Hoogspanningslijnen Brandevoort

Er lopen verschillende bovengrondse hoogspanningslijnen door de gemeente Helmond. In de wijk Brandevoort komen over een lengte van ongeveer 2,4 kilometer, tussen Liverdonk in het westen en het sportcomplex in het oosten, vier lijnen samen: twee 150 kV-lijnen en twee 380 kV-lijnen. Om deze lijnen aan alle richtlijnen en normen te laten voldoen zijn maatregelen gewenst. Op deze pagina vindt u de meest actuele informatie hierover.

Magneetveld

Iedere koperdraad waarop elektrische spanning staat geeft in meer of mindere mate een soort straling af, een magneetveld. Hoe hoger het wattage, hoe groter het magneetveld. Wanneer, zoals in Brandevoort, verschillende lijnen aan één mast hangen die in tegenovergestelde richtingen stroom (kunnen) transporteren kan een groter magneetveld ontstaan dan bij enkele lijnen of lijnen waarover de stroom allemaal dezelfde kant op loopt.

Magneetveldnorm

Er gelden in Nederland normen voor magneetvelden. De Gezondheidsraad formuleerde het voorzorgsbeginsel: zoveel als redelijkerwijs mogelijk moet worden voorkomen dat gevoelige bestemmingen – waar kinderen tot 15 jaar dagelijks langdurig verblijven, zoals huizen en scholen – in de magneetveldzone van meer dan 0,4 microtesla komen te staan. Dit beginsel geldt vanaf oktober 2005 voor nieuwe bestemmingsplannen.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) ziet erop toe dat de juiste berekenmethodes worden gehanteerd om na te gaan of de opgewekte magneetvelden inderdaad binnen die norm blijven.

Capaciteit

Het RIVM formuleert deze berekening in `Handreiking (pdf) voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen’. In oktober 2015, enkele maanden nadat de gemeenteraad van Helmond het definitieve bestemmingsplan Brandevoort/Hazenwinkel vaststelde, bracht het RIVM deze nieuwste Handreiking uit, versie 4.1. Het belangrijkste verschil met de voorgaande is dat het RIVM in Versie 4.1 in de berekening een bepaalde capaciteit verplicht stelt: 30% van de capaciteit voor een 380 kV-lijn en 50% voor een 150kV-lijn. Deze capaciteiten liggen flink hoger dan wat TenneT in Brandevoort daadwerkelijk benut of tot 2023 denkt te gaan benutten. Dat verklaart het verschil met de berekeningen waarop het bestemmingsplan is gebaseerd.

Het bestemmingsplan baseert zich op een magneetveldzone van 2 x 45 meter. Dat wil zeggen dat op een afstand van 45 meter vanaf de middellijn van de mast, het jaargemiddelde zeker niet de 0,4 microtesla overstijgt. Volgens de nieuwe rekenmethode zou in Brandevoort een magneetveldzone van 2 x 75 meter moeten gelden.

Uit de meest recente opgaven blijkt dat TenneT ongeveer de helft gebruikt van de capaciteit waar het RIVM mee rekent. Dit levert een magneetveldzone op van ca. 2 x 40 meter. Anders gezegd: de microteslanorm als zodanig is en wordt ook de komende jaren in Brandevoort niet overschreden. Uiteraard wil de gemeente dat de lijnen voldoen aan de meest recente Handreiking van het RIVM. Formeel hoeft dat niet: ze moeten wel voldoen aan de normen waarop het bestemmingsplan is gebaseerd en dat is het geval. Niettemin wil de gemeente Helmond zich houden aan de afspraken van 2016.

Afspraken

In 2016 schreven wij omwonenden een brief waarin werd aangegeven uiterlijk voor 2020 maatregelen door te willen voeren, waardoor de magneetveldzone ook met de RIVM-rekenmethode uit Handreiking 4.1 erkend zou worden als ‘2 x 45 meter’. In april 2019 ontvingen omwonenden een brief waarin wij aangaven dat er vertraging optrad.

Ministerie

In de brief van 11 april 2019 schreven wij ook dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat binnenkort mededelingen doet over het beleid rond hoogspanningsmasten en -lijnen. Vanwege deze mededelingen heeft het RIVM berekeningen en adviezen over hoogspanningslijnen opgeschort. Hun advies is de brief van minister Wiebes af te wachten.

De inzet is nog steeds om in het plan Brandevoort/Hazenwinkel te voldoen aan de richtlijnen uit Handreiking 4.1. De gemeente wil de magneetveldzone ook volgens die strenge normering terugbrengen tot 2 x 45 meter. De komende tijd wordt benut om de maatregelen vorm te geven.

