die niet gesloopt mag worden nadat GS goedkeuring hebben

onthouden aan de wijziging van een deel van het nieuwe Bestemmingsplan Helmond-

Noord.

n. T.a. v. Draagvlakbevordering (hoodstuk 4.5) geeft de MWH aan dat haar naam niet juist

gespeld is in de nota. Het moet zijn stichting Monumenten Werkgroep Helmond (en niet

Monumentenwerkgroep Helmond). Verder merkt zij op dat er meer dan 5 organisaties

actief zijn op het terrein van cultuurhistorie en noemt Stichting Middengebied,

ArchitectuurCafé Helmond, Comité OMD-Helmond, en Comité Kanaal met Vaart.

Tenslotte zegt de MWH dat t.a. v. onderwijs wat hun betreft ook genoemd mogen worden

NCM (Nationaal Contact Monumenten), SNA (Stichting Nederlandse Archeologie) en

DIVA (mbt Archiefwezen) die alle 3 betrokken zijn bij de 'cultuurvouchers'.

GEMEENTELIJK COMMENTAAR

De stichting Monumenten Werkgroep Helmond doet in haar reactie een aantal voorstellen,

waarop wij uiteraard graag zullen reageren.

1. De relatie die wij als gemeente onderhouden met op het terrein van de

monumentenzorg actieve instellingen, is verankerd in algemene regelgeving

(Algemene Wet Bestuursrecht) en meer specifiek in de Monumentenverordening

1997. Waar wij een bijstelling en actualisering van de verordening voorstaan lijkt ons

dit bij uitstek de gelegenheid om de relatie te herijken. (zie ook 5).

Een uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst is in voorbereiding. De lijst

wordt dit jaar uitgebreid met o.a. panden (zonder monumentale status) die destijds

door de gemeenteraad in het Monumenten Selectie Project (MSP) zijn voorgedragen

voor plaatsing op de rijksmomentenlijst en die de status 'rijksmonument' uiteindelijk

niet hebben gehaald.

Een inventarisatie van de Wederopbouwperiode (1940-1965) staat voor 2004-2005

op de planning. Dit kan ook leiden tot uitbreiding van de gemeentelijke

monumentenlijst.

De stichting vindt dat er meer MIP-panden of aanvullenden 'beeldbepalende'

gebouwen op de gemeentelijke monumentenlijst worden geplaatst. De MIP-status

biedt geen bescherming.

Met MIP-panden worden die panden bedoeld die in het kader van het landelijke

'Monumenten Inventarisatie Project' (MIP) omstreeks 1989-1990 in Helmond in kaart

zijn gebracht, kort zijn beschreven en in boekvorm zijn uitgebracht. Het betrof een

inventarisatie van de zogenaamde 'jongere bouwkunst en stedebouw' (circa 1850-

1940). Een deel van de hierin opgenomen panden heeft inmiddels de status rijks- of

gemeentelijk monument of staat op de voordracht voor plaatsing op de gemeentelijke

monumentenlijst.

De MWH vindt dat sloopverzoeken van MIP-panden openbaar dienen te worden.

Na overleg met de dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer, afdeling Bouwen en

Wonen, kan toegezegd worden dat op niet al te lange termijn de ingediende

aanvragen om sloopvergunning alsmede de verleende sloopvergunningen

gepubliceerd zullen worden in de gemeente rubriek van De Trompetter (e.e.a. zoals

nu reeds het geval is met de aanvragen bouwvergunning).

De MWH stelt voor om van de hele Oranjebuurt beschermd stadsgezicht te maken. In

punt 4.2 van het planningsschema beleidsvoorstellen en acties staat een onderzoek

naar de kwaliteiten van o.a. de gebieden Villapark (deel van de Oranjebuurt) en

kanaalzone op de planning voor 2004-2005.

Op dit moment kent Helmond nog geen beschermde stadsgezichten en in dat kader

zal de overweging plaats moeten vinden of het wenselijk is bepaalde gebieden uit te

2.

3.

4.

4

5.

roepen tot beschermd stadsgezicht. Dit kunnen overigens ook nog andere, dan

hierboven genoemde gebieden zijn in Helmond. Onderzoek moet dit uitwijzen.

De MWH zou graag zien dat een bestuurslid van de stichting (al dan niet namens het

historische veld) zitting krijgt in de monumentencommissie.

Voor dit jaar staat de actualisering van de 'Monumentenverordening Helmond 1997'

op de rol. Op dat moment zal ook de structuur en samenstelling van de

monumentencommissiej monumentenbeheerscommissie herbezien worden (maakt

onderdeel uit van de Monumentenverordening). In dat kader zal, evenals bij de

samenstelling van de monumentencommissie in 1997, de afweging dienen plaats te

vinden of de monumentencommissie, die nu alleen bestaat uit externe deskundigen

van buiten de stad, naast de externe deskundigen wel of geen lokale

vertegenwoordiging zou moeten hebben, vanuit de cultuurhistorische verenigingen in

de stad.