Deze werkzaamheden houden in ieder geval het ‘verkabelen’ (= onder de grond brengen) van de 150 kV-lijnen in. Met deze verkabeling kunnen we wellicht al aan de eisen voldoen. Anders zijn er maatregelen denkbaar als het dichter bij de mast en/of het hoger hangen van kabels.

Hieronder vindt u de meest gestelde vragen en antwoorden over magneetvelden in het algemeen en de situatie in Brandevoort in het bijzonder. Vragen die we in de loop der tijd nog krijgen zullen inclusief antwoord aan deze pagina toevoegd worden.

Als elektriciteit door koperdraad loopt ontstaat een (elektro)magnetisch veld. Naarmate dit veld minder of meer ‘trilt’ (van polariteit wisselt, ‘golft’) veranderen de eigenschappen van dit elektromagnetisme. Van statische velden (statische elektriciteit, de aantrekkings­kracht van magneten) via laagfrequente trillingen van wisselstroom (50 Herz of trillingen per seconde) tot gamma­straling (240 ExaHerz – 240 miljard x miljard trillingen per seconde) en verder. De vuistregel is: hoe hoger de frequentie (dus hoe sneller de trilling) hoe potentieel schadelijker de straling.

De Gezondheidsraad stelde in 2005 dat een zone waarin het jaargemiddelde als gevolg van hoogspannings­leidingen de 0,4 microtesla niet overstijgt ‘veilig’ mocht heten voor gevoelige ruimten. Met andere woorden ‘ruimten waarin gedurende een jaar 14 tot 18 uur per dag kinderen tot 15 jaar oud verblijven’.

De Gezondheidsraad formuleerde een advies. Het RIVM berekent op basis van schema’s, modellen en de te verwachten belasting van hoogspannings­lijnen wat dat advies in de praktijk betekent voor de breedte van een magneetveldzone. Ruwweg is de vraag ‘bij welke belasting en stroomrichting is het magneetveld hoe sterk en welke omvang heeft het dan?’.

Het daadwerkelijk aantonen van magneetvelden is complex: het vergt een wetenschappelijke nauwkeurigheid in wát je wilt meten, welke energieën je (nog meer) opvangt en in hoeverre je die weet te onderscheiden van de velden die daadwerkelijk afkomstig zijn van de bron die je aan het onderzoeken bent. Het meten van magneetvelden is mede daarom niet te vergelijken met bijvoorbeeld het doen van geluids- of lichtmetingen waarbij doorgaans duidelijker vast te stellen is wat de bron van wat je meet is en wat niet.

Een koelkastmagneetje heeft een stationaire kracht van 0,1 tesla (100.000 microtesla), een MRI-scanner in een ziekenhuis heeft magneten tussen 1,5 en 9,5 tesla. De sterkste elektromagneet kan gedurende 1 seconde ruim 100 tesla genereren. Het stationaire aardmagnetisch veld heeft op onze breedtegraad een kracht van ongeveer 45 microtesla.

De vraag ‘hoe gevaarlijk is een tesla’ is niet eenduidig te beantwoorden. Er is ooit een ‘mogelijk statistisch verband’ vastgesteld tussen een hoger microtesla-veld en het vóórkomen van kinderleukemie. Daarbij zijn cijfers gebruikt van tussen de jaren 1979 en 2000. Het extrapoleren van die cijfers naar de Nederlandse situatie leidde tot de uitkomst dat er de theoretische mogelijkheid was dat per twee jaar, 1 van de 270 gevallen van kinderleukemie toe te schrijven zou kunnen zijn aan de aanwezigheid van een hoogspanningsmagneetveld van tussen de 0,2 en 0,5 microtesla, in de omgeving. Met andere woorden: 0,5% van de gevallen van leukemie onder kinderen zou mogelijkerwijs verband kunnen houden met de aanwezigheid van hoogspanningslijnen.

Er zijn mensen die hoofdpijn, slapeloosheid of erger wijten aan magneetvelden en elektromagnetisme. Anderzijds zijn er mensen die erop wijzen dat mensen, met alle technologie die ons omringt, steeds ouder worden en langer gezond blijven.

We richten ons vooralsnog op wat de wetgever voorschrijft en gebruiken ons gezonde verstand. Wij vermijden overbodige risico’s.

Het valt niet uit te sluiten dat dat op termijn dé oplossing wordt. Er zijn momenteel laboratorium- en (twee) praktijkproeven gaande in Nederland waarin de wetenschap nagaat hoe 380 kV-lijnen zich ook op de middellange en lange termijn houden als ze onder de grond liggen. 