Wij zullen het voorstel van de MWH dan ook meenemen in het traject rond de

actualisering van de monumentenverordening.

De stichting merkt op dat De Wiel 22 zowel op de rijks- als op de gemeentelijke

monumentenlijst staat vermeld.

De Wiel 22 is inderdaad een rijksmonument sinds oktober 1999 (voorheen gemeentelijk

monument) en staat per abuis op twee lijsten vermeld. Dit pand zal van de gemeentelijke lijst

worden verwijderd.

Lijst met algemene opmerking c.q. aanvullingen c.q. verbeteringen.

Algemeen:

a. De stichting betreurt het dat er geen interactie is geweest m.b.t. de inhoud van de

nota.

Wij hebben er voor gekozen om de nota in eerste instantie intern ambtelijk tot stand

te brengen, evenwel onder professionele begeleiding van het Monumentenhuis

Brabant. Deze organisatie is goed op de hoogte van ontwikkelingen op het terrein van

cultureel erfgoed. De opdracht was een gemeentelijk beleidskader neer te zetten dat

als basis kan dienen voor verdere uitvoeringskaders op het erfgoedterrein, zodat

gekomen kan worden tot een adequaat, integraal en actief gemeentelijk beleid op dit

terrein. Dit is in een goed overleg met beleidsambtenaren monumentenzorg, bouwen

en wonen, ruimtelijke ordening, de afdeling archeologie Eindhoven en de

monumentencommissie tot stand gebracht. Vervolgens is, na vaststelling van het

ontwerp door ons college, de gebruikelijke gemeentelijke procedure gestart, waarbij

belanghebbenden de gelegenheid krijgen om te reageren op het ontwerp. De MWH is

een van deze belanghebbenden.

Alle reacties op het ontwerp worden voorgelegd aan de raadscommissie Cultuur en

de gemeenteraad en daar waar relevant kunnen de reacties leiden tot aanpassing

van het beleidskader.

In 1985 werd 'monumentenzorg' als gemeentelijk aandachtsveld benoemd. Thans

kan geconstateerd worden dat, met beperkte capaciteit, 'monumentenzorg' is

gegroeid tot een erkend beleidsveld.

Volstrekt ongenuanceerd en ongepast oordelen wij de kritiek op onze ambtenaren in

het algemeen en om voornoemde reden in onderhavige aangelegenheid in het

bijzonder.

Het gestelde onder c. hebben wij voor kennisgeving aangenomen. Wij zijn van

mening dat voor zover relevant voor een beleidsnota de door de MWH aangeduide

lacunes wel degelijk zijn verwoord (zie pag. 21).

Hoofdstuk 2:

d. Wij beamen dat deze formulering inderdaad niet betekent dat de leden van buiten de

gemeente Helmond zouden moeten komen. Wij willen hierbij opmerkingen, dat ten

tijde van de vervaardiging van de Monumentenverordening Helmond 1997 en de

daarin opgenomen instelling van een externe monumentencommissie, nadrukkelijk de

b.

c.

5

positie van de Helmondse cultuurhistorische organisaties is besproken. Er is toen

uiteindelijk, inspraakreacties meewegend, voor gekozen om de cultuurhistorische

organisaties geen zetel te geven in de commissie, maar hen in de gelegenheid te

stellen zienswijzen naar voren te brengen. Deze zienswijzen worden, net als de

adviezen van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de monumentencommissie

voorgelegd aan het college t.b.v. besluitvorming met betrekking tot

monumentenvergunningen. Zoals reeds eerder vermeld zal de rol van

monumentencommissie/monumentenbeheerscommissie bij de vervaardiging van een

nieuwe monumentenverordening ook opnieuw een aandachtspunt zijn en hierbij

zullen de voorstellen van de MWH en Monumentenconsulent worden betrokken.

Deze opmerking nemen wij voor kennisgeving aan. Op de besluiten in het kader van

het MSP-traject (wel of geen plaatsing op de rijksmonumentenlijst) zijn

bezwaarmogelijkheden richting rijk van toepassing. Wij worden niet in kennis gesteld

door het rijk van ingediende bezwaren van eigenaren of andere belanghebbenden op

besluiten. Bij afronding van de procedure wordt de gemeente pas in kennis gesteld

van het feit dat een pand op de rijksmonumentenlijst wordt geplaatst of dat een pand

van de rijkslijst wordt afgevoerd.