De mensen die ons land van stroom voorzien nemen geen risico’s met ‘echte’, cruciale verbindingen, voordat ze zeker zijn van de werking en betrouwbaarheid op de langere termijn. We zijn als samenleving té afhankelijk van goede, betrouwbare stroomvoorziening om er lichtzinnig mee te experimenteren.

Niet echt. Enerzijds zie je een groeiend beroep op stroom, met elektrische auto’s, ‘Van het gas’-ontwikkelingen, warmtewisselaars enzovoort. Massaal gebruiken we daarnaast gadgets die voortdurend opgeladen en van informatie voorzien willen worden. We doen een exponentieel groeiend beroep op datacenters en rekencentrales voor gestreamde beelden, muziek en clouds.

Anderzijds wordt apparatuur steeds efficiënter en energiezuiniger. Lampen worden efficiënter, produceren steeds minder warmte waardoor er minder restwarmte hoeft te worden afgevoerd, gloeilampen zijn uitgefaseerd, stofzuigervermogens worden door EU-regels begrensd. En dat is allemaal nog maar het begin.

Het energiebewustzijn groeit. We willen af van fossiele brandstoffen en wekken steeds meer stroom decentraal op. Zonnepanelen, zonneparken, windturbines: de enorme krachtcentrales van weleer lijken minder belangrijk te worden. Je zou op grond daarvan kunnen verwachten dat elektriciteit in minder grote hoeveelheden, over kortere afstanden getransporteerd zal gaan worden.

Evengoed moeten stroomleveranciers en nutsbedrijven zich op allerlei eventualiteiten voorbereiden: ook wanneer massaal op kleinere schaal duurzame stroom wordt opgewekt kan het in Europese regio’s tijdelijk donker en windstil zijn, waardoor toch van elders in bulk stroom moet worden aangevoerd. TenneT en zijn internationale collega’s zullen ook in de toekomst in staat moeten blijven om flinke stroompakketten van oost naar west en noord naar zuid te transporteren – en andersom.

Kernenergie komt links en rechts weer in beeld als CO2-neutraal en snel op- en afschakelbaar alternatief. Daarmee zouden alsnog op knooppunten in het netwerk forse stroombronnen komen wier elektronen snel gedistribueerd willen worden over lijnen die die capaciteit moeten aankunnen.

Ons stroomnetwerk zal slimmer, flexibeler en fijnmaziger worden, zij het niet per se ´afgeslankter´. We zullen vaker dan voorheen in het straatbeeld apparatuur zien die duurzame energie omzet in elektriciteit. Met de apparatuur die maakt dat die elektriciteit wordt omgevormd tot voor ons bruikbare 50 Hertz wisselstroom van 220 of 380 volt. Er zullen, waarschijnlijk meer dan nu, transformatoren, wisselaars en overslagstationnetjes opduiken. Allemaal met hun eigen magneetvelden.

TenneT, rekenbureau Petersburg Consultants, de gemeente en het RIVM werden het in die tijd niet eens over wat nodig, haalbaar en wenselijk was. Intussen was men in ‘Den Haag’ bezig met de richtlijnen, met het evalueren van het Voorzorgbeleid en zoals nu (mei 2019) met een aangekondigde brief, waarin wellicht nieuw beleid wordt aangekondigd. Dat vertraagde het proces aanzienlijk. Steeds is vastgesteld dat in Brandevoort magneetveldnormen niet zijn of dreigden te worden overschreden.

Het gaat onder meer om het verkabelen, het ondergronds brengen, van de 150 kV-lijnen. De isolatoren kunnen blijven hangen waardoor een soort elektromagnetische kooi ontstaat die het magneetveld ‘bundelt’. Dat scheelt theoretisch enkele meters zone. De 380 kV-lijnen worden dichter tegen de mast gehangen, maar niet zó dicht dat er geen onderhoud op gepleegd kan worden, zonder ze allemaal uit te moeten schakelen. Verder kan de ‘trekspanning’ wellicht omhoog waardoor de kabels hoger komen te hangen. Wellicht dat een of enkele extra masten de magneetveldzone verder versmallen.

Vooralsnog lijken dat soort aanvullende maatregelen niet nodig, maar de finale berekeningen moeten nog gedaan worden.

Als de betrokken partijen het eens zijn over de te nemen maatregelen, de gevolgen daarvan en de verdeling van de kosten, kunnen kort daarna de vergunningen voor de werkzaamheden worden aangevraagd. Tegen die tijd worden de omwonenden uiteraard geïnformeerd.

Meer informatie

Inloopbijeenkomst voor omwonenden op 13 juni 2019 van 18.00 tot 22.00 uur in Carolus Borromeus College, Markesingel 2 in Helmond. De vragen en antwoorden van die avond vindt u kort daarna terug op deze pagina.