De constatering van de MWH is juist. In de nota hebben wij reeds aangegeven dat de

regeling sterk verouderd is. Wij proberen dan ook ondanks de beperkingen, waar

mogelijk en tot op zekere hoogte, met onze monumenteigenaren mee te denken en

hen te helpen, als dat onze gemeentelijke monumenten ten goede kan komen. Een

nieuwe onderhoudsregeling is daarom ook een uitvoeringskader dat op niet al te

lange termijn onze aandacht krijgt.

Ondanks dat de MWH niet wordt genoemd in dit hoofdstuk hebben wij de afgelopen

jaren mogen constateren dat het een zeer actieve club is die de waarde van het

Helmondse erfgoed hoog in het vaandel heeft.

Hoofdstuk 4:

h. Wij beperken ons in dit kader tot procedures rond het beleidsterrein

monumentenzorg. Als zodanig hebben wij eerder als te kennen gegeven procedures

en daarmee ook relaties te herijken in uitvoeringskaders, zoals bijvoorbeeld de

Monumentenverordening.

Wij wijzen er op dat dit een conclusie is van de MWH en niet van de

Monumentencommissie (de evaluatie heeft betrekking op bevindingen van de

monumentencommissie/monumentenbeheerscommissie en deze zijn weergegeven

in de nota). Derhalve zal er geen tekstwijziging worden doorgevoerd.

Ook bij het opstellen van cultuurhistorische waardekaarten kiezen wij voor

professionele inhuur. De resultaten zullen gewogen worden in het monumentale en

ruimtelijke beleid van de gemeente.

Wij zien geen aanleiding om de tekst op genoemd punt te wijzigen.

Dit nemen wij voor kennisgeving aan.

Waar in de tekst van de ontwerp nota voorbeelden worden genoemd is het niet onze

bedoeling geweest uitputtend te zijn, maar te verduidelijken wat beoogd wordt.

Bij de genoemde vijf cultuurhistorische organisaties zijn wij uitgegaan van die

organisaties die in 1997 op dat moment zinvol geacht werden om direct te betrekken

bij monumentenaangelegenheden. In de afgelopen jaren hebben zich overigens bij

ons geen andere c.q. nieuwe organisaties gemeld (en er zijn er ook geen aangemeld

door de MWH) die de vraag hebben gesteld om ook op de hoogte te worden gebracht

van plannen. Wij zijn ons ervan bewust dat er ook andere organisaties zijn die

activiteiten kunnen ontwikkelen die raakvlakken hebben met monumenten beleid en

daarmee ook draagvlak voor dit terrein bevorderen.

e.

f.

g.

i.

j.

k.

I.

m.

n.

REACTIE DE HEER M. RIETER, MONUMENTENCONSULENT HELMOND NAMENS DE

FEDERATIE NOORDBRABANTS MONUMENTENOVERLEG (FNM) (14 juni 2003)

De heer Rieter is reeds 10 jaar namens de FNM monumentenconsulent voor Helmond. De

FNM heeft een nagenoeg dekkend netwerk van 'informanten' die bedreigingen van m.n.

6

beschermde monumenten maar ook pand die ruim 10 jaar geleden in het kader van het

Monumenten Inventarisatie Project (MIP) op een rij zijn gezet, aan het FNM doorgeven.

Hij is ook sinds een aantal jaren secretaris van de Monumenten Werkgroep Helmond.

De heer Rieter sluit zich aan bij de punten die de stichting Monumentenwerkgroep Helmond

heeft aangedragen.

Ten aanzien van het punt om een lid van de stichting te benoemen in de

monumentencommissie geeft hij in overweging om dat de Monumentenconsulent te laten

zijn. In veel brabantse steden is deze persoon dat namelijk al. Vaak omdat hij/zij in een of

meerdere lokale cultuurhistorische organisaties is vertegenwoordigd.

Verder heeft de heer Rieter als secretaris van de MWH en als Monumentenconsulent nog

een aantal algemene opmerkingen, aanvullingen en verbeteringen aangedragen.

GEMEENTELIJK COMMENTAAR

De heer Rieter sluit zich als Monumentenconsulent aan bij de reactie van de MWH.

Wij verwijzen dan ook naar ons commentaar bij de reactie van de MWH.

Waar het gaat om de lokale invulling in de monumentencommissie geeft hij in overweging

om dat de Monumentenconsulent te laten zijn.

Deze suggestie zullen we met het voorstel van de MWH betrekken bij de herziening van de

monumentenverordening.

Verder heeft de heer Rieter als secretaris van de MWH en als Monumentenconsulent nog

een aantal algemene opmerkingen, aanvullingen en verbeteringen aangedragen.

Wij verwijzen hiervoor naar het gemeentelijk commentaar bij de MWH.

7

Uw Reactie
Uw Reactie